Beantwoording Tweede Kamer vragen – “ Regeling lokmiddelen wordt gewijzigd, ontheffing voor gebruik mogelijk”

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA  DEN HAAG

Datum 31 augustus 2017

Betreft Beantwoording vragen over het bericht “Jagersvereniging waarschuwt leden: totaalverbod op het gebruik van lokmiddelen bij landelijke vrijstelling”

Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik u toekomen de antwoorden op de vragen van het lid Lodders (VVD) over het bericht “Jagersvereniging waarschuwt leden: totaalverbod op het gebruik van lokmiddelen bij landelijke vrijstelling” (kenmerk 2017Z10968, ingezonden 22 augustus 2017).

1 Bent u bekend met het bericht ‘Jagersvereniging waarschuwt leden: totaalverbod op het gebruik van lokmiddelen bij landelijke vrijstelling’? Wat vindt u van dit bericht?1

Antwoord Ja, ik heb kennis genomen van het bericht.

2 Waarom is er in de Wet Natuurbescherming die op 1 januari 2017 is ingegaan een passage opgenomen waarin het gebruik van lokgeluiden en lokvogels bij de bejaging van soorten op landelijke vrijstelling niet langer is toegestaan? Is dit besluit bewust genomen? Zo ja, kunt u aangeven welke afweging u heeft gemaakt om tot dit besluit te komen?

Antwoord In artikel 3.1 van de Regeling natuurbescherming is vrijstelling verleend aan grondgebruikers voor schadebestrijding op hun gronden. In artikel 3.3 van de Regeling natuurbescherming zijn de middelen aangewezen die ter uitvoering van deze vrijstelling mogen worden gebruikt. Voor de vogels ten aanzien waarvan de vrijstelling geldt – te weten Canadese ganzen, houtduiven, kauwen en zwarte kraaien – zijn ook de methoden aangewezen die mogen worden gebruikt ter uitvoering van de vrijstelling. Bij de aanwijzing van laatstgenoemde methoden zijn de methoden vangen en doden met gebruikmaking van niet-levende lokvogels en middelen waarmee lokgeluiden kunnen gemaakt en lokvoer niet aangewezen. Dat betekent dat thans deze methoden niet kunnen worden gebruikt ter uitvoering van deze vrijstelling ten aanzien van voornoemde vogelsoorten. In het licht van het feit dat deze methoden onder de Flora- en faunawet wel konden worden gebruikt bij de uitvoering van deze vrijstelling, ligt het in de rede Regeling natuurbescherming op dit punt te wijzigen. Deze wijziging zal op de kortst mogelijke termijn worden gerealiseerd.

Overigens kan voor het gebruik van deze methoden en middelen ontheffing worden aangevraagd bij gedeputeerde staten van de provincies.

3 Bent u zich bewust van de gevolgen van dit besluit? Bent u ervan op de hoogte dat de Jagersvereniging heeft aangegeven zonder het inzetten van lokmiddelen niet meer op een nette manier te kunnen jagen op soorten op de landelijke vrijstellingslijst? Wat vindt u hiervan? Hoe valt het besluit te rijmen met de regels waaraan jagers willen en moeten voldoen, zoals bijvoorbeeld de weidelijkheidsregels?

4 Realiseert u zich ook wat voor een gevolgen dit besluit heeft voor de landbouw? Erkent u dat het niet bejagen van soorten op landelijke vrijstellingen kan leiden tot grote schade aan bijvoorbeeld gewassen?

5 Kunt u een schatting maken van de financiële gevolgen van dit besluit? Kunt u in kaart brengen wie er (financieel) voor zullen opdraaien als een kraai, een kauw of een vos grote schade heeft aangericht op bijvoorbeeld een perceel met fruitbomen? Bij wie komt de rekening van de schade te liggen?

Antwoorden 3, 4 en 5

Ik verwacht dat de gevolgen beperkt zijn, gezien het feit dat de Regeling natuurbescherming op dit punt op korte termijn zal worden gewijzigd en dat er ontheffing voor het gebruik van deze middelen kan worden aangevraagd.  6 Dit besluit heeft toch ook gevolgen voor de predatie op bedreigde diersoorten, zoals de weidevogel en de korenwolf? Is dit wenselijk? Kunt u hierop een reactie geven?  Antwoord Er zijn geen gevolgen ten aanzien van de vos, aangezien de in het antwoord op vraag 2 beschreven beperking van de bij de vrijstelling te gebruiken methoden enkel gelden ten aanzien van de bestrijding van vogels. 7 Bent u bereid dit besluit terug te draaien? Zo nee, waarom niet?

Antwoord Ik verwijs naar mijn antwoord op vraag 2.

(w.g.)

Martijn van Dam Staatssecretaris van Economische Zaken

Print Friendly, PDF & Email
Geplaatst in Faunabeheer, Nieuws en actualiteiten, Schadebestrijding, Wet Natuurbescherming Alg. en getagd met , , .