Beantwoording Kamervragen op vermaatschappelijking Faunabeheereenheden.

Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik u toekomen de antwoorden op de vragen van de heer Wassenberg (PvdD) over het uitblijven van de vermaatschappelijking van faunabeheereenheden (kenmerk 2017Z07556, ingezonden 6 juni 2017).

1 Herinnert u zich uw belofte dat met de Wet natuurbescherming de democratisering en transparantie van jacht, beheer en schadebestrijding zou toenemen, vooral doordat er een maatschappelijke afspiegeling zou komen in het bestuur van faunabeheereenheden? 1 1 Kamerstuk 33 348 nr. 175, p. 90.

2 Behandeling van de Wet Natuurbescherming in de Eerste Kamer op 8 december 2015, Handelingen 2015-2016, nr. 11, item 8, p. 36 en p. 39 Antwoord In het wetgevingsoverleg van 15 juni 2015, waar vragensteller naar verwijst, is door mijn ambtsvoorganger het vertrouwen uitgesproken dat in de besturen van de faunabeheereenheden democratie en transparantie zouden toenemen door het plaatsnemen van maatschappelijke organisaties. In artikel 3.12, eerste lid, van de Wet natuurbescherming is namelijk bepaald dat in het bestuur van een faunabeheereenheid in ieder geval – naast jachthouders – maatschappelijke organisaties zijn vertegenwoordigd die het doel behartigen van een duurzaam beheer van populaties van in het wild levende dieren. Provincies kunnen nadere regels stellen over de in hun provincie werkzame faunabeheereenheid, waaronder de vertegenwoordiging van maatschappelijke organisaties in het bestuur.

2 Wat is er terechtgekomen van de garantie die u bood op de deelname van “maatschappelijke organisaties die tot doel hebben om de natuur en dieren te beschermen” in het bestuur van faunabeheereenheden? 2

3 Is het waar dat er in meerdere faunabeheereenheden (bijvoorbeeld in Noord- Brabant en Noord-Holland) uitsluitend boeren, jagers en natuurorganisaties vertegenwoordigd zijn, maar dat maatschappelijke organisaties die het dier beschermen, ontbreken? Kunt u een overzicht geven van de verschillende faunabeheereenheden en hun samenstelling?

4 Is het waar dat het begrip ‘maatschappelijke organisaties’ in het licht van de samenstelling van de faunabeheereenheden in (minstens) een aantal provincies verkeerd lijkt te worden uitgelegd?

5 Op welke wijze kunt u het door u gegarandeerde maatschappelijke doel van het faunabeleid nog waarborgen, nu een maatschappelijke samenstelling in faunabeheereenheden ontbreekt?

Antwoord 2, 3, 4 en 5 Ik heb vastgesteld dat in alle provincies – op één na – sinds 1 januari 2017 verordeningen van kracht zijn geworden met bepalingen ten aanzien van de besturen van de faunabeheereenheden die voldoen aan de vereisten van de Wet natuurbescherming. Omdat de verordening ter zake van de provincie Noord- Holland zou kunnen leiden tot misverstanden in relatie met het wettelijk voorschrift, heeft deze provincie aangegeven haar verordening op het punt van het bestuur van de faunabeheereenheid te zullen gaan aanpassen. Actuele informatie over de feitelijke samenstelling van de besturen is te vinden via de websites van de faunabeheerheden in de onderscheiden provincies.

6 Klopt het dat in de meeste provincies de faunabeheerplannen voor de komende vier jaar recent zijn opgesteld of binnenkort worden opgesteld door de faunabeheereenheden? Bent u bereid om op korte termijn provincies aan te spreken op de samenstelling van faunabeheereenheden en er zorg voor te dragen dat faunabeheerplannen worden ingetrokken indien deze onvoldoende democratisch tot stand zijn gekomen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord Het is juist dat in de provincies door de faunabeheereenheden wordt gewerkt aan het opstellen van nieuwe faunabeheerplannen. Uit antwoorden op de vragen 2 t/m 5 moge duidelijk worden dat ik geen aanleiding zie om de provincies aan te spreken op de samenstelling van de besturen van de faunabeheereenheden.

 

(w.g.) Martijn van Dam

Staatssecretaris van Economische Zaken

Print Friendly

Reageren is niet mogelijk