Watervogels steeds belangrijker voor biodiversiteit moerasgebieden

Watervogels achtergrondWatervogels spelen een steeds belangrijkere rol in het behoud van biodiversiteit in moerasgebieden. Dit concludeert Erik Kleyheeg op basis van zijn onderzoek naar de verspreiding van plantenzaden door wilde eenden. Iedere wilde eend blijkt jaarlijks duizenden zaden te verspreiden. Daarbij is de verspreiding in drogere streken groter dan in nattere streken. Dat is goed nieuws, want hoe verder geschikte leefgebieden voor een plant uit elkaar liggen, hoe moeilijker het is om daar zonder de hulp van vogels terecht te komen. Erik Kleyheeg promoveert woensdag 23 september aan de Universiteit Utrecht.

Moerasgebieden zijn voor de planten die daar leven ‘eilanden in een zee van land’, zoals Darwin het omschreef. De kans dat hun zaden via water of wind een ander moerasgebied bereiken, is klein. Verspreiding van zaden door watervogels is daarom cruciaal voor het voortbestaan van deze plantensoorten. Erik Kleyheeg toont aan dat de wilde eend (Anas platyrhynchos) hierbij een belangrijke rol speelt. In Nederland overwinteren jaarlijks ongeveer een miljoen wilde eenden.

Inefficiënte spijsvertering
Uit het onderzoek van Kleyheeg blijkt dat wilde eenden massaal zaden van moerasplanten eten. Vanwege hun inefficiënte spijsvertering worden grote aantallen van deze zaden weer levensvatbaar uitgepoept. De meeste wilde eenden bezoeken elke dag een aantal verschillende waterrijke plekken en dus is de kans groot dat het zaad in een andere geschikte leefomgeving terechtkomt.

GPS-apparaatjes
Door kleine GPS apparaatjes op de rug van eenden aan te brengen, onderzocht Kleyheeg hoe vaak en over welke afstanden ze zich verplaatsten. Wilde eenden in drogere streken bleken veel grotere afstanden af te leggen dan eenden in natte streken. Het zaad uit meer geïsoleerd liggende moerasgebieden wordt daardoor toch goed verspreid. “Dat is goed nieuws voor de biodiversiteit, want het aantal moerasgebieden neemt in grote delen van de wereld flink af”, aldus Kleyheeg.

Zelfs eikels
Om te achterhalen welke plantensoorten via wilde eenden worden verspreid, onderzocht Kleyheeg de ingewanden van wilde eenden die door jagers geschoten waren. Het maagdarmkanaal bleek een verrassend grote diversiteit aan zaden te bevatten: van typische waterplanten tot gecultiveerde tuinplanten en zelfs eikels. Wilde eenden zijn echte alleseters, concludeert Kleyheeg: “Elk zaad dat in of rond het water terecht komt heeft een kans om te worden opgegeten.”

Spiermaag grootste obstakel
Gegeten worden is echter pas de eerste stap. De echte uitdaging is het overleven van de spijsvertering van de eend, want die eten zaden in principe om ze te verteren. Voederexperimenten en het nabootsen van spijsverteringsprocessen in het lab, wezen uit dat vooral kleine zaden met een harde buitenkant toch vrij gemakkelijk overleven. De spiermaag van de eend blijkt het grootste obstakel. Daar worden zaden vermalen met behulp van kleine steentjes. Maar door de grote variatie in spijsverteringsefficiëntie tussen eenden en in de tijd, hebben ook zwakkere zaden volop kansen om intact verspreid te worden.

bron: Universiteit Utrecht, 15/09/15

Print Friendly, PDF & Email

Reageren is niet mogelijk