Hermelijn

hermelijn

Beide geslachten zien er hetzelfde uit, maar het mannetje is 50% groter dan het wijfje. Nieuwsgierig als hij is, maakt de hermelijn, net zoals de wezel, dikwijls een ‘kegel’ om de omgeving te onderzoeken. De scherpe, rechtlijnige grens tussen de roomwitte onderkant en de bruine flanken is dan goed te zien. De lange bruine staart met de zwarte pluimpunt is kenmerkend (vergelijk met de wezel wiens staart korter is en geen zwarte eindpunt heeft). Deze eindpunt blijft ook in het winterkleed zwart. De hermelijn heeft bij ons ’s winters een witte vacht. De verharing begint in november en verloopt zeer snel. In andere gematigde streken is de vacht ’s winters nog gedeeltelijk bruin en in het zuiden blijft hij bruin.

Data:

  • Lichaamslengte: 22-29cm
  • Staartlengte: 5-12cm
  • Gewicht: 150-400gr.

Biotoop

Open plekken in bossen, akkers, duinen en vaak in de omgeving van water. Hij komt in allerlei terreinen voor, maar vooral op plaatsen met veel dekking. Duingebieden vormen voor hermelijnen goede jachtterreinen vanwege de vele konijnen, die ze tot in hun pijpen achtervolgen.

Voedsel

Dag en nacht is de lenige, stoutmoedige hermelijn actief. Hij kan tot onze felste roofdieren worden gerekend. Onvermoeibaar achtervolgt hij zijn prooi, waarbij hij vooral op zijn reuk afgaat. Woelratten zit hij ook in het water nog na. Het fabeltje dat hij een bloedzuiger zou zijn, dankt hij aan zijn gewoonte het bloed van de vacht van zijn slachtoffer te likken. Zijn prooi bestaat hoofdzakelijk uit kleine knaagdieren, spitsmuizen, vogels en de eieren van laatstgenoemde maar ook uit ratten en jonge konijnen. Prooien – die vaak tweemaal zo groot zijn als de hermelijn zelf – worden gedood door een beet diep in de nek. Net als de wezel bewaart de hermelijn soms gedode en half opgegeten prooidieren.

Een rennende hermelijn behaalt een snelheid van dertig kilometer per uur, waarbij hij sprongen maakt van 50 cm. in nood kan de hermelijn blazen als een kat, zijn grootste predators zijn de vos, kat en havik, maar in nood zijn ze heel moedig om zich te verdedigen.

Territorium

Het jachtterrein beslaat een twintigtal hectare. Onder normale omstandigheden leeft de hermelijn solitair en bewoont een oud mollennest, konijnenhol of rotsspleet.

Voortplanting

In de voortplantingstijd ziet men beide geslachten soms kort tezamen. De paring vindt in februari-maart plaats of in de zomer, in het jaar voor de eigenlijke worp! De draagtijd bedraagt circa twee maanden. De jongen worden in april-mei geboren: jaarlijks is er één worp van drie à negen jongen. Jagen en spelen vindt dikwijls in gezinsverband plaats. De jonge hermelijnen zijn na circa tien weken zelfstandig. Ze kunnen dan voor wezels worden aanzien, maar onderscheiden zich hiervan door de typische staart. Het is vaak al winter, voordat het gezin uiteen valt.

Aantallen

De hermelijn is nog steeds wijdverbreid en vrij algemeen. De hermelijn komt in grote delen van Europa voor, behalve in het zuiden. In Nederland komt de soort verspreid over het hele land voor, maar niet op Vlieland en Ameland.

Print Friendly

Reageren is niet mogelijk