Artikel 4 Jachtbesluit

Jachtbesluit

Artikel 4

1. Een jachthouder kan schriftelijk toestemming verlenen voor de gehele of gedeeltelijke uitoefening, anders dan in zijn gezelschap, van het hem toekomende genot van de jacht.
2. Een jachthouder kan de schriftelijke toestemming, bedoeld in het eerste lid, slechts verlenen indien hij in het bezit is van een geldige jacht of valkeniersakte.
3. Het tweede lid is niet van toepassing indien de jachthouder een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie van samenwerkende jachthouders, Staatsbosbeheer of een rechtspersoonlijkheid bezittende particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisatie, als genoemd in bijlage 1 bij dit besluit, is.
4. Het tweede lid is niet van toepassing indien degene aan wie de toestemming wordt verleend een jachtopzichter is als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet.
5. Indien de toestemming wordt verleend aan anderen dan jachtopzichters als bedoeld in het vierde lid, kan zij slechts worden verleend indien:
a. de toestemming is voorzien van:
1°. Een aantekening van de korpschef van de regio, waarin de woonplaats van de jachthouder is gelegen, dan wel, indien de jachthouder niet woonachtig is in Nederland, bij de korpschef van het politiekorps in de regio Haaglanden, waaruit blijkt dat het jachtveld waarop de jacht plaatsvindt, voldoet aan de artikelen 10 en 11, voorzover de jacht geschiedt met het geweer en
2°. De naam, voornamen en geboortedatum van degenen aan wie de toestemming wordt verleend;
b. de toestemming een geldigheidsduur heeft die uiterlijk verstrijkt op 31 maart volgende op de datum van ondertekening van de toestemming.
6. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid en onverminderd het bepaalde in het derde en vierde lid kan de jachthouder die niet in het bezit is van een geldige jacht- of valkeniersakte schriftelijke toestemming verlenen voor de gehele of gedeeltelijke uitoefening, anders dan in zijn gezelschap, van het hem toekomende genot van de jacht, voorzover hem daartoe schriftelijk verlof is verleend door Onze Minister.
7. Indien degene aan wie de toestemming is verleend, in het bezit is van een geldige jacht- of valkeniersakte, kan deze aan derden toestaan het genot van de jacht in zijn gezelschap uit te oefenen, indien dit uitdrukkelijk in de schriftelijke toestemming is bepaald.

Print Friendly, PDF & Email

Reageren is niet mogelijk