KNJV uit kritiek op voorstel nieuwe Wet Natuurbescherming

Jagen in nederland kopje

De Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging (KNJV) heeft kritiek op het bijgewerkte voorstel voor de nieuwe Wet Natuurbescherming dat staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken op 18 juni 2014 naar de Tweede Kamer stuurde. De vereniging is met name ontevreden over het feit dat Dijksma de benuttingsjacht alleen nog bij een ‘bovenmatige wildstand’ wil toestaan. Zonder benutting dreigen de 13.000 fte die jagers nu jaarlijks besteden aan natuuronderhoud, natuurtoezicht en natuurbeheer grotendeels te vervallen, denkt de KNJV. Dat zal zijn weerslag hebben op de biodiversiteit van het Nederlandse landschap.

De KNJV voelt zich medeverantwoordelijk voor een goed natuurbeleid in Nederland. De vereniging vertegenwoordigt 21.000 van de 27.000 jachtaktehouders en het netwerk van 300 wildbeheereenheden in Nederland. Voor de jachtparagraaf in de nieuwe Wet Natuurbescherming dringt de organisatie aan op de volgende aanpassingen in de voorstellen:

‘Duurzame benutting van wild’ expliciet opnemen als gerechtvaardigde grondslag voor jacht.

Uitbreiding van de wildlijst met die wildsoorten die in Nederland in meer dan voldoende mate voorkomen, zoals (grauwe) gans, ree, wild zwijn, damhert en edelhert. De benuttingsjacht is administratief veel eenvoudiger ingericht dan de beheer- en schadebestrijdingsjacht met zijn systeem van ontheffingen en aanwijzingen. Het overhevelen van deze wildsoorten van de beheer- en schadebestrijdingsjacht naar de benuttingsjacht levert een aanzienlijke administratieve lastenverlichting op. Bovendien sluit Nederland hiermee veel beter aan bij de Europese context en bij het Europese beleid.

De administratieve vereisten voor de benuttingsjacht beperken tot volledige transparantie over het uitgevoerde afschot en het door middel van (trend)tellingen aantonen dat de benuttingsjacht niet leidt tot een aantasting van de duurzame staat van instandhouding van de bejaagde wildsoorten.

In die gevallen dat benuttingsjacht alleen niet volstaat om schade aan verkeer, landbouw, volksgezondheid en natuur in voldoende mate te voorkomen aanvullend beheer- en schadebestrijdingsjacht instellen. Dit geldt in het bijzonder voor wildsoorten die niet te benutten zijn maar wel schade veroorzaken, zoals meeuwen, roeken, eksters en vossen; en voor invasieve exoten.

Position Paper Koninklijke Jagersvereniging inzake voorstel Wet Natuurbescherming 1

Koninklijke Jagersvereniging verbijsterd over voorstel nieuwe Wet Natuurbescherming “Staatssecretaris speelt politiek schimmenspel”.

I. Schaderapport

De Koninklijke Jagersvereniging is verbijsterd over het bijgewerkte voorstel voor de nieuwe Wet Natuurbescherming dat staatssecretaris Dijksma op 18 juni 2014 naar de Tweede Kamer stuurde. Het wetsvoorstel staat haaks op de maatschappelijke trends en op de beleidslijn van het Kabinet. Met het afschaffen van de benuttingsjacht lijkt de staatssecretaris afscheid te nemen van haar streven naar verduurzaming van de voedselconsumptie en lijkt zij de maatschappelijke roep om meer lokaal geproduceerd, eerlijk voedsel te ontkennen.

De verzwaring van vereisten en procedures voor de nog resterende jacht staan haaks op het kabinetsbeleid om ‘nationale koppen’ in beleid terug te dringen en de administratieve lasten in het publieke en private domein zo veel mogelijk te voorkomen. In eerste instantie lijkt er voor de jacht en de jager onder de nieuwe wet Natuurbescherming weinig te veranderen: er staat nog een wildlijstje (voor benutting te bejagen wildsoorten) in de wet en jagers, wildbeheereenheden en faunabeheereenheden houden een belangrijke rol in de uitvoering van het natuurbeheer in Nederland.

Wie echter nauwkeurig leest ziet een belangrijke paradigmawisseling in dit wetsvoorstel. Daar waar we onder de huidige wet- en regelgeving wild mogen oogsten uit de natuur omdat daar genoeg van is (dit heet in de Europese Habitat- en Vogelrichtlijnen wise use, ofwel duurzame benutting), meldt de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel ineens dat benuttingsjacht alleen nog bij een ‘bovenmatige wildstand‘ mag plaatsvinden.

De staatssecretaris schakelt voor de benuttingsjacht dus om van het Ja, mits- naar het Nee, tenzij-principe. En dat terwijl de meerderheid van de Kamer zich daar juist tégen uitsprak (afwijzing motie Van Gerven, nr. 45 Kst. 32563, 21 mei 2014). Benutten en beleven zijn belangrijke drijfveren voor de jager.

Zonder benutting dreigt er een kaalslag in de Nederlandse jagerswereld plaats te vinden, waardoor de 13.000 fte die jagers nu jaarlijks besteden aan natuuronderhoud, natuurtoezicht en natuurbeheer grotendeels dreigen te vervallen. Dat heeft een rechtstreeks negatief effect op o.a. de biodiversiteit van het Nederlandse landschap.

De Koninlijke Jagersvereniging constateert dat de staatssecretaris in haar ijver om tegemoet te komen aan de wens van de Kamer om het zonder nut of noodzaak doden van dieren uit te bannen, uiteindelijk een wanconstruct heeft neergezet waarin jagen mét nut en noodzaak ernstig belemmerd wordt. Nogal logisch, omdat jagen zonder nut of noodzaak in Nederland überhaupt niet aan de orde is. Het is slechts een verzinsel ter ondersteuning van een emotioneel georiënteerde anti-jachtcampagne. De vigerende wet- en regelgeving, het door de staatssecretaris geroemde zelforganiserende vermogen van de wildbeheereenheden, de overheidserkende opleiding van de jagers, hun professionele en ethische standaarden (weidelijkheidsregels) en de zelfregulering door instanties als de ereraad van de Koninklijke Jagersvereniging zorgen er nu al voor dat jagen zonder nut of noodzaak in Nederland niet voorkomt.

Dit wetsvoorstel draagt daar op generlei wijze verder aan bij en is daarmee voor de Koninklijke Jagersvereniging onacceptabel.

Position Paper Koninklijke Jagersvereniging inzake voorstel Wet Natuurbescherming 2

II. Reparatievoorstel

De Koninklijke Jagersvereniging voelt zich medeverantwoordelijk voor een goed natuurbeleid in Nederland. Zij vertegenwoordigt immers 21.000 van de 27.000 jachtaktehouders en het landsdekkende netwerk van de 300 wildbeheereenheden in Nederland en gezamenlijk besteden jagers het equivalent van 13.000 fte per jaar aan het beheer van de Nederlandse natuur.

Om te komen tot een jachtparagraaf in de nieuwe NB-wet die aansluit bij de maatschappelijke ontwikkelingen, Europese uitgangspunten voor natuurbeheer en eigendomsrecht en het generieke regelgevingsbeleid van het Kabinet denkt de Koninlijke Jagersvereniging constructief mee en stelt zij de volgende noodzakelijke reparaties voor:

  1. ‘Duurzame benutting van wild’ expliciet opnemen als gerechtvaardigde grondslag voor jacht. Wild is immers super-duurzaam vlees: wild scoort maximaal op alle criteria die de politiek voor de verduurzaming van de productie van dierlijke eiwitten heeft vastgelegd (dierenwelzijn, voeding, antibiotica, food-miles, etc.). Wild eten past naadloos in de maatschappelijke trend om meer lokaal geproduceerd, eerlijk vlees van bekende herkomst te eten.
  2. De wildlijst uitbreiden met die wildsoorten die in Nederland in (veel) meer dan voldoende mate voorkomen, zoals (grauwe) gans, ree, wild zwijn, damhert en edelhert. De benuttingsjacht is administratief veel eenvoudiger ingericht dan de beheer- en schadebestrijdingsjacht met zijn systeem van ontheffingen en aanwijzingen. Het overhevelen van deze wildsoorten van de beheer- en schadebestrijdingsjacht naar de benuttingsjacht levert een aanzienlijke administratieve lastenverlichting op, in lijn met het Kabinetsbeleid dat onlangs nog in de troonrede benadrukt werd. Bovendien sluit Nederland hiermee veel beter aan bij de Europese context en bij het Europese beleid, waardoor voor jagers, wildhandelaren en restaurateurs een gelijker speelveld ontstaat.
  3. De administratieve vereisten voor de benuttingsjacht beperken tot a) volledige transparantie over het uitgevoerde afschot en b) door middel van (trend)tellingen aantonen dat de benuttingsjacht niet leidt tot een aantasting van de duurzame staat van instandhouding van de bejaagde wildsoorten. Dit zijn de enige gegevens die nodig zijn om aan te tonen dat er sprake is van verantwoorde en duurzame benutting. De Nederlandse jagers registreren hun tellingen en afschot in het door de overheid omarmde digitale FaunaRegistratieSysteem. Tellingen worden door jagers en andere natuurbeheerders uitgevoerd, in toenemende mate in samenwerkingsverbanden.
  4. In die gevallen dat benuttingsjacht alleen niet volstaat om schade aan verkeer, landbouw, volksgezondheid en natuur in voldoende mate te voorkomen aanvullend beheer- en schadebestrijdingsjacht instellen. Dit geldt in het bijzonder voor wildsoorten die niet benutbaar zijn maar wel schade veroorzaken, zoals meeuwen, roeken, eksters en vossen; en voor invasieve exoten, waarbij we juist geen duurzame staat van instandhouding nastreven. Op basis van schadehistorie, danwel risicobeoordeling in geval van potentiële schade en/of gevaar voor verkeer, volks- en diergezondheid en recreatie, zouden aanwijzingen voor beheer- en schadebestrijdingsjacht verstrekt moeten worden.

Position Paper Koninklijke Jagersvereniging inzake voorstel Wet Natuurbescherming

3 De Koninklijke Jagersvereniging vormt samen met de ANWB, Recron, Hiswa, Wandelnet, Landelijk fietsplatform, Watersportverbond, Platform waterrecreatie, Nederlandse Vereniging van Rentmeesters en Sportvisserij Nederland de Regiegroep Recreatie en Natuur. Volledigheidshalve verwijzen wij u ook naar position paper van deze regiegroep.

bron: Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging, 25/09/14

Print Friendly, PDF & Email

Reageren is niet mogelijk