1

Ronde tafel gesprek met Tweede Kamer over jacht; Ecologen in Tweede Kamer: ‘Baseer jachtbeleid op goede cijfers’

De cijfers waarop het besluit is genomen om de jacht op de haas en het konijn te verbieden, zijn onbetrouwbaar. Dat betoogden Paul de Vos, namens de Wildbeheereenheid, en ecoloog Wim Knol, tijdens een hoorzitting over de jacht in de Tweede Kamer.

„De cijfers komen van de vrijwilligers van Sovon“, stelde De Vos. „Op landelijk niveau zijn die wel betrouwbaar, maar op provinciaal niveau niet.“ In veel provincies zijn de steekproeven te klein om valide te zijn, betoogde hij, en bovendien telt Sovon juist niet in de gebieden waar veel hazen voorkomen.

„Onbetrouwbare tellingen leiden tot onbetrouwbare trends“, voegde Knol daaraan toe. Hij wees erop dat de Sovon-vrijwilligers vooral overdag tellen, en hazen en konijnen als ‘bijvangst’ meenemen in de vogeltellingen waar ze in de eerste plaats het veld voor ingaan. Maar die hazen en konijnen zijn avond- en nachtdieren, die tevoorschijn komen wanneer de vrijwilligers alweer thuis zitten.

Knol pleitte ervoor om de tellingen van wildbeheereenheden ook mee te nemen. „Die tellen in 90 procent van het land, Sovon maar in één procent“, stelde hij. Bovendien tellen die ook ’s avonds, volgens gestandaardiseerde protocollen, en met behulp van apparatuur als infraroodcamera’s, die Sovon niet gebruikt.

Op een vraag waarom het CBS die tellingen dan niet meeneemt, gaf Knol een antwoord. „Daar heeft ze geen opdracht voor gekregen“, vertelde die. „De regering heeft het CBS opgedragen om de Sovon-tellingen te gebruiken“, stelde hij, „maar niet om ook andere data mee te nemen.“

De eerste ronde van het gesprek was zo nogal eenzijdig. Een spreker van Sovon (met de toepasselijke naam Rob Vogel) zou ook deelnemen, maar kon er niet op tijd zijn vanwege een treinstoring.

Michiel Houtzagers, bestuurder bij het Zuid-Hollands Landschap, wees erop dat Nederland een cultuurlandschap is, en geen natuurlandschap dat zichzelf onderhoudt. „In een cultuurlandschap moet je ingrepen doen om het in stand te houden“, zei hij, „en het beheren van de wildstand hoort daarbij.“ Hij sloot zich impliciet aan bij de sprekers uit de eerste ronde, en stelde dat voor een goed beheer goede data nodig zijn. „Dat zijn niet enkel de cijfers“, stelde hij, „maar ook wat je daaruit kunt afleiden.“

Wildlijst

Bestuurslid van Animal Rights Noor Evertsen en advocaat Marco van Duin hadden weinig boodschap aan de validiteit van de tellingen. Zij wezen op de Natuurbeschermingswet, die zegt dat er geen dieren mogen worden bejaagd als de stand van de instandhouding in het geding is. Op het moment staan er vijf soorten wild op de wildlijst – haas, konijn, fazant, houtduif en wilde eend – (en die mogen dus bejaagd worden), maar Van Duin stelde dat rapporten van de WUR en van Sovon aantoonden dat de staat van instandhouding van al deze vijf dieren slecht is. En volgens hem zou de wetgever de jacht op deze dieren dus moeten verbieden.

Willem Schimmelpenninck van Oijen, directeur van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging, wees erop dat Van Duin de criteria van de Habitatrichtlijn en de definitie van de Natuurbeschermingswet door elkaar haalde. De criteria die Van Duin had genoemd over de staat van instandhouding staan in de Habitatrichtlijn, maar de Natuurbeschermingswet gaat daar niet van uit. Bovendien wees hij op een uitspraak van de Raad van State, die had geoordeeld dat een daling van de omvang van een populatie op zich niets zegt over de staat van instandhouding van een soort.

Wildschade

LTO-bestuurder Arnold Michielsen wees tenslotte op de schade die wild toebrengt. „In 2021 was de toegekende schade 37 miljoen euro“ vertelde hij de Kamer. „Dat is 6 miljoen euro meer dan in 2020, en toen was de schade ook al 6 miljoen hoger dan in 2019.“ Die schade blijft maar toenemen, wilde hij zeggen. „En bovendien is dat enkel de toegekende schade. De werkelijke schade is, volgens een berekening van het CLM, ruwweg vier keer zo groot.“

Het voorkómen van wildschade zou niet de taak van een ondernemer moeten zijn, vond hij. En bij de aanleg van nieuwe natuur zou tegelijk moeten worden bekeken hoe de door wild veroorzaakte schade vanuit die nieuwe natuur beheerst kan worden. „Dat gebeurt nog veel te weinig.“

Bron: Veldpost




Steenmarterbeheer draagt bij aan nestsucces weidevogels in Friesland

Er komen meer weidevogeleieren uit als de steenmarter beheerd wordt. Dat wijst de evaluatie van de pilot ‘Steenmarterbeheer 2017-2022’ in de provincie Friesland uit. Het percentage uitgekomen nesten bij optimaal steenmarterbeheer nam gemiddeld met 28% toe in de pilotgebieden. De pilot was een  amenwerking van de provincie Friesland met de partners van het Olterterp overleg.

Uit cameraonderzoek bij weidevogelnesten blijkt dat veel nesten verloren gaan omdat steenmarters de eieren opeten. Daarom is de pilot steenmarterbeheer van 2017 tot en met 2022 uitgevoerd, waarbij is onderzocht wat het effect van het vangen en doden van steenmarters op het percentage uitgekomen nesten is.

De pilot startte in 2017 in het gebied Soarremoarre bij Akkrum. Vanaf 2020 is dat uitgebreid naar in totaal 8 gebieden, in 2021 naar 14 en het afgelopen jaar naar 19 gebieden. Het gaat om gebieden waar boeren het weidebeheer al afstemmen op weidevogels. Bijvoorbeeld door later te maaien of het land in stroken te maaien.

De resultaten werden gemonitord met ongeveer 3800 wildcamera’s. Het blijkt dat wanneer het steenmarterbeheer optimaal is uitgevoerd, en aangevuld met beheer van de vos, het percentage uitgekomen nesten significant toeneemt. Waar dat vóór de pilot gemiddeld 50% was, is dat nu gemiddeld 78%. Het aandeel van de steenmarter in het totale nestverlies was 3,5% bij optimaal beheer van de predatoren. Dit was 17,7% in het jaar voorafgaand aan de pilot.

Wat verder opvalt is dat er jaarlijks een vrij constante instroom van nieuwe steenmarters in de pilotgebieden is. Om het beheer effectief uit te voeren dient het steenmarterbeheer dus elke winter en voorjaar opnieuw te worden uitgevoerd. Ook blijkt dat het doden van steenmarters niet leidt tot hogere nestpredatie door andere soorten.

Op basis van de pilotresultaten heeft de Faunabeheereenheid Friesland voor het weidevogelseizoen 2023 een ontheffingsaanvraag voor steenmarterbeheer in de 19 pilotgebieden aangevraagd. Dit is aangevuld met nog eens 7 nieuwe gebieden.

 

bron: Provincie Friesland, 16/11/2022



NVWA introduceert factsheet Wasbeer

Wasbeer

In deze factsheet vindt u informatie over de wasbeer (Procyon lotor), zoals over de verspreiding en het effect van die verspreiding in de EU en in Nederland. Ook de introductieroute(s) van de soort in de EU en in Nederland worden beschreven.

Lader Bezig met laden...
EAD logo Duurt het te lang?

Opnieuw laden Laad het document opnieuw
| Open Openen in nieuwe tab

Download [537.02 KB]




Lim­burg be­sluit tot an­de­re aan­pak was­be­ren en nu wel afschot toe te staan

De wasbeer is een invasieve exoot en wordt sinds 2019 in Limburg uit de natuur verwijderd door deze dieren te vangen en op te vangen. Nadat met succes in totaal 95 wasberen zijn opgevangen, heeft het college van Gedeputeerde Staten moeten besluiten tot een andere aanpak omdat de opvang vol is. Vanaf 12 oktober is het doden van deze invasieve exoot daardoor de voornaamste bestrijdingsmethode geworden. Het college zet tegelijkertijd in op de ontwikkeling van duurzame niet-dodelijke beheermethoden.

 

De wasbeer is een uitheemse invasieve diersoort die een bedreiging vormt voor inheemse dieren waaronder schaarse broedvogels zoals de oehoe en rode wouw, amfibieën, kleine zoogdieren en overwinterende vleermuizen. Daarnaast zijn veel wasberen besmet met de wasberenspoelworm. Dit kan risico’s opleveren voor de volksgezondheid.

Provincies zijn vanwege Europese regels verplicht deze en andere invasieve exoten te verwijderen. In Zuid-Limburg was sinds eind 2017 een populatie van 50 tot 100 wasberen gevestigd, vooral rondom Sittard en Maastricht. Vermoedelijk ontstaan door ontsnappingen uit wildparken dan wel ontsnapte of losgelaten huisdieren. Tussen oktober 2019 en april 2022 zijn 95 wasberen gevangen onder coördinatie van de Zoogdiervereniging en opgevangen bij Stichting AAP. De inschatting is dat er nog steeds enkele tientallen wasberen in Limburg rondlopen.

Het project zou nog tot en met het voorjaar van 2023 doorlopen. Doordat het afgelopen jaar veel meer wasberen zijn gevangen dan eerdere jaren, is alle beschikbare opvangcapaciteit echter nu al bezet. Stichting AAP en andere opvangcentra hebben aangegeven momenteel geen mogelijkheden meer te hebben voor grootschalige opvang van wasberen.

Daarnaast is er mogelijk sprake van instroom vanuit de Waalse wasbeerpopulatie, waardoor er in Limburg naar verwachting geen sprake meer is van één lokale geïsoleerde populatie wasberen. Dit wordt momenteel onderzocht via DNA-analyses. Bij continue instroom van wasberen uit het buitenland is grootschalige opvang geen reële optie meer.

Volgens de Limburgse omgevingsvisie is het doden van dieren het laatste in te zetten middel binnen het faunabeheer. Het vangen en opvangen van wasberen was de enige beschikbare niet-dodelijke maatregel voor Nederland binnen het kader van de Europese verplichting tot exotenbestrijding. Het college betreurt dat dit geen reële mogelijkheid meer is. Het college heeft echter een wettelijke verantwoordelijkheid om de bestrijding van de wasbeer voort te zetten en zal daarom vanaf 12 oktober het doden van wasberen als voornaamste bestrijdingsmethode mogelijk maken via een nieuwe ontheffing in het faunabeheer.

Tegelijkertijd wordt ingezet op de ontwikkeling van duurzame niet-dodelijke beheermiddelen die mogelijk in een later stadium kunnen worden ingezet. Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan anticonceptie. Provincie Limburg zal ook bij de autoriteiten van de omringende regio’s nogmaals vragen om een adequate bestrijding om instroom van wasberen naar Limburg tegen te gaan of te voorkomen. In 2025 volgt een evaluatie van de situatie en de op dat moment beschikbare maatregelen.

bron: Provincie Limburg, 12/10/2022



Minister heroverweegt jachtbeperkingen vogelgriep

Donderdag 13 oktober debatteerde de Tweede Kamer met de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het dierziektebeleid. De aandacht ging vooral uit naar vogelgriep, welke al langere tijd telkens her en der in het land opduikt. Meerdere fracties, met name BBB (bij monde van Caroline van der Plas) en SGP (Roelof Bisschop), stelden kritische vragen over de nu standaard toegepaste jachtbeperking in getroffen gebieden, terwijl daarentegen niet-noodzakelijke activiteiten onbelemmerd door kunnen gaan. De minister heeft daarop toegezegd deze maatregel nog dit jaar te zullen heroverwegen. Hij voegde daaraan toe dat ook de Deskundigengroep Dierziekten vraagtekens plaatst bij de effectiviteit van de maatregel.

Vraagtekens bij effectiviteit
In getroffen gebieden worden telkens in een straal van (3 resp.) 10 kilometer maatregelen getroffen. Onderdeel daarvan is een verbod op jacht, voor zover dat watervogels verstoort. Dit is inmiddels al jaren punt van discussie, omdat deze maatregel hooguit is gebaseerd op veronderstellingen, niet op aangetoonde effectiviteit en feiten. Met het oog op bijvoorbeeld luchtverkeersveiligheid gelden er uitzonderingen op de jachtbeperking in een betreffende regio waar vogelgriep is aangetroffen. Zover bekend heeft deze uitoefening van jacht niet geleid tot extra uitbraken.

Ook de Deskundigengroep Dierziekten wijst erop dat er vooral veel onzekerheid bestaat over de vraag of het beperken van jacht wel bijdraagt aan minder verspreidingsrisico, zo liet de nieuwe bewindspersoon Piet Adema weten tijdens het debat. Tegelijk worden de tegenstrijdigheden en nadelen rond de maatregel steeds duidelijker.

Tegenstrijdigheden
Daar waar faunabeheer, uitgevoerd door professioneel opgeleide jagers die het gebied door en door kennen, de facto wordt verboden in (waterrijke) gebieden waar een geval van vogelgriep is vastgesteld, worden allerlei vormen van (water- en oever)recreatie in het geheel niet beperkt. Dit is tegenstrijdig, temeer daar jacht – zeker in termen van schadebestrijding en populatiebeheer – maatschappelijke en economische (natuur)doelen dient. Dit in tegenstelling tot genoemde activiteiten van puur recreatieve aard.

Nadelen
Duidelijk is tegelijk dat er in ieder geval juist wel nadelen kleven aan de maatregel. Nu kan er weken (en soms maanden) achtereen geen uitvoering worden gegeven aan jacht, waaronder de maatschappelijk gewenste en politiek vastgestelde beheerdoelen van bijvoorbeeld de alsmaar toenemende ganzenpopulaties. Afgezien van daardoor verder oplopende schade aan natuur, landbouw en biodiversiteit, leidt dit wellicht ook tot juist extra risico’s rond verspreiding van vogelgriep. Er lijkt immers een grotere kans dat in populaties wilde vogels met hoge dichtheden ook meer besmette dieren aanwezig zijn.

De huidige standaard maatregel leidt ook tot minder aanwezigheid van faunabeheerders, die de gebieden goed kennen en juist een belangrijke functie hebben in het signaleren van onder andere uitgerekend dierziekten (dit is nota bene onderdeel van de jachtopleiding en -examinering). Dit kan er onder meer toe leiden dat besmette kadavers langer of zelfs helemaal onopgemerkt blijven. Risico’s op verspreiding nemen daardoor toe, bijvoorbeeld als vossen, kraaien, kauwen, wolven of loslopende katten en honden de kadavers aanvreten en verslepen.

Heroverweging minister goede stap
De Jagersvereniging noemt de door de minister aan de Kamer toegezegde heroverweging een goede stap en gaat hierover graag in gesprek. Dit vanuit de overtuiging dat jagers juist een belangrijke bijdrage kunnen leveren in het signaleren en tegengaan van vogelgriep.

 




Jagersvereniging maakt documentaire ‘Dilemma’s in de Nederlandse natuur’

 

De Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging heeft de documentaire ‘Dilemma’s in de Nederlandse natuur’ gemaakt. Hiermee willen ze mensen informeren over de jacht. Want uit opinieonderzoeken van de vereniging blijkt: “hoe meer mensen weten over een jacht en beheer, hoe positiever ze hier tegenover staan.”

Jagers zijn een onmisbare schakel in de Nederlandse natuur, vindt de jagersvereniging. Om mensen hierover te informeren is de documentaire ‘Dilemma’s in de Nederlandse natuur’ gemaakt. Hierin wordt uitgelegd tegen welke dilemma’s natuurorganisaties aanlopen, welke rol jagers en faunabeheerders spelen en waarom ingrijpen in de natuur volgens hen noodzakelijk is. In het bericht hieronder ligt de Jagersverening de documentaire toe.

De jacht

“Faunabeheer is een keuze. Een keuze die wij in Nederland nadrukkelijk hebben gemaakt. We willen biodiversiteit en ook diersoorten die zich minder goed kunnen aanpassen aan ons druk bevolkte land, een kans geven. Hoe dat precies werkt en welke dilemma’s deze keuze oplevert, wordt door boswachters, jagers, LTO, Nationaal Park Hoge Veluwe, vogelwachters en verschillende andere deskundigen uitgelegd.

“De vragen die hardop worden gesteld zijn: willen we biodiversiteit in het bos? Geven we bosverjonging wel voldoende kans? Nemen we de toekomst van de weidevogel serieus? Kunnen de wolf en de vos orde op zaken stellen in de Nederlandse natuur? Daarnaast wordt er in de documentaire dieper ingegaan op de kennis en kunde van faunabeheerders in Nederland. De kijkers worden geïnformeerd over de afwegingen die er worden gemaakt in de zoektocht naar balans in het landschap.”

Schade

Wandelend door de natuur neemt een tiental bezorgde mannen de kijker mee de natuur in. Gaandeweg leert deze meer over de schade die sommige dieren aanrichten, hoe op hele stukken natuurgebied jonge loofbomen geen kans meer krijgen om groot te groeien. Maar schade is er niet alleen in natuurgebieden. Ook boeren kunnen daarover meepraten. Jaarlijks wordt er 36 miljoen euro schadevergoeding uitgekeerd aan schade door onder meer ganzen. Ook het conflict tussen wild en verkeer wordt aangehaald, evenals het verstoorde evenwicht tussen predatoren en de kwetsbare weidevogels.

Doel

Het doel is duidelijk. Iedereen wil in de toekomst kunnen blijven genieten van het Nederlands landschap met een rijke biodiversiteit en gezonde bossen. Met deze documentaire wil de Jagersvereniging duidelijk maken voor welke uitdagingen natuurorganisaties en landschapsbeheerders staan. De zoektocht naar balans in een drukbevolkt land als Nederland is niet eenvoudig. Menselijke belangen, planten, dieren; alles beïnvloedt elkaar. De natuur zijn gang laten gaan lijkt in de huidige maatschappij geen optie. Beheer door deskundige jagers of faunabeheerders ligt voor hand. De jager als onmisbare schakel in het streven naar balans en biodiversiteit.

Deze boodschap wil de Jagersvereniging graag breed uitdragen; naar de politiek, maar ook naar de maatschappij. Hiervoor zal de Jagersvereniging zich dit najaar met behulp van onder meer deze documentaire hard maken.”




De Jagersvereniging, NOJG, FPG en Wbe de Roerstreek sommeren de Minister haar wijziging van de Regeling natuurbescherming in te trekken.

 

logo NOJG  Logo FPG

Namens de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging (Jagersvereniging), de Federatie Particulier Grondbezit (FPG), de Nederlandse Organisatie voor Jacht en Grondbeheer (NOJG) en de Wildbeheereenheid Roerstreek (WBE Roerstreek) heeft Stibbe Advocaten een brief gestuurd aan de Minister voor Natuur en Stikstof.

Hierin sommeren genoemde partijen de minister dringend, om de vorige week door haar bekendgemaakte wijziging van de Regeling natuurbescherming (“Rnb”) in te trekken dan wel niet toe te passen, zodat de jacht op het konijn en de haas op normale wijze geopend kan worden op 15 augustus respectievelijk 15 oktober.

De wijziging van de Rnb stuit in meerdere opzichten op zwaarwegende bezwaren. Zo is dit besluit gebaseerd op een onderzoek waaraan serieuze gebreken kleven, waaronder het gebruik van een duidelijk onjuiste en ongeschikte beoordelingswijze van de staat van instandhouding van hazen en konijnen. Daarmee ontbreekt een feitelijke en juridische grondslag om de jacht op deze wildsoorten te beperken.

Hier komt bij dat de regeling een inbreuk is op het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Bezwaarlijk is ook dat de minister pas zeer kort dag (twee weken voor de start van het jachtseizoen) met het besluit is gekomen, terwijl richting de Tweede Kamer en betrokkenen telkens de verwachting is gewekt en uitgesproken, dat ruim voor het jachtseizoen duidelijkheid zou worden geboden.

Door middel van de gestuurde sommatiebrief wordt de minister in de gelegenheid gesteld om haar besluit in te trekken. Blijft de komende twee weken een positieve reactie uit dan zijn de organisaties genoodzaakt om juridische procedures te starten.




Vogelgriepvirus bij vossen aangepast aan zoogdieren

bron: Wageningen University & Research, 25/07/2022

Onlangs stelde Wageningen Bioveterinary Research infecties met vogelgriep vast bij drie wilde vossen in Nederland. De dieren vertoonden neurologische verschijnselen veroorzaakt door vogelgriep van het virustype H5N1. Uit verdere analyse blijkt nu dat het virus bij vossen zich heeft aangepast aan zoogdieren. Bovendien is het opmerkelijk dat het virus vooral in de hersenen aanwezig was, terwijl het een luchtwegvirus betreft.

 

Hoogpathogene vogelgriepvirussen van het type H5N1 veroorzaken momenteel een hoge sterfte onder wilde vogels in Nederland. Genetische analyse toonde aan dat de virussen bij vossen lijken op die bij wilde vogels worden aangetroffen. De vossen zijn waarschijnlijk besmet door het eten van wilde vogels met vogelgriep. Uit de studie bleek ook dat het virus mogelijk de hersenen is binnengedrongen via de reukzenuw.

Twee bij de vossen geïsoleerde virussen bevatten een mutatie die in verband wordt gebracht met aanpassing aan zoogdieren. Uit het onderzoek blijkt dat het gemuteerde virus zich beter vermenigvuldigt in cellen van zoogdieren dan in die van vogels, en bij de lagere lichaamstemperatuur van zoogdieren.

Infecties bij zoogdieren moeten nauwlettend in de gaten worden gehouden. Het huidige virus kan niet worden overgedragen tussen zoogdieren of op mensen, maar verdere mutaties kunnen het zoönotische potentieel van de H5N1-virussen vergroten. Daarom is een snelle detectie van verdere mutaties belangrijk, net als het vermijden van contact met zieke en dode vogels.

Meer informatie is te vinden in de publicatie ‘Highly pathogenic avian influenza H5N1 virus infections in wild red foxes (Vulpes vulpes) show neurotropism and adaptive virus mutations‘ op bioRxiv.




Afrikaanse Varkenspest vastgesteld 15 km van Nederlandse grens in Overijssel

In de Duitse plaats Emsbüren, in de deelstaat Niedersachsen  is op een varkensbedrijf Afrikaanse varkenspest vastgesteld. Het bedrijf met 280 zeugen en 1500 biggen ligt op circa 15 kilometer afstand van de Nederlandse grens, ten oosten van de provincie Overijssel. De besmetting is op zaterdag 2 juli bevestigd. Het bedrijf is op zondag 3 juli geruimd en contactbedrijven worden onderzocht. Rondom het bedrijf is een beschermingszone van 3 kilometer en een bewakingszone van 10 kilometer ingesteld, waarin een vervoersverbod geldt en waar bedrijven worden gescreend.

 

De ingestelde bewakings- en beschermingszones liggen niet op Nederlands grondgebied. Het ministerie van LNV vraagt varkenshouders extra alert te zijn op verschijnselen van Afrikaanse varkenspest bij hun varkens en alle veterinaire voorschriften en bio veiligheidsmaatregelen strikt na te leven.

Tevens is het van belang dat ook andere partijen in de varkenssector alle passende bioveiligheidsmaatregelen in acht nemen, waaronder de verplichte tweede reiniging en desinfectie van vervoersmiddelen die zijn gebruikt voor transport van evenhoevigen naar Duitsland en die terugkeren in Nederland. Voor bezoekers van natuurgebieden of bedrijven is het van belang dat zij geen varkensproducten achter laten in de natuur of bij een varkenshouderij.

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) werkt momenteel aan een risk-assessment en maakt een inventarisatie van vervoersbewegingen over de grens. Het ministerie van LNV houdt nauw contact met alle betrokken partijen om de situatie te monitoren en zal wanneer nodig aanvullende maatregelen nemen.

Nederland heeft al enige jaren een monitoringsprogramma in wilde zwijnen. In deze monitoring worden bloedmonsters van wilde zwijnen onderzocht op aanwezigheid van Afrikaanse varkenspest. Er is ook een NVWA protocol voor het melden en bemonsteren van gevonden kadavers van wilde zwijnen. In dit protocol worden gevonden dode wilde zwijnen bemonsterd door speciale medewerkers van de faunabeheer eenheden.

Personen die een dood wild zwijn vinden kunnen dit melden bij de boswachter, politie of terreineigenaar. Deze personen nemen contact met de medewerkers van de faunabeheer eenheden. Naar aanleiding van de besmetting in Emsbüren, worden migratieroutes van wilde zwijnen in het grensgebied door de provincie Overijssel intensiever gemonitord op dode wilde zwijnen.

Gezien de afstand tot eerdere besmette locaties is het waarschijnlijk dat de uitbraak in Emsbüren het gevolg is van menselijk handelen Afrikaanse varkenspest is in wilde zwijnen aanwezig in het oosten van Duitsland. In juni is een bedrijf in Baden-Würtemberg besmet geraakt.  Zaterdag 2 juli werd op nog een ander bedrijf, in Brandenburg, een besmetting aangetoond. Dit bedrijf ligt veel verder van de Nederlands grens.

 

bron: Ministerie van LNV, 02/07/2022



Laatste aftellen naar Europa’s nieuwe Natuurherstel-wet

Deze week komt de Europese Commissie met het langverwachte voorstel voor bindende natuurhersteldoelstellingen, al is verdere vertraging altijd mogelijk. FACE beschouwt het voorstel als een cruciale stap om ervoor te zorgen dat een belangrijk onderdeel van de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 in gang wordt gezet.

De 7 miljoen jagers van Europa zijn al tientallen jaren op eigen kosten actief betrokken bij het herstel van Habitats en zullen het nieuwe initiatief omarmen als een belangrijke stap om de status van kleinwild-populaties te verbeteren. Door hun ervaring uit de eerste hand weten jagers dat dit de beste aanpak is om resultaten voor de natuur te leveren.

De eerdere doelstelling om tegen 2020 ten minste 15% van de aangetaste ecosystemen te herstellen, werd niet bereikt, deels door het niet vaststellen van geschikte basisgegevens en een gebrek aan politieke wil om op de juiste schaal te handelen. Om herhaald falen te voorkomen, is een aanpak met twee snelheden nodig:

  • Een aantal specifieke verbintenissen met betrekking tot bepaalde typen Habitats/Ecosystemen in de context van overeengekomen doelstellingen, streefcijfers, criteria, meet- en bestuursaspecten van de nieuwe wet – bijv. getroffen herstelmaatregelen voor x% van zoetwaterecosystemen, het creëren van vrij stromende rivieren, van landbouwgrond met natuurlijke landschappelijke kenmerken zoals houtwallen, x % drooggelegde veengronden opnieuw bevochtigd;
  • Een bredere strategie met richtlijnen en bindende doelstellingen voor het herstel van ecosystemen tot 2030 (en daarna), waarbij de lidstaten worden verplicht om nationale herstelplannen op te stellen. De twee zouden parallel moeten werken, maar de eerste zal resultaten opleveren in een korter tijdsbestek.

Prioritaire aandachtsgebieden moeten veengebieden, zoetwaterecosystemen, agro-ecosystemen (met name graslanden) en bossen omvatten. Een strategisch kader voor het herstel van ecosystemen vereist prioriteiten op subnationaal niveau en de betrokkenheid van regionale en lokale autoriteiten en betrokkenheid bij een groot aantal belanghebbenden vanaf een vroeg stadium in het planningsproces. Aangezien herstel een benadering op landschapsniveau vereist, zal de rol van natuurbehoud waarbij jagers, boeren, landbeheerders, milieugroeperingen en anderen betrokken zijn, van cruciaal belang zijn om succesvolle instandhoudingsmaatregelen te ontwikkelen.

Vanuit het perspectief van FACE moet de nieuwe wet de nadruk vermijden op de bescherming van soorten, die al in de EU-wetgeving is geregeld. Torbjörn Larsson, voorzitter van FACE, reageerde op het aanstaande wetsvoorstel: “Dit moet echt een baanbrekend moment zijn voor natuurbehoud en het is al een belangrijk verzoek in onze Europese jagerscampagne. Belangrijk is dat het nieuwe voorstel zich moet vertalen in succesvolle lokale initiatieven op het terrein en de belangrijke bijdrage die jagers leveren aan het behoud van de natuur moet stimuleren, zoals aangetoond in het Biodiversiteitsmanifest”.

 


FACE is the voice of European hunters.

We ensure hunting remains good for hunters, society and nature.

www.face.eu

FACE is the European Federation for Hunting and Conservation. Established in 1977, FACE represents the interests of Europe’s 7 million hunters as an international non-profit-making nongovernmental organisation. FACE is made up of national hunters’ associations from 37 European countries including the EU-27. FACE is supported by 7 associate members and is based in Brussels. FACE upholds the principle of sustainable use and has been a member of the International Union for the Conservation of Nature (IUCN) since 1987. FACE works with its partners on a range of hunting-related matters from international conservation agreements to local implementation issues with the aim of sustaining hunting across Europe.




Update Afrikaanse Varkenspest in Duitsland – juni 2022

Bron: DJV

In Duitsland stijgt het totaal van de geconstateerde aantallen besmettingen met de Afrikaanse varkenspest (AVP) met 24 stuks naar 3.978. Deelstaat Saksen met 20 stuks en Brandenburg met 4 nieuwe gevallen. In juni zijn tot nu toe in totaal 30 meldingen: 22 Saksen, 4 in Brandenburg en Mecklenburg-Vorpommern.

Afrikaanse Varkenspest in Saksen

Saksen heeft in de landkreisen Meissen en Bautzen, de restrictiezonen aangepast, op basis van meerder gevallen in de grensstreek bij Brandenburg vergroot de deelstaat de Sperrzone II (bedreigd gebied) en de Sperrzone I (bufferzone). Een overzicht van de restrictiezone’s van de getroffen gebieden in de Deelstaten in Duitsland vindt u hier.




DJV publiceert nieuw standpunt over de wolf

10 mei 2022 (DJV) Berlijn

Deutscher Jagdverband (DJV) pleit voor consistente uitvoering van het regeerakkoord en roept op tot actief portefeuillebeheer. Hiervoor moet de Europese beschermingsstatus worden verlaagd. Ook mogen gebieden die vrij zijn van roedels met wolven geen taboe zijn.

DJV pleit voor actief voorraadbeheer van wolven.
DJV pleit voor actief populatiebeheer van wolven. (Bron: Rolfes/DJV)

In het nu gepresenteerde position paper roept de Duitse Jachtvereniging (DJV) politici op om landelijke beheersmaatregelen voor wolven te initiëren en het regeerakkoord van de landelijke regering hiermee uit te voeren. Volgens deze regels moeten de deelstaten in de toekomst “gewestelijk gedifferentieerd populatiebeheer in overeenstemming met de Europese wetgeving”. Tegen de achtergrond van de komende conferentie van milieuministers roept de koepelorganisatie van jagers op, tot het naast elkaar bestaan ​​van mensen, grazende dieren , wolven en andere wilde dieren zo moet worden ontworpen dat er minder conflicten in de toekomst zijn. “Duitsland heeft al ’s werelds hoogste wolvendichtheid,  maar ook het aantal paarden, runderen en schapen neemt snel toe. Het is de hoogste tijd om in actie te komen”, aldus DJV-vicevoorzitter Helmut Dammann-Tamke.

De DJV wijst erop dat de economische en sociale acceptatiegrens voor de wolf in sommige regio’s van Duitsland al is bereikt. Ecologische criteria alleen zijn daarom niet voldoende om de geschiktheid van een habitat te beoordelen. De DJV roept de politieke actoren op om consequenter gebruik te maken van hun speelruimte. In tegenstelling tot Duitsland reguleren Frankrijk en Zweden de wolvenpopulatie al behoorlijk, al wordt die daar ook streng beschermd door de Europese wetgeving. Volgens de DJV moet de federale overheid ervoor zorgen dat de beschermingsstatus van de wolf op Europees niveau wordt verlaagd en dat het toezicht wordt verbeterd.

Het mag geen taboe zijn om in de toekomst gebieden aan te wijzen waar geen roedels wolven zich permanent mogen vestigen – in de zin van natuurvriendelijke begrazing, dijkonderhoud en bescherming van bedreigde diersoorten.

Verder eist de DJV onder meer dierenwelzijnsvriendelijke, landelijke regelgeving voor de omgang met ernstig gewonde wolven – bijvoorbeeld na ongevallen met wilde dieren. Even duidelijke noodregeling voor aanvallen van wolven: U moet de bepalingen van het Wetboek van Strafrecht en het Burgerlijk Wetboek op een zinvolle manier aanvullen. Het doel is rechtszekerheid voor eigenaren van jachthonden en vee.

Volgens talrijke wetenschappers en natuurbiologen leeft de Duits-West-Poolse subpopulatie van de wolf aan de westelijke grens van de aangrenzende Noordoost-Europees-Baltische populatie, waarvan de gunstige staat van instandhouding nooit ter discussie stond. Een genetische uitwisseling tussen de deelpopulaties is in veel gevallen bewezen. De DJV roept de landelijke overheid op om zo snel mogelijk drempelwaarden voor populatieontwikkeling vast te stellen, waarna de gunstige staat van instandhouding van de wolf kan worden bepaald.

Het huidige standpunt van de DJV over wolven in Duitsland is hier .

In Brandenburg, Nedersaksen, Saksen, Mecklenburg-Voor-Pommeren en Saksen-Anhalt heeft de wolf in hoog tempo nieuwe leefgebieden ontsloten.

De jaarlijkse toename in bewezen gebieden is ongeveer 30 procent. Er zijn gemiddeld acht dieren per wolvenroedel in heel Europa.

De DJV gaat uit van een huidige populatie van ongeveer 2000 dieren in Duitsland.

Visuele observaties en ontmoetingen van dichtbij nemen toe naarmate het aantal wolven toeneemt, en er zijn ook meer doden van vee. Dit leidt tot meer conflicten. Eind 2017 verklaarde het Federaal Agentschap voor Natuurbehoud voor het eerst publiekelijk dat wolven van nature niet bang zijn voor mensen.

Meer informatie vindt u in de brochure Wild Animal Management Wolf of the Wolf Action Alliance.




Wolvenpopulaties in Nederland nemen fors toe en verdubbeld mogelijk per jaar.

 
BIJ12 die de wolvenpopulatie in Nederland monitort namens alle provincies geeft aan dat de wolvenstand op de Veluwe, maar ook elders fors toe neemt. Wat dit betekent voor de stand van de herten en wilde zwijnen is nog geheel niet duidelijk. Er verblijven nu minimaal twintig wolven in Gelderland en ook worden er steeds vaker zwervende wolven waargenomen. In geheel Nederland zijn er de afgelopen periode elf nieuwe individuen opgedoken. Daarvan komen er acht uit Duitsland. En dan zijn er ook nog plaatsen waar nog jongen geboren moeten worden. In Gelderland zouden zoals nu bekend is tenminste vier gebieden zijn waar wolven hun territoria hebben.”

Natuurlijk wildbeheer door wolf

De populaties wolven groeit gestaag in Nederland, in bijna geheel Nederland zijn ze al waargenomen. De stand zodanig toenemen dat deze jaarlijks kan verdubbelen.
Doordat damhert, edelhert, ree en wild zwijn de wilde dieren zijn die door de wolven het liefste gepredeerd worden, zullen zij zoals ook nu weer blijkt in geheel NEDERLAND, de gemakkelijk prooidieren zoals schapen, klaveren en zelfs volwassen koeien doden. Het is dus niet alleen daar waar wilde zwijnen, edelherten, damherten voorkomen zoals in de provincie Gelderland, waar de meeste wolven verblijven, maar in geheel Nederland zoals blijkt uit de vele schademeldingen en DNA onderzoeken.

Zonder afschot kaalgevreten bossen

De Faunabeheereenheid Gelderland (FBE Gelderland) die verantwoordelijk is voor de uitvoering van het wildbeheer in deze provincie, is niet van plan om op voorhand de afschotcijfers aan te passen. De wolf loopt hier pas drie jaar rond en we moeten langer monitoren wat het effect van de wolf is op de wildstand, zegt Erik Koffeman als ambtelijk secretaris van de FBE Gelderland. In Duitsland zijn er nu al meer dan 20 jaar wolven en desondanks zien we daar een toename qua damherten, edelherten, wilde zwijnen en reeën, weet Koffeman. Op de Veluwe hebben we nu bijna 4000 edelherten, terwijl de doelstand 1500 is. De wolf kan dat die gewenste stand echt niet in zijn eentje realiseren. Zonder afschot door jagers hebben we dan over een aantal jaar kaalgevreten bossen. Dat willen we ook niet. Wij werken juist samen met de wolf en kijken echt naar de de gewenste stand per beheergebied. Mocht de wolf in zulk beheergebied veel edelherten hebben gedood, dan zullen wij ons Faunabeheer daarop aanpassen, we zijn daar heel flexibel in.

 




Bejaging vos voorlopig niet mogelijk op landelijke vrijstelling in Limburg

De provincie Limburg heeft ons verzocht u te informeren over het volgende.

Zoals wellicht bekend heeft in haar uitspraak d.d. 16 februari 2022 de rechtbank Midden-Nederland artikel 3.1, tweede lid, van de Regeling Natuurbescherming (Rnb) onverbindend verklaard ten aanzien van de vos. Deze zaak betreft een beroep tegen een ontheffing, verleend door gedeputeerde staten van de provincie Utrecht, voor onder meer het gebruik ’s nachts van het geweer voor de bestrijding van de vos. De rechtbank is van oordeel dat de vrijstelling onbevoegd in de Rnb is opgenomen, omdat in artikel 3.15, tweede lid, van de Wnb de formulering “bij ministeriële regeling” ontbreekt. Volgens de rechtbank moet de vrijstelling daarom in de vorm van een vrijstellingsbesluit worden genomen. Ook stelt de rechtbank in haar uitspraak dat gezien het een landelijke vrijstelling voor de vos betreft deze uitspraak niet beperkt is tot de bestreden zaak maar voor een ieder van toepassing is.

Volgend op deze uitspraak zijn op 30 mei 2022 door de Tweede Kamer vragen gesteld over de gevolgen van deze onverbindendverklaring. Deze vragen zijn 30 mei j.l. zijn beantwoord.
In haar beantwoording geeft de minister aan het niet eens te zijn met het oordeel van de rechtbank en voornemens te zijn hoger beroep in te stellen tegen de uitspraak. Hiernaast bereid zij, vooruitlopend op behandeling van het hoger beroep, een uitvoeringsbesluit voor, waarmee het formele gebrek zou zijn verholpen. Echter geeft de minister ook aan dat een dergelijk nieuw vrijstellingsbesluit een zorgvuldige motivering en besluitvorming vereist, met inbegrip van de mogelijkheid van inspraak, en verwacht dus niet dat dit op hele korte termijn kan worden genomen.

Wat betekent deze uitspraak voor u?
De onverbindendverklaring van de algemene vrijstelling Vos (ook bekend als Landelijke Vrijstelling Vos) betekent dat het vangen en/of doden en/of het verstoren van de holen van vossen zonder ontheffing momenteel niet is toegestaan

Let wel: dit betreft slechts de handelingen welke op basis van de landelijke vrijstelling Vos waren toegestaan, dus het vangen, doden en verstoren van de holen van Vossen.

De door de FBE Limburg afgegeven Machtigingen voor afgegeven ontheffingen Vos Predatorenbeheer voor Hamster, Weidevogel en Patrijs blijven onverminderd inzetbaar gedurende hun geldigheidsperiode met alle middelen genoemd in de ontheffing, dus ook afschot overdag én ’s nachts met kunstlicht of nachtzichtapparatuur.

Voor het beheer van vossen ter bescherming van flora en fauna (weidevogels, patrijs, hamster) in aangewezen soortbeschermingsgebieden of tot maximaal 2.000 meter daarbuiten is er een ontheffing (onder voorwaarden) beschikbaar via de Faunabeheereenheid Limburg.




Uitbraak van varkenspest bij tamme varkens Boerderij in Baden-Württemberg

Een uitbraak van Afrikaanse varkenspest op een boerderij in Baden-Württemberg. Dat maakte de minister van Landbouw Peter Hoek (CDU) van Baden-Württemberg bekend op een online persconferentie in Stuttgart.

In slechts vijf dagen tijd stierven woensdag 16 van de 35 als huisdier gehouden varkens in doodsangst op de boerderij Forchheim (district Emmendingen). Het Friedrich Loeffler Instituut (FLI), dat verantwoordelijk is voor dierziekten, heeft woensdagavond de opkomst van het virus bij twee dode dieren bevestigd. Volgens Hook stierven de andere dieren woensdagochtend. Er is geen gevaar voor de menselijke gezondheid, varkensvlees kan worden geconsumeerd.

De staatsjachtvereniging waarschuwde bewoners. “Gooi geen restjes weg, vooral worsten en vleesproducten. Hoe eerder besmette varkens worden ontdekt, hoe sneller de ziekte wordt ingeperkt en dierenleed wordt vermeden”, zegt Jörg Friedmann, een staatsvisser.

Volgens Hook is het niet duidelijk hoe het virus in het bedrijf is gekomen. Misschien is de reden “menselijk handelen”. “De varkens werden in de open lucht gehouden, dubbel beschermd door het dubbele hekwerk. Het hekwerk was ook in de grond begraven, dus het was zeker dat de wilde zwijnen er niet in konden”, zei Hook. Rond de getroffen inrichting in Forsheim wordt een beschermingsgebied ingesteld met een straal van minimaal drie kilometer en een aangrenzend controlegebied met een buitenradius van tien kilometer. Het observatiegebied strekt zich uit over de graafschappen Emmendingen, Breisgau-Hochschwarzwald en het district Ortenau.

“Geen varken, geen varken erin”

Volgens Hooke is het overbrengen van varkens, sperma, eicellen en varkensembryo’s naar de uitsluitingszone verboden. Modder, mest en strooisel van varkens mogen ook niet uit boerderijen komen. Allereerst: “Geen varken, geen varken”, zei Hook. Uitzonderingen zijn alleen mogelijk onder strikte voorwaarden. Sinds het uitbreken van de ziekte bij als huisdier gehouden varkens, zijn plantaardige producten zoals voer, hooi of andere landbouwproducten zoals rundvlees, fruit en groenten niet door de beperkingen getroffen.

Volgens Hooke is er momenteel geen bewijs dat de ziekteverwekker wilde zwijnen heeft besmet. Om dit echt uit te kunnen sluiten, moeten de wilde zwijnen in het gebied de komende weken worden gescreend op Afrikaanse varkenspest. Gevallen wild wordt ook gecontroleerd. Vanaf vrijdag gaan teams van twee met een hond op pad om lijken te zoeken. “Zoekteams worden buiten de beboste gebieden omringd door teams van drones die zijn uitgerust met warmtebeeldcamera’s”, zei Hook. Tot nu toe zijn deze onderzoeksteams alleen in Baden-Württemberg opgeleid en zijn ze al ingezet in andere regio’s van Duitsland die lijden aan Afrikaanse varkenspest.

Afrikaanse varkenspest (AVP) is een ernstige virale infectie die alleen wilde varkens en gedomesticeerde varkens treft. Het is bijna altijd dodelijk en ongeneeslijk. Deze ziekte is ongevaarlijk voor mensen of andere diersoorten. Eerst verspreidde het zich naar Oost-Europa. Op 10 september 2020 werd in Duitsland het eerste geval van AVP bij een wild zwijn bevestigd. Sindsdien hebben zich gevallen van AVP voorgedaan in Brandenburg (wilde en gedomesticeerde zwijnen), Saksen (wilde zwijnen) en in 2021 ook in Mecklenburg-Voor-Pommeren (wilde en gedomesticeerde zwijnen). (dpa)




Invloed van wasberen op de amfibieën.

 

De wasbeer wordt beschouwd als een invasieve soort. Hij zwemt heel goed, klimt behendig en voedt zich met bijna alles wat zijn neus kan vinden. Zijn bekwame “handen” helpen hem om voedselbronnen te vinden die moeilijk toegankelijk zijn. In Centraal-Europa heeft hij bijna geen roofdieren als vijand.
 
Een onderzoeksproject (ZOWIAC, Zoonotic and Wildlife Ecological Effects of Invasive Carnivores) aan de Goethe Universiteit Frankfurt onderzoekt de invloed van de wasbeer. De wasbeer pelt de gifklieren van de amfibieën, waarmee ze zich normaal gesproken beschermen tegen roofdieren, samen met de huid en eet het onderliggende lichaam op. In wasbeergebieden zijn gedeeltelijk en volledig gevilde padden te vinden in de buurt van de oevers. De wasbeer stopt niet eens bij de spawn, de kikkereieren.

De alleseter geeft de opgedane kennis door aan zijn jongen. Omdat andere diersoorten zoals salamanders, ijsvogels, ringslangen en zwarte ooievaars voor voedsel afhankelijk zijn van de amfibieën en hun kuit, loopt een heel ecosysteem gevaar.

Norbert Peter, zoöloog aan de Goethe-universiteit Frankfurt, en Timo Spaniol van de Amphibian & Reptile Protection Working Group in Hessen AGAR. eV geeft inzicht in een onderzoeksgebied waarin de wasbeer ernstige gevolgen heeft voor inheemse amfibieën. Een manier om de invasieve soorten te verminderen, is het jagen op vallen.

Bron: Deutscher Jagdverband