Brief Stichting Wise Use aan Tweede Kamer inzake de voorgestelde Wet natuurbescherming 1 mei 2015

 Jagen in nederland kopjeGeachte Kamerleden,

Hierbij vraag ik namens Stichting Wise Use uw aandacht voor het volgende. Stichting Wise Use zet zich in voor het behoud van de jacht in Nederland. De toekomst van de jacht in Nederland wordt thans ten onrechte in gevaar gebracht, door het aanhangige wetsvoorstel Regels ter bescherming van de natuur (“Wet natuurbescherming“).

Hierna wordt allereerst toegelicht hoe de voorgestelde Wet natuurbescherming de benuttingsjacht beperkt en wat de wetgever daarmee beoogt te bereiken (paragraaf 1). Het zal blijken dat de benuttingsjacht feitelijk wordt afgeschaft zonder dat daar enig doel mee is gediend.

Vervolgens wordt uiteengezet hoe de benuttingsjacht de wildstand, en – meer algemeen – de biodiversiteit ten goede komt (paragraaf 2).
Daarna wordt aangetoond dat het morele oordeel dat de benuttingsjacht niet toegestaan zou mogen worden niet gedeeld wordt door de meerderheid van de Nederlandse bevolking (paragraaf 3). Ten slotte wordt vastgesteld dat de afschaffing van de benuttingsjacht in strijd is met verdragsrechtelijke rechten van grondeigenaren en (andere) houders van jachtrechten (paragraaf 4).

1. INLEIDING: VOORSTEL WET NATUURBESCHERMING EN DE BENUTTINGSJACHT
(1) Op 20 augustus 2012 is de Wet natuurbescherming aan de Tweede Kamer aangeboden. De Wet natuurbescherming strekt niet alleen tot vereenvoudiging van de bestaande natuurwetgeving. Met deze wet is ook beoogd om de jacht aan banden te leggen en wel op forse wijze. Kort en goed zal jagen, indien de Wet Natuurbescherming aangenomen wordt door de Tweede en Eerste Kamer, alleen nog toegestaan zijn na door de provinciale overheid verkregen toestemming, wanneer dat noodzakelijk is om de wildstand te beheren of om schade door dieren te bestrijden.1

(2) Hiermee wordt de benuttingsjacht zoals op dit moment geregeld en toegestaan in de Flora- en Faunawet (“Ffw“) afgeschaft. Op grond van de Ffw mag met inachtneming van een aantal wettelijk bepalingen thans vrij gejaagd worden op de volgende diersoorten: haas (Lepus europaeus), fazant (Phasianus colchicus), wilde eend (Anas platyrhynchos), konijn (Oryctolagus cuniculus) en houtduif (Columba palumbus).

Het recht om te jagen op deze soorten (“jachtrecht“) komt op basis van de Ffw in beginsel toe aan de eigenaar van het land, die dit recht overigens kan verpachten. Hij mag (laten) jagen op zijn grond zolang de wildstand redelijk blijft. Deze benuttingsjacht vloeit voort uit het eigendomsrecht van de eigenaar van het land waarop gejaagd wordt. Gepachte jachtrechten worden daarmee ook via het eigendomsrecht beschermd.

(3) Onder de Wet natuurbescherming zou jacht echter alleen nog maar plaats kunnen vinden krachtens en conform een per provincie jaarlijks vast te stellen faunabeheerplan. Naar moet worden aangenomen zullen deze faunabeheerplannen worden vastgesteld met inachtneming van de bedoeling van de wetgever. Er zal voor benuttingsjacht geen plaats meer zijn, tenzij kan worden aangetoond dat dit noodzakelijk is in verband met het beheer van de wildstand of ter bestrijding van schade. Aldus wordt de benuttingsjacht feitelijk afgeschaft. Dit komt neer op een verkapte en tevens niet onderbouwde afschaffing van de benuttingsjacht, waartegen de Raad van State heeft geadviseerd2, en het gieten van de benuttingsjacht in een beheerregime. Dit beheerregime laat alleen ruimte voor het jagen op de vijf hiervoor genoemde diersoorten als er teveel dieren zijn en niet – zoals thans het geval is – zolang de wildstand redelijk is.3

(4) Met deze voorgenomen (de facto) afschaffing van de benuttingsjacht worden twee doelen nagestreefd: (i) een betere wildstand4 en (ii) het volgen van de (vermeende) maatschappelijke opvatting die erop neerkomt dat jacht als enkel een vorm van recreatie – de juistheid van deze typering daargelaten – niet aanvaardbaar zou worden geacht.5 De benuttingsjacht komt echter zoals hierna zal blijken de wildstand ten goede. Bovendien is de opvatting dat de benuttingsjacht afgeschaft zou moeten worden niet de heersende in het maatschappelijke discours. Integendeel. Om deze redenen zou dan ook afgezien moeten worden van de voorgenomen wetswijziging waar het gaat om de jacht. Een en ander kan als volgt nader worden toegelicht.

2. DE VERHOUDING TUSSEN DE BENUTTINGSJACHT EN DE WILDSTAND: BEPERKING BENUTTINGSJACHT IS NIET NOODZAKELIJK

(5) De houders van het jachtrecht (grondeigenaren, jagers) beheren de wildstand en hun jachtveld op dit moment goed. Zij leveren veel inspanningen, in samenwerking met onder meer lokale overheden, om te bewerkstelligen dat de wildstand goed blijft. In dat verband wordt door veel jagers, in nationale en internationale context, gesproken van het principe van Wise Use. Als gevolg van de collectieve inzet van de jagers is er tot de dag van vandaag geen gevaar voor de diersoorten waarop de jacht is geopend.

(6) Hierdoor is ook te verklaren dat de Raad van State heeft aangegeven dat er geen rechtvaardiging is voor de afschaffing van de benuttingsjacht door het schrappen van de lijst van diersoorten waarop vrij gejaagd wordt.6 Er is geen aanleiding tot het introduceren van faunabeheerplannen en het scheppen van aanvullende voorwaarden in de context van de benuttingsjacht, met alle vergaande consequenties van dien.

(7) In de huidige Ffw is tevens een aantal verplichtingen opgenomen op basis waarvan de houder van het jachtrecht zorg dient te dragen voor de wildstand in zijn jachtveld. Nergens is gesteld of gebleken dat deze verplichtingen – die overigens ook opgenomen zijn in de beoogde Wet natuurbescherming – op dit moment onvoldoende nageleefd worden. Dit bevestigt dat het afschaffen van de benuttingsjacht niet nodig is voor een beter beheer van de wildstand.

(8) Ten slotte blijkt nergens uit dat de benuttingsjacht een negatief effect heeft op de wildstand. Integendeel, uit vele, meest internationale maar ook nationale, onderzoeken blijkt dat jacht een positief effect heeft op zowel de wildstand als de biodiversiteit. Zo heeft de Europese Commissie geconcludeerd:

“Enkele van de belangrijkste gebieden van wilde flora en fauna in Europa hebben de druk van ontwikkeling en vernietiging weerstaan dankzij de belangen van wildbeheer. Zo beschikt het Verenigd Koninkrijk over de grootste heidegebieden van heel Europa hoofdzakelijk door de waarde die het toekent aan de jacht op korhoenders, die een sterke basis vormde ter voorkoming van het verlies van deze habitat aan commerciële bebossing en andere dreigingen.

In Spanje hebben de resterende populaties van de Spaanse Keizerarend Aquila adalberti grotendeels overleefd in grote privé- wildgebieden, waar de jacht voorheen bijna uitsluitend gericht was op groot wild. In Frankrijk zijn de in het wild levende populaties van de Patrijs Perdix perdix hoog in bepaalde regio’s met intensieve landbouw (bijv. Beauce, Picardië) als gevolg van beheersactiviteiten, in het bijzonder doordat duizenden hectares ‘gereserveerde flora en fauna’ zijn ingesteld met financiële steun van jagers.

Daarom kan de jacht de bescherming via verstandig gebruik ondersteunen.7

(9) Kortom, de jacht komt de wildstand en de biodiversiteit ten goede. Er is geen reden om de benuttingsjacht af te schaffen door te eisen dat alleen gejaagd wordt indien er te veel wild is of anderszins schade dreigt. De regering legt aan het wetsvoorstel geen onderzoek ten grondslag dat de andere kant op wijst. Dat bevestigt de genoemde kritiek van de Raad van State dat er een oplossing wordt gezocht voor een niet bestaand probleem.
En het is nog sterker: de beoogde nieuwe regeling leidt zelfs tot een verslechtering van de wildstand en de biodiversiteit, aangezien de houders van het jachtrecht hun belang om te zorgen voor een redelijke wildstand verliezen. Duurzaam wildbeheer en biodiversiteit zijn gebaat bij het behoud van de benuttingsjacht.

(10) Daarnaast kan worden gewezen op de forse toename aan administratieve, bestuurlijke en maatschappelijke lasten waarmee de nieuwe wet gepaard zou gaan. Dit vormt een aanvullend argument om af te zien van de beoogde wetswijziging.8

3. DE BENUTTINGSJACHT EN MAATSCHAPPELIJKE OPVATTINGEN DAAROVER: DEZE MAKEN EVENMIN EEN BEPERKING VAN DE BENUTTINGSJACHT NOODZAKELIJK

(11) De afschaffing van de benuttingsjacht lijkt dus voornamelijk te zijn ingegeven door de gedachte dat jagen alleen toegestaan behoort te zijn indien schade voor lijf en goed dreigt (schadebestrijding) of als overpopulatie zich voordoet (beheer). Volgens die opvatting is de benuttingsjacht, met behoud van een redelijke wildstand, moreel onjuist omdat deze alleen voor het “plezier” zou worden beoefend. Voorop gesteld dient te worden dat iedere jager in Nederland een jachtopleiding heeft gevolgd, begaan is met de natuur en het wild en voorts zorgt voor het behoud van tenminste een redelijke wildstand.

(12) Die gedachte – dat jacht alleen wordt beoefend voor het “plezier” – is voorts feitelijk onjuist. De benuttingsjacht dient uitlopende doeleinden, waaronder (i) de eigen consumptie van jagers die, mede vanuit ecologische overwegingen, op hun eigen voedsel jagen of (ii) het voorzien van (biologische) restaurants en andere afnemers zoals poeliers van voldoende wild uit de eigen regio. Beide groepen kunnen en willen niet afhankelijk worden van het beperkte aanbod van wild verkregen in het kader van schadebestrijding of beheer. Recentelijk is daarom, bijvoorbeeld, namens een honderdtal bekende restaurants, door Euro-Toques Nederland de noodklok geluid, omdat de afschaffing van de benuttingsjacht zal leiden tot de noodzaak om meer wild uit het buitenland te importeren, daar waar deze restaurants – net als hun gasten – graag lokale producten op de kaart zien. (bijlage 1).

(13) Bovendien is de hiervoor genoemde negatieve opvatting over de benuttingsjacht maatschappelijk niet breed gedragen. Om die reden heeft de Raad van State in zijn advies d.d. 15 juli 2013 gesteld: “Het is bekend dat in de maatschappij uiteenlopende opvattingen bestaan over de benuttingsjacht.”9

(14) Uit zeer recent, in opdracht van de Koninklijke Jagers Vereniging uitgevoerd onderzoek blijkt ten slotte dat een meerderheid van de Nederlandse bevolking van mening is dat de benuttingsjacht niet door de wetgever verboden mag worden, zoals nu wordt beoogd (bijlage 2).10 Een ruime meerderheid van de Nederlandse bevolking, namelijk 66%, vindt dat wild duurzaam benut mag worden en is het dus niet eens met het uitgangspunt dat jagen alleen plaats mag vinden wanneer dat noodzakelijk is om de wildstand te beheren of om schade te bestrijden. De populariteit van de benuttingsjacht neemt sinds een aantal jaren zelfs steeds verder toe (bijlage 3).11

(15) Het is een minderheid die zich, vaak op basis van een feitelijk onjuist beeld van wat jacht zou zijn, verzet tegen de jacht. Ook de maatschappelijke opvattingen pleiten daarmee tegen het wetsvoorstel. Daar komen de navolgende juridische bezwaren bij.

4. BEPERKING VAN HET JACHTRECHT IS ONRECHTMATIG

(16) Het jachtrecht, zoals thans neergelegd in de Ffw, kwalificeert als eigendom in de zin van artikel 1 van het Eerste Protocol van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (“EP EVRM“).12 De (de facto) afschaffing van het recht om te jagen, en daarmee dus ook de jacht zelf, moet derhalve voldoen aan de vereisten van artikel 1 EP EVRM. Dat is echter niet het geval.

(17) Om te beginnen dient namelijk sprake te zijn van een werkelijk probleem dat met de beperking van het jachtrecht opgelost zou moeten worden. In dit verband wordt gesproken van het legitieme doel van de maatregel. Als er daarvan geen sprake is kan het eigendomsrecht niet rechtmatig worden beperkt. Uit het voorgaande is gebleken dat een dergelijk probleem niet bestaat. Kennelijk is het enige echte doel van de maatregel het tegemoet komen aan groepen en partijen die, vanuit ideologische motieven, vinden dat jacht verwerpelijk is.

(18) Maar aangezien uiteenlopende (maatschappelijke) opvattingen bestaan over de jacht en de meerderheid van de Nederlandse bevolking blijkens onderzoek niet voor de afschaffing van de benuttingsjacht is, valt – zoals ook de Raad van State heeft aangegeven – niet in te zien waarom de wetgever eenzijdig zou moeten kiezen voor de opvatting dat jacht verboden moet worden. Er is aldus al geen sprake van een legitiem doel zodat reeds daarom afgezien moet worden van de beoogde maatregel.

(19) Artikel 1 EP EVRM vereist tevens dat het gekozen middel noodzakelijk is ter bereiking van een bepaald doel (dat wil zeggen dat er geen andere, minder belastende, manier is om het doel te bereiken), en dat de eigenaren van het jachtrecht niet onevenredig worden getroffen. De wetgever kan niet toelichten waarom de wetswijziging – die zal leiden tot de feitelijke afschaffing van de benuttingsjacht – noodzakelijk is, terwijl alle onderzoeken er juist op wijzen dat daarmee de beoogde doelen niet bereikt zullen worden. Tegelijkertijd staat vast dat eigenaren van het jachtrecht grote schade zullen lijden.

(20) Hierbij zij gedacht aan de (als gevolg van de beoogde wetswijziging verloren) financiële waarde die het jachtrecht vertegenwoordigt, de (lagere) waarde van de grond waarop het jachtrecht rust, lopende jachthuurovereenkomsten die niet meer nagekomen kunnen worden en het niet meer mogelijk zijn om lokaal bemachtigd wild te verkopen aan restaurants, supermarkten en andere (biologische) voedselketens.
Daarnaast is van belang dat de jacht cultureel erfgoed is dat verloren dreigt te gaan. Nederland kent circa 30.000 jagers. Niet alleen voor deze 30.000 Nederlanders, maar voor veel meer mensen, zeker in het buitengebied, vormt jacht een onlosmakelijk deel van hun leven. Dat dreigt hen te worden afgenomen.
Er bestaat geen reden om eigenaren van het jachtrecht met deze schadeposten en alle extra kosten en administratieve lasten als gevolg van de beoogde wetswijziging te confronteren. Zij worden daardoor onevenredig getroffen hetgeen ook strijd met artikel 1 EP EVRM oplevert. De slotsom is dat de Wet natuurbescherming in de huidige vorm een toets aan artikel 1 EP EVRM niet zal doorstaan.

5. CONCLUSIE

(21) Wise Use verzoekt u gelet op het voorgaande om af te zien van de afschaffing van de benuttingsjacht en in de Wet natuurbescherming niet af te wijken van de wijze waarop de jacht thans is geregeld in de Ffw. Dat uitgangspunt is ook eenvoudig vast te leggen in de beoogde nieuwe Natuurbeschermingswet.

Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend,

Namens Stichting Wise Use,
Matthijs van Hasselt

p/a Sandenburgerlaan 2
3947 CS Langbroek
http://wiseuse.org
KvK: 59704896
Bijlagen:
1. Bijlage 1 Brief aan fractievoorzitters inzake wetsvoorstel
2. Bijlage 2 Resultaten onderzoek onder de Nederlandse bevolking_2015
3. Bijlage 3 Jagen mag weer, artikel Telegraaf

Noten:
1. “Jagen mag alleen om de wildstand te beheren en om schade door dieren te bestrijden.”, http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/natuur-en-biodiversiteit/wetgeving-voor-natuurbescherming-in-nederland
2. Advies RvS 15 juli 2013, par. 4.3.1 en 4.3.2.
3. Kamerstukken II, vergaderjaar 2013-2014, 33 348, nr.5, 40: “Ingeval er sprake is van een bovenmatige wildstand van bejaagbare soorten, is ook jacht mogelijk om een redelijke wildstand te bereiken.”
4. Kamerstukken II, vergaderjaar 2011-2012, 33 348, nr.3, p.171-172.
5. Kamerstukken II, vergaderjaar 2011-2012, 33 348, nr.3, p.170.
6. Advies RvS 15 juli 2013, par. 4.3.2: “Vooraf merkt de Afdeling op dat de Initiatiefnota niet duidelijk maakt voor welk probleem de voorgestelde afschaffing van de wildlijst [toevoeging Wise Use: de benuttingsjacht] een noodzakelijke oplossing zou zijn.”
7. Gidsdocument voor de jacht in het kader van Richtlijn 79/409/EEC van de Raad inzake het behoud van de vogelstand (februari 2008), p.24-25.
8. Zie het rapport ‘Regeldrukeffecten Wetsvoorstel Natuurbescherming’ van SIRA Consulting BV, p. 42 e.v.
9. Zie noot 6.
10. Onderzoek naar de opinies en percepties van de Nederlandse bevolking met betrekking tot de benutting van wild, in de vorm van jacht, beheer en schadebestrijding, maart 2015, p. 47
11. “Jagen mag weer”, artikel d.d. 29 april 2015 (Telegraaf).
12. Zie ook advies van Raad van State d.d. 15 juli 2013: “In dit verband is van belang dat het recht op het genot van de jacht kan worden beschouwd als een “eigendom” in de zin van artikel 1 Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM).

Print Friendly, PDF & Email

Reageren is niet mogelijk