Update Vogelgriep na 3e geval van uitbraak in Biddinghuizen 02-12-2016

In Biddinghuizen (gemeente Dronten) is op donderdag 1 december 2016 bij een derde vleeseendenbedrijf vogelgriep (H5) vastgesteld. Om verdere verspreiding van het virus te voorkomen, wordt zo spoedig mogelijk ook dit bedrijf geruimd. In totaal gaat het om circa 8500 vleeseenden. De ruiming wordt uitgevoerd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Het nu getroffen bedrijf ligt in de 3-kilometer-zone van het afgelopen zaterdag besmet verklaarde eendenbedrijf in Biddinghuizen. Eerder vandaag werd bekend dat ook bij een tweede bedrijf in de 3-kilometer-zone vogelgriep is vastgesteld.

In het gebied van 1 en 3 kilometer rond het derde besmet-verklaarde bedrijf in Biddinghuizen liggen geen andere bedrijven. Staatssecretaris Van Dam van Economische Zaken heeft per direct een vervoersverbod voor gevogelte afgekondigd in een zone van tien kilometer rond dit getroffen bedrijf in Biddinghuizen. Dit gebied overlapt voor een groot deel met het eerder ingestelde gebied waar dit vervoersverbod al van kracht was. Dit vervoersverbod heeft betrekking op onder andere pluimvee, eieren, pluimveemest en gebruikt strooisel. Alle eerder genomen landelijke maatregelen blijven onverkort van kracht.


Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 9 november 2016, nr. WJZ/16173311, houdende maatregelen tot het afschermen en ophokken van gevogelte in verband met de preventie van hoogpathogene aviaire influenza (Regeling maatregelen preventie vogelgriep 2016)

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelet op Richtlijn 2005/94/EG van de Raad van 20 december 2005 betreffende communautaire maatregelen ter bestrijding van aviaire influenza en tot intrekking van Richtlijn 92/40/EEG (PbEU 2006, L 10) en artikel 17, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren; Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

commercieel gehouden gevogelte: gevogelte bestemd voor de productie van vlees, eieren of andere producten, voor het uitzetten in het wild, of het fokken van gevogelte voor deze doeleinden, met de bedoeling geld te verdienen;

gevogelte: pluimvee en andere vogels, in gevangenschap gehouden of gefokt; hygiëneprotocol: set praktische hygiëneregels ter bevordering van de bioveiligheid in een specifieke situatie zoals bekendgemaakt op de website van de NVWA;

inrichting: agrarische of andere inrichting waar commercieel gehouden vogels of andere in gevangenschap levende vogels worden gekweekt of gehouden, met uitzondering van slachthuizen, vervoermiddelen, quarantainevoorzieningen en quarantainestations, grensinspectieposten en laboratoria die met officiële toestemming aviaire influenzavirussen bewaren;

vogelverblijfplaats: kooi, volière, terrein of gebouw met uitzondering van menselijke woonruimte, waar gevogelte aanwezig is of gewoonlijk wordt gehouden en aanverwante ruimtes waar materiaal ten behoeve van het gevogelte is opgeslagen of gewoonlijk wordt opgeslagen;

watervogels: zwanen, ganzen, eenden, duikers, aalscholvers, reigers, ooievaars, ibissen, flamingo’s, futen, kraanvogels, rallen, steltlopers, meeuwen en sterns.

Artikel 2. Afscherm- en ophokplicht gevogelte

1Iedere houder van commercieel gehouden gevogelte brengt ten minste afscheidingen aan tussen het gevogelte en andere in de inrichting aanwezige dieren dan gevogel

2Iedere houder van gevogelte neemt passende maatregelen om zo veel mogelijk te voorkomen dat het door hem gehouden gevogelte in contact komt met gevogelte van andere houders of met in het wild levende dieren, zoals in het wild levende vogels of hun uitwerpselen.

3Voor een houder van commercieel gehouden gevogelte, met uitzondering van gevogelte, behorende tot de eendvogels (Anseriformes), fazanten (Phasianidae), en de familie van struisvogels (Struthionidae), van emoes (Dromaiidae), en van nandoes (Rheidae), is een passende maatregel als bedoeld in het tweede lid ten minste het binnen een gebouw brengen en daar houden van het gev

4(vervallen per wijziging van 10 november)

Artikel 2a. Bezoekverbod

1Het is bezoekers verboden vogelverblijfplaatsen, alsmede niet deugdelijk fysiek van die verblijfplaatsen afgescheiden woonruimte of andere delen van een inrichting te betreden.

2In afwijking van het eerste lid is het betreden van vogelverblijfplaatsen toegestaan, indien:

a. het bezoek van de personen noodzakelijk is in het kader van diergezondheid, dierenwelzijn of gezondheid van aanwezige personen in de stal;

bhet bezoek aan een houder van commercieel gehouden gevogelte plaatsvindt overeenkomstig het hygiëneprotocol, en de bezoeker het bezoek registreert.

3In afwijking van het tweede lid zijn de onderdelen b en c van dat lid niet van toepassing op het bezoek van personen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, indien een acute noodsituatie zich tegen toepassing van deze onderdelen verzet.

4In afwijking van het eerste lid is het betreden van vogelverblijfplaatsen toegestaan, indien: het bezoek betreft van personeel van de inrichting waarvan de vogelverblijfplaats onderdeel uitmaakt,

bhet bezoek aan een houder van commercieel gehouden gevogelte plaatsvindt overeenkomstig het hygiëneprotocol, en de bezoeker in de 72 uren voorafgaand aan het bezoek geen andere inrichting met commercieel gehouden gevogelte heeft bezocht.

5Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op vervoermiddelen van een bezoeker

Artikel 2b. Bezoekersregeling en registratieplicht (toegevoegd per 14 november)

1Het is een houder van gevogelte verboden om bezoekers toe te laten tot zijn vogelverblijfplaatsen alsmede tot een niet deugdelijk fysiek van die verblijfplaatsen afgescheiden woonruimte of andere bedrijfsgedeelten, met uitzondering van de bezoekers, bedoeld in artikel 2a, tweede en derde lid, in de daar bedoelde situatie

2Een houder van gevogelte houdt een register bij van alle bezoeken aan vogelverblijfplaatsen, niet deugdelijk fysiek van de vogelverblijfplaatsen afgescheiden woonruimte of andere delen van een inrichting, waarin ten minste zijn opgenomen:

a.naam, adres en woonplaats van de bezoeker,

bvoor zover de bezoeker een vervoermiddel heeft gebruikt: soort en kenteken van het vervoermiddel, reden van het bezoek, en

ddatum en tijdstip van aankomst en vertrek van de bezoeker

Artikel 2ba. Bezoekverbod inrichting (toegevoegd per 26 november)

1. Het is bezoekers verboden een inrichting waar gevogelte commercieel wordt gehouden, te betreden, onverminderd artikel 2

2. In afwijking van het eerste lid is het betreden van de in het eerste lid bedoelde inrichtingen toegestaan, indien:

a. het bezoek plaatsvindt overeenkomstig een hygiëneprotocol, en

b. de bezoeker het bezoek registreert.

3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op vervoermiddelen van de bezoeke

4. Iedere houder van commercieel gehouden gevogelte brengt duidelijk zichtbare afscheidingen aan langs de grenzen van de inrichtin

Artikel 2c. Verbod wedstrijden en tentoonstellingen met vogels (toegevoegd per 14 november)

1Alle jaarbeurzen, markten, wedvluchten, culturele evenementen, tentoonstellingen, keuringen en andere tijdelijke verzamelingen zijn verboden, voor zover daar pluimvee of watervogels op een plaats worden verzam

2Vrijstellingen op grond van artikel 2.5, tweede en derde lid, van de Regeling tijdelijke maatregelen dierziekten zijn opgeschort.

Artikel 2d. Verbod jagen en doden van wild (toegevoegd per 14 november)

1In afwijking van artikel 31 Flora- en faunawet is het verboden te jagen op eenden of te jagen in gebieden waar dit watervogels kan verstoren.

2Het is verboden in het wild levende dieren te vangen of te doden voor zover dit watervogels betreft of watervogels kan verstoren. Daartoe zijn alle bestaande aanwijzingen, toestemmingen, vrijstellingen en ontheffingen op grond van de artikelen 65, 67, 68, 72 en 75 van de Flora- en faunawet opgeschort.

3In afwijking van het eerste en tweede lid is het jagen, vangen en doden van dieren toegestaan indien dit geschiedt:

a.ter bescherming van de veiligheid van het luchtverkeer;

bter bestrijding van muskusratten;

c.ter voorkoming van schade door konijnen op industrieterreinen; of

din het kader van wetenschappelijk onderzoek.

Artikel 2e. Vervoer van commercieel gehouden pluimvee (toegevoegd per 26 november)

1. Het vervoer, met inbegrip van verplaatsing zonder vervoermiddel, over de openbare weg van pluimvee, met uitzondering van eendagskuikens, tussen inrichtingen waar pluimvee commercieel wordt gehouden, is verboden.

2. In afwijking van het eerste lid is het vervoer toegestaan, indien:

a. het vervoer rechtstreeks plaats vindt,

b. het vervoer plaatsvindt overeenkomstig een hygiëneprotocol, en het pluimvee vergezeld gaat van een verklaring, die minder dan 24 uur oud is, van een dierenarts dat het pluimvee dat wordt gehouden in de inrichting waarvandaan het vervoer plaatsvindt, op basis van een klinische inspectie geen ziekteverschijnselen vertoont.

3. De verklaring, bedoeld in het tweede lid, onder c, bevat in elk geval:

a.de datum en het tijdstip van de klinische inspectie;

b. de contactgegevens en het registratienummer, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren van de houder van de inrichting waarvandaan het vervoer plaatsvindt;

c.de bevindingen van de klinische inspectie;

d. naam en handtekening van de dierenarts

4. De houder van de inrichting waar het pluimvee wordt afgeleverd, bewaart de in het tweede lid, onder c, bedoelde verklaring gedurende zes maanden.

Artikel 3. Inwerkingtreding

Deze regeling wordt bekendgemaakt op www.rijksoverheid.nl, en treedt onmiddellijk na haar bekendmaking op het internet in werking.

Artikel 4. Citeertitel (toegevoegd per 10 november)

Deze regeling wordt aangehaald als Regeling maatregelen preventie vogelgriep 2016.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

‘s-Gravenhage, 9 november 2016

De Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P van Dam


TOELICHTING (oorspronkelijke regeling van 9 november)

De afgelopen weken hebben meerdere lidstaten melding gedaan van hoogpathogene vogelgriep van het type H5N8 bij wilde watervogels. Zo heeft Hongarije op 27 oktober melding gedaan, Polen op 7 november, Duitsland op 8 november en Oostenrijk op 9 november. Ook is in Hongarije op 3 november een besmetting met H5N8 bij een kalkoenenbedrijf vastgesteld. Vandaag, 9 november

2016, is ook in Nederland H5 vogelgriep vastgesteld is bij wilde watervogels. De deskundigengroep dierziekten bevestigt in de bijeenkomst van 9 november 2016 dat er sprake is van een aanzienlijk hoger risico voor de Nederlandse pluimvee sector voor de insleep van het H5N8 virus. Om insleep op pluimveebedrijven te voorkomen heeft een landelijke ophok- en afschermplicht een

toegevoegde waarde omdat pluimveebedrijven met een uitloop een veel groter risico hebben op de insleep van vogelgriep vanuit de wilde watervogelpopulatie. In Nederland zijn veel wilde watervogels en veel pluimveebedrijven. Een landelijke ophok- en afschermplicht draagt daarom substantieel bij aan het verminderen van dit risico. Uit het oogpunt van preventie van HPAI en het voorkomen van uitbraken in Nederland van deze ziekte wordt met onderhavige regeling een afschermings- en ophokplicht ingesteld. Dit betekent dat bedrijven ervoor dienen te zorgen dat

hun gevogelte wordt afgeschermd van op het bedrijf aanwezige zoogdieren. Alle houders van gevogelte moeten ervoor zorgen dat de vogels niet in contact komen met andere (wilde) vogels en hun uitwerpselen. Houders van commercieel gehouden gevogelte doen dit door hun dieren op te hokken in een gebouw. Dit geldt ook voor vrije uitloop en biologische pluimveebedrijven. Dit geldt ook voor hobbymatig gehouden hoenderachtigen, duiven en roofvogels, zij het dat ophokken in een volière voldoende is.Met deze ophok- en afschermplicht wordt het risico op insleep van HPAI vanuit wilde watervogels verkleind en het risico op verspreiding tussen bedrijven via onder andere wilde vogels geminimaliseerd.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P van Dam


TOELICHTING (bij wijziging van 10 november)

Op 9 november 2016 is een afscherm- en ophokplicht voor gevogelte vastgesteld (nr. WJZ/16173311) ter verkleining van het risico op insleep van hoogpathogene vogelgriep van het type H5N8 via wilde watervogels en van het risico op verspreiding van dit virus tussen bedrijven via deze vogels. Deze verplichting geldt niet alleen voor houders van commercieel gehouden dieren, maar ook voor houders die gevogelte om andere redenen houden, zoals om hobbymatige redenen. Op grond van artikel 2, tweede lid, van de regeling geldt voor degenen die gevogelte om andere dan commerciële redenen houden, in beginsel alleen een verplichting om door middel van passende maatregelen zoveel mogelijk te voorkomen dat de door hen gehouden dieren kort gezegd in contact komen met ander gevogelte.

In artikel 2, vierde lid, van de regeling was voorzien in een uitwerking van deze inspanningsverplichting voor niet-commercieel gehouden hoenderachtigen, roofvogels en duiven. Bij nader inzien is, gegeven de situatie dat er in Nederland geen sprake is van uitbraken bij gehouden pluimvee, een dergelijke specificatie niet nodig en kan worden volstaan met de algemene inspanningsverplichting van artikel 2, tweede lid, van de regeling. Aan deze verplichting kan bijvoorbeeld worden voldaan door het gevogelte te plaatsen in een ren. Artikel I, onderdeel A, van deze wijzigingsregeling laat om die reden artikel 2, vierde lid, vervallen. Voorts is van de gelegenheid gebruik gemaakt om de regeling van 9 november 2016 een citeertitel te geven.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P. van Dam


TOELICHTING (bij wijziging van 14 november)

De afgelopen weken hebben meerdere lidstaten melding gedaan van hoogpathogene vogelgriep van het type H5N8 bij wilde watervogels. Op 9 november 2016 is een afscherm- en ophokplicht voor gevogelte vastgesteld (nr. WJZ/16173311) ter verkleining van het risico op insleep van hoogpathogene vogelgriep van het type H5N8 via wilde watervogels en van het risico op verspreiding van dit virus tussen bedrijven via deze vogels. Op diezelfde dag werd ook in Monnickendam H5N8 vogelgriep vastgesteld bij wilde watervogels. Op 11 november 2016 is vastgesteld dat een aantal vogels (eenden en een kip) op een kinderboerderij/dierentuin in Rotterdam ook besmet zijn met een H5 virus. Nu het virus zich verspreidt door het land, is besloten om de reeds genomen maatregelen aan te vullen. Naast de afscherm- en ophokplicht wordt een bezoekersregeling, een verzamelingsverbod en een jachtverbod ingesteld. De bezoekersregeling houdt in dat de toegang tot bedrijven waar gevogelte aanwezig is of normaliter wordt gehouden voor bezoekers verboden is, met uitzondering van het woonhuis of een boerderijwinkel of -camping of andere agrarische nevenactiviteit (zogenoemde andere bedrijfsgedeelten), mits fysiek afgescheiden van de vogelverblijfplaatsen. Een deugdelijke fysieke afscheiding betekent de aanwezigheid van een muur of een met platen opgetrokken wand en dergelijke. Afscheiding door middel van een lint of vergelijkbaar materiaal voldoet niet.

Bepaalde categorieën bezoekers (zoals politie of medische hulpverleners) hebben onder omstandigheden wel toegang tot de vogelverblijf-plaatsen, voor zover dit noodzakelijk is in het kader van diergezondheid, dierenwelzijn of gezondheid van aanwezige personen in de stal. Een dierenarts mag bijvoorbeeld wel de stal in als er sprake is van ziek pluimvee, maar een adviseur van de veevoerindustrie mag niet de stal in om te beoordelen of de kippen goed groeien. Dit laatste is niet noodzakelijk voor diergezondheid of dierenwelzijn. Ten aanzien van het personeel van de bedrijven geldt ook dat zij het bedrijf slechts mogen betreden als zij aan een aantal voorwaarden voldoen. Daarnaast geldt dat de gevogeltehouder een register bij moet houden van degenen die zijn inrichting hebben bezocht .Het verzamelingsverbod houdt in dat alle tentoonstellingen e.d. waarbij pluimvee of watervogels bijeengebracht worden, verboden zijn in geheel Nederland.

Het jachtverbod houdt in dat alle jacht, beheer en schadebestrijding gericht op watervogels of die de watervogels kan verstoren voorlopig verboden is. Watervogels vormen een natuurlijk reservoir voor vogelgriepvirussen waaronder het hoogpathogene H5N8 virus. Met jacht, beheer en schadebestrijding kunnen watervogels worden verstoord en besmette vogels kunnen op deze manier vogelgriep meer verspreiden dan in een situatie zonder deze activiteiten. Niet alleen de jacht op watervogels is verboden, maar ook andere jachtactiviteiten waarmee watervogels kunnen worden verstoord, zoals het jagen op hazen in een waterrijkgebied met veel watervogels. 

Van dit verbod kan slecht worden afgeweken indien dit noodzakelijk is 

  • ter bescherming van de veiligheid van het luchtverkeer, 
  • ter bestrijding van muskusratten of 
  • ter voorkoming van schade door konijnen op industrieterreinen.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P. van Dam


TOELICHTING (bij wijziging van 26 november, voor zover relevant)

In het najaar van 2016 hebben meerdere lidstaten melding gedaan van hoogpathogene vogelgriep (hierna: HPAI) van het type H5N8 bij wilde watervogels. Daarbij hebben zich ook in Nederland gevallen voorgedaan van besmetting van wilde watervogels en hobbymatig gehouden vogels. HPAI is een besmettelijke dierziekte, die tot hoge sterftecijfers kan leiden bij vogels en in sommige gevallen kan worden overgedragen op mensen (zogenoemde zoönose). In verband hiermee is de Regeling preventie vogelgriep 2016 vastgesteld waarmee landelijk preventieve maatregelen zijn getroffen zoals een afscherm- en ophokplicht voor gevogelte en een bezoekersregeling.

Op 26 november 2016 is een uitbraak van HPAI geconstateerd bij een commercieel pluimveebedrijf in Biddinghuizen (gemeente Dronten) in Flevoland. Om introductie van dit virus op andere pluimveebedrijven te voorkomen worden de genoemde landelijke maatregelen uitgebreid. Allereerst wordt de bezoekersregeling voor stallen uitgebreid met een regeling voor het betreden van het erf van commerciële pluimveebedrijven. De houders van commerciële pluimveebedrijven worden in verband hiermee verplicht de erfgrenzen duidelijk zichtbaar te markeren. Bezoekers kunnen alleen het erf van de inrichting betreden indien zij voldoen aan een daartoe opgesteld hygiëneprotocol en indien zij hun bezoek registreren.

Verder worden regels gesteld over het vervoer van commercieel gehouden pluimvee. Een transport tussen commerciële pluimveebedrijven wordt alleen toegestaan indien dit rechtstreeks plaatsvindt, indien wordt voldaan aan een daartoe opgesteld hygiëneprotocol en indien wordt beschikt over een positieve verklaring van de dierenarts. Deze verklaring heeft betrekking op al het pluimvee dat wordt gehouden op het bedrijf waarvandaan het transport plaatsvindt, is gebaseerd op een klinische inspectie en is ten tijde van de aankomst van het transport niet ouder dan 24 uur. De vervoerder dient de verklaring bij zich te hebben en bij aflevering van het pluimvee over te dragen aan de ontvangende partij. Deze dient de verklaring gedurende zes maanden te bewaren met het oog op controle vanuit een oogpunt van bioveiligheid.

Print Friendly

Reageren is niet mogelijk