Opdrijvende jachthonden

Springer in actie

Drijf-opstotende honden:

Of te wel flushing dogs genoemd in het Engels, worden vaak gebruikt om het wild op te sporen, uit de dichte dekking te jagen en voor het geweer uit te drijven en moet het terrein grondig afzoeken en moet daarbij meer in de breedte dan in de diepte werken, nooit verder  dan zo’n 30 meter. De hond is de gehele tijd ‘binnen schot’, dat wil zeggen in de nabijheid van de jager. De drijvende honden horen niet achter het wild aan te gaan. De jager kan dan immers niet schieten. De hond moet doornige braamstruiken kunnen afzoeken. Een dikke vacht komt hierbij goed van pas. Van drijvende honden mogen we ook verwachten dat ze het aangeschoten wild apporteren. Gezien de kleine gestalte van sommige van deze rassen, is dat niet altijd gemakkelijk. bekendste drijfhonden zijn de Engelse cockerspaniël en de Engelse springerspaniël.

Ook bij drijvende honden dienen goed opgeleid cq afgericht te zijn en goed onder appél te staan. Omdat deze honden een enorme jachtpassie bezitten, is het een hele klus de hond ‘steady’ te houden (d.w.z. het wild niet achtervolgen als het wegvlucht). Het betrouwbaar apporteren is bij die manier van jagen van enorm belang. Omdat er met drijvers veel in dichte dekking gejaagd wordt, worden allicht niet alle geschoten stuks onmiddellijk gevonden. Er zal dus goed gezocht moeten worden.

Brakken zijn honden die luid blaffend het wild opjagen dat meestal in grote cirkels vlucht. In Nederland worden de grote brakken weinig gebruikt omdat de jachtvelden niet groot genoeg zijn veelal in Engeland en Frankrijk.

 

Cocker Spaniël cocker spaniel

  • Schofthoogte: Reuen 39 – 41 cm, Teven 38 – 39 cm
  • Gewicht: 12 – 14,5 kg
  • Aard: Erg alert, levendig, zelfverzekerd, vrolijk
  • Kleur: Verschillende kleuren zijn toegestaan: eenkleurig, zoals rood, leverkleurig, zwart, black-and-tan (alleen op de borst wit toegestaan); bont, dat wil zeggen zwart en wit, rood en wit, leverkleurig en wit, al dan niet met ten-aftekeningen; blauw-schimmel, oranjeschimmel, leverschimmel, al dan niet met tan-aftekeningen.
  • Vacht: Effen (behalve wit), bont of driekleurig
  • Leeftijd: 13 – 15 jaar
  • Karakter: Zachtaardig, aanhankelijk, levenslustig en uitbundig. Engelse Cockers zijn intelligent en gevoelig. Maar bovendien behoorlijk eigenwijs en speels tot op hoge leeftijd. Ze zijn zeer trouw aan hun mensen familie en willen niks missen en overal bij zijn. Men zegt weleens: “Cockers overdrijven graag een beetje met alles”. Het enthousiasme van de Engelse Cocker is vaak hetgeen liefhebbers zo aanspreekt. Een Cocker moet met zachte hand, maar wel consequent worden opgevoed, anders neemt hij een loopje met zijn baas. Cockers zijn erg vertederend, er zijn maar weinig pups die er zo innemend uitzien. Vandaar dat mensen soms geneigd zijn een en ander door de vingers te zien. Dat zal hoe dan ook door de Cocker worden uitgebuit. Maar boven alles wil hij het zijn baas heel graag naar de zin maken. Cockers hebben een enorme will to please. Voor opvoeding en andere activiteiten met uw hond, kunt u daar handig gebruik van maken.
  • Verzorging: Voor iedere eigenaar van een Engelse Cocker Spaniel is het belangrijk te weten dat de vacht goed verzorgd moet worden. Een Cocker heeft vrij lange haren die ook nog eens snel in de klit gaan zitten. Zeker als je naar de snoet en poten kijkt, zie je dat de hond er snel onverzorgd uitziet. Onder de voetzolen is het zeker van groot belang om de haren te knippen, omdat de hond anders een foutieve loop gaat gebruiken vanwege het ongemak

Field_SpanielField Spaniel

  • Schofthoogte: Ongeveer 45 cm.
  • Gewicht: 18 – 25 kg.
  • Aard: Deze sportieve hond is het toonbeeld van nut en adel. Hij is een knappe huiskameraad, gezegend met een grote portie geduld en gehoorzaamheid. Hij is intelligent, aanhankelijk en gevoelig.
  • Kleur: Eenkleurig zwart, leverkleurig of schimmelk of elk van deze kleuren met tan vlekken.
  • Vacht: Lang, glad, glanzend, zijdeachtig. Nooit gekruld, kort of hard. Dicht en waterafstotend. Weelderige bevedering op de borst, onder het lichaam en aan de achterkant van de benen.
  • Leeftijd: 12 – 13 jaar
  • Karakter: Hij is erg sterk, robuust, actief, behendig, en krachtig maar zonder de logheid van de Clumber. Het is een veelzijdige hond, efficiënt op elk terrein, zowel in het water als in het struikgewas. Hij jaagt op een ijverige en methodische manier, altijd in contact blijvend met zijn baas. Nadat hij het wild heeft opgespoord, jaagt hij het op, zodat het opvliegt. Het is een goede retriever en apporteert ook groter wild. Hij is zeer wantrouwig ten overstaan van vreemden en blaft weinig. Hij is gevoelig, evenwichtig, aanhankelijk en één van de meest plezierige Spaniëls. Hij moet met geduld en flexibel worden opgevoed.
  • Verzorging: Hij voelt zich niet thuis in de stad. Hij heeft in ieder geval veel beweging nodig om zijn energie kwijt te kunnen. Eén of twee keer per week borstelen is voldoende. De oren moeten regelmatig gecontroleerd worden.

Engelse-Springer-SpanielEngelse Springer Spaniël

  • Schofthoogte: 46 – 50 cm
  • Gewicht: 22 – 25 kg
  • Aard: De Engelse Springer Spaniel hebben veel voordeel bij vroege intensieve socialisatie en gehoorzaamheid. Dit ras is erg behendig en blinkt dan ook uit in fly-ball, tracking, apporteren, gehoorzaamheid en natuurlijk, de jacht. Ze zijn ook in staat om therapie honden te zijn.
  • Kleur: Hij is wit van kleur met zwarte of bruine platen en stippen of met roodbruine aftekeningen, vooral in het gezicht. Verder zijn alle andere kleurschakeringen van wit tot zwart toegestaan.
  • Vacht: De Engelse Springer Spaniel heeft een vacht die van matige lengte is. Het is weerbestendig, recht, ligt dicht bij het lichaam en is glanzend. Er is bevedering op de borst, borst, oren en benen. Kleur van de vacht is er in zwart en wit, lever en wit, en er kunnen tan aftekeningen zijn. Engelse Springer Spaniels verharen gemiddeld.
  • Leeftijd: 12 – 14 jaar
  • Karakter: De Engelse Springer Spaniel blinkt niet alleen in de jacht op het land en water, maar is tevens een ideaal huisdier. Ze zijn een compact en middelgroot ras en zijn zeer atletisch. Hun expressie is vertrouwen, vriendelijkheid en alertheid. Dit ras is winterhard, robuust, snel en krachtig meer dan alle andere Spaniels.
  • Verzorging: Dit ras vereist een regelmatige verzorging met een stevige borstel. Wassen moet alleen gedaan worden wanneer dat nodig is. Hun oren moeten op regelmatige basis worden schoongemaakt en gecontroleerd. Ze zijn gevoelig voor onder andere heupdysplasie en epilepsie. Dit ras heeft aanleg om snel dikker te worden en mag daarom niet teveel worden gevoerd.

welsh-springerspanielWelsh Springer Spaniël
De Welsh Springer Spaniël zit qua formaat tussen de Engelse Springer Spaniël en de Engelse Cocker Spaniël in. Ze zijn vriendelijk van aard. De Welsh Springer is een goede jachthond, maar wordt tegenwoordig ook vaak gezien bij de behendigheidssport. Het is een hard werkende en tolerante hond.
 Brittany Spaniëlbrittany-spanielDe Brittany Spaniël is niet alleen een goede jachthond maar ook een vriendelijke huisgenoot. Voor zijn trouw verlangt hij wel vriendelijkheid terug.
 Ierse waterspanielIerse Water Spaniël

  • Schofthoogte: Reuen: 53 – 58 cm, Teven: 51 – 56 cm.
  • Gewicht: 22 – 26 kg.
  • Aard: Moedig en intelligent, werklust. Zeer trouw aan de baas en familie. De Ierse Water Spaniël is gereserveerd naar vreemden. De Waterspaniel, die nooit verlegen is, is stoutmoedig en enthousiast. Verzorging is een noodzaak, maar nooit vervelend. Hij is intelligent, waakzaam, gehoorzaam, liefdevol en tamelijk gelijkmatig van temperament.
  • Kleur: Donker leverkleurig met een voor het ras kenmerkende paarsachtige of fluweelachtige schijn, ook wel roodbruin genoemd.
  • Vacht: Dikke, dichte vaste kroeskrullen. Vettige haren. Bevedering aan de benen.
  • Leeftijd: 12 – 14 jaar
  • Karakter: Hij heeft een groot uithoudingsvermogen, is dynamisch, actief, levendig, vasthoudend en heeft een zeer fijn reukvermogen. Hij is bijzonder geschikt voor de jacht op wilde vogels (zoals eenden). Hij voelt zich zowel thuis in het struikgewas als in het water. Hij speurt gehaast en snel. Hij blaft niet op het wild. Voor sommigen kan hij heel lief en vriendelijk zijn, maar hij heeft toch vaak een moeilijk karakter. Hij moet consequent worden opgevoed.
  • Verzorging: Hij heeft veel ruimte en beweging nodig. Twee keer per week kammen is echt noodzakelijk. De oren regelmatig controleren.
 Sussex Spaniël Sussex spanielKleine Spaniël die speciaal gefokt is om laag bij de grond te werken en zich makkelijk voortbeweegt door het dikke struikgewas van het Zuid-Engelse land, waar hij zijn naam aan te danken heeft. Hij is wat langzaam, maar erg gedegen. De sussex spaniël verliest aan populariteit bij jagers omdat hij de neiging heeft aan te slaan wanneer hij de dekking afzoekt.

 

 

 

 

 

 

 

 

Print Friendly, PDF & Email