Faunabeheerplan 2020-2026 Limburg goedgekeurd.

bron: Provincie Limburg

dd: 08 december 2020

Dit jaar liep het vigerende faunabeheerplan Faunabeheereenheid (Fbe) Limburg af. Zij heeft het vigerende faunabeheerplan geëvalueerd en heeft op grond van de evaluatie en geactualiseerde informatie over dierpopulaties en schade aan wettelijke belangen een nieuw faunabeheerplan voor de periode 2020-2026 opgesteld. Over de inhoud van dit plan is in het bestuur van de Fbe Limburg draagvlak bij alle fracties: jacht, landbouw, natuurbeheerders, dierenbescherming en particuliere  grondbezitters.

Toetsing Faunabeheerplan 2020-2026

Het door u ingediende plan is door provincie Limburg getoetst aan de uitgangspunten in artikel 3.12 van de Wet natuurbescherming. Ze stellen vast dat het plan voldoet aan de wettelijke vereisten en ook past binnen de door Provinciale Staten gestelde kaders in paragraaf  3.6, hoofdstuk 3 Natuur van de Omgevingsverordening Limburg 20141 Het plan kan daarom dienen als onderbouwing voor aanvragen voor ontheffingen ex artikel 3.17 van de Wet natuurbescherming of opdracht ex artikel 3.18 van de Wet natuurbescherming. Zij stellen vast dat de Fbe Limburg  een evenwichtig  faunabeheerplan heeft opgesteld waarin een duurzaam beheer van de in Limburg voorkomende diersoorten wordt nagestreefd, zodanig dat de schade aan wettelijke belangen kan worden beperkt en de duurzame  staat van instandhouding van de soorten voldoende wordt gewaarborgd.

Bij de goedkeuring  hebben zij een aantal aandachtspunten meegegeven;

  • Afschotvrij natuurgebied – ‘een natuurgebied dat in beginsel afschotvrij  is voor alle diersoorten -uitgezonderd het wild zwijn- en waarbij in het geval dat er bij één of enkele andere diersoorten zeer ongewenst ontwikkelingen  zijn, aanvullend afschot kan plaatsvinden

    De provincie verzoekt de Fbe Limburg, als opsteller van het faunabeheerplan niet enkel deel neemt aan een stuurgroep maar dat haar organisatie als trekker van het project zal functioneren  waarbij hun expertise, netwerk en door de provincie ter beschikking  gestelde middelen worden inzet, onder meer voor de werving van een projectcoördinator voor de uitvoering.

  • Preventie  Afrikaanse varkenspest – Met de komst van Afrikaanse  varkenspest  in België in september  2018 wordt ook in Nederland de dreiging van dit virus gevoeld. Inmiddels  lijkt de situatie in België onder controle maar is recent het virus verspreid  tot over de oostelijke grens van Duitsland.

    De Roadmap  preventie introductie Afrikaanse Varkenspest is op 4 maart j.l. definitief afgerond en op 27 mei j.l. aangeboden aan minister Schouten. De Roadmap  bevat 16 aanbevelingen verdeeld over drie thema’s.  

    De aanbevelingen hebben betrekking  op preventieve maatregelen;

    • onder andere op het gebied van hygiënemaatregelen bij gehouden varkens, en

    • het reduceren van aantallen wilde zwijnen buiten de drie aangewezen leefgebieden in Gelderland en Limburg.  

    • Andere acties en aanbevelingen gaan over scholing van houders, informeren van doelgroepen en het beperken van risico’s ten gevolge  van menselijk handelen.

    • Ook zal onderzoek worden uitgevoerd om een betere methode te ontwikkelen om aantallen wilde zwijnen vast te kunnen stellen. Sommige acties zijn al in gang gezet en andere moeten nog starten. Per actie is bepaald wie het voortouw neemt bij de verdere uitwerking.

De rol van de Faunabeheereenheid wordt steeds groter en zij is één van de partijen die nodig is om uitvoering te kunnen geven aan de in de Roadmap opgenomen  aanbevelingen. Zo zijn er aanbevelingen die zien op de evaluatie van middelen, maar ook het stimuleren van een gebiedsgerichte  aanpak. In het verleden is reeds gesproken over de inrichting van een ondersteuningsteam, maar hier zijn nog geen concrete acties uit voortgekomen.  Mede in het licht van de uitvoering van de aanbevelingen opgenomen in de Roadmap verzoeken zij de Fbe Limburg om op korte termijn met een plan van aanpak te komen voor de verdere inrichting hiervan.

  •  Exoten beheerplan

Het is niet wettelijk verplicht om een faunabeheerplan vast te stellen voor het beheer van exoten en onbeschermde en verwilderde dieren, in tegenstelling tot beschermde  inheemse  diersoorten.  Op verzoek van de provincie Limburg heeft de Fbe Limburg de exoten wel opgenomen in het faunabeheerplan omdat het beheer op een vergelijkbare manier kan worden georganiseerd als het beheer van inheemse  beschermde faunasoorten. Voor exoten en onbeschermde en verwilderde dieren is een faunabeheerplan gewenst wanneer bij de aanpak een gecoördineerde inzet van jachtaktehouders of andere uitvoerders, zoals muskus- en beverratbestrijders, wenselijk is. Het doel is door vroegtijdig ingrijpen per saldo zo min mogelijk dieren te hoeven doden. Hiermee is een gedegen onderbouwing  beschikbaar  voor de eventuele inzet van middelen voor schade- en overlastbestrijding en faunabeheer  van uitheemse faunasoorten en onbeschermde en verwilderde dieren in Limburg.

  • Bever

Het vigerende faunabeheerplan Bever 2017-2020  wordt in het voorliggende faunabeheerplan vervangen door een nieuw hoofdstuk. De huidige lijn, een schade-gestuurde aanpak, wordt hierin voortgezet. Wel is de kaart met kansrijke  gebieden in beperkte mate aangepast. Een aantal kanalen waar veel graafschade ontstaat is afgevoerd als kansrijk gebied en een aantal beektrajecten  is toegevoegd  als kansrijk, waarmee de een populatie van minimaal 500 bevers in stand blijft. Ook is opgenomen  om het mogelijk te maken om zieke, zwakke of gewonde bevers die lijden te mogen doden met het geweer door deskundigen. De provincie verzoekt echter aan de Fbe Limburg om in 2021 in afstemming met betrokken partijen de in het faunabeheerplan opgenomen aanpak te evalueren en indien nodig herzien om te komen tot een meer effectieve aanpak. Dit, gelet op de sterk gestegen kosten voor het beverbeheer  door, onder meer, het Waterschap Limburg.




Update AVP-uitbraak Duitsland

Bron: Nieuwe Oogst

Premie voor elk gevonden of gedood dier

Duitsland is in de witte zone rondom het met Afrikaanse varkenspest besmette gebied in Brandenburg het vangen en doden van wilde zwijnen gestart. Tegelijk vordert de bouw van hekwerken op de grens gestaag. Over afzienbare tijd is er langs de hele oostgrens van Duitsland een vast hekwerk.

Het aantal besmette wilde zwijnen in Duitsland loopt nog steeds op. Op het eiland in de Oder zijn nu toch 40 dode besmette zwijnen gevonden. Daardoor zit er even een flinke stijging in het aantal met Afrikaanse varkenspest besmette zwijnen. In Brandenburg staat de teller op totaal 225 besmettingen. In de deelstaat Saksen zijn 15 besmette dieren gevonden. Het totaal zijn er tot 3 december 240 besmette wilde zwijnen gevonden.

Met behulp van 125 kilometer hekwerk is in Brandenburg de eerste witte zone gecreëerd. In die zone zijn 120 vallen voor wilde zwijnen geplaatst. Naast de vallen zal er ook intensief worden gejaagd op de wilde zwijnen. Ook rondom de andere besmette zones gaat de bouw van vaste hekwerken door. Ook daar komen witte zones, ook in Saksen. Tegelijk worden er hekwerken geplaatst op de grens.

Na het eerste bevestigde AVP-geval was er geen jacht meer toegestaan ​​om de dieren niet bang te maken. Met het gesloten hek gaat de bestrijding nu verder. „Het is belangrijk om de wilde zwijnen snel en over een groot gebied te verwijderen. Hiervoor worden vaste en mobiele vallen gebruikt, waarin de dieren worden gevangen. Binnen de ingestelde restrictiezones (kerngebied, witte zone, bedreigd gebied, bufferzone) heeft de volledige verwijdering van wilde zwijnen in de witte zone de hoogste prioriteit. Ik ben de jagers nu al dankbaar voor hun steun”, zei Silvia Bender, staatssecretaris van Landbouw. Ze bracht een bezoek aan de witte zone om te kijken hoe de vallen werden geplaatst.

Premie voor elk gevonden of gedood dier

Naast het plaatsen van vallen zijn er premies te krijgen voor jagers, om de jacht en het vinden van kadavers te stimuleren, zijn er in de diverse deelstaten premies voor elk gevonden of gedood dier. Zo betalen de autoriteiten een onkostenvergoeding van 30 euro (onder de 30 kilogram levend gewicht) en 50 euro (meer dan 30 kilogram levend gewicht) voor elk zwijn dat wordt ingeleverd bij de districten. Op andere wildsoorten mag voorlopig niet worden gejaagd. Doel is het gebied zo snel mogelijk helemaal vrij krijgen. Naast de jacht gaat het zoeken naar kadavers in en buiten de besmette zones door.

Polen en Tsjechië

Saksen heeft de 56 kilometer hekwerk op de oostgrens klaar en die sluit aan op de 120 kilometer hekwerk die Brandenburg heeft gebouwd langs de besmette gebieden. De bouw van hekwerk naar het noorden toe tot Mecklenburg-Voor-Pommeren gaat door. Die deelstaat heeft het hekwerk op de grens met Polen al klaar. Ook de zuidelijke deelstaat Beieren heeft het hekwerk langs de grens met Tsjechië klaar.




De­fen­sie en Pro­vin­cie Lim­burg star­ten Vrij­wil­li­ge Groe­ne Bri­ga­de’

In samenwerking met het Defensie start de Provincie Limburg een voor Nederland uniek pilotproject: de ‘Vrijwillige Groene Brigade’. Vanuit duaal werkgeverschap is het mogelijk om tien medewerkers van 13 Lichte Brigade te werven als Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA), voor toezicht en handhaving in de Provincie.

Met de komst van de pilot Vrijwillige Groene Brigade geeft de Provincie uitvoering aan haar belofte om het toezicht in het buitengebied te intensiveren. Zij vormen de flexibele schil van de Groene Brigade, die informatiegestuurd kunnen worden ingezet. Voor Limburg biedt dit ook op lange termijn perspectief om goede arbeidskrachten te laten instromen van tijdelijke BOA’s op vacatures in vaste formaties bij Provincie en/of gemeenten bij een succesvol verloop van de pilot en aflopend contract bij de Defensiemedewerker.

Breed draagvlak

Gedeputeerde Robert Housmans (Sociale Agenda, Zorg en Veiligheid): “Ik ben trots op de samenwerking met Defensie om de Provincie Limburg nog veiliger te maken. Deze pilot met extra vrijwillige BOA’s als extra krachten en met extra ogen en oren in het buitengebied werken wij samen aan onze ambities in het Veiligheidsagenda”.

Brigadegeneraal Jan-Willem Maas, Commandant 13 Lichte Brigade Oirschot: “De pilot geeft mij de kans invulling te geven aan een adaptieve krijgsmacht en duaal werkgeverschap. Daardoor kunnen we beter gebruik maken van elkaars capaciteiten. Bovendien kan ik hierdoor militairen laten investeren in hun toekomst omdat een groot deel enig moment uitstroomt naar een andere baan”.

Duaal werkgeverschap

Dit project geeft aan militairen de kans om onder leiding van de Provincie Limburg de neventaak van BOA uit te voeren in een nieuwe vorm van duaal werkgeverschap. Voordeel is dat dit ontwikkelingskansen biedt voor militairen en zij hun kansen op de arbeidsmarkt vergroten. Daarnaast krijgt de Provincie de beschikking over extra opsporingsambtenaren, die bovendien hun ervaring en inzichten meenemen vanuit Defensie. De pilot komt voort vanuit de samenwerking binnen het Platform Defensie Bedrijfsleven (PDB) Limburg en sluit aan bij de ‘Vernieuwend Verbinden’ gedachte van het college van Gedeputeerde Staten.

Routeplan

Op korte termijn zal er binnen 13 Lichte Brigade Oirschot worden gestart met het informeren en werven van personeel dat interesse heeft in de tien openstaande vacatures als groene vrijwilliger. Na een selectieprocedure zal begin 2021 gestart worden met een BOA-opleiding. Naast de kosten voor de opleiding, verzorgt de Provincie ook het uniform, de uitrusting en andere (technische) faciliteiten die de zij nodig hebben in hun werk. Na afronding van de opleiding tot opsporingsambtenaar en kennismaking met de werkprocessen zal medio 2021 gestart worden met de eerste inzet van de groene vrijwilligers.

In de komende periode worden medewerkers van 13 Lichte Brigade Oirschot vanuit de eigen organisatie nader geïnformeerd en kunnen kandidaten zich aanmelden voor de ‘Vrijwillige Groene Brigade‘.

Veiligheid in buitengebied

De Groene Brigade bestaat momenteel uit zes Buitengewone Opsporingsambtenaren (BOA) in dienst van de Provincie Limburg. Zij voeren gezamenlijk met partners controles uit in heel Limburg. De Groene Brigade ziet toe op de kwaliteit en leefbaarheid van het Limburgse buitengebied. De aandachtspunten waarop zij zich richten zijn onder andere: afval, stroperij en recreatiedruk.




Ministerie van Justie en Veiligheid past Verklaringen omtrent gedrag aan

Ministerie van Justie en Veiligheid past per 1 december 2020, de teksten op de Verklaring Omtrent het Gedrag voor natuurlijke personen (VOG NP), Verklaring Omtrent het Gedrag voor rechtspersonen (VOG RP) en de Gedragsverklaring Aanbesteden (GVA) aan. Dit doen zij om begrijpelijk en duidelijk te communiceren.

Wat verandert er?

De tekst op de voorkant van de VOG NP en VOG RP en de GVA ziet er anders uit. Daarnaast is een zin toegevoegd over het controleren van de echtheidskenmerken van de verklaring. Aan de inhoud verandert er niets. Voor voorbeelden van de verklaringen kunt u kijken op justis.nl/verklaringen/echtheidskenmerken.

Controleer altijd de verklaring

Controleer de verklaringen altijd op echtheid en inhoud. De echtheid van de verklaringen kunt u alleen vaststellen via het originele papieren exemplaar. Via een PDF, scan of een kopie kunt u de echtheid niet vaststellen. Vraag daarom altijd naar het originele exemplaar, zodat u de echtheid kunt vaststellen. Zo voorkomt u misbruik. Een echte verklaring is te herkennen aan een aantal kenmerken:

  • Het papier is voorzien van een raster en het blauwe rijkslogo.
  • Het papier bevat een karakteristiek golvend watermerk.
  • Onder een UV-lamp blijft het papier donker en lichten kleine vezels in het papier en een beeldmerk rechtsonder op.
  • Onder een UV-lamp licht op de VOG NP een rechthoek op om het blauwe N-nummer in de rechterbovenhoek. Bij een VOG RP en een GVA is dit een R-nummer.
  • In het papier is een hologram zichtbaar.

Voorbeeld: Verklaring Omtrent het Gedrag voor natuurlijke personen (VOG NP) per 1 december 2020

Meer informatie

Heeft u nog vragen? Kijk dan verder op www.justis.nl of neem contact op met ons Klant Contact Centrum via het contactformulier of via T 088 998 22 00, bereikbaar op werkdagen tussen 9.00 en 17.00 uur.

Download:

Voorbeeld: Verklaring Omtrent het Gedrag voor rechtspersonen (VOG RP) per 1 december 2020

Pdf document | 158 kB | 16-11-2020

 




Antwoord Minister van Justitie op Kamervragen inzake e-screener

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG
 
Datum 14 oktober 2020
 
Onderwerp: Antwoorden Kamervragen inzake de uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland inzake de e-screener
 
In antwoord op uw brief van 4 september 2020 deel ik u mee dat de schriftelijke vragen van het lid Van Dam (CDA) over de uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland inzake de e-screener worden beantwoord zoals aangegeven in de bijlage bij deze brief.
 
De Minister van Justitie en Veiligheid,
 

Ferd Grapperhaus

 

Antwoorden van de minister van Justitie en Veiligheid op schriftelijke vragen van het lid Van Dam (CDA) over de uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland inzake de e-screener (ingezonden 4 september 2020, 2020Z15613)

Vraag 1

Bent u bekend met de uitspraak van de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland d.d. 13 augustus 2020 inzake de toepassing van de e-screener?

(1) Antwoord op vraag 1 Ja.

Vraag 2

Kunt u duiden wat het voorlopige oordeel van de Voorzieningenrechter – namelijk dat niet zonder meer vaststaat dat de e-screener een voldoende geschikt, objectief instrument is ter beoordeling van de psychische gesteldheid van een persoon – voor betekenis heeft voor het huidige, landelijke gebruik van de e-screener? Is daarmee niet de volledige bodem onder de toepasbaarheid van de e-screener weggevallen?

Antwoord op vraag 2

Allereerst acht ik het van belang te benadrukken dat dit een uitspraak is over een individuele casus. Hieraan kunnen geen algemene uitspraken over de werking van de e-screener worden ontleend. De voorzieningenrechter heeft geen oordeel kunnen vormen over de wijze waarop de testresultaten in dit specifieke geval zijn verkregen, omdat onvoldoende inzicht is verkregen in de werking van het instrument. Dat zegt dus primair iets over de (niet) aan voorzieningenrechter geleverde informatie. Om belanghebbenden meer inzicht te verschaffen in de werking van de e-screener heb ik TNO reeds in een eerder stadium gevraagd, een rapport op te stellen over de wijze waarop de e-screener werkt en waar het toe dient. Het betreffende rapport – dat in deze zaak helaas niet aan de voorzieningenrechter is vertrekt – voeg ik als bijlage bij deze antwoorden. Om omissies, zoals in voornoemd kort geding in de toekomst te voorkomen heb ik de te betrachten zorgvuldigheid andermaal onder de aandacht van de korpschef gebracht en hem gevraagd om het hiervoor bedoelde TNO rapport voortaan in juridische procedures aangaande de e-screener in te brengen. Nu de voorzieningenrechter, in de door u aangehaalde casus, de e-screener niet inhoudelijk heeft beoordeeld en het een voorlopig oordeel betreft, heeft de uitspraak geen gevolgen voor de toepassing van de e-screener bij andere aanvragers van een wapenverlof of jachtakte. Overigens wordt de e-screener, zoals voorzien was, dit najaar geëvalueerd met de politie en TNO. Hierbij betrek ik ook de KNSA en KNJV, waarmee medewerkers van mijn departement doorlopend overleg hebben. Indien de evaluatie aanleiding geeft tot aanpassing van het instrument informeer ik uw Kamer hier uiterlijk in het voorjaar van 2021 over.

Vraag 3
 
Kunt u de Kamer informeren over de plaats en de betekenis van de contra-expertise in de meest recente procedure rond het aanvragen van een jachtakte of -verlof?
 
Vraag 4
 
Kunt u – zo nodig als bijlage – de geldende regeling op dit punt aan de Kamer bekend maken?
 
Antwoorden op vragen 3 en 4
 

Behalve het TNO-rapport voeg ik ook de door mij gegeven instructie aan de politie inzake de beoordeling van e-screener uitslagen als bijlage bij deze antwoorden. Waar het de contra-expertise betreft bepaalt de instructie dat – indien aan de voorwaarden is voldaan waaraan de contra-expertise dient te voldoen – de e-screener uitslag van betreffende aanvrager terzijde wordt geschoven en doorslaggevende waarde wordt toegekend aan de contra-expertise (i.c. een psychologisch rapport). Indien de opsteller van het contra-expertiserapport tot een negatief oordeel ten aanzien van de aanvrager komt, dan weegt dit, mogelijk met andere factoren waardoor twijfel is ontstaan, mee in het voornemen tot weigering van de aanvraag. Indien het rapport niet aan eisen van de contraexpertise voldoet, wordt de uitslag van de e-screener geacht leidend voor de beoordeling te zijn.

 
Vraag 5
 

Klopt het dat er maar één instituut in Nederland is dat deze contraexpertise kan verzorgen en bent u bereid een lijst te publiceren waarop meerdere instituten worden genoemd waar mensen een contraexpertise kunnen aanvragen?

 
Antwoord op vraag 5
 

Nee, dat klopt niet. Als voorwaarde geldt dat het psychologisch rapport opgesteld en ondertekend moet zijn door een BIG-geregistreerd psycholoog dan wel psychiater. Het is aan de aanvrager om zelf een deskundige aan te zoeken.

 
Vraag 6
 

Kunt u bevestigen dat een contra-expertise ongeveer € 1.500 kost en bent u van mening dat dit bedrag in verhouding staat tot de draagkracht van aanvragers van een jachtakte of –verlof?

 
Antwoord op vraag 6
 

Ik heb geen zicht op de precieze kosten van een contra-expertise rapport. Ik heb ook geen zicht op de financiële draagkracht van aanvragers van een jachtakte of wapenverlof. Maar er van uitgaande dat zij een redelijke dwarsdoorsnede van de Nederlandse samenleving vormen, zal de financiering van de contra-expertise voor een deel van de aanvragers een behoorlijke last betekenen, waarbij door hen zelf de afweging moet worden gemaakt of deze last opweegt tegen het mogelijke resultaat.

 
Vraag 7
 

Deelt u de mening dat de onvolkomenheid van het functioneren van de e-screener niet rechtvaardigt dat individuele burgers € 1.500 kosten moeten maken om zich tegen dit instrument te verweren?

 
Antwoord op vraag 7
 

Ik deel het oordeel dat de e-screener niet naar behoren functioneert niet en derhalve ook niet uw gevolgtrekking daaruit.

 
Vraag 8
 

Wie draagt de kosten van de contra-expertise indien deze in het voordeel van de verzoeker/aanvrager uitvalt?

 
Antwoord op vraag 8
 

De kosten voor het laten uitvoeren van de contra-expertise zijn voor degene die deze aanvraagt.

 
Vraag 9
 

In hoeverre is de e-screener geschikt voor mensen met dyslexie en is dit wetenschappelijk onderzocht? Kunt u bij de beantwoording van deze vraag onderscheid maken tussen aanvragen vóór en aanvragen na aanpassingen die verricht zijn naar aanleiding van implementatieproblemen rond de e-screener?

 
Antwoord op vraag 9
 

Er is geen onderzoek gedaan naar de mate waarin de e-screener door mensen met dyslexie een belemmering vormt. Maar om de groep van dyslectische aanvragers beter van dienst te zijn is een voorleesfunctie in het systeem gebouwd. Ook kan lettergrootte worden aangepast. Bovendien wordt in de informatievoorziening voorafgaand aan de afname van de e-screener, richting de aanvrager, aandacht aan mogelijke belemmeringen, zoals dyslexie, belemmeringen besteed.

 
Vraag 10
 

Welke mogelijkheden zijn er voor mensen met dyslexie om een tweede kans te krijgen om de e-screener af te leggen en is het wettelijk verboden om de e-screener twee keer af te leggen?

 
Antwoord op vraag 10
 
Ik heb in mijn instructie aan de politie bepaald dat na weigering of intrekking te allen tijde een nieuwe aanvraag kan worden ingediend. Als tijdelijke maatregel heb ik tevens bepaald dat als het resultaat van de e-screener laat zien dat deze onbetrouwbaar is ingevuld – voorafgaand aan besluitvorming – een aanvrager ook gebruik kan maken van een herkansing. Hierbij wordt aan de aanvrager wel medegedeeld dat, in verband met de betrouwbaarheid van de uitslag van de tweede poging, tussen twee testen een periode van ten minste één maand dient te liggen.
 
Vraag 11
 
In welke mate is de e-screener geschikt voor met name bestaande aktehouders met een (relatief) hogere leeftijd die binnenkort aan de beurt komen om hun verlof te verlengen en in dat kader de e-screener moeten afleggen?
 
Antwoord op vraag 11
 
Ik ben mij er van bewust dat oudere aanvragers mogelijk minder vaardig zijn met computers, het middel waarmee de e-screener wordt afgenomen. Om daaraan tegemoet te komen zijn verschillende maatregelen genomen, zoals duidelijke voorlichting vooraf, de voorleesoptie en de mogelijkheid het lettertype te vergroten. Overigens zie ik ook een kans voor belangenorganisaties om de achterban op de afname van de e-screener voor te bereiden. Hier ben ik ook met ze over in gesprek.
 
Vraag 12
 
Kunt u zich voorstellen dat een groot deel van deze groep met angst en beven deze test tegemoet ziet?
 
Antwoord op vraag 12
 
Ik ben mij er terdege van bewust dat een deel van aanvragers opziet tegen het vooruitzicht de e-screener te moeten afleggen. De brochure die voorafgaand aan de afname van de e-screener aan aanvragers wordt uitgereikt heeft mede tot doel (een deel van) de angst weg te nemen. Ook belangenorganisaties zouden hier een rol in spelen door de eigen achterban bijvoorbeeld te informeren over ervaringen met de afname van de e-screener, en aanvragers, voor zover mogelijk op de afname zelf voor te bereiden.
 
Vraag 13
 
Deelt u de mening dat ook voor mensen met een afstand tot digitale vaardigheden, maar ook laaggeletterden de e-screener een relatief zwaardere test is?
 
Antwoord op vraag 13
 
Ja, daar ben ik mij van bewust. Het taalgebruik in de informatiebrochure, die voorafgaand aan de afname van de e-screenertest aan de aanvrager wordt uitgereikt, is hierop afgestemd. Om interpretatieproblemen te voorkomen zijn de vragen van de e-screener zo zorgvuldig, eenvoudig en eenduidig mogelijk geformuleerd.
 
Vraag 14
 
Is het een doel van het beleid om door middel van de inzet van de e-screener het aantal verlofhouders in Nederland fors te decimeren?
 
Antwoord op vraag 14
 
Nee, er bestaat geen specifieke beleidsdoelstelling ten aanzien van het aantal verlof- of jachtaktehouders. Uitgangspunt van de wet en doel van beleid is – mede aangespoord door uw Kamer, de Inspectie van Justitie en Veiligheid en Europese regelgeving – de samenleving zo goed mogelijk te beschermen tegen mogelijk misbruik van vuurwapens.
 
Vraag 15
 
Bent u bekend met het informatieblad van het Ministerie van Justitie en Veiligheid en de Politie inzake de e-screener en met het tekstvak waarin te lezen staat: “Heeft u wel eens gelogen? Het lijkt dan niet handig om ja te antwoorden als u wilt overkomen als een betrouwbaar persoon. 
 
Antwoord op vraag 15
 
Algemeen bekend is dat iedereen wel eens een leugentje om bestwil vertelt of dit als kind wel een heeft gedaan. Dus op deze vraag is het verwachte antwoord ‘ja’?”
 
Vraag 16
 
Kunt u zich voorstellen dat er een grote groep Nederlanders is – zeker onder verlofhouders – die daadwerkelijk nooit liegt en zonder de geringste twijfel ‘nee’ antwoordt op bovenstaande vraag?
 
Antwoord op vraag 16
 
Iedereen met enige zelfkennis weet dat hij of zij op enig moment in zijn of haar leven weleens een leugen (om bestwil) verteld heeft. Ik kan mij wel de gedachtegang voorstellen dat de aanvrager meent de betreffende vraag met ‘nee’ te moeten beantwoorden om een positieve uitslag van de e-screener te krijgen. Het doel van het door u aangehaalde informatieblad (brochure) is onder andere om deze misvatting te corrigeren. Dit informatieblad is afgestemd met alle belanghebbenden, inclusief verenigingen als KNSA en KNJV, om zo goed mogelijk aan te sluiten op de belevingswereld van de aanvrager.
 
Vraag 17
 
Is het niet vreemd dat mensen bij het invullen van de e-screener tactisch in plaats van naar waarheid moeten gaan antwoorden?
 
Antwoord op vraag 17
 
De e-screener moet louter naar waarheid worden ingevuld. Hier wordt voorafgaand aan de afname van de e-screener ook op gewezen. Tevens is hier bij het opstellen van de vragen in de e-screener, die toetsen op sociaal wenselijke beantwoording, rekening mee gehouden.
 
Vraag 18
 
In welke mate zijn de door de Corona-maatregelen opgelopen achterstanden – bij het behandelen van aanvragen en verzoeken die door het bureau Korpschefstaken worden verricht in het kader van de Wet Wapens en Munitie – per 1 september 2020 ingelopen en is het mogelijk hier per politie-eenheid op de verschillende soorten aanvragen een overzicht van te verstrekken?
 
Antwoord op vraag 18
 
De politie is met ingang van 28 mei jl. begonnen met het in behandeling nemen van nieuwe aanvragen en daarmee ook de mogelijkheid voor de aanvragers om deel te nemen aan de e-screener. Rekening houdende met ook de verminderde beschikbare capaciteit tijdens de zomervakantieperiode is de verwachting dat de achterstand voor het eind van het jaar is ingelopen. Het is technisch mogelijk om per politie-eenheid de verschillende soorten aanvragen in een overzicht te laten zetten. Dat kost echter politiecapaciteit die effectiever ingezet kan worden op het inlopen van de achterstand.
 
Vraag 19
 
Worden verlof-aanvragers al weer op het politiebureau ontvangen, of verlopen alle contacten nog op afstand?
 
Antwoord op vraag 19
 
De bureaus zijn op beperkte schaal aangepast om zoveel mogelijk Covid-19-proof te kunnen werken. Vanwege de beperkte hoeveelheid beschikbare loketten worden tot nader order in principe alleen nieuwe aanvragers en bestaande verlofhouders die tussentijds een nieuw wapen willen aanschaffen op de bureaus ontvangen.
 
Bestaande verlof- en jachtaktehouders ontvangen – gegeven uitzonderlijke situatie – voorafgaand aan het verlopen van hun wapenvergunning en na controle in de politiesystemen of geen bezwaar tegen afgifte bestaat – eenmalig een schriftelijk verlengingsbesluit en hoeven zich om die reden niet op het bureau te melden.
 
Vraag 20
 
Wat is de voortgang van het onderzoek van de Inspectie Justitie en Veiligheid inzake het takenpakket van de bureaus Korpscheftaken en worden ook andere belanghebbenden dan de Politie betrokken bij dit onderzoek?
 
Antwoord op vraag 20
 
De Inspectie van Justitie en Veiligheid (IJenV) heeft zowel betrokkenen bij de politie als bij het departement gesproken. Op basis van gesprekken heeft de IJenV besloten meer tijd te nemen voor het onderzoek.
 
Vraag 21
 
Ziet u mogelijkheden om de verlening van vergunningen en verloven van de Politie over te dragen naar de dienst Justis en op welke termijn kunt u hier een beslissing over nemen?
 
Antwoord op vraag 21
 
Momenteel verkennen de politie en dienst Justis onder welke voorwaarden een dergelijke taakoverdracht mogelijk is. Verdere besluitvorming op dit vraagstuk vindt plaats zodra de businesscase – waar naast de Wet wapens en munitie, ook de eventuele overdracht van de bestuursrechtelijke taken van de politie ten aanzien van de Wet natuurbeheer, de Wet explosieven civiel gebruik en de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus in worden meegenomen – gereed is. Dit zal aan het einde van 2020 zijn of aan het begin van 2021.
 
Vraag 22
 
Wat is de voortgang van het deactiveren van vuurwapens?
 
Antwoord op vraag 22
 
In Nederland dienen vuurwapens conform de technische specificaties van de EU-uitvoeringsverordening gedeactiveerd te worden. De politie is in Nederland, conform artikel 43 van de Wet wapen en munitie, aangewezen als controlerende en certificerende instantie. Als de vraag is of vuurwapens conform de EU-uitvoeringsverordening gedeactiveerd en in Nederland gecontroleerd en gecertificeerd kunnen worden, is het antwoord ja.
 
Vraag 23
 
In hoeverre is er na mijn werkbezoek begin juli 2020 voortgang geboekt in het laten groeien van het innemen en het controleren van gedeactiveerde vuurwapens?
 
Antwoord op vraag 23
 
Momenteel zijn 146 wapens aangeboden en behandeld (t.o.v. de 106 medio juli). Er zijn daarnaast nog 25 wapens aangeboden waarvan de behandeling ingepland wordt. Om belanghebbenden beter van dienst te zijn heeft de politie op zijn website informatie over de procedure van de keuring van onklaargemaakte wapens opgenomen. De politie heeft mij voorts gemeld dat, zodra de verbouwing en inrichting van de beoogde werkplaats zijn afgerond, alle erkenninghouders  zullen worden uitgenodigd voor een informatieve bijeenkomst, waarbij nog bekeken moet worden of dat pas op een moment zal zijn als de Coronacrisis voorbij is. Gezocht wordt naar een tijdschrift waarin een artikel kan worden geplaatst over het functioneren van de bij de politie ondergebrachte controlerende autoriteit van onklaargemaakte wapens.
 
Vraag 24
 
Deelt u de mening dat de stand toen (106 aangeleverde gedeactiveerde vuurwapens, afkeuringspercentage 40%) niet zal leiden tot een jaarlijkse productie van minstens 2.500 wapens en op welke wijze bent u voornemens actief te zorgen voor het op gang krijgen van het deactiveringsproces in Nederland?
 
Antwoord op vraag 24
 
Er is geen kwantitatieve doelstelling geformuleerd voor de controle op en certificering van gedeactiveerde vuurwapens, anders dan dat dat van het aanbod afhangt. Voor de berekening van het legesbedrag is van de, door de politie en enkele erkenninghouders (=wapenhandelaren) bevestigde, aanname uitgegaan dat jaarlijks 2400 van dergelijke voorwerpen aan de controlerende autoriteit voor onklaar gemaakte wapens zouden worden voorgelegd. Ik stel nu vast dat die inschatting die ten tijde van het opstellen van het wetsvoorstel ter implementatie van de EU vuurwapenrichtlijn gemaakt is, sterk afwijkt van het huidige, werkelijke aanbod.
 
(1) ECLI:NL:RBNNE:2020:2792-Rechtbank Noord-Nederland, 13-08-2020 / LEE




Goudjakhals doodde schapen in Ooijpolder

DNA-onderzoek wijst uit dat de dode schapen in de Ooijpolder bij Nijmegen het slachtoffer zijn van een goudjakhals. Voor Nederland is de goudjakhals een relatief nieuwe soort. Pas 3 keer eerder is een goudjakhals in Nederland aangetoond, waarvan 2 keer op de Veluwe. Dit is de eerste keer dat er een aanval op schapen is gedaan door een goudjakhals. Provincie Gelderland vergoedt de schade.

De goudjakhals is sinds 29 oktober niet meer gezien in de Ooijpolder en mogelijk doorgetrokken. Onderzoekers van de Zoogdiervereniging doen in dit gebied aanvullend veldonderzoek. De goudjakhals is in 2016 en 2017 voor het eerst waargenomen op de Veluwe. Ook is een goudjakhals in 2019 langs een cameraval in Drenthe gelopen.

In de Ooijpolder is in eerste instantie DNA-onderzoek gedaan in opdracht van de provincie omdat er mogelijk sprake was van wolvenschade. Daarbij is er rekening mee gehouden dat het om een goudjakhals zou kunnen gaan. Die was eerder dit najaar dichtbij de grens in Duitsland waargenomen.

De goudjakhals is een Europees beschermde soort die op eigen kracht zijn verspreidingsgebied uitbreidt. In Nederland is het een nieuwe soort, waarvoor de wet nog moet worden aangepast. Dit betekent ook dat er geen landelijke schaderegeling is. Provincie Gelderland vindt dat schapenhouders hier niet de dupe van mogen zijn en vergoedt de schade. Dat doet de provincie totdat er landelijk meer duidelijkheid is over hoe om te gaan met de goudjakhals.

bron: Provincie Gelderland, 13/11/2020




CDA stelt Kamervragen over de Rode Lijst zoogdieren

CDA Tweede Kamerlid Maurits von Martels heeft op 9 november Kamervragen gesteld over de recent gepubliceerde Rode Lijst zoogdieren. De Jagersvereniging is kritisch over het rapport wat hieraan ten grondslag ligt en de criteria van de Rode Lijst. Von Martels deelt die kritiek en stelde de onderstaande vragen aan minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid.

Om de Rode Lijst zoogdieren vast te stellen heeft de Zoogdiervereniging het ‘Basisrapport Rode Lijst Zoogdieren 2020’ opgesteld. Von Martels vraagt zich af of bij de aanbesteding er andere geïnteresseerde partijen waren en hoe de minister tot haar keuze kwam voor de Zoogdiervereniging. Ook vraagt hij de minister hoe de objectiviteit en onafhankelijkheid van de opstellers geborgd wordt.

Gegevens verzamelen: toeval of gericht monitoren?
Voor het vaststellen van de aantallen haas en konijn is er sinds de jaren ’90 het monitoringsprogramma dagactieve zoogdieren, uitgevoerd door vrijwilligers (vogelaars) van SOVON. Daarin wordt aan vogelaars gevraagd om naast het monitoren van vogels ook de zoogdieren die zij tegenkomen te noteren. Dit is geen gerichte telling voor zoogdieren en wordt ook niet landsdekkend uitgevoerd. Dit in tegenstelling tot de tellingen van de Wildbeheereenheden (WBE) in Nederland. Jagers kunnen daarbij ook gebruik maken van nacht- en warmtebeeldkijkers, waardoor men een veel beter beeld krijgt van de aantallen zoogdieren in het veld.

Von Martels vraagt terecht waarom er voor het vaststellen van de Rode Lijst zoogdieren gebruik wordt gemaakt van een telmethode waarin zoogdieren ‘bijvangst’ zijn. Ook vraagt hij de minister waarom de cijfers van de WBE’s niet worden meegenomen. Als De Jagersvereniging door het ministerie van LNV en de Zoogdiervereniging betrokken was geweest bij dit project, had men dit verder uit kunnen zoeken. Helaas is dit niet gebeurd.

Criteria
Voor de Rode Lijst hanteert het ministerie van LNV een aantal vaste criteria. Zo wordt de populatietrend van de soort berekend van 1950 tot nu. Von Martels is hier verbaasd over en vraagt zich of hoe relevant deze trend is als er niet wordt gecorrigeerd voor veranderingen in het landschap.

Ter vergelijking: de Europese Rode Lijst voor zoogdieren kijkt veel minder ver terug. Die hanteert een periode van 10 jaar om te kijken of de stand van hazen en konijnen toe- of afneemt. Als we die regel toepassen op de Nederlandse situatie, dan zouden beide soorten niet voor de rode lijst kwalificeren. Von Martels vraagt aan de minister waarom hier niet voor gekozen en of het klopt dat, bij gebruik van een kortere periode, het haas en konijn niet op de Rode Lijst zouden zijn gekomen?

Onafhankelijke autoriteit faunagegevens
De Jagersvereniging pleit voor een onafhankelijke Autoriteit Faunagegevens. Dat pleidooi neemt Von Martels over en hij vraagt de minister of zij dit kan meenemen in haar plannen voor de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De NDFF moet in de toekomst openbaar toegankelijk zijn; De Jagersvereniging ziet graag dat daarbij ook een Autoriteit Faunagegevens wordt aangewezen die staat voor objectiviteit en onafhankelijke validatie.

Kamervragen

Vraag 1

Is er bij de aanbesteding van de opdracht ‘Basisrapport Rode Lijst Zoogdieren 2020’ naast de Zoogdiervereniging interesse geweest van andere partijen, zoals de Wageningen University & Research (WUR)? 1)

Vraag 2

Denkt u dat het beter zou zijn om voor onafhankelijke partijen te kiezen?

Vraag 3

Hoe waarborgt u de objectiviteit van de samenstellers, zeker als het private partijen zijn?

Vraag 4

Welke criteria zijn er gebruikt bij het samenstellen van de begeleidingscommissie van het basisrapport en was het de bedoeling dat daar ook belanghebbenden in plaatsnamen?

Vraag 5

Is er bij het externe commentaar op pagina 11 van het basisrapport ook terugkoppeling gevraagd van belanghebbenden? Zo nee, waarom niet?

Vraag 6

Was het voor belanghebbenden mogelijk om te reageren op het basisrapport? Zo ja, hoe heeft u dit georganiseerd? Zo nee, waarom niet?

Vraag 7

Kunt u verantwoorden waarom het rapport 1950 als basisjaar hanteert voor het vaststellen van de trend?

Vraag 8

Waarom wijkt de Nederlandse Rode Lijst voor wat betreft het vaststellen van de trend af van de criteria van de ‘International Union for Conservation of Nature and Natural Resources’ (IUCN) die kijken naar een trend op basis van de afgelopen tien jaar of drie generaties?

Vraag 9

Zou er, als er gekeken wordt naar een trend op basis van de afgelopen tien jaar of drie generaties om ook de populatietrend op langere termijn te kunnen beoordelen, dan niet gecorrigeerd moeten worden voor permanente veranderingen in het landschap?

Vraag 10

Is er voor permanente ruimtelijke veranderingen gecorrigeerd in de trendberekeningen? Zo nee, in hoeverre geeft die trend dan een reëel beeld van de populaties in dit rapport?

Vraag 11

Welke gevolgen heeft het voor het vaststellen van de Rode Lijst dat er gebruik wordt gemaakt van gegevens uit het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) waarvan bekend is dat dit geen landelijk dekkend netwerk heeft?

Vraag 12

In hoeverre denkt u dat ‘dag-actieve zoogdieren’-monitoring de meest ideale vorm van monitoren is?

Vraag 13

Is het in het geval van zoogdieren als de haas en het konijn mogelijk om een monitoringsprogramma te gebruiken dat specifiek gericht is op het monitoren van deze soorten? Zo nee, waarom niet?

Vraag 14

Waarom is in het basisrapport in 2020 geen gebruik gemaakt van de informatie en tellingen van en door Wildbeheereenheden (WBE)?

Vraag 15

Denkt u niet dat het relevant is, gezien het gebruik van de WBE-data in de provincies, om deze data ook te gebruiken bij het vaststellen van de nationale Rode Lijst? Zo ja, gaat u dit in de nabije toekomst aanpassen?

Vraag 16

Bent u op de hoogte van de reactie van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging waarin wordt aangegeven dat er vanuit de WBE-data een ander beeld ontstaat over de trend van de haas en wat is uw reactie hierop?

Vraag 17

Bent u ervan op de hoogte dat wanneer men rekent met de WBE-data en gebruik maakt van de trend op basis van de laatste tien jaar, de haas en het konijn niet geclassificeerd hoeven te worden als ‘gevoelig’ en wat is uw reactie hierop?

Vraag 18

Bent u het licht van het transitieplan van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) voornemens om een landelijke autoriteit aan te wijzen voor faunagegevens?

Vraag 19

Kunt u beloven dat er een transparant proces komt voor validatie van gegevens in de NDFF?

Vraag 20

Waarom blijven predatoren zoals vos, ooievaar, kraai, marters et cetera buiten beeld in het rapport voor wat betreft predatie die een negatieve invloed hebben op de populatie van hazen en konijnen, terwijl wel gesteld wordt dat predatie door gedomesticeerde katten een negatieve invloed heeft op de populatie van hazen en konijnen?

Vraag 21

Kan de bewering in het rapport dat konijnen te lijden hebben onder de hoge stikstofdispositie verder worden onderbouwd?

1) NOS, 3 november, ‘Konijn en haas op rode lijst met bedreigde zoogdieren, otter en zeehond eraf’ (https://nos.nl/l/2355054)




Nieuwsbrief 4e kwartaal Faunabeheereenheid Limburg

Faunabeheereenheid Limburg

Werksituatie FBE

Sinds de uitbraak van COVID-19 volgen wij als FBE de RIVM maatregelen. Daarom werken wij sinds maart jl. al zoveel mogelijk vanuit huis en vergaderen wij bij voorkeur online.
Zoals gewoonlijk zijn wij per mail bereikbaar en wij schakelen de telefoon zo vaak mogelijk door. Echter doordat Lisette en Angelique parttime werken en er ook weer aan vergaderingen wordt deelgenomen, zijn wij niet altijd direct telefonisch bereikbaar.
Wij zullen de RIVM maatregelen voor het thuiswerken blijven volgen, totdat anders wordt aangegeven. Van eventuele wijzigingen zullen wij iedereen daar uiteraard van op de hoogte brengen.

Wijziging FBE Bestuur Limburg

Er heeft een wisseling in het Bestuur van de FBE plaatsgevonden.
Mevrouw Görtz van de LLTB heeft haar zetel neergelegd en dhr. Indenkleef is tijdens de Algemene Bestuursvergadering op 1 juli jl. aangetreden als nieuw bestuurslid binnen het FBE bestuur.

Faunabeheerplannen 2020-2026

Het nieuwe faunabeheerplan 2020-2026 is medio oktober ter goedkeuring naar de provincie gestuurd. 20 November zullen de faunabeheerplannen door Gedeputeerde Staten toegelicht worden aan de Provinciale Staten in een commissievergadering, hierna kan de goedkeuring volgen. Achter de schermen wordt er door de provincie al hard gewerkt aan het opstellen van alle nieuwe ontheffingen voor de komende 6 jaren gebaseerd op het nieuwe faunabeheerplan. Wij hopen deze nog eind van dit jaar te mogen ontvangen.

Monitoring

De cijfers van de Voorjaarstelling  zijn inmiddels verwerkt en staan op onze website vermeld.
Vanwege de Covid-19 uitbraak is er tijdens de voorjaarstelling minder geteld door de WBE’s, waardoor er geen goede vergelijking voor geheel Limburg kan worden gemaakt met voorgaande jaren.

Wilde zwijnen

Zoals al eerder aangekondigd wordt in overleg met de provincie en de Jagersvereniging getracht het wegvallen van de diensten van Cor Kouters op te vangen.

-1- Voor het melden en onderzoeken van verdachte geschoten dieren en dood-gevonden dieren zonder duidelijke doodsoorzaak zal op korte termijn vanuit het Ministerie iemand worden aangesteld. Zodra hier meer over bekend is zullen wij dat direct aan u doorgeven.

-2- Voor het identificeren van de dieren zijn inmiddels vanuit de FBE Limburg naar iedere WBE doosjes met wildmerken voor Wild zwijn gestuurd, zodat deze in het karkas kunnen worden aangebracht bij dieren die in de voedselketen worden gebracht. Het wildmerknummer kan vermeld worden op de GP verklaring en het Trichinen formulier.
Die WBE’s die tot op heden nog geen afschot hadden hebben nu alvast 10 stuks op voorhand gekregen voor de toekomst. Deze merken zijn in FRS niet gebonden aan jachtveld, WBE of Beheerjaar, dus kunnen langere tijd gebruikt worden.

-3- Wij willen u vragen deze merken aan uw leden te geven zodra ze een Wild Zwijn geschoten hebben. De WBE secretaris en/of Zwartwild coördinator dient zélf het afschot in FRS in te voeren (net zoals dat voor de Reewild-merken mogelijk was), en daarna kan de GP verklaring worden uitgedraaid.
De toegezonden wildmerken zijn NIET gekoppeld aan een veld, dus ieder wildmerk kan eenmalig op elk willekeurig veld worden afgemeld via Melden > Afschot grofwild > Nieuwe afschotmelding van grofwild.
Maak de registratie zo compleet mogelijk, dus vul echt alle velden in, ook aantal feuten en bijstaande dieren!
Het is de bedoeling dat voor dood gevonden dieren ook een Wildmerk wordt dichtgeknepen, en dat dit nummer vermeld wordt bij de registratie in het FRS bij Valwild onder “Opmerkingen”, zodat er voor alle dieren een wildmerknummer registratie terug te vinden is.

LET OP: Het is NIET de bedoeling dat een individuele jager zelf deze wildmerken gaat afmelden in FRS, maar dat de WBE secretaris en/of WBE zwartwild coördinator dit doet. Dit om er zeker van te zijn dat in FRS echt ALLE velden goed zijn ingevuld, en ook omdat per Wild Zwijn er nog enkele aanvullende gegevens aan de FBE gestuurd moeten worden om de registratie sluitend te houden.
In FRS kunnen namelijk een aantal zaken NIET vastgelegd of achteraf eruit gehaald worden, vandaar dat wij u daarom vragen om naast de registratie in FRS een aantal zaken los te noteren en die wekelijks aan ons toe te zenden, waarna wij dit gebundeld doorgeven aan de provincie.

De extra per week aan de FBE Limburg te leveren gegevens zijn:
1. Het Wildmerknummer
2. Bij gebruik van Nachtzicht: de bron van de nachtzichtapparatuur als die gebruikt is:
   a. Uitleen van FBE Limburg
   b. Subsidie SSWL van Provincie
   c. 100% Eigen aanschaf
3. Eigen gebruik of in de handel, Destructie / Biomassa?
4. Wel of geen bijzonderheden?
Naar alle WBE’s is een Excell formulier gestuurd wat men eventueel daarvoor kan gebruiken.
Ter overbrugging heeft de FBE Limburg de tussenliggende periode in FRS ingevoerd aan de hand van de ontvangen overzichten afschot Wild Zwijn. Vanaf nu alleen nog de ontbrekende gegevens 1x per week aan de FBE Limburg toesturen, waarna wij zorgen voor de verplichte rapportage aan de Provincie.

-4- Voor het trichinen onderzoek zijn inmiddels 4 inleverpunten in Limburg ingericht, t.w.
— Inleverpunt Noord-Limburg Henk Lemmen sr.
— Inleverpunt Midden-Limburg Dennis Jacobs en André Bekkers
— Inleverpunt Zuid-Limburg Hubert van Loo
Het is de bedoeling dat de WBE-leden die een Wild zwijn hebben geschoten en die dit in de wildhandel willen brengen, een uniek wildmerk aan het Wilde zwijn bevestigen en dat dit wildmerk ook gebruikt wordt voor de verdere administratieve verwerking van de Trichinekeuring.
Belangrijk is dat er voldoende hygiëne wordt toegepast bij het inpakken van het monster dat moet bestaan uit tenminste 100 gram schoon spierweefsel zonder vet, huid of haren en een stukje weefsel van het middenrif.

De Jagersvereniging heeft op 30 oktober jl. aan alle WBE’s het nieuwe aanvraagformulier Trichine onderzoek verstuurd, waarop staat aangegeven bij wie het Wilde zwijn monsterweefsel ter keuring kan worden aangeleverd. Deze monsters worden verzameld en gekoeld bewaard tot de maandagavond 18.00 uur. In de nacht van maandag op dinsdag worden deze dan vervoerd naar de Gezondheidsdienst voor Dieren waar ze worden onderzocht. Normaliter is de volgende dag ná 16.00 uur de uitslag bekend. Deze zal zoveel mogelijk rechtstreeks naar de aanleverende jager worden gecommuniceerd om onnodig tijdverlies te voorkomen.
De provincie is voornemens om de kosten van het Trichinen onderzoek en het vervoer ervan te blijven subsidiëren.

-5- Voor het afnemen van de steekproef Bloedmonsters voor het Ministerie zal op korte termijn een nieuwe persoon gezocht worden. Het is de bedoeling dat deze dan zoals Cor Kouters ook inzage krijgt in het FRS systeem, zodat hij overzicht heeft waar de steekproef monster het beste genomen kunnen worden.

Ontheffingen

De lopende ontheffingen zijn geldig t/m eind december op basis van de actuele faunabeheerplannen. Mocht de provincie de deadline van het verstrekken van de nieuwe ontheffingen vóór 31 december a.s. niet gaan halen, dan zullen wij wederom om een korte
verlenging bij de provincie vragen van de huidige ontheffingen. Wij zullen t.z.t. iedereen op de hoogte gaan brengen op welke manier dit proces zal geschieden.

Kolganzen

Vanaf 1 november jl. zijn de Perceelsgebonden Machtiging Kolganzen en Grauwe gans buiten Maasplassengebied in FRS beschikbaar voor gebruik op kwetsbare gewassen.

Wilde zwijnen – Ontheffing Geluiddemper alleen voor afschot Wild zwijn

De provincie Limburg staat de geluiddemper voor op het geweer toe als middel voor afschot van diverse diersoorten, zoals voor afschot van Wilde Zwijnen.
Werknemers in dienstverband kunnen vervolgens op basis van ARBO-regelingen via hun werkgever bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid (Justis) een ontheffing tot het voorhanden hebben van een in principe verboden wapenonderdeel aanvragen. Justis is de
instantie die ontheffing kan verlenen voor het in bezit mogen hebben en inzetten van een dergelijk wapenonderdeel.
Na overleg met het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Justis, heeft de Faunabeheereenheid Limburg in het kader van preventie van de Afrikaanse varkenspest in Limburg voor een grote groep jagers in één keer een ontheffing gekregen van Justis tot het
mogen kopen en bezitten van een geluiddemper voor het geweer ten behoeve van afschot van Wilde Zwijnen.
Vervolgens hebben diverse jachthouders een verlof aangevraagd bij het Team Korpscheftaken van de politie (eenheid Limburg) tot het voorhanden mogen hebben, dragen en vervoeren van een gemarkeerde geluiddemper. Dit verlof is verleend of de verlofaanvraag is in behandeling genomen en wordt mogelijk verleend, zodat men een geluiddemper kan gaan kopen en deze mag bezitten. Tenslotte mag men deze geluiddemper op basis van de provinciale ontheffing ook inzetten voor het doden van Wilde Zwijnen in Limburg.

Om verwarring te voorkoming, willen wij erop wijzen dat men alléén bevoegd is om de geluiddemper in te zetten voor afschot van Wilde Zwijnen in Limburg.
Dus niet voor beheer en schadebestrijding van andere dieren waarbij de provinciale ontheffing een geluiddemper al wel als toegestaan middel tot het doden van dieren heeft genoemd, zoals Vos of Ree.
De voorwaarde dat de demper alleen via afschot Wild Zwijn mag worden gebruikt, staat genoemd in het besluit van het Ministerie van Justitie (ontheffingverlening).

Kalender

  • 25 december 2020 t/m 1 januari 2021 FBE kantoor gesloten




Persbericht Jagersvereniging – Haas en konijn redden zich goed in landelijk gebied

Rode Lijst 2020 zoogdiersoorten slecht onderbouwd

Amersfoort, 4 november 2020 – De Jagersvereniging heeft met verbazing kennisgenomen van de nieuwe Nederlandse Rode Lijst van Zoogdiersoorten. Dat haas en konijn daarin nu als kwetsbaar worden aangemerkt komt niet overeen met de praktijk. De Jagersvereniging is van mening dat het hoog tijd is voor een onafhankelijke Autoriteit Faunagegevens. 

Minister Schouten van LNV constateert dat haas en konijn in Nederland op dit moment wijdverbreid en in grote aantallen voorkomen. Ze stelt terecht dat er geen reden is om de jacht op deze wildsoorten te sluiten. 

Hoe kan het dat tegelijkertijd deze soorten als ‘kwetsbaar’ op de rode lijst staan? Dit komt voornamelijk doordat de aantallen en verspreiding van deze diersoorten in 2019 worden vergeleken met de geschatte gegevens over deze soorten in 1950. Exacte cijfers uit 1950 ontbreken echter. Alleen volgens die inschatting zou bijvoorbeeld de hazenstand met 61% zijn gekrompen.

Europese Rode Lijst

Ter vergelijking: de Europese Rode Lijst voor zoogdieren kijkt veel minder ver terug. Die hanteert een periode van 10 jaar om te kijken of de stand van hazen en konijnen toe- of afneemt. Als we die regel toepassen op de Nederlandse situatie, dan zouden beide soorten niet voor de rode lijst kwalificeren. De hazenstand is de laatste 10 jaar bijvoorbeeld stabiel, zo blijkt ook uit de tel- en afschotgegevens die de Nederlandse wildbeheereenheden jaarlijks opleveren.

De provinciale overheden en de breed maatschappelijk samengestelde faunabeheereenheden baseren hun beleid mede op de tel- en afschotgegevens van de wildbeheereenheden. Wonderlijk genoeg heeft de Zoogdiervereniging er dit keer voor gekozen deze cijfers niet mee te nemen in haar recente adviesrapport voor de minister. In 2009 deed ze dat nog wel.

Nederlandse Autoriteit Faunagegevens

De Jagersvereniging vindt dat er een Nederlandse Autoriteit Faunagegevens moet worden ingesteld om de minister van LNV te voorzien van objectieve en goed onderbouwde adviezen, waarbij alle relevante informatie wordt meegenomen en waarbij realistische en internationaal erkende referentieperiodes worden gebruikt.

Gaat het overal in Nederland even goed met haas en konijn? Nee, de hazenstand wisselt per provincie en regio en de konijnen doen het op de cultuurgronden aanzienlijk beter dan in de duinen of in het Waddengebied. Moet de jacht op haas en konijn daarom verboden worden? Zeker niet, want haas en konijn komen in Nederland op dit moment wijdverbreid en in grote aantallen voor. Zij worden niet in hun voortbestaan bedreigd en de staat van instandhouding van deze soorten is niet in het geding.

Een jachthouder heeft bovendien de wettelijke plicht om te streven naar een redelijke wildstand in zijn jachtveld: als de wildstand voldoende is mag hij met mate oogsten, als de wildstand te laag is moet hij maatregelen nemen om de stand te verbeteren. Dat doen jagers ook, bijvoorbeeld door het aanleggen van wildakkers en bloemrijke akkerlanden en door het beheren van roofdieren en invasieve exoten. Het is ook in het eigen belang van de jager om niet meer te bejagen dan de stand aan kan: hij wil immers tot in lengte van jaren kunnen genieten van de rijkdom van zijn jachtveld.




Lancering Jagersagenda & Jachtalmanak 2021

Rhoon, september 2020

Sinds begin september heeft Jagen.nl de Jagersagenda & Jachtalmanak 2021 weer beschikbaar. Met dit handige pocketboekje – aan de ene kant agenda en aan de andere kant almanak –is de uitrusting van de jager pas écht compleet. 

Het goed beschrijfbare agendagedeelte is ingedeeld per week en bevat veel praktische informatie als data van evenementen, feestdagen en schoolvakanties, maanstanden en loodjes- en afschotlijsten. In de kleurrijke almanak staat veel nuttige informatie over jacht- en zweethonden, WBE’s, tableaus en feiten en cijfers over de jacht. Ook vindt u er leuke nieuwe jachtverhalen, het jagersjargon en het full colour faunagedeelte. 

De Jagersagenda & Jachtalmanak 2021 is verkrijgbaar bij de betere jachtspeciaalzaak en online te bestellen via www.jagersagenda.nl




Jagersvereniging in gelijk gesteld in rechtszaak e-screener: korpschef moet nieuwe jager tóch onmiddellijk jachtakte verlenen

Amersfoort –Eind juli spande de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging namens één van haar leden een rechtszaak aan tegen de korpschef van politie, eenheid Noord-Nederland. Nadat ons lid eerder een negatieve uitslag kreeg op de e-screener won hij volgens de instructie van het ministerie van Justitie en Veiligheid een contra-expertise in. Daaruit bleek dat hij prima geschikt is om een vuurwapen voorhanden te mogen hebben. Toch vond de korpschef dat het positieve oordeel van de psychiater onvoldoende reden was om de nieuwe jager alsnog een jachtakte toe te kennen.

Dit was voor de afdeling juridische zaken van de Jagersvereniging aanleiding om de rechter te vragen een voorlopige voorziening te treffen. En met succes: de rechter oordeelde dat de korpschef ‘onmiddellijk’ de nieuwe jager zijn jachtakte moest verlenen. Dit is de eerste keer dat een rechter uitspraak doet over het gebruik van  de e-screener bij eerste aanvragers van een wapenverlof. Daarom verwacht de Jagersvereniging dat deze uitspraak ook voor toekomstige aanvragers van groot belang zal zijn.

‘Computer says no’ niet voldoende voor weigeren jachtakte

In de uitspraak stelde de rechter de Jagersvereniging op meerdere punten (voorlopig) in het gelijk. Zo ging de rechtbank mee in de gevraagde ‘correctie’ van de beslissing van de korpschef om ondanks het duidelijke tegenrapport van de psychiater vast te houden aan het weigeringsbesluit op grond van de testuitslag op de e-screener. De korpschef zou zich tijdens het proces van de aanvraag ‘onvoldoende kunnen vergewissen’ van de manier waarop de e-screener, een computertest, tot de uitslag komt. En daarmee fungeert de e-screener als een ‘black box’; een term die de rechter in de zitting ook gebruikte. ‘Computer says no’, een term die de rechter ook noemde, is dus vanaf nu niet meer voldoende voor afwijzing.

Extra capaciteit bij ministerie voor opvangen beroepsprocedures

Niemand kan inzicht geven in hoe de computertest tot zijn oordeel komt. Maar in de praktijk handelt de korpschef wel naar de uitslag. Dat is voor de Jagersvereniging vanaf het begin een zeer belangrijk punt van kritiek op de e-screener geweest. Uit vrijgegeven stukken blijkt dat het ministerie van Justitie en Veiligheid rekening houdt met een relatief hoog aantal beroepsprocedures van nieuwe jagers aan wie op basis van de uitslag van de computertest een jachtakte geweigerd wordt. Het ministerie heeft daar zelfs extra mensen voor aangenomen.

Oordeel echte expert terzijde geschoven

Ook blijkt uit de documentatie dat men er rekening mee houdt dat een aantal nieuwe aanvragers onterecht de dupe gaat worden van de e-screener. Dat noemt men eufemistisch: de ‘fout positieve scores’. In de praktijk komt het er op neer, dat onschuldige burgers door de overheid onterecht een stempel krijgen opgeplakt. Bij deze gang van zaken zette de Jagersvereniging van meet af aan grote vraagtekens. Toen in deze zaak ook nog bleek dat zelfs het oordeel van een echte expert terzijde werd geschoven, was de maat vol en besloten wij samen met ons lid naar de rechter te stappen.

‘Lot van een individu niet in handen van een computertest’

‘De uitspraak is belangrijk voor de persoon in kwestie; daarmee wordt hij in het gelijk gesteld want het is niet niks om door een computer dit stempel onterecht te krijgen opgeplakt. De uitspraak is echter ook – omdat het de eerste rechtszaak is – belangrijk voor alle volgende nieuwe aanvragers van jachtaktes. De politie komt vanaf nu niet meer weg met een ongemotiveerd besluit om een akte te weigeren; de rechter zal in het vervolg altijd verlangen dat de korpschef zijn besluit moet onderbouwen. En dat is volledig terecht. Het kan niet zo zijn dat het lot van een individu in handen ligt van een computertest die als black box fungeert en vervolgens degene die hieraan een besluit ontleent, zich niet nader hoeft te verklaren.’

E-screener van tafel

Voor de Jagersvereniging is hiermee de kous niet af. Al direct na de invoering van de e-screener op 1 oktober 2019 pleitte de vereniging – samen met de Koninklijke Nederlandse Schietsport Associatie (KNSA) – voor het opheffen van de e-screener. Het instrument werd ingevoerd met het in beginsel nobele doel om te beoordelen of mensen psychisch in staat zouden zijn om de beschikking te hebben over een jachtvuurwapen. Dit naar aanleiding van het schietincident in Alphen aan den Rijn, een misdaad begaan door een psychisch gestoorde man die door de politie onterecht een wapenverlof kreeg toegekend.

Door interventie van de Jagersvereniging en de KNSA besloot het ministerie vier weken na invoering om de e-screener voor alle bestaande jagers op te schorten met twee jaar; nieuwe jagers moesten nog wel de e-screener invullen.

‘E-screener is en blijft een volledig ongeschikt middel voor screening’

Ondanks de positieve uitslag van deze rechtszaak en het eerder opschorten van het gebruik ervan voor bestaande verlofhouders zijn wij nog steeds van mening dat de e-screener definitief van tafel moet. Het is en blijft een volledig ongeschikt middel om iets te meten wat met een computertest niet te meten is. Wij zijn voorstander van screening maar het politiekorps beschikt al over voldoende, geschikte middelen om wél een goede screening te kunnen doen. Dat blijkt wel uit het feit dat het aantal jagers dat betrokken is bij misdaden met jachtvuurwapens al enkele decennia nihil is. Als de politie die middelen in Alphen aan den Rijn correct had toegepast had de dader nooit een wapenverlof gekregen. Graag gaan we met het ministerie in gesprek om te komen tot een werkbaar geheel waarbij de menselijke maat blijft bestaan.’




Jagersvereniging maakt zich sterk voor eenduidigheid verlengingsbesluiten

Update corona 10/04/2020

Afgelopen week kreeg de Jagersvereniging meerdere ongeruste telefoontjes van leden over onduidelijkheid met betrekking tot de verlengingsbesluiten voor de jachtakte en de Europese Vuurwapenpas. Na contact tussen de Jagersvereniging en de Dienst Korpscheftaken werd duidelijk dat alle korpsen vanaf nu de verlenging voor de jachtakte kunnen beschouwen als rechtsgeldig document voor het uitoefenen van jacht, beheer en schadebestrijding. Ook werd duidelijk gemaakt dat alle korpsen de verlenging voor de Europese Vuurwapenpas kunnen versturen. De Jagersvereniging werkt nu aan een Duitstalige versie van beide documenten die wij de politie beschikbaar zullen stellen. Daarmee kan uw korps u – als u daarom vraagt – een Duitstalige vertaling van het verlengingsbesluit toesturen. Wij verwachten dat de korpsen dit einde van volgende week op verzoek kunnen gaan verstrekken.

Omdat door de coronacrisis een deel van de jagers in maart hun akte en vuurwapenpas niet op het bureau konden verlengen, heeft de politie vanaf begin april deze jagers een verlengingsbesluit gestuurd. Afgelopen week echter kreeg de Jagersvereniging meerdere berichten waaruit bleek dat verschillende politiekorpsen op een andere manier omgingen met de verlengingsbesluiten. Zo was bij het ene korps een verlengingsbesluit voor een jachtakte voldoende om het veld in te gaan, terwijl een ander korps liet weten dat het verlengingsbesluit slechts gold voor het in de wapenkluis houden van de wapens. Ook liet een aantal korpsen weten dat er nog geen duidelijkheid was over verlenging van de Europese Vuurwapenpas en zij daarom geen verlengingsbesluit verstuurden.

Title
Politie: verlengingsbewijs jachtakte voldoende om te jagen

Omdat dat veel vragen en ook deels ongerustheid bij leden opriep heeft de Jagersvereniging contact opgenomen met de politie en hen hiervan op de hoogte gesteld. Vandaag liet de politie weten dat zij alle korpsen geïnformeerd heeft het verlengingsbesluit voor de jachtakte gelijk te interpreteren, namelijk als document dat juridisch volstaat voor het uitoefenen van activiteiten in het kader van jacht, beheer en schadebestrijding.

Title
Politie: verlengingsbewijs Europese Vuurwapenpas mag verstrekt worden

Vandaag heeft de politie ook alle korpsen geïnformeerd dat er óók een verlenging voor de Europese Vuurwapenpas mag worden verstrekt. Voor een aantal korpsen was dat nog onduidelijk hoe daarmee om te gaan. Die duidelijkheid is nu gegeven.

Title
Jagersvereniging levert Duitstalige versies aan politie

Omdat de Jagersvereniging voorziet dat Nederlandstalige verlengingsbesluiten een probleem kunnen opleveren in het buitenland heeft zij vandaag alles in gang gezet om de twee verlengingsbesluiten (voor de akte en voor de vuurwapenpas) te laten vertalen naar het Duits. Deze brieven levert zij dinsdag aan bij de politie. Ook daarover heeft de politie de korpsen geïnformeerd.
Frans- en Engelstalig volgen zo spoedig mogelijk
Onze prioriteit ligt nu bij de Duitstalige verlengingen. Dit omdat het hier om de meeste jagers gaat en omdat Duitsland jachtgerelateerde activiteiten toestaat. Wij gaan hierna aan de slag met de vertalingen van de andere twee talen.




Coronavirus maatregelen en de uitvoering beheer en schadebestrijding in Nederland

Wegens de huidige uitbraak van het coronavirus en de aangescherpte maatregelen vanuit de overheid willen wij U informeren over wat nu wel niet mag bij beheer en schadebestrijding in Nederland.

Jagen in Nederland
In Nederland is v.w.b. beheer en schadebestrijding toegestaan. Het is belangrijk dat iedere jager mits alleen of op voldoende afstand van elkaar nog steeds kan jagen voor het voorkomen van landbouwschade, wildaanrijdingen en regulatie van de wilde zwijnen i.v.m. de Afrikaanse varkenspest.

Jachtakteverlenging

Inzake de Corona maatregelen heeft de politie, in het belang van het voorkomen van persoonlijke contacten, een aantal maatregelen afgekondigd die ook verband houden met het proces rond de afgifte van jachtakten. Met name zaken als het in persoon indienen van een aanvraag of de kluiscontrole bij een eerste aanvraag, zijn opgeschort.

Zoals het er nu naar uit ziet, is ongeveer 10% van de lopende jachtakten nog niet verlengd. Om te voorkomen dat er een met de wet strijdige situatie ontstaat, is afgelopen weken overleg gevoerd met het ministerie van Justitie en Veiligheid. Op basis van dat overleg wordt een werkwijze voorbereid waarbij de politie voornemens is om die jachtakten allen ambtshalve te verlengen

Wat betekent dit voor U als U hierdoor op 1 april 2020 als u uw jachtakte nog niet heeft verlengd?

  1. Van de Nationale Politie hebben wij via de NOJG en de KNJV op dinsdag 31 maart 2020 het bericht ontvangen dat de navolgende procedure van toepassing zal zijn voor iedereen die zijn jachtakte nog niet heeft verlengd, men zal dan een verlengingsbesluit krijgen. Met dit verlengingsbesluit wordt de geldigheidsduur van de akte verlengd tot 1 april 2021.
    De verlengingsbesluiten zullen gedurende deze week per post worden toegestuurd. Derhalve zou het kunnen dat uw jachtakte een aantal dagen verlopen is voordat U het verlengingsbesluit heeft ontvangen. De politie zal hier niet handhavend in optreden, echter alleen onder de voorwaarde dat de jachtaktehouder de wapens bewaart in zijn kluis en er geen gebruik van maakt.
  2. Bovendien is gebruik zonder verlengingsbesluit niet gedekt onder de aansprakelijkheidsverzekering.
  3. Zodra het verlengingsbesluit is ontvangen, is het bezit en gebruik van uw wapens weer geregeld en kunt U als  jachtaktehouder weer beheer en schadebestrijding en de jacht uitvoeren alsmede evt. kleiduivenschieten.
  4. Voor de Europese vuurwapenpas zal een afzonderlijk besluit worden verzonden
  5. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft aangegeven vandaag een werkinstructie naar de politie te sturen. Vervolgens kan de politie de uitvoering van de vereiste verlengingsbesluiten klaarmaken zodat deze direct verstuurd kunnen worden. In de verlengingsbesluiten wordt ook ingegaan op enkele praktische zaken zoals het tijdelijk niet hoeven aanleveren van een WM32-formulier, overige jachtbescheiden en de betaling van de leges.

Als wij meer weten brengen we u op de hoogte.

Jagen in Duitsland is als U dat alleen doet nog altijd toegestaan.

Duidelijke regels met betrekking tot de jacht in Duitsland zijn op dit moment nog niet bekend. De maatregelen verschillen van deelstaat tot deelstaat in Duitsland. Houd daarom goed de berichtgeving van de deelstaat waar u gaat jagen in de gaten. De regels kunnen van dag tot dag veranderd worden, informeert u zich daarom bij voorkeur kort voor vertrek.

Wij vinden het belangrijk dat u zelf de vraag stelt of nu in maart en april echt zo belangrijk is om in het Duitse jachtveld aanwezig te zijn. In veel gevallen zal dat niet nodig zijn en is thuisblijven waarschijnlijk de verstandigere optie.

Jagen in België
In België is de jacht en schadebestrijding gesloten. Hierover hebben we nauw contact met onze Vlaamse zusterorganisatie Hubertus Vereniging Vlaanderen.

Faunatellingen
Faunatellingen op de landelijke voorjaarstellingen is een belangrijke verantwoordelijkheid die de Wet natuurbescherming de jager heeft opgelegd ter ondersteuning van de Faunabeheerplannen. De NOJG vindt dat de tellingen nog steeds uitgevoerd kunnen worden, mits de regels en maatregelen vanuit de overheid in acht worden genomen.

Stichting Jachtopleidingen Nederland (SJN)

Al onze cursusactiviteiten en jachtexamens zijn afgelast!

In het kader van de huidige situatie rondom het coronavirus volgt de Stichting Jachtopleidingen Nederland (SJN) nauwlettend de informatie en adviezen van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) en de Rijksoverheid. 

Vanwege de huidige situatie rondom het coronavirus is de SJN helaas genoodzaakt alle theorielessen en instructies jachtpraktijk tot nader order af te gelasten!

Gezien de situatie kunnen wij op dit moment nog niet aangeven wanneer de instructies en theorielessen alsnog kunnen worden gehouden. Zodra er meer duidelijkheid is, dan zullen de cursisten hiervan per e-mail op de hoogte worden gebracht. Ook zal op deze website een bericht worden gepubliceerd.

Voor de actuele informatie omtrent het coronavirus verwijzen wij als NOJG u naar https://www.rivm.nl/nieuws/actuele-informatie-over-coronavirus




Faunabeheereenheid Limburg komt met voorstellen voor een “afschotvrij gebied” waarin afschot wild zwijn wel is toegestaan.

Bron: de Gelderlander

Limburg krijgt een natuurgebied waar jagers in principe geen dieren mogen afschieten. Met één uitzondering: het wilde zwijn mag wel worden geschoten.

Dit is een uitvloeisel van een motie die door Provinciale Staten van Limburg is aangenomen in 2016 omdat men vond dat er een proef moest komen voor het alternatieve vormen van wildbeheer, dit zonder ook maar duidelijk te hebben gemaakt wat hiermee  bereikt kan worden.

De provincie wil echter wel de wilde zwijnen in dit gebied geschoten worden, om zo het risico op Afrikaanse varkenspest zo klein mogelijk te houden. Limburg vindt verder dat indien nodig bij ‘ongewenste ontwikkelingen’ ook afschot van enkele andere soorten mogelijk moet zijn in het afschotvrij gebied.

Vertrouwelijke shortlist

De Faunabeheereenheid Limburg komt dit voorjaar met een voorstel richting provincie over de meest geschikte plek voor een afschotvrij natuurgebied. Op een voorlopige, nog vertrouwelijke shortlist staan een aantal potentiële gebieden, die door de TBO’s zijn voorgesteld. Die liggen verspreid over de hele provincie.

De beoogde locatie wordt later dit voorjaar bekend. De proef moet een looptijd krijgen van vijftien jaar.

Opmerking NOJG regio Limburg;

De provincie en de faunabeheereenheid dienen zich echter te realiseren dat dit alleen maar kan, als ook het gehele gebied in eigendom is van een natuurorganisatie, daar er anders de eigendomsrechten waaronder, ook het jachtrecht valt (art 3.23 Wet natuurbescherming) hiermee volledig beperkt worden en dat er zeker gezien de belangen, die hiermee gemoeid zijn rechtszaken zullen volgen.

 




Rattengif komt onbedoeld nog voor in veel wilde vogels en zoogdieren

Rattengif komt onbedoeld ook voor in veel wilde vogels en zoogdieren. Dat geldt vooral voor knaagdiereters zoals steenmarters, steenuilen, vossen, bunzings, kerkuilen en buizerds. Ook de vogeljagende havik en sperwer scoren hoog. Dat is de conclusie van het onderzoek, uitgevoerd door CLM Onderzoek en Advies, het Dutch Wildlife Health Centre, Bureau Waardenburg en Stichting Kennis- en Advies-centrum Dierplagen in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De onderzoekers bevelen aan om de toepassing van ratten- en muizengif verder te beperken.

Om ratten en muizen te bestrijden plaatsen plaagdierbeheersers lokdozen met giftig lokaas. Cameravallen lieten zien dat ook andere dieren bij – of zelfs in – de lokdozen komen, met name andere muizensoorten zoals spitsmuizen en verschillende zangvogels. Muizen slepen zelfs lokaas uit de lokdozen naar buiten, waardoor andere soorten, ook vogels, rodenticiden kunnen opnemen. Deze route is nog niet eerder in beeld gebracht en kan ongewenste blootstelling veroorzaken.

160 monsters onderzocht op 10 stoffen
In totaal zijn in 160 onderzochte levermonsters 10 verschillende stoffen gevonden. De meest frequent gevonden stoffen zijn bromadiolone, brodifacoum, difethialon en difenacoum. De hoogste concentraties zijn aangetroffen in knaagdiereters, zoals vossen, steenmarters, bunzings en wezels. Ook in kerkuilen, steenuilen en torenvalken zijn relatief hoge concentraties gemeten. In 8 monsters was de gevonden concentratie zelfs even hoog als die van volgens de literatuur aan rodenticiden gestorven dieren. De contaminatie kan plaatsvinden via het direct eten van lokaas door niet-doelsoorten, via het eten van doelsoorten die rodenticiden bevatten en via vergiftiging door het eten van niet-doelsoorten.

Integraal Plaagdier Management
Bruine en zwarte rat en huismuis mogen in Nederland onder strikte voorwaarden worden bestreden met rodenticiden. Buiten gebouwen is bestrijding alleen toegestaan door gecertificeerde plaagdierbeheersers; pas nadat zij eerst hebben geprobeerd de plaag zonder gif en met preventieve maatregelen of klemmen onder controle te krijgen, sinds 2017 volgens het Integraal Plaagdier Management. Toch is de vergiftiging van andere soorten sinds de toepassing van deze methode nog niet aantoonbaar afgenomen. Onderzoek naar de toepassingspraktijk biedt mogelijk meer duidelijkheid hierover. Daarnaast is monitoring nodig van de effectiviteit van het beleid, aan de hand van metingen aan rodenticiden bij indicatorsoorten, zoals de vos.

Zie voor meer informatie het rapport Kans op vergiftiging met rodenticiden van niet-doelsoorten in Nederland op de website van CLM Onderzoek en Advies.

bron: CLM Onderzoek en Advies, 25/02/20




Rechtbank wijst vorderingen Jagersvereniging en KNSA af inzake e-screener

Update e-screener 11/02/2020: Rechtbank wijst vorderingen Jagersvereniging en KNSA af

Vandaag deed de rechtbank Den Haag uitspraak over het kort geding dat beide verenigingen aanspanden inzake de e-screener. De rechter wees alle vorderingen van de Jagersvereniging en de KNSA af. De Jagersvereniging gaat de uitspraak verder bestuderen en zal zich beraden op vervolgstappen.

De Jagersvereniging en de KNSA eisten dat de Staat de e-screener voor alle gebruikers inclusief de eerste aanvragen zou opschorten, dat de Staat alle resultaten van de tot nu toe uitgevoerde e-screener testen zou vernietigen en dat de Staat specifieke nadere informatie over de huidige e-screener zou opleveren ten behoeve van een bodemprocedure om de e-screener definitief afgeschaft te krijgen.

Verrast

De Jagersvereniging is zeer verrast door deze uitspraak: het staat in schril contrast met eerdere uitspraken van rechters in individuele zaken waarbij de Jagersvereniging met succes pleitte voor teruggave van de ingenomen jachtaktes en wapens. Die rechters waren zeer kritisch over de kwaliteit en validiteit van de e-screener. Ook staat de uitspraak haaks op een recente uitspraak van de rechtbank Den Haag over SyRI, een algoritme dat is bedacht door de overheid om uitkeringsfraude op te sporen. In die kwestie oordeelde de rechtbank dat de Staat in strijd met de Wet handelt door haar beoordeling te baseren op automatische besluitvorming. Daarnaast werd ook geoordeeld dat SyRI in strijd is met de Wet omdat de Staat geen inzicht wil verschaffen in de werking ervan en betrokkenen zich niet kunnen verweren tegen het gebruik daarvan. Wij zien sterke overeenkomsten met het gebruik van SyRI en de e-screener.

De Jagersvereniging gaat de uitspraak verder bestuderen en zal zich beraden op vervolgstappen. Vooruitlopend hierop hebben de Jagersvereniging en de KNSA bij de rechtbank gevraagd om een beoordeling van de e-screener door een panel van deskundigen. Tijdens de hoorzitting heeft de Staat al aangegeven zijn medewerking aan zo’n procedure te willen verlenen.

Jagersvereniging blijft zich inzetten

De Jagersvereniging blijft pal staan voor de belangen van haar leden. Dankzij de voortdurende inspanningen van de NOJG en de Jagersvereniging en de KNSA is de uitvoering van de e-screener al aangepast, werd het gebruik van de e-screener voor bestaande verlofhouders opgeschort en kregen veel gedupeerde leden hun jachtakte terug.

Nog een lichtpunt in de uitspraak is dat de rechter heel duidelijk aangeeft dat automatisch afwijzing op basis van een negatieve score niet is toegestaan.

Aanvragers moeten te allen tijde in de gelegenheid worden gesteld tegenbewijs te leveren mocht er besloten zijn dat zij niet geschikt zouden zijn over het beschikken van een vuurwapen.

De Jagersvereniging blijft zich onverminderd inzetten op het gebruik van een evenwichtige screeningsmethode. Ze onderschrijft het doel van een periodieke screening van jachtaktehouders, mits rechtmatig, doelmatig en effectief. De Jagersvereniging is en blijft echter van mening dat de e-screener een niet-werkende oplossing voor een niet-bestaand probleem is.

Officiële uitspraak Rechtbank

‘Kort geding over het gebruik van de e-screener bij de aanvraag van een jachtakte of wapenverlof.

Bij de aanvraag van een jachtakte of wapenverlof moet door de Staat met het oog op de veiligheid (onder meer) worden beoordeeld of er reden is om te vrezen dat de aanvrager misbruik zal maken van wapens of munitie.

De Staat heeft daartoe het gebruik van een nieuw toetsinstrument ingevoerd, de e-screener. De e-screener is een gedigitaliseerde vragenlijst die er op is gericht om tien risicofactoren te meten, die gezamenlijk een beeld geven van de psychische gesteldheid van een aanvrager.

De Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging en de Koninklijke Nederlandse Schietsport Associatie vorderen in kort geding de Staat te verbieden nog langer gebruik te maken van de e-screener en de verkregen resultaten te vernietigen. Zij voeren daartoe aan dat de e-screener geen deugdelijk middel is.

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af. De Staat heeft bij de invoering van de e-screener een zwaarwegend en rechtmatig belang en niet gebleken is dat de e-screener ondeugdelijk is. De vordering tot het verstrekken van afschrift van bescheiden die betrekking hebben op de exacte inhoud en werking van de e-screener wordt eveneens afgewezen. De Staat heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat die stukken vertrouwelijk moeten blijven om te voorkomen dat de werking van de e-screener wordt ondermijnd.’

Lees de uitspraak op de website van de Rechtbank; uitspraken.rechtspraak.nl