1

Aanvulling van de Europese Unielijst invasieve uitheemse Exoten

Op 14 juni jongstleden heeft in Brussel het IAS comité gestemd over aanvulling van de Europese Unielijst voor zorgwekkende invasieve uitheemse soorten. Het voorstel van de Europese Commissie (EC) bevatte aanvankelijk 18 plant- en diersoorten. In de afweging wordt gekeken naar de ecologische schade die deze soorten veroorzaken als ook naar de proportionaliteit van de maatregel (sociaal-economisch). Daarbij heeft de EC rekening gehouden met de inbreng vanuit de EU in de consultatieronde. Er bleek in eerste instantie geen meerderheid te zijn onder de lidstaten voor het voorstel. De EC heeft vervolgens een gewijzigd voorstel in stemming gebracht, ditmaal zonder de sierwaterplant watersla (Pistia stratiotes). Het aangepaste voorstel met 17 soorten is daarna aangenomen met meerderheid van stemmen.

Invasieve Exoot – Treurmania

Naar verwachting wordt de aanvulling op de Unielijst begin juli 2019 door de Europese Commissie gepubliceerd, waarmee de aanvulling op de Unielijst vermoedelijk begin augustus 2019 van kracht wordt.

Scientific name plants Common name Nederlandse naam
Acacia saligna Golden wreath wattle wilgacacia
Ailanthus altissima Tree of heaven hemelboom
Andropogon virginicus Broomsedge bluestem Amerikaans bezemgras
Cardiospermum grandiflorum Balloon vine ballonrank
Cortaderia jubata Purple pampas grass hoog pampasgras
Ehrharta calycina Perennial veldtgrass roze rimpelgras
Gymnocoronis spilanthoides Senegal tea plant smalle theeplant
Humulus scandens Japanese hop oosterse hop
Lygodium japonicum Vine-like fern Japanse klimvaren
Lespedeza cuneata Chinese bushclover Chinese struikklaver
Prosopis juliflora Mesquite mesquite
Salvinia molesta Salvinia moss grote vlotvaren
Triadica sebifera Chinese tallow talgboom
Scientific name animals Common name Nederlandse naam
Acridotheres tristis Common myna treurmaina
Arthurdendyus triangulatus New Zealand flatworm Nieuw-Zeelandse platworm
Lepomis gibbosus Pumpkinseed zonnebaars
Plotosus lineatus Striped eel catfish gestreepte koraalmeerval

 




Meer bevoegdheden toegestaan bij de jacht op wild zwijn in Limburg.

Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg geven jagers opnieuw meer bevoegdheden voor het bejagen van wilde zwijnen in de nulstandgebieden.

Dit volgt op de inventarisatie door de Stichting Service Bureau Wildbeheereenheden Limburg (SSWL) bij alle Limburgse wildbeheereenheden in 2018 en 2019. In die periode zijn de wildbeheereenheden geïnterviewd over de uitvoering van het faunabeheer in Limburg. Daarbij lag de focus op het terugbrengen van de populatie wilde zwijnen in de nulstandgebieden. Tot de nieuwe bevoegdheden horen onder meer het gebruik van Brenneke-patronen en van een kleiner kaliber kogelgeweer.

Na de inventarisatieronde in het project ‘Continuïteit faunabeheer’ in 2018 en 2019 werd de informatie uit de 37 interviews met wildbeheereenheden samengevat in een advies met 12 verbeterpunten. Dit advies werd besproken met Gedeputeerde Staten. Een groot deel van deze adviezen werden na een toelichting omgezet in beleid. De Gedeputeerde Staten hebben de wensen van de wildbeheereenheden gehonoreerd en omgezet naar een aangepaste ontheffing.(juni 2019)

Met deze ontheffing krijgen jagers de bevoegdheid voor de volgende extra mogelijkheden:

  1. Gebruik Brenneke-patroon in gladloopgeweren kalibers 12 tot 24 voor het schieten van wilde zwijnen tot een maximale afstand van 40 meter
  2. Gebruik kleiner kaliber kogelgeweer van tenminste .22 of 5.58 millimeter met een trefenergie van minimaal 980 joule op een afstand van 100 meter voor het doden van wilde zwijnen tot een lichaamsgewicht van maximaal 35 kilo
  3. Het gebruik van lokvoer dient zich te beperken tot maximaal 0,5 kg. per afschotplek per dag met een maximum van 175 kg. per 100 ha. per jaar. Lokvoer mag enkel plantaardige producten bevatten.
  4. Aanvullend is het gebruik van commercieel verkrijgbare varkensbrok ook toegestaan. Bijvoeren ter bevordering van de stand van de populatie is op basis van artikel 3.32, lid 1, Wnb niet toegestaan.
  5. Naast lokvoer is alleen het gebruik van holzteer toegestaan als lokmiddel, echter niet binnen 1.000 m. van door Gedeputeerde Staten aangewezen leefgebieden voor Wilde zwijnen, of andere door Gedeputeerde Staten aan te wijzen gebieden.
  6. Van deze ontheffing mag jaarrond gebruik worden gemaakt gedurende het gehele etmaal, ook op zon- en feestdagen. Van deze ontheffing mag gebruik worden gemaakt gedurende de nachtelijke uren (tussen zonsondergang en zonsopkomst) van zon- en feestdagen.
  7. Bij het stationair gebruik van de ontheffing (vanaf een hoogzit, vanaf of vanuit een voertuig (mits niet rijdende) of vanaf een zitlocatie op de grond) mag tussen zonsondergang en zonsopkomst ondersteunend gebruik worden gemaakt van kunstlicht en nachtzichtapparatuur, al dan niet gemonteerd op het geweer.
  8. Aanvullend aan het gebruik van het geweer mag ook ondersteunend gebruik worden gemaakt van een geluiddemper. Hierbij geldt de voorwaarde dat de toestemming tot ontheffing gebruik slechts wordt verstrekt wanneer de betreffende gebruiker beschikt over een schriftelijke toestemming van het Ministerie van Veiligheid en Justitie voor het onder zich hebben en gebruiken van een geluidsdemper.
  9. Op basis van deze ontheffing mogen zieke, gewonde en kreupele dieren, of dieren die een acuut gevaar voor de verkeersveiligheid vormen, het gehele etmaal, ook op zon- en feestdagen, worden opgespoord en gedood, al dan niet met het gebruik van kunstlicht of nachtzichtapparatuur.
  1. Tussen zonsondergang en zonsopkomst mag aanvullend ook ondersteunend gebruik worden gemaakt van niet-stationair kunstlicht (bv vanaf een rijdende auto). Hierbij geldt de voorwaarde dat op enig moment niet meer dan één (groep) jachtaktehouder(s) per 2.000 hectare werkgebied van een WBE in Noord- en Midden-Limburg, en per 1.500 ha in Zuid-Limburg.

Verder zijn er nog een aantal extra administratieve bepalingen opgenomen v.w.b het gebruik en doorschrijven van de ontheffing en de registratie en het niet in rekening mogen brengen van een vergoeding voor het gebruik hiervan.

 




Kogel doorboort eerst wild zwijn en dood daarna man in voorbij rijdende auto.

Bron: Bild, Mittelbayerische
Hij beschikte al 23 jaar over een jachtvergunning. De jacht was voor hem nooit een hobby, maar wel een plicht. In augustus 2018 maakte de 46-jarige Duitser Hans-Jürgen H. echter een fout met fatale gevolgen. Zijn kogel doorboorde eerst een everzwijn en doodde vervolgens een man die in een wagen voorbijreed. Deze week moet hij voor de rechtbank verschijnen.

Hans-Jürgen H. (46) had er nochtans geen goed gevoel bij toen hem in augustus vorig jaar door een naburige boer werd gevraagd om een everzwijnenjacht te organiseren. Een drijfjacht brengt altijd meer risico’s met zich mee, zo wist hij. Uiteindelijk deed hij het toch omdat hem werd gezegd hoeveel schade de dieren al hadden aangericht in de maïsvelden.

En zo kwam het dat Hans-Jürgen H. op 12 augustus 2018 de drijfjacht leidde in Nittenau nabij autoweg B16 in deelstaat Beieren. Elf andere jagers deden mee.

Bij aanvang van de jacht had hij erop gewezen dat het mogelijk om een gevaarlijke situatie ging gezien de nabijheid van de autoweg. Volgens een andere jager zei H.: ”Niemand schiet in de richting van de autoweg want geen enkel everzwijn is het waard dat we een mensenleven in gevaar brengen”.

Maar de man verloor op een bepaald ogenblik zijn eigen instructies uit het oog. Toen enkele dieren uit het struikgewas kwamen en naar het veld gedreven werden, loste hij enkele schoten met zijn geweer. Een kogel doorboorde een everzwijn, zo wees onderzoek uit, en vloog verder naar de weg. Daar trof het een voorbijrijdende wagen met inzittenden Peter B. (62) en Harald S. (47). Het projectiel ging door het zijraam en raakte Harald. Hij kreeg een kogel in de longen. Er kon voor hem geen hulp meer baten.

Deze week vindt het proces plaats over het drama dat zich bijna een jaar geleden afspeelde. De vader van drie kinderen riskeert vijf jaar celstraf wegens dood door nalatigheid. Een uitspraak wordt op 25 juli verwacht.

Hans-Jürgen H. huilde gisteren in de beklaagdenbank. Wat verder zaten de ouders van het slachtoffer. “Onze zoon is terechtgesteld als een everzwijn. Wij hebben geen levensvreugde meer”, verklaarden ze aan Bild.

Hans-Jürgen H. heeft na het ongeval zijn wapens ingeleverd. Zijn jachtvergunning laat hij niet verlengen. Hij wil geen jager meer zijn.

 




Uitgekeerde Faunaschade in 2018 met € 5 miljoen gedaald

24 juni 2019




Spanjaarden ontwikkelen effectief varkenspestvaccin voor wilde zwijnen

Orale vaccinatie van wilde zwijnen kan wel eens een waardevol strategie worden om de Afrikaanse varkenspest in Europa te bestrijden. Uit een Spaans onderzoek blijkt namelijk dat wilde zwijnen immuun worden tegen de Afrikaanse varkenspest (AVP) door een nieuw vaccin dat in hun voedsel aan de dieren wordt geleverd. Het onderzoek is inmiddels gepubliceerd in Frontiers in Veterinary Science en de resultaten lijken veelbelovend.

Het onderzoek toont volgens de Spaanse onderzoeker Jose Angel Barasona ook aan dat de immuniteit via contact met geïmmuniseerde wilde zwijnen kan worden doorgegeven aan nog niet geïmmuniseerde dieren, maar hij benadrukt dat er meer onderzoek nodig is om alle effecten van het nieuwe orale vaccinatie te analyseren.

Barasona is een onderzoeker van het Spaanse Visavet Health Surveillance Centre, onderdeel van de Universiteit van Madrid: „Onze studie toont de doeltreffendheid aan van het eerste orale vaccin tegen deze ziekte bij Euro-Aziatische wilde zwijnen. Het biedt 92 procent bescherming voor wilde zwijnen tegen de Afrikaanse varkenspest die in Azië en Europa circuleert.”

Een bewijs dat een goed werkend vaccin effectief kan zijn om de verspreiding van varkenspest door wilde zwijnenpopulatie te voorkomen, blijkt uit het orale vaccin dat in 2000 werd ingezet in Duitsland tegen de klassieke varkenspest. Het ontwikkelen van een vaccin tegen de Afrikaanse varkenspest bleek echter lastiger door de complexe aard van dit virus.

Maar in 2017 betekende een wild zwijn in Letland een doorbraak. Het wilde zwijn had een zwak virulente stam van de ziekte. Dat stelde onderzoekers in staat om een levend vaccin te produceren. Barsona: „Toen we in onze laboratoria wilde zwijnen met deze levende stam hebben geïnoculeerd, vertoonden ze geen symptomen van deze ziekte. Ze produceerden echter antilichamen tegen het virus, waardoor ze uiteindelijk beschermd waren.” Bij de test bleek niet alleen dat het middel doeltreffend is tegen Afrikaanse varkenspest,  maar het kan ook andere wilde zwijnen immuniseren door contact met oraal gevaccineerde dieren.

Lees hier het volledige onderzoek (Engelstalig)




Reactie Belgische Boerenbond op nieuws terugkeer wolf en uitbreiding roedel in Limburg.

Reactie Boerenbond op nieuws terugkeer wolf en uitbreiding roedel

De terugkeer van de wolf wordt bij landbouwers en in Limburg niet op gejuich onthaald.

De terugkeer van de wolf wordt bij landbouwers en in Limburg niet op gejuich onthaald. Niet alleen de wolf, maar ook de professionele land- en tuinbouw moeten kunnen blijven bestaan, dat zegt Boerenbond in een reactie vandaag.

Men verwacht nu van veehouders (zowel particulieren en professionelen) dat ze zich aanpassen aan deze nieuwe realiteit. Dit is echter niet vanzelfsprekend, want hun ondernemerschap of hun hobby wordt mogelijk bedreigd.

Een omheining die geplaatst werd om dieren binnen te houden krijgt nu de bijkomende functie om dieren zoals de wolf buiten te houden. Daardoor moeten ze aan volledig andere eisen voldoen die aanzienlijke investeringen vergen, zowel in middelen als in tijd.

Voor Boerenbond moet de overheid tegemoetkomen in de volledige – niet enkel een gedeeltelijke (80%) – investering én onderhoudskosten. Eens zo’n omheining geplaatst is vergt ze immers heel wat onderhoud. Tot slot mogen de middelen voor professionelen niet uit het landbouwbudget komen zoals nu het geval is, maar moeten ze voor Boerenbond geput worden uit natuurmiddelen.

Terug naar Persberichten




Minister geeft groen licht voor het afschieten van wasberen in Limburg

De provincie Limburg krijgt bijval uit Den Haag over de aanpak van de wasbeer. Dat blijkt uit de antwoorden van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Carola Schouten (CU), op kamervragen van de Partij voor de Dieren (PvdD).

Eind maart besloot de Limburgse gedeputeerde Hubert Mackus (CDA) om de wasbeer – waarvan wordt geschat dat er tussen de vijftig en de honderd rondlopen in Limburg – op de lijst van dieren te zetten waarop geschoten mag worden door jagers. Hij verwees hierbij naar een EU-richtlijn over dieren die van oorsprong niet in Europa voorkomen. „In deze richtlijn staat dat zolang een inheemse diersoort nog niet is gevestigd in een EU-lidstaat, er alles aan moet worden gedaan om de populatie te verwijderen.”

Eekhoorns

Ondanks de kritiek van de PvdD, die vindt dat de provincie Limburg niet goed heeft onderzocht om hoeveel wasberen het precies gaat, is de minister van mening dat de wasbeersituatie ‘voldoende inzichtelijk is gemaakt’. Ook werpt zij de suggestie van de PvdD, dat ‘gerichte uitroeiingscampagnes niet werken’, van de hand. „Wanneer er vroegtijdig en gericht wordt ingegrepen is het verwijderen van een populatie zoogdieren wel mogelijk.” Als voorbeeld geeft zij de populatie Pallas’ eekhoorns die met succes uit Limburg is verwijderd.

‘Te duur’

Volgens minister Schouten wordt de wasbeer zowel afgeschoten als opgevangen, ‘waarbij de nadruk ligt op het vangen van wasberen’. De provincie gaf eind maart in eerste instantie aan dat opvangen van de wasbeer ‘te duur’ zou zijn, en afschot dus de voorkeur leek te krijgen. Door de maatschappelijke weerstand die hierop ontstond, meldden zich opvangcentra die volgens de provincie toch wel betaalbaar zijn. De stichting AAP had in een eerder stadium aangeboden te helpen bij de opvang van wasberen maar de provincie vond hun aanbod te prijzig.

Uitzondering

Desondanks zal de wasbeer in Limburg nog steeds op de ‘afschietlijst’ komen te staan. Maar volgens gedeputeerde Mackus zal afschieten alleen ‘bij hoge uitzondering’ gebeuren. „Als ze niet te vangen zijn, dan zullen we ingrijpen,” aldus Mackus. Uitheemse diersoorten als de wasbeer zijn volgens minister Schouten ‘een van de voornaamste bedreigingen voor de biodiversiteit’

Commentaar Wbe Susteren/Graetheide

Eindelijk wordt er ingegrepen, nu het nog enigszins te doen is in Limburg, alleen al in onze Wbe zijn zeker 5 – 10 wasberen gezien op de wildcamera’s, dit kunnen dus dit jaar indien ze jongen krijgen gemakkelijk 20 stuks zijn na de zomer alleen al in ons werkgebied. Het verbaasd ons dat vangen en  opvangen wel resultaat zou hebben en afschieten niet volgens de schijnbaar “deskundigen”?

Uit gegevens van de Deutsche Jagd Verein (DJV) blijkt dat van de totaal gedode wasberen er maar ongeveer 38% gevangen kon worden.

De vraag is wie de kosten van het vangen zal betalen en wie dat gaat doen, nu afschieten alleen in uitzonderlijke gevallen mag en wat zijn die uitzonderingen dan?

De Wbe Susteren/Graetheide vindt dat indien de jachthouder hiervoor gevraagd gaan worden, zij ook een redelijke vergoeding en de juiste vangmiddelen dienen te krijgen van de provincie, als opdrachtgever. De wasbeer is een nachtdier dat pas actief wordt in de schemering en is heel lastig te vangen, je moet ook de juiste lokatie kennen en de juiste vangmiddelen hebben.


Zie hieronder het schriftelijk antwoord Minister van Landbouw

 

De Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Binnenhof 4

2513 AA DEN HAAG

atum 30 april 2019

Betreft Beantwoording schriftelijke vragen over de aanpak van wasberen door de provincie Limburg

Ons kenmerk: DGNVLG-S / 19096198

Uw kenmerk; 2019Z06601

Geachte Voorzitter,

Hieronder treft u mijn antwoord op vragen van het lid Van Kooten-Arissen (PvdD) over het bericht dat Limburg heeft besloten wasberen te gaan schieten

(ingezonden 3 april 2019, kenmerk 2019Z06601).

Carola Schouten

Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Ons kenmerk:DGNVLG-S / 19096198 / 2019Z06601

1

Kent u het bericht ‘Provincie Limburg gaat wasberen afschieten’ en het opiniestuk ‘Wasbeer vogelvrij in Limburg’?

Antwoord

Ja.

2

Wist u dat inmiddels ongeveer 16.000 mensen in een petitie hun zorgen hebben geuit over het afschot van wasberen in Limburg en de teller nog loopt?

Herinnert u zich uw antwoorden op eerdere Kamervragen over de plannen om wasberen te gaan schieten in Limburg?

Antwoord

Ja, beide zaken zijn mij bekend.

3

Wist u dat in Duitsland, waar miljoenen wasberen in het wild voorkomen, jarenlang geprobeerd is de wasbeer uit te roeien zonder succes, en dat wasberen daar momenteel een geaccepteerde inheemse soort zijn?

Antwoord

U verwijst in uw vraag naar een rapport van Alterra1. In Duitsland worden nog steeds wasberen geschoten. De wasbeer wordt in Duitsland – net als in Nederland – op grond van de EU-Verordening voor invasieve uitheemse soorten behandeld als een invasieve uitheemse soort, waarvan de wilde populatie zoveel mogelijk wordt ingedamd. Duitsland is ook verplicht om op grond van artikel 19 van de Verordening Invasieve Uitheemse Soorten verspreiding van de wasbeer naar andere Europese landen tegen te gaan.

4

Erkent u dat de provincie Limburg slechts een ‘inventarisatieonderzoek’ heeft laten doen en dat op basis daarvan alleen een inschatting kon worden gemaakt van het aantal dieren?

Antwoord

Nadat duidelijk werd dat er sprake was van voortplanting van wasberen heeft de provincie Limburg het initiatief genomen om de populatie in kaart te brengen en een schatting van de populatieomvang te maken. Hiervoor is gebruik gemaakt van publieksmeldingen en er is een veldstudie uitgevoerd met cameravallen. Hiermee is de situatie voldoende inzichtelijk.

5

Erkent u dat die inschatting varieert van slechts ‘eenlingen’ tot 50 of 100 dieren?

1 Alterra, Wasberen in Nederland, 2008, zie: https://www.wur.nl/nl/Publicatie-details.htm?publicationId=publication-way-333638323633

Antwoord

De inschatting van de provincie Limburg is dat er sprake is van een populatie van 50 tot 100 dieren in twee kerngebieden en dat er daarnaast nog sprake is van eenlingen op andere locaties in de provincie.

6

Klopt het dat de provincie Limburg niet weet of het gaat om enkele wasberen afkomstig uit de huiselijke sfeer of dat het gaat om migrerende dieren vanuit Duitsland?

Antwoord

De herkomst van de dieren in Limburg is onduidelijk. De Limburgse populatie staat op dit moment op zichzelf. Mogelijk is deze ontstaan door lokale ontsnappingen. De populatie in Duitsland en Wallonië heeft de Nederlandse grens nog niet bereikt. Wel kunnen zwervende dieren uit deze populaties in Nederland terecht zijn gekomen.

7

Wist u dat wetenschappers tot de conclusie komen dat gerichte uitroeiingscampagnes niet werken?

Antwoord

Het rapport van Alterra, waar naar u verwijst, geeft aan dat in het algemeen het lokaal uitsterven van diersoorten zelden het resultaat van een gerichte uitroeiingcampagne is. Wanneer er vroegtijdig en gericht wordt ingegrepen is het verwijderen van een populatie van zoogdieren wel mogelijk. Een voorbeeld hiervan is het verwijderen van de populatie Pallas’ eekhoorns, ook in de provincie Limburg.

8

Wist u bovendien dat dezelfde wetenschappers hun zorgen uiten over het feit dat lokale bestrijding ervoor zorgt dat “de voortplanting minder door dichtheidsafhankelijke factoren geremd wordt” en “er altijd sprake zal blijven van instroom uit Duitsland”?

Antwoord

Wasberen kunnen zeer hoge dichtheden bereiken. Het punt van hoge dichtheid als remmende voortplantingsfactor wordt daarom niet snel bereikt.

9

Wist u dat wetenschappers daarom waarschuwen voor jaarlijks terugkerende kosten wanneer ingezet wordt op gerichte uitroeiing?

Antwoord

Wanneer niet vroegtijdig wordt ingegrepen in de populatie, dan is te verwachten dat de kosten van maatregelen in de toekomst sterk zullen toenemen.

10

Erkent u dat de provincie belastinggeld gaat verspillen aan een volgens wetenschappers ineffectieve methode? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 9. Vroegtijdig ingrijpen kan juist hogere kosten (en dierenleed) in de toekomst voorkomen.

11

Deelt u de mening dat het niet te rechtvaardigen is dat de provincie Limburg jaarlijks tonnen spendeert aan de jacht, maar diervriendelijke oplossingen voor de wasbeer te duur vindt, terwijl al opvangcapaciteit aangeboden was? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

De provincie Limburg geeft aan dat is gekozen voor een tweesporenbeleid, waarbij gericht kastvallen worden ingezet om dieren levend te vangen en daarnaast wordt jachtaktehouders toegestaan dieren te doden met het geweer waar vangen redelijkerwijs niet mogelijk is. Voor de levend gevangen dieren bekijkt de provincie de mogelijkheden om deze op te vangen tegen acceptabele kosten.

12

Deelt u de mening dat het niet te rechtvaardigen is dat er wordt overgegaan op afschot zonder goed overleg met experts over diervriendelijke methoden, gezien de gerede twijfels over de effectiviteit van de maatregel en zonder dat bekend is om hoeveel wasberen het eigenlijk gaat? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

De provincie heeft op advies van de Faunabeheereenheid Limburg gekozen voor het tweesporenbeleid, zoals genoemd in het antwoord op vraag 11, omdat de verwachting is dat dit noodzakelijk is om de populatie volledig uit het gebied weg te kunnen halen. Daarbij ligt de nadruk op het vangen van de wasberen.

13

Erkent u dat u verantwoordelijk bent voor het beleid om de internationale en Europese biodiversiteitsdoelen te halen?

Antwoord

Dit erken ik en daarom onderschrijf ik ook deze inzet van provincie Limburg om deze soort, waarvan op Europees niveau is vastgesteld dat deze een bedreiging vormt voor de biodiversiteit, uit de Limburgse natuur weg te halen.

14

Erkent u dat de afname van de biodiversiteit bij de bron aangepakt moet worden, zoals de extreem vervuilende landbouw en de versnippering van het natuuroppervlak?

Antwoord

In de overwegingen bij de Europese Verordening worden invasieve uitheemse soorten genoemd als een van de voornaamste bedreigingen voor de biodiversiteit en aanverwante ecosysteemdiensten. Door de wasbeer uit Limburg weg te halen wordt voorkomen dat deze soort de biodiversiteit aantast. Andere maatregelen die afname van de biodiversiteit tegengaan zullen ook nodig blijven.

15

Erkent u dat het uitroeien van weerloze dieren onder het mom van de biodiversiteitsdoelen een schijnoplossing is?

Antwoord

Nee.

16

Erkent u dat het uw verantwoordelijkheid is om zicht te houden op en richting te geven aan de invulling van de EU-verordening aangaande invasieve exoten?

Antwoord

Dit is een gezamenlijke opgave van Rijk en provincies. Meerdere partijen zijn aan zet. Met de decentralisatie van het natuurbeleid, waaronder het soortenbeleid, zijn de beheers- en uitroeiingsmaatregelen van een groot aantal invasieve uitheemse soorten aan de provincies overgedragen. Met wijziging van de regeling natuurbescherming van 22 februari 2018 (kenmerk WJZ/17141167) is de wasbeer aangewezen als door de provincies te bestrijden invasieve uitheemse soort.

17

Ziet u vanuit die verantwoordelijkheid aanleiding om de provincie Limburg aan te spreken op hun invulling ervan? Zo ja, kunt u dat toelichten? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

De provincie Limburg maakt eigen keuzes in de wijze waarop invasieve uitheemse soorten worden bestreden. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit staat hierover in contact met de provincie Limburg een sluit zich aan bij deze aanpak.




Waterschap Limburg heeft deze winter 17 bevers gedood


Waterschap Limburg heeft in de periode december 2018 tot en met april 2019 in totaal 17 bevers gedood. Dit was nodig omdat de dieren schade veroorzaakten binnen het watersysteem. De dammen die de bevers bouwen, zorgen voor een verhoogd waterpeil met natte landbouwgronden en soms ook natuurschade tot gevolg. Daarnaast leidt graverij tot onveilige situaties langs beken en in de dijken langs de Maas. Nu er jonge bevers geboren zijn, is het waterschap gestopt met het doden van bevers. De gedode bevers gaan naar het RIVM voor onderzoek. Schattingen duiden erop dat er circa 1.000 bevers in Limburg gevestigd zijn.

Het Faunabeheerplan Bever 2017-2020 biedt de mogelijkheid om bevers te doden die schade veroorzaken. Op 4 locaties is door het waterschap dit zwaarste instrument op het gebied van beverbeheer ingezet omdat er geen andere opties meer waren. Op alle overige locaties wordt schade door dammen en graverij door het waterschap beperkt door het inzetten van niet-dodelijke methoden, zoals het verlagen van dammen of het aanleggen van een buis door de dam. Het vangen van de dieren is niet mogelijk, omdat de dieren niet elders kunnen worden uitgezet.

Aanpakken wateroverlast en voorkomen veiligheidsrisico’s
In de Bosbeek en de Neerpeelbeek dreigde het verhoogde waterpeil door de beverdammen voor te natte agrarische percelen te zorgen. Het waterschap maakte hier hoge kosten om dit te voorkomen. Daarnaast bestond bij de Neerpeelbeek het risico van ingezakte taluds, onderhoudspaden en wegen door de aanwezigheid van oeverholen. Dit bracht onacceptabele veiligheidsrisico’s met zich mee voor wandelaars, automobilisten of onderhoudsmedewerkers. Bij de Neerpeelbeek zijn in totaal 12 bevers gedood. Ook zijn er bevers gedood die zich gevestigd hadden in de Everlose beek bij Maasbree. Deze dieren bouwden telkens een gemaal dicht, dat noodzakelijk is om een kassengebied van water te voorzien.

 

Beschermen natuur en zeldzame soorten
In het bronnengebied van de Kingbeek, ten zuiden van Obbicht in de gemeente Sittard-Geleen, was ook ingrijpen nodig. Er hadden zich ondanks preventieve maatregelen 2 bevers gevestigd op dezelfde locatie als vorig jaar. In de bronnen is sprake van een bijzonder ecosysteem dat binnen Nederland alleen in Limburg voorkomt. Door de bevers dreigde dit ecosysteem verloren te gaan. Ook dreigde schade aan de fundering van Kasteel Obbicht door een te laag waterpeil in de kasteelgracht. Om te voorkomen dat nieuwe bevers zich hier volgend jaar weer vestigen, is als extra maatregel een tweede barrière in het beekdal aangebracht om de komst van bevers vanuit de Maas te voorkomen. Er wordt hier ook nog nagedacht over een project met beverwachters.

bron: Waterschap Limburg, 25/04/19




Mogelijk wildraster rondom Weert

In een overleg bij Platteland in Ontwikkeling Weerterland op woensdag 10 april is de mogelijkheid besproken voor het plaatsen van een wildraster rondom Weert voor het weren van wilde zwijnen.

Aanleiding voor het inbrengen van het idee zijn de werkzaamheden aan het wildraster in het gebied van de widbeheereenheid Beesel-Reuver-Swalmen en de subsidie inrichting Landelijk Gebied die kan zorgen voor een financiering van 50%.

In het overleg werd enthousiast gereageerd op het idee. Afgesproken is om eerst een werkgroep te vormen en daarna een inventarisatie te maken van wat de mogelijkheden zijn voor een raster.

De LLTB pakt dit verder op.

bron: LLTB, 16/04/19




Limburg pakt wildschade aan

Als eerste provincie in Nederland gaat Limburg met gebiedsgerichte maatregelen schade aan landbouwgewassen door dieren in het wild drastisch verminderen. De eerste maatregelen zijn al genomen en over twee jaar moet het plan van aanpak klaar zijn en de eerste resultaten zichtbaar zijn.

Het project is op 1 februari gestart en loopt tot 1 februari 2021. Doel is om het bedrag van 5 tot 7 ton aan schadevergoedingen dat jaarlijks aan boeren wordt uitgekeerd, omlaag te brengen.

Preventie

Het project richt zich in eerste instantie op een pakket maatregelen dat schade moet voorkomen. Voor provincie Limburg, die het project voor de helft subsidieert, weegt preventie zwaarder dan bestrijding van de veroorzakers van de schade. Zij wil een gebiedsgerichte, provinciedekkende en breedgedragen aanpak.

‘Schade helemaal voorkomen zal nooit lukken, maar we willen wel meer aan preventie doen’, licht projectleider Koen van Weelden van de LLTB toe.

Alle diersoorten

‘Het gaat om alle diersoorten die schade veroorzaken. Eerst willen we in beeld krijgen welke diersoorten in welke gebieden voor schade zorgen. De vijf soorten die nu de meeste schade veroorzaken, zijn dassen, wilde zwijnen, ganzen, mezen en bevers. Zeker de bever zal in de nabije toekomst voor veel meer overlast gaan zorgen dan nu het geval is.’

Per diersoort komen er specifieke maatregelen die de bever weghouden uit landbouwgebieden of verjagen. ‘De vraag is hoe je dat gaat doen. Daar gaat dit project over. We zoeken nu naar maatregelen die effectief zijn en voor de boeren werkbaar’, vertelt Van Weelden.

Natuurorganisaties

De LLTB is over de schade aan landbouwgewassen ook in overleg met terreinbeheerders en natuurorganisaties. De dieren hebben namelijk hun broed- en rustplekken in de natuur, al ligt de hoofdverantwoordelijkheid voor preventie bij de boeren.

‘Er zijn veel klachten over schade door ganzen, wilde zwijnen en dassen. Boeren vragen vaak advies hoe ze ganzen kunnen verjagen. We kunnen hen daar meteen mee helpen’, zegt Van Weelden, die het eerste aanspreekpunt voor hen is. ‘We willen zo snel mogelijk het laaghangend fruit op preventiegebied als eerste plukken en de meest acute problemen oplossen.’

Bekijk meer over:




Schade dassen blijft achter bij groeipopulatie

Dassenschade mais en weiland

Met het oog op de toename van de dassenpopulatie in Nederland en de mogelijk daaruit volgende toename in gewasschade heeft de Zoogdiervereniging in opdracht van het Faunafonds onderzoek uitgevoerd naar de verwachte ontwikkeling van de dassenpopulatie, de schadeontwikkeling en mogelijke preventieve maatregelen. De onderzoeksresultaten laten zien dat de dassenschade minder stijgt dan op basis van de populatiegroei werd verwacht.

De dassenpopulatie in Nederland bereikte in 1980 haar dieptepunt. Daarna is er in grote delen van het land de populatie hersteld. Momenteel vertoont de dassenpopulatie een sterke groei met globaal elke 5 jaar een toename qua verspreiding van 25%. De toename in verspreiding houdt gelijke tred met de dichtheid.

Dassenschade treedt vooral op in maïs en grasland, daarnaast komt er schade voor in zomer- en wintergranen en andere akkerbouwgewassen. Incidenteel is sprake van graafschade aan onroerend goed en infrastructuur. Op basis van de dichtheid en het voorkomen van de dassen in Nederland in relatie tot het aantal schademeldingen is geconstateerd dat het aantal meldingen wel toeneemt, maar dat deze toename minder is dan op grond van de toename van de dassenpopulatie werd verwacht.

Door de toename van de populatie dassen in Nederland, zowel wat betreft verspreiding als in dichtheid, zal de door dassen veroorzaakte schade in de toekomst vermoedelijk blijven toenemen. Uitgaande van het gemiddeld aantal schademeldingen kan het aantal meldingen tot 2,5 maal zo hoog zijn in 2030 ten opzichte van het aantal meldingen in 2010. In dat jaar werden 763 meldingen van schade gedaan. Of de gewasschade door dassen ook daadwerkelijk 2,5 keer zo groot wordt is mede afhankelijk van gewasprijsontwikkeling, teelttechnieken en tolerantie van grondgebruikers.

De uitdaging voor de toekomst is enerzijds te zorgen dat de das zijn oorspronkelijke leefgebied in Nederland weer kan innemen, anderzijds om het draagvlak onder de bevolking vast te houden door eventuele problemen beheersbaar te maken. Om de balans tussen das en mens te handhaven is uitgebreide communicatie en professioneel advies bij conflicten van belang. Voorlichting over de toepassing van preventieve maatregelen en een fonds voor tegemoetkoming bij optredende schade zijn essentieel. In het geval van onacceptabele schade of gevaar voor de veiligheid dient lokaal ingegrepen te kunnen worden.

Zie voor meer informatie het rapport Dassenschade en -preventie op de website van het Faunafonds.

bron: Faunafonds, 21/02/14