Mager broedseizoen voor kolganzen

Mager broedseizoen voor kolganzen

Tellingen in de afgelopen drie weken laten zien dat kolganzen met weinig jongen uit de Russische toendra zijn teruggekeerd. In een eerste steekproef van bijna 30.000 vogels in Friesland, Zuid-Holland, Gelderland en de grensstreek van Duitsland bedraagt het aandeel jonge vogels ongeveer 10%. Veel paren hebben helemaal geen jongen. Succesvolle families hebben meest 1 of 2 jongen. 

Het lage aandeel jonge vogels is een bevestiging van een trend die al langer gaande is. Tot 1994 werden in groepen kolganzen regelmatig meer dan 30% jonge vogels geteld. Daarna ging het bergafwaarts en werden in de meeste jaren niet meer dan 20% jongen waargenomen. In de beschikbare reeks gegevens vanaf 1960 zijn er nu 5 seizoenen met een jongenpercentage van rond de 10%. 

Over de achtergronden van het slechte broedsucces in 2014 valt vooralsnog weinig te zeggen. De voorjaarstrek startte het afgelopen voorjaar erg vroeg, maar er is nog weinig bekend over de omstandigheden die kolganzen tijdens de voorjaarstrek en gedurende het broedseizoen troffen. Bij andere soorten die overlappende broedgebieden hebben lijkt het broedsucces eveneens aan de lage kant, maar is de steekproef nog te klein voor een eerste balans. Rotganzen daarentegen, die veel oostelijker broeden, lijken wel succesvol te zijn geweest.

Het broedsucces van ganzen en zwanen wordt jaarlijks door een kleine groep vrijwilligers vastgesteld. Daartoe worden groepen vogel voor vogel bekeken en wordt de leeftijd geregistreerd. De steekproeven worden zoveel mogelijk over het land verspreid om de representativiteit te waarborgen.

bron: Sovon Vogelonderzoek Nederland, 20/10/14 

Print Friendly, PDF & Email

Reageren is niet mogelijk