Brandgans

Algemeen

De Brandgans is een opvallende gans met een zwarte hals en borst en daarmee contrasterende witte wangen. In Nederland was de soort aanvankelijk alleen in de winter aanwezig, maar sinds 1984 is ook sprake van een broedpopulatie, die sindsdien sterk is toegenomen. De broedpopulatie is echter nog altijd klein vergeleken met de in Nederland overwinterende aantallen. Van de Russische en Baltische broedvogels arriveert vanaf oktober een zeer groot deel in Nederland. Ze overwinteren relatief lang in Nederland en vertrekken pas in april en mei weer naar de broedgebieden. In januari zijn de maximale aantallen aanwezig. De Brandgans is van oorsprong een broedvogel van Arctische gebieden op Groenland, Spitsbergen en Noord-Rusland.

Na een sterke populatiegroei in de jaren 80 van de vorige eeuw breidde het broedareaal zich uit naar het Oostzeegebied.

Kenmerken

brandganzenHet is een sterke vogelsoort die weinig of geen last ondervindt van vriesweer. Met geelachtige witte kop, waarvan de achterzijde zwart is, met een zwarte nek en bovenborst. Als deze gans tijdens de winter aan de Nederlandse kust opduikt, worden ze al vlug verraden door het wit van hun wangen dat fel afsteekt op het zwart van de kop en hals.

  • Gedrag: Foerageert in grote groepen waarbij de vogels vaak naar elkaar roepen
  • Verenkleed: Zwarte hals en borst en grotendeels witte kop. Bovendelen grijs met zwart-witte streping en onderdelen zilverwit.
  • Formaat/ lengte: 58 – 70 cm.
  • Snavel: Fijne snavel
  • Poten: kleur zwart

Voorkomen

Hun verspreidingsgebied is het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan, van de oostkust van Groenland tot Spitsbergen en het zuiden van Nova Zembla. In de zomer broeden de vogels rond de poolcirkel, waar ze door de extreem lange daglengte bijna 24 uur per dag zicht hebben en zo in staat zijn hun eieren en kuikens te beschermen. Belangrijke predatoren, zoals poolvossen, hebben zo aanzienlijk minder kans om de brandganzen te bedreigen. Het wintergebied bevindt zich vooral aan de kusten van Ierland, de westkust van Schotland en de Noordzeekust van Duitsland en Nederland. Tijdens zeer strenge winters dalen ze af tot België en Frankrijk. Over het algemeen volgen deze dieren de zogenaamde vorstlijn en trekken ze met dit vorstgebied mee. Hiermee weten ze een aantal van hun natuurlijke vijanden te ontlopen.

De laatste jaren blijven grote groepen brandganzen in Nederland en zijn dus het hele jaar door op Nederlandse graslanden te vinden.

Voedsel

Brandganzen zijn planteneters en foerageren op diverse grassen, ook wel op blad, stengels of wortels van biezen of russen en andere kruidachtige planten. Hun lichaamsbouw en verteringssysteem zijn sterk aangepast aan eiwitrijke en goed verteerbare vegetatie. Op grasland, kwelders en schorren heeft de Brandgans voorkeur voor percelen die al kortgegraasd zijn door bijvoorbeeld vee. Ze houden vooral van door schapen beweide percelen, omdat dat resulteert in een zeer korte en eiwitrijke grasmat. Ook eten ze naast gras en zeegras ook veel zaden en dit is zeer ongewoon bij ganzen. Het zoeken naar voedsel vindt doorgaans plaats bij daglicht en ze begeven zich bij de dageraad en tegen het vallen van de avond naar veilige gelegen rustplaatsen, bij vollemaanlicht kunnen ze het voedselzoeken de hele nacht voortzetten. Tijdens de poolzomer, wanneer het helemaal niet meer donker wordt, eten ze ook de hele dag door, om zich vet te mesten voor de trek naar het zuiden in de winter. De brandgans eet voornamelijk eiwitrijke jonge scheuten gras, die tamelijk kort worden afgegraasd. Het eiwit wordt verteerd, en het groene gras zelf wordt via de ontlasting weer uitgescheiden.

De Brandgans benut vooral in najaar en voorjaar ook andere andere kwelderbegroeiingen. In agrarisch gebied foerageert de soort overwegend op intensief agrarisch cultuurgrasland, in oktober-november ook in toenemende mate op oogstafval van vooral suikerbieten. In de winter foerageert de Brandgans plaatselijk ook op ingezaaid wintergraan; in het late voorjaar eveneens incidenteel op winter- en zomergraanpercelen.

Door optreden in grote groepen is de Brandgans gevoelig voor verstoring. Belangrijkste verstoringbronnen zijn vooral landbouwwerkzaamheden, jacht, recreatie en laag vliegverkeer van vliegtuigen en helikopters. In vergelijking met andere ganzensoorten houdt de soort gemiddeld grotere afstanden aan tot windmolens (350-600 m), wegen (100-150 m) en gebouwen (100-200 m). Alle afstanden zijn afhankelijk van andere omstandigheden ter plaatse. De Brandgans wordt snel opgeschrikt door roofvogels, reigers en hazen. De soort is gevoelig voor eventuele barrières zoals windmolenparken en hoogspanningsleidingen bij pendelbewegingen tussen voedselterrein en slaapplaats.

Nest

brandgans-nestDe nesten worden minstens een meter van elkaar af gebouwd. Een legsel bestaat uit drie tot zeven eieren van grijsachtig-witte kleur welke gedurende 24 à 25 dagen bebroed wordt. Opvoeding Na het uitvliegen der jongen vormen ze groepen van meerdere families. Gevangenschap De Brandgans is een veel gehouden sierwatervogel. Zij wordt beschermd door de Flora- en faunawet en mag dus enkel worden gehouden indien ze is gekweekt. In gevangenschap moeten ze kunnen beschikken over zwemwater en een grasveld daar ze in hoofdzaak veel gras eten. Het menu in gevangenschap bestaat verder voornamelijk uit speciaal watervogelvoer.

Aantal ontwikkeling

In het seizoen 2005 – 2006 bedroeg het seizoensmaximum aan Overwinterende Brandganzen in Nederland bijna 504.000 vogels (januari), en in 2007-2008 506.000 (januari). Er is sprake van een significante jaarlijkse stijging van meer dan 5%. Het noordelijk deltagebied is een belangrijk overwinteringsgebied, en kent nog steeds toenemende aantallen vogels die daar overwinteren (zieAfbeelding 24-1). Er is op basis van een tienjarige trend nog steeds sprake van een significante toename van overwinterende Brandganzen in Nederland (zie Afbeelding 24-2). De overwinterende Brandgans is in Nederland sterk geconcentreerd in Friesland en vanaf november tevens in het noordelijk deltagebied.

Broedvogels niet broedvogels
soortkaart-brandgans-broedvogel-Sovon soortkaart-brandgans-niet-broedvogel-Sovon
 Afbeelding: Overwinterende Brandganzen in Nederland (Bron:www.synbiosys.alterra.nl )
2005 Deze gegevens zijn afkomstig van het zomerganzen project (2005). Weergegeven is het aantal broedparen per locatie. Project informatie
2001-2006 Deze gegevens zijn afkomstig van het watervogelmeetnet. Weergegeven is het gemiddeld aantal vogels per hoofdgebied.Project informatie
broedvogels, Nederland: 6.000 paar
Doortrekker en wintervogel in zeer groot aantal
Nederland Deze gegevens zijn afkomstig van landelijke tellingen van kolonievogels en zeldzame broedvogels, het Landelijk Soortonderzoek Broedvogels. Weergegeven is de jaarlijkse populatie-index, gebaseerd op de gehele Nederlandse populatie of aantallen in de belangrijkste broedgebieden. Project informatie
Nederland Deze gegevens zijn afkomstig van het watervogelmeetnet. Voor elk seizoen is het gemiddeld aantal vogels per maand en het betrouwbaarheidsinterval weergegeven. Seizoenen lopen van juli tot en met juni.Project informatie
vanaf 1990: significante toename van >5% per jaar (++, minimaal verdubbeling in 15 jaar)
laatste 10 jaren: significante toename van >5% per jaar (++, minimaal verdubbeling in 15 jaar)
vanaf 1980: significante toename van >5% per jaar (++, minimaal verdubbeling in 15 jaar)
laatste 10 seizoenen: significante toename van >5% per jaar (++, minimaal verdubbeling in 15 jaar)

soorttrend-brandgans

Afbeelding 24-2: Landelijke Index Overwinterende Brandganzen (Bron: SOVON)

Brandganzen broeden sinds 1982 in Nederland en buurlanden (Van der Jeugd et al. 2005). Van een aantal Nederlandse populaties is bekend dat de oorsprong moet worden gezocht in het ontsnappen van vogels uit collecties (Lensink 1996 a,b). Hieruit kan niet worden geconcludeerd dat de populatie zich uitsluitend heeft gevestigd door toedoen van de mens. Ringonderzoek heeft uitgewezen dat in Rusland en Zweden geboren wilde vogels zich in Nederland kunnen vestigen, in 2005 bestond de landelijke zomerpopulatie uit 25.000 individuen die met 37% per jaar groeit (Van der Jeugd et al. 2006).

Brandganzen broeden in Nederland op een aantal vreemde plaatsen, waaronder nauwelijks begroeide weilanden. Hierin bevindt het nest zich dus zeer geëxposeerd. Brandganzen broeden ook wel in moerasbossen en rietkragen. De soort broedt zo mogelijk groepsgewijs. Gemiddeld worden 4 – 5 (2 – 9) eieren gelegd; de incubatietijd bedraagt 24 – 25 dagen. De Brandgans is reproductief op 3 jarige, maar in enkele gevallen ook al op 2 jarige leeftijd. Brandganzen foerageren zowel op land als in moerasgebieden. De Brandgans was van oudsher (tot 1984) geen inheemse broedvogel, maar geniet als inheemse beschermde soort wel bescherming onder de Flora- en Faunawet. In dit kader dient opgemerkt te worden dat het broedareaal van de Brandgans autonoom in zuidelijke richting lijkt te verschuiven. De oorzaak van die uitbreiding is onduidelijk maar wordt in eerste instantie gezocht in veranderend, en voor de Brandgans dus gunstiger, landgebruik door de mens, en de toename van het aantal zeearenden in en rond de Baltische staten en Noord-Duitsland, waardoor de predatiedruk aldaar toenam.

Voorkomen in NederlandDe Nederlandse Brandganzen broedpopulatie vertoont een zeer snelle toename en is de snelst toenemende ganzenpopulatie ter wereld (Overzomerende ganzen: Grenzen aan de groei? / SOVON, 2006), en heeft met name zijn zwaartepunt verdeeld over een tweetal gebieden: het gebied ten noorden van Amsterdam en het Deltagebied

Verspreiding van broedende Brandganzen in Nederland 2001-2005 (Bron: Van der Jeugd et al. 2006).

Seizoensmaxima Brandganzen in Nederland (Bron: Sovon)

Voorkomen en Trend in Limburg.

De Brandgans is in de provincie Limburg een broedvogel én wintergast. De kernpopulaties liggen in Noord Limburg langs de Maas en in het Midden-Limburgse Maasplassengebied voor zowel de zomerganzen als de winterganzen. Een groot deel van deze ganzen is jaarrond aanwezig Zie Afbeelding 24-6 & Afbeelding 24-7 voor overzichtskaarten.

De trend van de ontwikkeling van de Winterpopulatie Brandganzen in Limburg is te zien in Tabel .

Trend Brandgans in Limburg (2003 = 100%)
2003-2004 2004-2005 2005-2006 2006-2007 2007-2008
100 146 165 153 364

Tabel: Trend Winterpopulatie Brandganzen in Limburg (Bron: Sovon)

Tijdens de Voorjaarstelling in April (op één dag vlakdekkend in geheel Limburg geteld) uitgevoerd door de KNJV/LLTB in 2006-2008 en de Voorjaarstellingen van de FBE Limburg zijn de onderstaande Tabel 24-2 vermelde aantallen vogels geteld. Tijdens de Voorjaarstelling wordt in 1 weekend over geheel Limburg geteld hoeveel dieren waar aanwezig zijn. Voor deze telling is relevant dat de brandganspopulatie ter hoogte van Bergen ook aan de Brabantse zijde van de Maas kan foerageren; hetzelfde geldt voor de populatie nabij Stevensweert die zeer frequent aan de Belgische zijde van de Maas graast. Deze grensoverschrijdende vliegbewegingen, die inhouden dat de kernpopulaties dus gemist kunnen worden tijdens de Voorjaarstelling, veroorzakensprongen in de trend .

Getelde aantallen Brandganzen in de FBE Voorjaarstellingen 2009 & 2010 (Bron: FBE Limburg)

 Voorjaarstellingen Limburg 2006* 2007* 2008* 2009** 2010**
449 129 1002 232 793


voorkomen-brandgans-LimburgInventarisatiegegevens  2006-2010 Brandganzen

(Bron: * = WBE Database;  ** = Voorjaarstellingen FBE Limburg)

Verspreiding van overwinterende Brandganzen in Limburg (Bron: Avifauna Limburg 2005)

Print Friendly

Reageren is niet mogelijk