Aardhonden

image_pdfimage_print

 

kunstbouw-vos-kelly

Voor de jacht op onder de grond levende dieren zijn er de aardhonden gefokt. Deze worden dan gebruikt om vooral het konijn en de vos uit hun burcht te jagen. Om de in het nauw gebrachte vos te weerstaan moeten deze honden beschikken over een grote portie zelfstandigheid en moed, of zo men wil agressie, maar het beste is om niet te scherpe honden te hebben, zij moeten terug komen indien ze geroepen worden, anders dient er veel gegraven te worden en veelal worden de honden ook verwond door de vos. Het is overigens meestal niet de bedoeling dat ze zelf het wild doden.

Ruwharige teckelRuwharige teckel

We kennen binnen de dashonden negen variëteiten. Er zijn drie haarvariëteiten (kort-, lang- en ruwhaar) en drie groottes die bepaald worden naar de borstomvang (standaard, dwerg en kaninchen).

De kortharige Dashond is de meest originele, de andere variëteiten zijn ontstaan door inkruisingen van andere rassen.Dashonden of teckels zijn veelzijdige jachthonden. Ze jagen boven en onder de grond en voor- en na het schot. Men zegt vaak dat een teckel eigenwijs is, maar dat is niet helemaal waar. Door hun jachtpassie/werkeigenschappen zijn ze zeer zelfstandig en dat wordt vaak verward met eigenwijsheid. Teckels kunnen zeer energiek zijn en erg volhardend. Verder kunnen ze de komiek uithangen als ze hun zin willen doordrijven, waardoor ze heel vaak de lachers op hun hand hebben. Aan de baas zijn ze trouw en aanhankelijk, de ruwharen kunnen wat meer gereserveerd zijn naar vreemden, de langharen zijn het meest zachtaardig. Men ziet duidelijk karakterverschillen tussen de diverse variëteiten, maar ze zijn bijna allemaal waaks, nieuwsgierig en moedig. De kleinere variëteiten zijn vaak wat pittiger van aard dan de standaard. Het is van groot belang dat de teckel goed wordt opgevoed, want het is een grote hond in zakformaat en geeft men hem een vinger, dan neemt hij de hele hand. Ongeacht wat men ook zegt; ook een teckel is onder appèl te krijgen. Teckels kunnen goed overweg met hun soortgenoten. Vogels en knaagdieren kunnen soms op het jachtinstinct van de hond werken, dus hier is voorzichtigheid geboden. Ze kunnen ook met kinderen in huis leven, mits de kinderen de teckel als hond behandelen en niet als speelgoed.

Herkomst: De Dashond of Teckel komt uit Duitsland en is een lage, kortbenige jachthond, zeer gespierd en krachtig gebouwd met een fiere hoofdhouding en een alerte uitdrukking. Is daarbij een vrolijke, wat eigenwijze en schrandere gezelschapshond. De ruwharige variëteit is ontstaan door inkruising in het verleden van de ruwharige Duitse Pinscher en de Schnauzer.

Algemeen voorkomen: Een lage en langgerekte, doch compacte, verschijning met korte, rechte voorbenen en sterk van bot; de borstkas is ruim en diep en opvallend is het sterk vooruitspringende borstbeen. Het hoofd is langgestrekt, scherp en droog besneden met een attente uitdrukking.

Schofthoogte: De Ruwharige Teckel komt in drie groottes voor en bepalend hiervoor is de maat van de borstomvang, gemeten op de leeftijd van tenminste 15 maanden. Borstomvang van het Kaninchen tot 30 cm

Gewicht: Kaninchen Dashond 3-4 kg.

Vacht: Op het hele lichaam gelijkmatig aanliggend, dicht, draadachtig dekhaar met onderwol; aan de snuit een duidelijke baard. De wenkbrauwen zijn borstelig. Alleen de oren zijn korter behaard en bijna glad. Wildzwijnkleurig (komt meeste voor): black and tan patroon waarbij in het zwart witte haarpunten voorkomen; eenkleurig: rood, roodgeel, geel met of zonder zwarte haartjes (gesticheld); tweekleurig: diepzwart of bruin met roestbruine of gele aftekening; gevlekt/gestroomd: zwart, rood of grijs met onregelmatige witte vlekken, waarbij noch de donkere, noch de lichtere kleur mag overheersen

Gebruik: De Ruwhaar Teckel werd van oorsprong gebruikt voor de jacht onder de grond op dassen en vossen. Later werd hij meer een allround jachthond; hij werd ook ingezet voor het opdrijven van grof wild, bijvoorbeeld wilde varkens en goed voor het volgen van een zweetspoor. De Ruwhaar is tegenwoordig een prima huishond die zeer op het gezin gesteld is.

Gezondheid: Zie de WKHS gezondheidsinventarisatie. Teckels kunnen gevoelig zijn voor problemen met de tussenwervelschijven (hernia). Incidenteel komen erfelijk bepaalde oogafwijkingen voor. Fokdieren worden hierop onderzocht.

Aard: Een schrandere en moedige jachthond die jaagt met veel passie en grote volharding. De Ruwhaar is vanwege de Schnauzerinvloed iets pittiger van aard. Als huishond vallen zijn vrolijkheid en waaksheid op. Daarbij is hij moedig, trouw en aanhankelijk maar ook slim en eigenzinnig.

Bijzonderheden: De vacht vereist geen specifieke verzorging, kan een of twee keer per jaar geplukt te worden, als de haren loslaten, dat geeft veel minder haren in huis.

Langharige teckelLangharige teckel

Herkomst: De Dashond of Teckel is een uit Duitsland afkomstige lage, kortbenige jachthond. Hij is zeer gespierd en krachtig gebouwd met een fiere hoofdhouding en een alerte uitdrukking. Daarbij is hij een vrolijke en schrandere gezelschapshond. De langharige variëteit is in het verleden ontstaan door inkruising van de Setter en Cocker Spaniël.

Algemeen voorkomen: Een lage en langgerekte, doch compacte, verschijning met korte, rechte voorbenen en sterk van bot; de borstkas is ruim en diep en opvallend is het sterk vooruitspringende borstbeen. Het hoofd is langgestrekt, scherp en droog besneden met een attente uitdrukking.

Schofthoogte: De Langharige Teckel komt in drie groottes voor en bepalend hiervoor is de maat van de borstomvang, gemeten op de leeftijd van tenminste 15 maanden. Borstomvang van de Standaard: boven de 35 cm

Gewicht: Dashond, standaard 9-10 kg.

Vacht: Lang, sluik en glanzend haar, voorzien van onderwol, dat langer is onder de hals en aan de onderzijde van het lichaam, op de oren en aan de achterzijde van de benen. Aan de onderzijde van de staart is de haarlengte het langst en hangt het af als een vlag. Eenkleurig: rood, roodgeel, geel met of zonder zwarte haartjes (gesticheld); tweekleurig: diepzwart of bruin met roestbruine of gele aftekening; wildzwijnkleurig: black and tan patroon waarbij in het zwart witte haarpunten voorkomen; gevlekt/gestroomd: zwart, rood of grijs met onregelmatige witte vlekken, waarbij noch de donkere, noch de lichtere kleur mag overheersen.

Gebruik: De Langhaar Teckel werd van oorsprong gebruikt voor de jacht onder de grond op dassen en vossen. Later werd hij meer een allround jachthond. De Langhaar heeft met name aanleg voor het opsporen van aangeschoten wild; is tegenwoordig een prima huishond die zeer op het gezin gesteld is.

Gezondheid: Zie de WKHS gezondheidsinventarisatie. Teckels kunnen gevoelig zijn voor problemen met de tussenwervelschijven (hernia). Incidenteel komen erfelijk bepaalde oogafwijkingen voor. Fokdieren worden hierop onderzocht.

Aard: Een schrandere en moedige jachthond die jaagt met veel passie en grote volharding; als huishond vallen zijn vrolijkheid en waaksheid op; is daarbij moedig, trouw en aanhankelijk maar ook slim en eigenzinnig.

Bijzonderheden: De vacht vereist naast regelmatig kammen geen specifieke verzorging.

Zweet 3Kortharige teckel of dashond

Doet ook hetzelfde werk als de andere teckels. Komt voor in de kleuren rood, roodgeel, en zwart met bruine aftekening.

Herkomst: De Dashond of Teckel is een uit Duitsland afkomstige lage, kortbenige jachthond. Hij is zeer gespierd en krachtig gebouwd met een fiere hoofdhouding en een alerte uitdrukking. Daarbij is hij een vrolijke en schrandere gezelschapshond. De kortharige variëteit is de originele vorm.

Algemeen voorkomen: Een lage en langgerekte maar compacte verschijning met korte, rechte voorbenen en sterk van bot; de borstkas is ruim en diep en opvallend is het sterk vooruitspringende borstbeen. Het hoofd is langgestrekt, scherp en droog besneden met een attente uitdrukking.

Schofthoogte: De Kortharige Teckel komt in drie groottes voor en bepalend hiervoor is de maat van de borstomvang, gemeten op de leeftijd van tenminste 15 maanden. Borstomvang van de Standaard: boven de 35 cm

Gewicht: Dashond, standaard 9-10 kg.

Vacht: Kort, dicht, glanzend en glad aanliggend met onderwol. Eenkleurig: rood, roodgeel, geel met of zonder zwarte haartjes (gesticheld); tweekleurig: diepzwart of bruin met roestbruine of gele aftekening; wildzwijnkleurig: black and tan patroon waarbij in het zwart witte haarpunten voorkomen; gevlekt/gestroomd: zwart, rood of grijs met onregelmatige witte vlekken, waarbij noch de donkere, noch de lichtere kleur mag overheersen

Gebruik: De Korthaar Teckel werd van oorsprong gebruikt voor de jacht onder de grond op dassen en vossen. Later werd hij meer een allround jachthond. Is tegenwoordig een prima huishond die zeer op het gezin gesteld is.

Aard: Een schrandere en moedige jachthond die jaagt met veel passie en grote volharding. Als huishond vallen zijn vrolijkheid en waaksheid op; is daarbij moedig, trouw en aanhankelijk maar ook slim en eigenzinnig.

Bijzonderheden: De vacht vereist geen specifieke verzorging.

kelly2_smallJack Russell terriër

De Jack Russell kan zowel hoogbenig als langbenig zijn. De kleur is overwegend wit met geel-bruine of zwarte aftekeningen. Glad- of ruwharig. Ze zijn in Engeland gefokt en daar gebruikt voor het vangen van ratten en het werk op de vos. Naast het werk als bouwhond ook veel gebruikt voor het drijven van wilde zwijnen. Maar is ook heel goed in dichte dekking voor de konijnen en fazanten op te drijven. je kunt ze zelfs leren apporteren, ook in het water, ze zijn hard voor zichzelf en heel aanhankelijk voor zijn baas, maar hebben een eigen wil.

Algemeen voorkomen: Sterk, actief, lenig en behendig. Het is een krachtige, maar kleine terriër. Hij is langer dan hoog, maar met rechte, normaal gevormde benen. De borstkas is met twee handen te omspannen. Het snelle gangwerk is recht en vast. Maakt de indruk van een werkende terriër.

Schofthoogte: 25-30 cm.

Gewicht: 5-6 kg (1 kg per 5 cm hoogte)

Vacht: Er zijn drie soorten beharing; gladharig, “broken” (een tussenvorm) en ruwharig. De vacht moet altijd hard en weerbestendig zijn. Kleur; overwegend wit, met eventueel zwarte en/of tan kleurige aftekeningen. Het tan (kastanjekleurig) kan licht tot zeer warm van kleur zijn. Genetisch gezien heeft een Jack Russell altijd, in meerdere of mindere mate, wit in de beharing.

Gebruik: Het ras wordt nog steeds gebruikt voor het oorspronkelijke werk; het opsporen van wild onder de grond. Hierdoor is hij een zelfstandig werkende jager, die als huishond wat eigenwijs kan zijn.

Aard: Een vrolijke, gezellige huishond. Trouw en kan goed overweg met kinderen. Zeer actief, heeft dus behoefte aan meer dan een blokje om. Moet zijn energie kwijt kunnen, anders gaat hij dat binnenshuis doen. Heeft een goede, consequente opvoeding nodig! Door zijn onvermoeibare aard zeer geschikt voor hondensporten als behendigheid en flyball.

Bijzonderheden: De ruwharige vacht moet eens in de paar maanden geplukt worden; dit geeft echter minder verharen in huis.

Zweet 4Duitse Jachtterrier (DJT):

Herkomst: Het ras is rond 1920 ontstaan in Beieren (Duitsland). Gefokt met behulp van de Foxterrier en de Welsh Terrier. Zo is een all-round jachthond ontstaan; niet te klein en niet te groot. Het is altijd de bedoeling geweest dit ras uitsluitend als werkhond (jacht) te gebruiken, zodat het niet in het bezit komt van niet-jagers.

Algemeen voorkomen: Doet op het eerste gezicht aan een donkere, ruwharige Foxterrier denken, maar is zwaarder gebouwd en de schedel is breder. Het lichaam heeft een rechte, sterke rug en de botten zijn relatief goed ontwikkeld. Kenmerkend zijn de V-vormige oren die, hoog aangezet, dicht tegen het hoofd hangen. Maakt een stoere indruk.

Schofthoogte: niet meer dan 40 cm

Gewicht reuen: 9 – 10 kg, teven 7,5 – 8,5 kg

Vacht: Sterk, dicht en hard ruwharig. Te kort en gladharig is ongewenst. De hoofdkleur is zwart, zwartgrijs gemengd of donkerbruin met bruinroodgele aftekeningen, o.a. op snuit, borst, benen en onder de staart. Een klein beetje wit aan borst en tenen is toegestaan. Gevlekte pups worden niet in het stamboek ingeschreven.

Gebruik: Geschikt als aardhond, speurhond, drijfhond en ook om te apporteren. Hoort in principe alleen thuis bij jagers en wordt door hen om zijn capaciteiten alom gewaardeerd.

Gezondheid: De rasstandaard vermeldt dat dit ras weinig vatbaar is voor ziekten.

Aard: Fel, stoer, attent en wantrouwend tegen vreemden.

Bijzonderheden: De vacht heeft geen specifiek onderhoud nodig.

ruw- und gladharig. Schouderhoogte 33-40 cm,Kleur: zwart, zwartgrijs gemeliërt of donkerbruin met bruinroodgele getekend aan de oog wenkbrauwen.

Scherpe en moedige hond. Naast het werk als bouwhond ook veel gebruikt voor het drijven van wilde zwijnen.

Reageren is niet mogelijk