Artikel 12 Jachtbesluit

Jachtbesluit

Paragraaf 7. De jachtmiddelen

Artikel 12
1. Een geweer heeft een gladde loop met een kaliber van ten minste 24 en ten hoogste 12 of een getrokken loop met een nominaal kaliber van .22 inch of 5,58 millimeter.
2. Een enkelloops hagelgeweer heeft een magazijn dat ten hoogste twee patronen kan bevatten.
3. Een kogelgeweer heeft een magazijn dat ten hoogste twee patronen kan bevatten, tenzij het is voorzien van een grendelinrichting waarmee het wapen handmatig schot voor schot wordt geladen.
4. Een geweer is niet voorzien van een geluiddemper, een kunstmatige lichtbron, een voorziening om de prooi te verlichten, een vizier met beeldomzetter, een elektronische beeldversterker of enig ander instrument om ’s-nachts te schieten.
Artikel 13
1. Bij het jagen op de hierna opgesomde wildsoorten wordt slechts gebruik gemaakt van onderstaande soorten munitie:
a. haas, fazant, patrijs of wilde eend: hagelpatronen waarvan de korrelgrootte van de hagel een doorsnede van 3,5 millimeter niet overschrijdt;
b. konijn of houtduif: hagelpatronen waarvan de korrelgrootte van de hagel een doorsnede van 3,5 millimeter niet overschrijdt of kogelpatronen van een kaliber van .22 inch of 5,58 millimeter.
2. Het gebruik van hagelpatronen die metallisch lood bevatten, is niet toegestaan.

Print Friendly, PDF & Email

Reageren is niet mogelijk