Indische gans

 

Indische gansDe Indische gans is van oorsprong een bewoner van de Mongoolse en Chinese hoogvlakten. Tijdens de barre winters daar trekken de vogels weg naar onder andere India, waaraan de gans haar naam dankt. In Nederland broedende vogels zijn nazaten van ooit ontsnapte of uitgezette vogels. Inmiddels weet de Indische gans zich hier wel prima te handhaven. Indische ganzen zijn gemakkelijk te herkennen. In vlucht en op de grond zijn ze erg licht en lijken op afstand gezien wel bijna wit te zijn. Van dichtbij vallen de dwarsstrepen op het achterhoofd op.

  • Indische gans op het waterOpvallende kenmerken : Onmiskenbaar met zwart-witte kop en hals
  • Gedrag : trekken met wilde ganze mee
  • Verenkleed: Zeer licht grijs verenkleed met een donkergrijze achterhals. De kop is wit, net als een streep die over de hals naar beneden loopt, en over de witte kop lopen zwarte strepen vanaf het zwarte achterhoofd naar voren. De achterrand van de vleugels is donker.
  • Formaat/ lengte: 68 – 78 cm.
  • Snavel : Iets slanker dan bij grauwe gans
  • Poten: Geel-oranje

Algemeen

  • Familie: Eenden (Anatidae)
  • Status: Komt het gehele jaar voor, trekt niet weg
  • Zeer schaarse broedvogel; wintervogel in (zeer) kleine aantallen
  • Europese verspreiding : In Europa zijn enkele zeer kleine verspreidingsgebieden van de Indische gans, waarvan de Nederlandse dieren veruit de grootste concentratie vormen. In Scandinavië heeft deze soort gebroed, maar is hier ondertussen aan het verdwijnen. In Duitsland komen lokaal enkele paren tot broeden.
  • Aantal en trend : Het eerste broedgeval van de Indische gans in Nederland werd gerapporteerd in 1977. Het zou nog tot 1986 duren voordat een tweede broedgeval volgde. Vanaf dat jaar volgen de broedgevallen elkaar in rap temp op en nemen de aantallen sterk toe, doordat ook de jongen mee gaan doen aan de reproductie van de populatie. Inmiddels zijn de aantallen toegenomen tot ongeveer 70 tot honderd broedparen die zich in het wild kunnen handhaven. De toename verloopt snel, met ongeveer 10% per jaar.

Leefomgeving en voedsel

Biotoop:

Buitengebied, cultuurlandschappen, oevers, park en tuin, rivieren, stedelijk gebied

Voedsel- en broedbiotoop:

In Nederland worden Indische ganzen vooral in het rivierengebied aangetroffen.

Voedsel:

Groene plantendelen, gras

Broeden : 

alleen geen koloniebroeder

Print Friendly

Reageren is niet mogelijk