Artikel 3.22 Wnb

Artikel 3.22

  1. Het is verboden om de jacht op wild als bedoeld in artikel 3.20, tweede lid, uit te oefenen indien de jacht op de betreffende soort niet is geopend.
  2. Bij ministeriële regeling wordt bepaald in hoeverre de jacht is geopend. De opening van de jacht kan naar plaats of tijd worden beperkt.
  3. De jacht op wild als bedoeld in artikel 3.20, tweede lid, van soorten, genoemd in bijlage II bij de Vogelrichtlijn, wordt niet geopend gedurende de verschillende fasen van de broedperiode en de periode dat de jonge vogels het nest nog niet hebben verlaten, en, voor zover het trekvogels betreft, tevens gedurende de trek van deze vogels naar hun nestplaatsen.
  4. Gedeputeerde staten kunnen de jacht voor de hele provincie, of een gedeelte daarvan, voor een bepaalde tijd sluiten, zolang bijzondere weersomstandigheden dat vergen.
  5. De jacht wordt niet geopend op soorten waarvan de staat van instandhouding in het geding is.
  6. Alvorens een ministeriële regeling als bedoeld in het tweede lid vast te stellen, te wijzigen of in te trekken, overlegt Onze Minister met gedeputeerde staten over het ontwerp daarvan.
Print Friendly, PDF & Email

Reageren is niet mogelijk