Wasbeerhond-Marterhond

Familie Hondenachtigen (Canidae)

Marterhonden lijken op wasberen en ook op dassen, ze zijn nochtans geen familie van deze. Zij worden ongeveer 50-60 cm lang; de lengte van de staart is bovendien nog 13.tot 18 cm. In de herfst zijn de marterhonden het zwaarst.

Marterhond

Zij kunnen dan vóór de winterslaap tot 7.5 kg wegen. Marterhonden zijn de enigste wilde honden die een winterslaap houden. Oorspronkelijk komen marterhonden voor in Oost-Siberië, in Japan in het noorden van China. In het Europese deel van Rusland zijn ze geïmporteerd als bontdier. Vanuit Rusland hebben de marterhonden zich verspreid naar het oosten van Noord- en Midden Europa. Aldus stijgen daarom ook het aantal waarnemingen van Marterhonden in Duitsland in recente tijd. De individuele dieren worden ook reeds bejaagd in Duitsland in de staten Nordrhein-Westfalen en Niedersaksen. Of de marterhond in onze bossen in Nederland reeds voorkomt kan momenteel niemand met zekerheid zeggen.

Marterhonden zijn ‘s-nachts actief. Overdag houden ze zich op, in holle bomen, in dicht struikgewas, in vossen- of dassenburchten of in zelf gegraven holen. In bomen klimmen zoals wasberen dat doen kunnen ze niet. Marterhonden blaffen niet zoals honden dat doen. Het geluid dat zij maken bij bepaalde uitdrukkingen zijn;  een stille miauwen, een knorrend geluid of een langgerekt fluiten.

Ze leven bijna het gehele jaar door individueel en slechts kort in familieverbanden. Net zoals de meeste honden kunnen zich vrij snel vermeerderen, omdat het wijfje meestal zes tot soms twaalf jongen krijgt.

Marterhonden

Jonge marterhonden zijn net puppy’sleven

In verschillende delen van Europa richten de marterhonden belangrijke schade aan in de inlands fauna. In Roemenië houden ze zich voornamelijk op in de Donaudelta, waar de grote vogelkolonies zijn en waar ze voornamelijk de nesten plunderen (eieren en jonge vogels). Ze zijn zeer goede zwemmers en voelen zich ook goed thuis in waterrijke omgevingen. Daarbuiten gebruiken de marterhonden kleine knaagdieren zoals muizen, ratten en vissen, maar ook  huisdieren, zoals katten en ook vruchten zoals allerlei soorten bessen, eikels en beukennootjes. Wat zij ook graag eten zijn kikvorsen en padden, die slechts door weinig dieren gegeten worden. Omdat de marterhond zich nog niet zoveel verspreidt voorkomt in de Duitse deelstaten die grenzen aan Nederland, zoals de wasberen is het naar mijn menig toch slechts een kwestie van tijd, dat ook de Nederlandse fauna gaat leiden onder de predatie druk van deze diersoort.

In Duitsland klagen al veel opzichters van de Natuurgebieden en ook de biologen, dat de predatie druk van deze dieren op de bodembroeders groot is, maar ook een grote bedreiging voor de dassen is. Het is zelfs de vraag of wij een zo’n heimelijk en terug getrokken levend dier als de marterhond, dat zich zeer goed thuis voelt in een waterrijk gebied zoals Nederland, ooit nog eens kwijt zullen raken.

Schermafbeelding 2015-12-05 om 16.40.30De Wasbeerhond of Marterhond in Nederland

Wilde wasbeerhonden (Nyctereutes procyonoides) komen momenteel in (vermoedelijk) lage aantallen voor in de provincies Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel, en in de Gelderse Achterhoek. Ook op de Veluwe leven wasbeerhonden, afstammelingen van ontsnapte exemplaren. De verwachting is dat de wasbeerhond zich de komende jaren verder over ons land zal verspreiden.

Wasbeerhonden leiden een tamelijk verborgen leven, want ze blijven graag in de dekking. Ze worden vooral als verkeersslachtoffer waargenomen, maar komen ook wel eens een maïsveld uit lopen als de maïs geoogst wordt. Vanaf 2012 wordt in Drenthe bijna elk jaar een worp jonge wasbeerhonden gevonden, wat duidelijk maakt dat we te maken hebben met echt gevestigde dieren, en niet (alleen) meer met zwervers vanuit Duitsland.

De Zoogdiervereniging heeft nu een flyer (pdf; 1,1 MB) gemaakt voor het herkennen van wasbeerhonden en de sporen die ze in het veld kunnen achterlaten; op die manier hopen we meer over hun aanwezigheid in ons land te leren. Wasbeerhonden klimmen en graven nauwelijks, maar zwemmen graag. Er is nog erg veel onbekend over hun leven hier, bijvoorbeeld wat ze eten, of ze een nadelige invloed hebben op de inheemse fauna, en hoeveel er zijn.

We willen ook graag de doodgevonden wasbeerhonden (en wasberen) onderzoeken op ziekten en parasieten. Modelberekeningen van ecologisch onderzoeksbureau Altenburg & Wymenga om de populatiegroei te berekenen van de wasbeerhond in Nederland, tonen aan dat een kleine standpopulatie van 20 dieren in enkele tientallen jaren kan uitgroeien tot een niveau van enkele honderden dieren per 1000 km2. Bij gunstige omstandigheden kan dit zelfs nog sneller gebeuren.

Verspreiding Wasbeerhond in Europa

Wasbeerhond in EuropaFig. 1 Verspreiding van de wasbeerhond over Europa. In dit overzicht werden de waarnemingen van wasbeerhonden in Nederland nog als incidenteel beschouwd en niet als een teken van vestiging in Nederland. Nederland is daarom nog wit. (Kauhala et al. 2011)

Gevolgen Biodiversiteit

Een exoot is een dier dat van nature niet in een gebied voorkomt (niet op eigen kracht is gekomen of kan komen), maar daar door menselijk handelen is gekomen. Exoten die zich vestigen in een gebied en zich daar snel vermeerderen, zijn invasieve exoten. De wasbeerhond wordt beschouwd als een invasieve exoot in Europa. Invasieve exoten kunnen niet alleen een gevaar opleveren voor inheemse soorten en de biodiversiteit, maar ook voor de volksgezondheid.
De mogelijke gevolgen van introductie van de wasbeerhond in Nederland voor inheemse dieren worden momenteel onderzocht door het ecologisch onderzoeksbureau Altenburg & Wymenga. De huidige inschatting is dat over het algemeen de impact op de biodiversiteit klein zal zijn (Mulder 2013). Wasbeerhonden zijn opportunistische omnivoren en geen echte jagers. Het dieet van wasbeerhonden is gevarieerd en afhankelijk van wat beschikbaar is in de omgeving en van het seizoen. In het algemeen bestaat het dieet uit amfibieën, kleine zoogdieren, insecten, aas, mais en vruchten (Sutor et al. 2010).

Volksgezondheid

De verspreiding van de wasbeerhond over Nederland is belangrijk voor de volksgezondheid, omdat hij drager kan zijn van klassieke rabiës (hondsdolheid), Trichinella spiralis en Echinococcus multilocularis (de vossenlintworm). Klassieke rabiës komt in West-Europa niet meer voor, dus het risico voor Nederland is minimaal. De aanwezigheid van Trichinella spiralis bij binnengehouden varkens is ook erg laag in West-Europa, maar het komt nog wel in beperkte mate voor bij wilde zwijnen. De wasbeerhond zou een nieuwe schakel in de cyclus kunnen zijn van Trichinella spiralis. In Duitsland wordt de toename van Trichinella spiralis bij wilde zwijnen toegeschreven aan de sterke toename van het aantal wasbeerhonden (Pannwitz et al. 2010). In Nederland en de andere EU landen, moet het vlees van varkens, paarden en wilde zwijnen gekeurd worden op Trichinella spiralis.

Onderzoek

Het RIVM voerde in de periode 1997-2012 onderzoek uit op een negental wasbeerhonden. Deze kwamen uit Limburg (3x), Friesland (4x), Overijssel (1x) en Groningen (1x). De doodsoorzaken waren verkeer (4x), afschot (3x) en onbekend (2x). De darmen van deze dieren zijn door het RIVM onderzocht op het voorkomen van de vossenlintworm, en waren allen negatief. Slechts vier van de negen kwamen uit een gebied waar de vossenlintworm bij vossen is vastgesteld. Echter, met de toenemende besmettingsgraad van vossen, kunnen ook wasbeerhonden besmet worden en zo een extra eindgastheer vormen voor de vossenlintworm.

Bron:

  • Dutch Health Wild Centre (DWHC)
  • RIVM
  • Auteur: Hans-Wilhelm Grömping
  • Mail: hwgroemping@naturschule.com
  • Website: http://www.naturschule.com

 

Print Friendly, PDF & Email