Vlaamse gaai

image_pdfimage_print

Vlaamse-gaai

De wetenschappelijke naam ‘Garrulus glandarius’ is vrij te vertalen als ‘voortdurend krassende eikelzoeker’, en dat typeert de gaai uitstekend. In de winter althans, want in het broedseizoen zijn gaaien opvallend stille vogels. Daaraan voorafgaand echter zijn het echte lawaai(pape)gaaien, die als een bezetene krijsend door de bomen achter elkaar aanzitten. Gaaien zijn bekend om de prachtige, opvallende blauw-zwart gestreepte vleugelbocht.

Van oorsprong zijn gaaien vrij schuwe bosvogels, maar net als merels en kool- en pimpelmezen, zijn ook gaaien hun horizon gaan verbreden en nu volop te vinden in parken en stadsrandzones.

Het voedsel van gaaien bestaat voornamelijk uit insecten, aangevuld met eieren en jongen van onoplettende zangvogels. ’s Winters eten gaaien vooral eikels, maar ook beukennootjes, granen (mais), fruit en andere eetbare zaken die ze voor de bek komen.

Gaaien hebben in bosgebieden de functie van indringer-alarm; veel (zoog)dieren reageren op de alarmroep van gaaien en verbergen zich voor het naderende onheil. Vaak zijn dat goedbedoelende wandelaars, maar ook voor katten wordt gealarmeerd. Maar in het voorjaar kunnen ze ook heel aardige zangerige geluidjes maken, die men bij het horen eerst vaak niet zo gauw kan thuisbrengen.

De Vlaamse gaai is beschermde vogelsoort en mag niet bejaagd worden, onder de oude jachtwet mocht dit wel.

Herkenning:

Rug, buik en borst zijn roze-bruin, stuit helder wit, baardstreep zwart en de bekende vleugeldekveertjes lichtblauw met fijne dwarstreepjes. De gevlekte kuif die hij bij irritatie tot een wilde pruik kan opzetten, geeft hem een indrukwekkend uiterlijk.

Voorkomen in Nederland:

Is in Nederland een standvogel en talrijke broedvogel; tijdens invasies doortrekker in vrij groot aantal.

Europese verspreiding; Geheel Europa, met uitzondering van bosloze gebieden boven de poolcirkel en Spaanse steppengebieden.

Biotoop:

Bos, stedelijk gebied en naald- en gemengd bos, grotere parken en tuinen.

Voedsel:

vlaamse-gaai met eikel

De Vlaamse Gaai wordt beschouwd als de bosbouwer onder de vogels. Deze naam heeft hij te danken aan de eigenschap eikels, beukennootjes en dergelijke te begraven, men zegt als appeltje voor de dorst. Ze kunnen wel zes tot acht eikels tegelijk achter hun wangen verbergen om die op een schikte plek te begraven. Deze vruchten worden lang niet allemaal teruggevonden. Ze krijgen zodoende de gelegenheid te ontkiemen en voor bosverjonging te zorgen. Het bovenstaande is dan enigszins een tegenwicht tegen de slechte naam die de Vlaamse Gaai heeft als rover van eieren en nestjongen van zangvogels. Het voedsel van de Vlaamse Gaai bestaat overigens, naar uit onderzoek is gebleken, voor ruim zeventig procent uit insecten en in het broedseizoen wanneer hij zelf jongen heeft te verzorgen rooft hij ook de nesten van zangvogels als bodembroeders.

Vlaamse gaai of ook Gaai genoemd komt veel voor in NederlandKomt in het beheergebied voor als standvogel. Dus een vogel die het gehele jaar in de omgeving van het broedgebied verblijft. Maar in het najaar worden wij bezocht door soms grote aantallen broedvogels uit Noordoost-Europa. Op prachtig stille dagen met mooie blauwe luchten zijn ze begin oktober soms hoog boven het landschap overtrekkend te zien. Niet zelden laten ze zich door watervlakten stuwen, maar ze houden als het kan toch een west-zuid-westelijke richting aan.

  • Broedperiode – Half april – mei
  • Aantal legsels – 1
  • Aantal eieren – 5 – 7 eieren

vlaamse_gaai_jongen250Op plaatsen waar ze in de broedtijd nooit zijn te zien duiken ze opeens overal op en in bosrijke streken zijn er dan plotsklaps opvallend meer te zien. De laatste jaren vertonen ze zich ook steeds vaker in parken, begraafplaatsen en grote tuinen.

In sommige jaren doen zich echte invasies van Vlaamse Gaaien voor, waarbij flinke aantallen de Beneluxlanden aandoen. Sedert 1983 heeft zich echter geen echte invasie meer voorgedaan.

Bedreigd of niet? Zowel in Nederland als in België weet de soort een stabiele populatie te kunnen handhaven. Het aantal overwinteraars lijkt sinds begin jaren tachtig te zijn toegenomen.

 

Reageren is niet mogelijk