Effecten van beschermingswerk voor de patrijs zijn beperkt zichtbaar

 

Eind 2016 ging het PARTRIDGE-project van start. Dit Interreg-project wordt gefinancierd door de Europese Unie en loopt tot en met 2023 in Nederland, België, Duitsland, Schotland, Engeland en Denemarken. Het heeft als doel om de leefomstandigheden van de patrijs en andere vogelsoorten van het open akkerland te verbeteren. Vogelbescherming zette samen met Het Zeeuwse Landschap, Stichting Landschapsbeheer Zeeland en Brabants Landschap het project voor Zeeland en Noord-Brabant op.

In Zeeland werd een gebied van 500 hectare in Burghsluis als voorbeeldgebied gekozen en in Noord-Brabant ligt het demonstratiegebied Oude Doorn nabij Almkerk. In Zeeland was het aantal territoria van de patrijs in Burghsluis bij aanvang van het project al veel hoger dan in het referentiegebied bij Nieuwerkerke. Het aantal schommelde wel enigszins in de periode 2016-2022.

Een toename kon ondanks de genomen maatregelen niet worden aangetoond; het aantal nam echter ook niet af, in tegenstelling tot de landelijke trend van de patrijs. In het referentiegebied werden in de laatste twee jaar van het project zelfs geen patrijzen meer waargenomen. De broedvogelbevolking als geheel vertoonde wel een toename, terwijl er in het referentiegebied een afname was.

Met name de soorten van open akkerland, zoals gele kwikstaart, graspieper en veldleeuwerik namen toe, maar ook soorten uit kleinschalig cultuurland, zoals grasmus, kneu, groenling en fazant. Ook in Brabant is er bij deze soorten een lichte stijging van het aantal. Voor de meeste van deze soorten sluit die lichte toename aan op de landelijke trend.

In Brabant is aanvullend op de geluidstelling ook een kluchtentelling uitgevoerd om een indicatie van het broedsucces te krijgen. Hieruit bleek dat het aantal kluchten én de kluchtgrootte stabiel is gebleven gedurende de looptijd van het project. Gezien de landelijke daling van de aantallen patrijzen, zijn stabiele aantallen in het demonstratiegebied al winst. In de Oude Doorn werden jaarlijks zo’n 10 kluchten met een gemiddelde grootte van 7 vogels waargenomen. In 2022 werd een recordaantal van 14 kluchten geteld.

De onderzoekers vermoeden dat een nog groter gebied en meer maatregelen nodig zijn om de patrijzenpopulatie echt te doen groeien. Duidelijk is wel dat de maatregelen een zeer positief effect hebben op de algehele biodiversiteit in het gebied. Zo is het aantal insecten in de demonstratiegebieden flink gestegen, wat een verbetering van de voedselsituatie voor jonge patrijzen zou kunnen betekenen.

In Oude Doorn is ook aangetoond dat het aantal regenwormen in de aangelegde bloemenblokken hoger is dan op reguliere akkerbouwpercelen. Dit toegenomen voedselaanbod heeft op broedvogels en zoogdieren een positief effect. Verder is het aantal roofvogels in de demonstratiegebieden toegenomen, een indicatie voor voldoende voedsel. Daarnaast hebben de zoogdiertellingen aangetoond dat het aantal hazen en reeën in de demonstratiegebieden is verdubbeld sinds het begin van het project.

 

bron: Nature Today, 02/01/2023
image_pdfimage_print
Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Reacties zijn gesloten.