Ethiek en de Onzin van de intrinsiek waarde.

image_pdfimage_print

hert met gebroken potenAls een damhert door een auto wordt aangereden en hierbij al zijn poten gebroken worden, maken we het dier zo snel mogelijk af om het uit zijn ‘lijden te verlossen’. Dit noemen we ethisch handelen.

Gebeurt dit bij een mens, dan proberen we hem met alle mogelijke middelen in leven te houden, met of zonder benen. Dit noemen we ook ethisch handelen.

Twee bijna identieke situaties, met tegengestelde ‘ethische’ handelswijze.

Dit maaktinzichtelijk, dat ethiek geen verschijnsel is, dat ergens in de sterren geschreven staat, maar door onszelf gedefiniëerd wordt. Wat we ethisch noemen is een keuze!

Vanuit de natuur gezien bestaat er namelijk geen ethiek. Vormen van ethiek, zoals ‘Gij zult niet doden’ worden in heilige boeken gevonden, maar de natuur vertelt ons er weinig over. De enige grondregel, die ik in de natuur kan vinden, is ‘eigen soort eerst’ en dat is precies wat we hier NIET bedoelen met ethiek.

Om ons tegen onszelf te beschermen, hebben we regels bedacht, later uitgegroeid tot mensenrechten. Zo hebben we besloten elkaar niet meer constant de koppen in te slaan. Althans niet binnen onze familie, of stam, of later binnen de streek, of een land, of de hele wereld. Een heel handig besluit na de uitvinding van messen, speer, pijl en boog, mitrailleurs, etcetera.

Wanneer mag je iets nu ethisch noemen? In ieder geval nog niet wanneer een willekeurig iemand iets vindt – hij mag dat wel voor zichzelf vinden en kan proberen de gemeenschap met argumenten van zijn standpunt te overtuigen. Wanneer echter de overgrote meerderheid van de mensen (binnen een bepaalde cultuur) iets juist vindt, kunnen we dat ethisch verantwoord noemen. Zie de twee aan het begin genoemde voorbeelden.

Ethiek t.o.v. dieren

Bij het voortschrijden der ‘beschaving’ en bij het ontluikende inzicht, dat we zelf niet zo heel veel van dieren verschillen, begonnen we ook vraagtekens te zetten bij ons gedrag t.o.v. dieren. En zelfs hebben we dienaangaande wetten aangenomen. Maar hierbij stuiten we toch op een paar discrepanties. Ten eerste leven we grotendeels van dieren en voeren een meedogenloze concurrentiestrijd met dieren. Ook kunnen we ons moeilijk druk maken om al dat ‘leed’ dat dieren elkaar in de wildernis aandoen. Anderzijds, om een gewond hert binnen ons gezichtveld te laten creperen, dat doen we niet. Echter, we gaan het ook niet revalideren, dat gaat ons te ver, maar we ‘verlossen het uit zijn lijden’, wat we dan bij mensen weer onethisch zouden vinden.

Verder maken we wettelijk onderscheid tussen gehouden dieren en in het wild levenden dieren. Voor de gehouden dieren zijn we wettelijk verantwoordelijk. Voor de wilde dieren niet. Hebben we een hertenkamp, dan spreken we van gehouden dieren. Maar wacht even, hoe groot kan dat kamp zijn? Een kamp van 60.000 hectare willen we toch wel graag vrije natuur noemoostvaardersplassen 2en. Om het verhaal kort te houden, de wetgever heeft de grens op 5.000 ha gesteld, waaronder de houder verplicht is voor het welbevinden van de dieren te zorgen. Het zal duidelijk zijn, dat dit getal een willekeurige keuze is, die demonstreert, dat het vraagstuk niet principieel oplosbaar is, want wat boven de 5000 ha ethisch verantwoord is, is plotseling onethisch bij 4999 ha. (hoewel SBB dat anders ziet in de OVP).

Voorzichtig dus met het woord ethiek, wanneer we het over dieren hebben.

Mijn stelling is, dat het woord ethiek op zich niet als argument gebruikt kan worden in discussies over onze omgang met dieren, maar dat er moet worden aangegeven welke algemeen aanvaarde waarden in het geding zijn. Onnodig of buitenproportioneel dierenleed is er zo een, zelfs al kunnen wij mensen weinig over dierenleed weten.

Een algemeen aanvaarde waarde echter is niet hetzelfde als een door luidruchtige actiegroepen opgedrongen waarde.

Een voorbeeld.

In januari 2013 werd een wet aangenomen, die het houden en doden van pelsdieren verbiedt. Einde dus van de nertsenfokkerij. Persoonlijk zal ik de fokkerijen niet missen, maar wat ik wel kwalijk vind, is de argumentatie. De politiek kwam niet verder dan een verbod om reden van ethiek. Alle andere aangevoerde argumenten, zoals dierenmishandeling, haalden het niet, waren niet gegrond. Het ethisch argument kon dus niet onderbouwd worden. Hier werd het begrip ethiek dus misbruikt om de wens van een kleine actiegroep er politiek doorheen te drukken. Dat we het wel ethisch verantwoord vinden scjagende voshoenen te maken van koeienvel, wordt afgedaan met het vleugellamme argument, dat we die koeien toch al ethisch verantwoord dood maken om ze op te kunnen eten.

Wat nu met dat miljoen of meer vossen, dat in Europa jaarlijks gedood wordt (500.000 in Duitsland alleen)? Bijna al die huiden worden vernietigd. Prachtige huiden, vooral in de winter. Maar een kleine groep heeft besloten dat we dat niet meer mooi mogen vinden en het on-ethisch verklaard er een bruikbaar kledingstuk van te maken. Dan maar ethisch verantwoord de grond in.

In het verlengde van het denken over ethiek duikt er laatste tijd het woord ‘intrinsieke waarde’ op. Dit woord komt uit de christelijke filosofie en werd eeuwen geleden gebruikt om het armzalige menselijke individu enige goddelijke waarde toe te kennen. Nu wordt dit ook op dieren toegepast. Dit mag, maar betekent niet veel meer dan ‘een dier is op zich ook wat waard’. Het voegt dus niets toe aan wat we al vonden. Maar het is een magisch toverwoord geworden. En magische toverwoorden kunnen goed misbruikt worden, zoals al gebeurd bij de wet op het verbopaardspringend van circusdieren. Deze wet is gestoeld op deze betekenisloze intrinsieke waarde. Overigens zeer selectief toegepast: geldt niet voor sportpaarden, want die zijn gedomesticeerd!

In het ontwerp voor de nieuwe natuurwet komt het woord ook voor. Erger nog, ook de integriteit (!) van de zwerfkatten wordt in overweging genomen. Integriteit betekent onaanraakbaarheid – ook zoiets wat we onszelf toegekend hebben. Hoe zit het met dat zadel op dat paard? En hoe zit het met de intrinsieke waarde van de gevleugelde slachtoffers van de struinende kat?

Deze onzin moet uit de wet, want ten eerste is het een uiterst vaag begrip en in een wet behoren geen vaagheden te staan, ten tweede voegt het niets toe, maar vooral kan het, zoals hierboven aangetoond, misbruikt worden om wensen door te drukken, die niet met rationele argumenten te onderbouwen zijn.

Paul Bouwmeester

Mei 2015

www.jachtargumenten.nl

 

Reageren is niet mogelijk