1

Onderzoek naar samenwerking tussen raven en wolven

ANP: 24 juni 2021 10:34

Groen & duurzaamheid

Zes jonge raven die dit voorjaar geboren zijn op de Veluwe hebben een zender gekregen waarmee onderzoekers te weten willen komen of de wolven in het natuurgebied samenwerken met de vogels.

Uit buitenlands onderzoek is bekend dat wolven en raven elkaar helpen bij het vinden van een prooi. Maar aangezien wolven pas sinds kort na 150 jaar afwezigheid weer terug zijn in Nederland, en raven niet veel voorkomen, vragen de wetenschappers zich af of beide diersoorten in Nederland nog tot enige samenwerking komen.raaf op zoektocht

Raven verdwenen in de vorige eeuw uit Nederland. Na herintroductie zijn er nu weer ongeveer 180 broedpaartjes, maar de vogel behoort nog steeds tot de met uitsterven bedreigde soorten.

Er is nog nooit eerder onderzoek gedaan naar verblijfplaatsen van raven en hun terreingebruik. De zenders van de jonge raven leveren daar ook gegevens over, net als over broed-, nest- en eetgedrag.

De jonge raven kregen de zender op Koningsdag en zijn vorige maand uitgevlogen. Ze zullen de komende weken verder van het nest vliegen, aldus de wetenschappers.

Het buitenlandse onderzoek liet zien dat raven wolven op de voet volgen, wetende dat een geslaagde jacht van de wolf een vers kadaver oplevert.

Raven zouden wolven ook met gekrijs naar makkelijke prooien lokken. De wolf doodt de prooi en eet het verse vlees. De resten blijven liggen voor de raven, die zelf de huid van een hert of een zwijn niet kunnen doorboren.




Nederlandse jager vrijgesproken in Duitsland voor doden wolf die de jachthonden aanviel.

Een Duitse rechter heeft een Nederlander vrijgesproken die begin 2019 een wolf doodschoot tijdens een jachtpartij in de buurt van Berlijn. Jan Boomkamp (71) uit Enschede móést het beest naar eigen zeggen wel doodschieten omdat het enkele jachthonden aanviel en zich niet liet verjagen. Volgens het Openbaar Ministerie (OM) overtrad de Nederlander de Duitse natuurbeschermingswet.




Leden Wildbeheereenheid Susteren e.o redden ree-kalveren voor de maaimachine

Op dinsdag 8 juni 2021 zijn de leden van de onze Wildbeheereenheid de hele dag volop bezig geweest met het opsporen en verplaatsen van reekalveren van de graspercelen in het IJzerenbos in Susteren.Daar het gras dit jaar uitzonderlijk goed is gegroeid waren de percelen eerder vrijgegeven door Natuurmonumenten om te maaien, wat dus betekende dat de reekalveren nog erg klein zijn en ingrijpen noodzakelijk was omdat gezien hun leeftijd vaak blijven liggen ook als er een maaimachine op hun afkomt.

Dit gebeurde met behulp van een Drone-specialist met een drone met warmtebeeldcamera, die zich hiervoor vrijwillige had aangeboden als proef, zie het bijgevoegde filmpje, tevens er is ook voor de voet in het gras reekalveren met succes opgespoord zie de bijgevoegde foto’s.

 

Wij bedanken allen voor hun inzet en hopen hiermee maai-slachtoffers te hebben voorkomen.

 

 




Politie houdt man aan voor illegale stroperij

 

logo Politie

Gepubliceerd op:

Heerlen

De politie heeft vandaag in Heerlen een 29-jarige man aangehouden die wordt verdacht van (wild)stroperij. Ook heeft de politie een auto, een geweer, jachtkleding en vlees in de vriezer in beslag genomen.

De aanhouding was een resultaat van een onderzoek dat de politie instelde nadat er in het voorjaar van 2020 door verontruste agrariërs en jagers meldingen gemaakt werden van grootschalige wildstroperij in Zuid-Limburg, waarbij vaak met voertuigen over reeds ingezaaide akkers werd gereden.
Een aantal Buitengewoon Opsporings Ambtenaren (Boa), actief in Zuid-Limburg, nam contact op met Team Milieu van de Politie Limburg. Gezamenlijk werden de diverse meldingen geïnventariseerd waaruit bleek dat er bepaalde gebieden vaak werden bezocht door stropers.           

ONDERZOEK

In overleg met een Officier van Justitie werd een onderzoek opgestart waarbij politie en enkele Boa’s, waaronder de Groene Brigade van de Provincie Limburg, zich actief bezighielden met het inventariseren en onderzoeken van de vele meldingen van vermoedelijke stroperij.  Door inzet van zowel tactische en technische hulpmiddelen werden al snel informatie bekend over degene die zich vermoedelijk bezighield met stroperij, waarbij voornamelijk reeën en hazen werd gedood. Door verder diepgaand onderzoek kon vrij nauwkeurig worden vastgesteld op welke dagen, tijdstippen en locaties de stroper actief was. Dit leidde uiteindelijk tot de aanhouding van de verdachte.

ZOEKINGEN

Als gevolg van de aanhouding heeft de politie, in samenwerking met andere ketenpartners, in de woning van de verdachte een doorzoeking verricht. Bij deze doorzoeking nam de politie een aantal goederen in beslag, zoals een geweer, jachtkleding een auto en vlees van reekalfjes dat in de vriezer lag.

NETWERK

Een ander succes wat door het onderzoeksteam werd geboekt is dat er inzage werd verkregen in het onderliggende netwerk van de stropers. Volgens de politie staan de vele meldingen van stroperij uit Zuid-Limburg, maar ook daarbuiten, vaak in relatie met elkaar. Vaak wordt in georganiseerd verband tijdens nachtelijke uren gestroopt waarbij grote gebieden worden aangedaan.  Hoewel stroperij door de stropers zelf vaak wordt gezien als een ‘uitdagende en spannende hobby’, blijkt ook dat prestige een rol speelt. Er is als het ware een onderling competitie waarbij degene die de beste hond heeft ook meer aanzien heeft, en waarschijnlijk ook vaker zal worden uitgenodigd om deel te nemen aan strooptochten.
De politie neemt meldingen over stroperij uiterst serieus en sluit niet uit dat er in de toekomst nog meerdere onderzoeken zullen volgen.

GRUWELIJKE DOOD VAN DIEREN

Het feit dat het opzettelijk doden of vangen van in het wilde levende (zoog)dieren wordt aangeduid als een misdrijf waar zes jaren gevangenisstraf op staat zegt al voldoende over de ernst van het feit. Naast het plegen van het misdrijf werden de dieren die ten prooi vielen aan de stropers vaak op een gruwelijke wijze gedood. De stropers maakten veelal gebruik van zogenaamde hazewindhonden. Dit betreft een hondensoort die wordt gekenmerkt door een slanke lichaamsbouw, een hoge snelheid en goede wendbaarheid en daardoor uitermate geschikt voor de jacht. Tijdens nachtelijke uren werden de in het wild levende dieren met een felle lamp of andere apparatuur opgespoord, waarna de hazewindhonden uit voertuigen werden gelaten en het wild achtervolgden, vingen en doodden. De vaak uitgeputte dieren (reeën en hazen) hadden geen schijn van kans. Een ander nadelig effect van stroperij is dat de populatie van de betreffende diersoorten wordt aangetast waarbij geen rekening wordt gehouden met menselijk normen. Niet zelden wordt een jong- of pasgeboren dier ook gedood of wordt een drachtig moederdier gedood.

Samen sterk voor het buitengebied

Om de natuur en dieren in het buitengebied te beschermen maken we als overheid samen met andere organisaties een vuist in Samen Sterk in Limburg (SSIL). Doel is om misstanden in het buitengebied van Limburg effectief te kunnen aanpakken. Door middel van preventie, handhaving en opsporing werken de partners van SSIL aan een veilig buitengebied voor mens en natuur. De druk op de natuur neemt steeds meer toe. Oorzaken hiervan zijn onder andere de toename van illegale activiteiten in het buitengebied, zoals (drugs)afvaldumpingen, wildcrossen en stroperij. De handhavingssamenwerking in het buitengebied wordt gevormd door 39 partijen waaronder de Groene Brigade, terrein beherende organisaties en de Limburgse gemeenten. Het signaleren en gezamenlijk acteren in de opsporing maakt dat misstanden en verdachten in het buitengebied kunnen worden aangepakt.
Meer informatie over het toezicht en handhaven in het buitengebied is te vinden op de website www.ssil.nl

 

 




‘Er verdwijnt per dag gemiddeld 8 hectare leefgebied voor de haas.

Bron: Leeuwarder Courant:   Klaas StapenseaOpinie

 

Een meerderheid in de Tweede Kamer wil een eind aan de jacht op hazen en konijnen. Het is maar zeer de vraag of dat goed is voor de hazenstand.

Jarenlang was ik honderden uren de haas op het spoor, om op ogenschijnlijk simpele vragen een antwoord te vinden en de cyclische schommelingen in hazenpopulaties te verklaren. Volgens tellingen van de Zoogdiervereniging zouden de aantallen hazen sinds 1950 met circa 60 procent zijn afgenomen.

Landbouwminister Carola Schouten laat onderzoeken of de haas en het konijn van de lijst van vrij bejaagbare wildsoorten geschrapt moeten worden. Daarmee reageert ze op een motie van de Partij voor de Dieren en de SP.

Op de Rode Lijst hebben deze soorten de indicatie ‘gevoelig’. Dit betekent dat het nodig wordt geacht om op deze soorten ‘te letten’. De belangrijkste reden dat de haas dit predicaat draagt is mijns inziens dat de haas in absolute aantallen is afgenomen. Dit is hoofdzakelijk een gevolg van de voortgaande kwantitatieve achteruitgang van het leefgebied. Er verdwijnt per dag gemiddeld 8 hectare leefgebied aan woningbouw, industrie en wegenbouw. Dat is een kleine 3000 hectare per jaar.

Yukon

Maar de dichtheid aan hazen (het aantal hazen per 100 hectare leefgebied) is, voor de meeste landschapstypen, daarentegen de afgelopen periode juist toegenomen.

In het tijdschrift Science wordt door ecologen melding gedaan van een opmerkelijk veldexperiment van hazen in het Yukon-territorium (Canada). Daar werden acht jaar lang gebieden afgezet voor de haas.

In het eerste gebied kregen de hazen extra en gevarieerd voedsel. Het zorgde voor een verdrievoudiging van de populatie in enkele jaren. In het tweede gebied werden roofdieren geweerd: zonder roofwild verdubbelde de hazenpopulatie in een tijdsbestek van enkele jaren.

Paradijs

De meest fortuinlijke hazen kregen een dubbele voorkeursbehandeling: ze kregen veel en gevarieerd voedsel én hadden niet te maken met rovers. Resultaat: elf keer zoveel hazen in enkele jaren tijd. Dit cijfer geeft te denken. Toch konden de ecologen niet verhinderen en verklaren dat na een aantal jaren ook in het ‘paradijs’ een dip in het aantal hazen optrad.

Uit mijn eigen onderzoek Ecological and social capacity of hares in different landscape types blijkt echter dat een te hoge dichtheid aan hazen, onder meer door te weinig afschot, ‘nadelig’ is voor een goede hazenstand.

Bij een te hoge stand wordt de sociale draagkracht van een gebied overschreden en treedt door onder meer stress en conditievermindering een sterke afname van de reproductiecapaciteit bij de moerhazen op en een toename van infectieziekten en daardoor een hogere hazensterfte.

De weidelijke jacht op basis van verstandig en duurzaam gebruik is dus niet een oorzaak van de vermeende achteruitgang van de hazenpopulatie. In Nederlands leven circa 600.000 hazen (herfststand) en is de gunstige staat van instandhouding van de soort dus geheel niet in het geding.

Grote pluim

De Nederlandse jagers, qua opleiding in theorie en praktijk het hoogst aangeschreven in Europa, verdienen juist een grote pluim voor hun bijdrage aan een goede en gezonde hazenstand (wildstand). Bij het ontbreken van een redelijke hazenstand draagt de jager er (conform de Wet natuurbescherming) juist zorg voor dat er weer een redelijke hazenstand bereikt wordt. Vooral door het uitvoeren van kleinschalige biotoopverbeteringsmaatregelen in combinatie met het intensief en jaarrond bestrijden van roofwild.

Niemand kan de belangen van de haas dus beter dienen dan iemand met het hart van een jager. Daar dient veel meer aandacht voor te zijn bij politiek en beleid. De grote inzet en betrokkenheid van jagers en wildbeheerders dienen niet gestraft te worden met een contraproductieve maatregel om de haas van de wildlijst te schrappen.

Dat is voor de weidelijke jagers, de ogen en oren in het frije fjild , een dolksteek in de rug en dan is de haas echt het haasje.

Klaas Stapensea is oprichter van Talpa de Witte Mol, gespecialiseerd in mollenbestrijding, faunamanagement en ecologisch advies.




BIJ12 uitgekeerde faunaschade 2020 Nederland en alle provincies

bron: BIJ12, 03/06/2021

Provincies betaalden in 2020 voor 31,6 miljoen uit aan tegemoetkomingen voor faunaschade. Dit is 6 miljoen euro meer dan in 2019. De schade werd voor ruim 90% veroorzaakt door ganzen aan graslanden. In de water- en grasrijke provincies Friesland en Noord-Holland is de schade het grootst, onder meer omdat dit de laatste stop voor ganzen is voordat zij de overtocht maken naar de broedgebieden.

Sommige beschermde diersoorten veroorzaken schade aan landbouwgewassen of vee. Boeren en tuinders kunnen bij de provincie terecht voor een tegemoetkoming in de schade. BIJ12 handelt deze aanvragen namens de provincies af. Voor een tegemoetkoming in faunaschade gelden voorwaarden. Zo moeten boeren aantonen dat ze zelf genoeg gedaan hebben om schade te voorkomen.

De hoogte van uitgekeerde tegemoetkomingen in faunaschade verschilt van jaar tot jaar. Dit kan het gevolg zijn van toe- of afnames van dierpopulaties, maar ook van andere factoren, zoals het weer en het moment waarop schade optreedt. De toename van de schade met 6 miljoen in 2020 wordt voor 1,74 miljoen verklaard door een verhoging van de prijs van het voorjaarsgras met 2 cent per kilo droge stof.

BIJ12 heeft een infographic van de faunaschade in 2020 gemaakt met daarbij een uitsplitsing van de cijfers per provincie. zie hieronder:

Lader Bezig met laden...
EAD logo Duurt het te lang?

Opnieuw laden Laad het document opnieuw
| Open Openen in nieuwe tab

Download [2.37 MB]




Ganzenbeleid moet evenwichtiger in Nederland

Zorg voor een betere verhouding tussen bescherming en beheer van ganzenpopulaties in Nederland en zet hier als provincies gezamenlijk de schouders onder. Dat adviseert de Maatschappelijke Adviesraad Faunaschade in het rapport ‘Ganzen zonder grenzen’ dat zij aanbiedt aan de Bestuurlijke Adviescommissie Vitaal Platteland van het Interprovinciaal Overleg (IPO).

Hoewel gaat om (veelal) beschermde dieren, worden jaarlijks in Nederland zo’n 400.000 ganzen geschoten om overlast en schade te beperken. Daarnaast wordt ieder jaar voor ongeveer 20 miljoen euro aan tegemoetkomingen voor ganzenschade uitgekeerd. De betrokken partijen: overheden, boeren, maatschappelijke organisaties en faunabeheereenheden zijn niet tevreden over het huidige beleid.

Om tot een betere balans tussen bescherming, schade en overlast te komen, moeten beleid en uitvoering worden aangepast. De adviesraad meent dat dit alleen in nauwe samenspraak met betrokken partijen en op basis van een integrale aanpak kan worden bereikt.

Beter ganzenbeleid

De Maatschappelijke Adviesraad Faunaschade heeft op verzoek van provincies onderzocht welke mogelijkheden er zijn om te komen tot een effectiever ganzenbeleid. In dit advies roept de raad provincies en stakeholders op om te zorgen voor een robuust en gebiedsgericht ganzenbeleid, betere bescherming en effectiever beheer. De internationale context (het AEWA-overleg) is daarbij van belang en biedt mogelijkheden voor betere bescherming van populaties die de landsgrenzen overschrijden.

Gespreksagenda

De adviesraad geeft een uitgebreide analyse van de bestaande situatie voor de verschillende ganzensoorten en de trek- en standganzen populatie. Op grond daarvan wordt een voorzet voor de gespreksagenda gegeven. Onderwerpen op deze gespreksagenda zijn: het onderscheid in trek- en standganzen, soortgerichte benadering, aansluiting bij internationale ontwikkelingen en afstemming tussen landelijke en provinciale overlegstructuren. Ook moet worden gesproken over handelingsperspectief, kennis, monitoring, het belang van onderzoek en communicatie. Op grond hiervan worden aanbevelingen gedaan voor het vormgeven van een op consensus gericht proces. Na gesprekken met maatschappelijke organisaties heeft de adviesraad vastgesteld dat hiervoor veel draagvlak bestaat. Het is wel noodzakelijk dat alle betrokken partijen vanuit gelijkwaardigheid deelnemen. Alleen daadwerkelijk gedeeld eigenaarschap zal tot succes leiden.

Adviesrapport: Ganzen zonder grenzen, advies voor een robuust & gebiedsgericht ganzenbeheer

Lader Bezig met laden...
EAD logo Duurt het te lang?

Opnieuw laden Laad het document opnieuw
| Open Openen in nieuwe tab

Download [3.77 MB]


Aanbiedingsbrief aan voorzitter BAC VP