Faunabeheer en verantwoordelijkheden

kopje algemeen WBE

Overzicht verantwoordelijkheden, bevoegdheden, taken en rollen bij jacht, beheer en schadebestrijding in Nederland.

Het kader voor de Natuurwetgeving in Nederland omvat de Boswet, de Natuurschoonwet, de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet. In april 2002 is de Flora- en faunawet (FF-wet) van kracht geworden.

De Natuurbeschermingswet 1998 (NB-wet) is in 2005 volledig van kracht geworden.

  • Doel van de FF-wet: Is de gunstige staat van instandhouding van soorten en hun leefgebieden.
  • Doel van de NB-wet: Is de gunstige staat van instandhouding leefgebieden (Natura 2000 gebieden) van specifieke soorten.
  • Beide wetten hebben bescherming als uitgangspunt op basis van het “nee, tenzij” beginsel.
  • Jacht, beheer en schadebestrijding is bepaald in de FF-wet valt onder de reikwijdte van de NB-wet.

Deze worden in 2014 samen gevoegd tot een nieuwe wet :Natuurbescherming” die weer in de toekomst opgenomen zal worden in de wet

Jacht, beheer en schadebestrijding in de Flora- en faunawet. Het “nee, tenzij” beginsel is in de FF-wet in hoofdzaak vertaald in verbodsbepalingen (art. 8 t/m 14). Bijvoorbeeld verstoren, verontrusten, vangen en doden van dieren is als verbod bepaald. Om deze in beginsel verboden handelingen te kunnen verrichten zijn bepalingen voor vrijstelling, aanwijzing en ontheffing opgenomen in de artikelen 65, 67, 68 en 75. Artikel 65 (vrijstelling), 67 (aanwijzing) en 68 (ontheffing) betreffen activiteiten die direct invloed hebben op soorten zoals verstoren en doden van dieren.

Artikel 75 betreft activiteiten die indirect invloed hebben op soorten zoals het verontrusten en vernielen van vaste rust en verblijfplaatsen van dieren. Wat de jacht betreft zijn in de FF-wet 6 soorten, de wildsoorten, opgenomen waarop de jacht geopend kan worden. Dit houdt in dat in de genoemde jachtperioden het verbod tot opsporen, vangen, bemachtigen en doden van deze soorten niet van kracht is. Wel blijven in de jachtperioden de verboden van kracht voor de andere beschermde soorten. Een vrijstelling, aanwijzing of ontheffing kan verleend worden op grond van de genoemde belangen in artikel 68 of 75 en/of het bij AMvB bepaalde. De grondgebruiker of wettelijk verantwoordelijke is primair de belanghebbende waar het de genoemde belangen betreft. Een aanvraag voor een ontheffing van een verbod wordt primair door de belanghebbende gedaan. Hierdoor is de belanghebbende niet eenvoudig te benoemen als persoon of organisatie. Daarbij komt dat ook de wettelijke verantwoordelijkheden, bevoegdheden en taken op verschillende niveaus en bij verschillende organisaties zijn ondergebracht. Voor het Faunadossier is het hierom belangrijk de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en taken en bevoegdheden op hoofdlijnen goed duidelijk te hebben en tevens de rollen van belanghebbende organisaties te kennen.

Overzicht; Verantwoordelijkheden, bevoegdheden, taken en rollen

Het Rijk

De minister van ELI (voorheen LNV) is verantwoordelijk voor de gunstige staat van instandhouding van soorten en hun leefgebieden. De instrumenten daarvoor beschikbaar zijn de FF-wet en de NB-wet en daarmee samenhangend de Boswet en Natuurschoonwet. Tevens is er Rijksbeleid en zijn er besluiten gericht op de gunstige staat van instandhouding van soorten zoals ganzenbeleid, 0-stand beleid wilde zwijnen, exotenbeleid, besluit beheer en schadebestrijding, besluit faunabeheer, vrijstellingbesluit en daarmee samenhangend ook beleid o.a. betreffende veterinaire aspecten, dierenwelzijn, grote grazers, jaarrond beschermde nesten. Het ministerie is zelf verantwoordelijk voor artikel 75 FF-wet en landelijk artikel 65 FF-wet daarvoor ook bevoegd gezag (zowel beoordeling als handhaving). Gedeputeerde Staten (GS) van de Provincie is verantwoordelijk voor artikel 65 (provinciaal), 67 en 68 Ff¬wet. Hierdoor is de GS verantwoordelijk voor planmatig duurzaam faunabeheer en schadebestrijding en hiervoor ook bevoegd gezag (zowel beoordeling als handhaving).

De Provincie

De Provincie maakt in het kader van planmatig duurzaam faunabeheer en schadebestrijding een faunabeleidsplan op.

Provinciaal faunabeleid en een provinciale verordening beheer en schadebestrijding, GS stelt na eventuele goedkeuring het faunabeleid en de verordening vast. Het Faunafonds heeft hierbij een adviserende rol voor GS. Het faunabeleid en de verordening zijn de kaders waarbinnen faunabeheer en schadebestrijding moet worden uitgevoerd (jacht op de zes wildsoorten, landelijke vrijstelling en artikel 75 ontheffingen vallen hier in beginsel buiten).

Om invulling te geven aan deze taak erkend GS op grond van artikel 29 FF-wet een faunabeheereenheid als samenwerkingsverband van jachthouders. In de huidige situatie zijn de partijen in de FBE; de terreinbeherende organisaties,( Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en Landschappen); jagersverenigingen (KNJV en NOJG); land en tuinbouworganisatie (LTO’s); particulier grondbezit (FPG) en in bijzonder de gemeenten in Flevoland. Dat houdt in dat het gebied waarover het beheer van de FBE’s zich uitstrekt niet dekkend is in de Provincies in Nederland. Als op grond van de (aanwijzingen) artikel 67 of (ontheffingen) artikel 68 faunabeheerplannen worden vereist (provinciaal beleid) moeten deze goedkeuring van GS hebben, nadat het Faunafonds hierover heeft geadviseerd.

Het faunafonds heeft dus een beoordelende en adviserende taak in deze. Een door GS goedgekeurd faunabeheerplan heeft de status beleidsregel. Faunabeheerplannen worden wettelijk in beginsel wel, maar niet per definitie opgemaakt door de faunabeheereenheid. Schiphol, Rotterdams Havenbedrijf, Kroondomein e.d. maken op basis van artikel 30 en 68 een eigen faunabeheerplan. GS kan, gehoord het Faunafonds, ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 9 t/m 15, 15a en b, 16, 17, 18 en 53 Ff wet, voor zo ver niet op grond van de wet  vrijstelling is of kan worden verleent. GS is bevoegd voorwaarden te stellen aan de uitvoering van de verleende ontheffing. De provincie stelt in de huidige situatie veelal de voorwaarden volledig in eigen beheer op. GS is tevens verantwoordelijk voor de handhaving van de ontheffing en de provincie voert deze taak ook primair zelf uit.  

De jachthouders

De samenwerkende jachthouders in de Faunabeheereenheid (FBE) (artikel 29 FF-wet). De FBE heeft de taak beheer van diersoorten of de bestrijding van schade aangericht door dieren in haar beheergebied. Deze taak wordt uitgevoerd in het beheergebied waarover zich de zorg van de FBE uitstrekt. De samenwerkende jachthouders in de FBE hebben dus de wettelijke taak beheren van diersoorten en bestrijden van schade aangericht door dieren in het werkgebied van de FBE op grond van een ontheffing of aanwijzing al dan niet op basis van een faunabeheerplan.

De samenwerkende jacht(akte)houders in een wildbeheereenheid (WBE) (artikel 1 FF-wet);

De WBE is een wettelijk gedefinieerd samenwerkingsverband wat als doel heeft te bevorderen dat jacht, beheer en schadebestrijding, al dan niet ter uitvoering van het door de faunabeheereenheid opgestelde faunabeheerplan, wordt uitgevoerd mede in samenwerking met en mede ten dienste van grondgebruikers of terreinbeheerders.

De individuele jachthouder; (artikel 33 en 34 FF-wet)

De jachthouder is in overeenstemming met artikel 33 en 34 FF-wet gerechtigd tot het gehele of gedeeltelijk genot van de jacht. De jachthouder is op grond van artikel 27 FF-wet verplicht datgene te doen wat een goed jachthouder betaamt om een redelijke stand van het in zijn jachtveld aanwezige wild te handhaven dan wel, bij het ontbreken daarvan, te bereiken en om schade door in zijn jachtveld aanwezig wild te voorkomen.

De jachthouder is tevens een persoon met een jachtakte die gerechtigd is op basis van een schriftelijke toestemming van de grondgebruiker handelingen te verrichten op grond van een landelijke of provinciale vrijstelling (art 65 FF-wet)of ontheffing van de artikelen 9, 10, 11 en 12 FF-wet al dan niet op basis van een aanwijzing(art 67 FF-wet) of ontheffing art 68 FF-wet).

Overige partijen jachthouders;

Partijen of organisaties die niet zijn aangesloten bij of vertegenwoordigd zijn in de FBE en als taak hebben het beheer van diersoorten of de bestrijding van schade aangericht door dieren in een provincie maar buiten het werkgebied van de FBE. Zij beheren en/of bestrijden schade op grond van een ontheffing of aanwijzing al dan niet op basis van een faunabeheerplan.

Jachtaktehouder (of valkeniersaktehouder;)

Persoon met een jachtakte die gerechtigd is op basis van een schriftelijke toestemming van de grondgebruiker handelingen te verrichten op grond van een landelijke of provinciale vrijstelling van de artikelen 9, 10, 11 en 12 FF-wet. Persoon met een jachtakte of valkeniersakte die gerechtigd is op basis van een schriftelijke toestemming van de grondgebruiker en/of art.36 FF-wet om invulling te geven aan jacht, beheer en schadebestrijding.

Grondgebruikers

Degene die gerechtigd is de grond te gebruiken, hetzij als eigenaar, hetzij krachtens een beperkt recht, hetzij krachtens een pachtovereenkomst. (artikel 1 FF-wet)

De grondgebruiker heeft als verantwoordelijkheid dat als er schade is of dreigt en als deze bestreden dient te worden er conform landelijke/provinciale vrijstelling provinciale aanwijzing, faunabeheerplan of ontheffing met bijbehorende voorwaarden van GS preventief gehandeld moet worden (prioriteit voorkomen voorafgaand aan beperken conform zorgplichtbeginsel FF wet). Tevens kan de grondgebruiker dit door anderen doen laten uitoefenen door middel van een schriftelijke toestemming beheer en schadebestrijding afgeven aan de jachthouder en/of jachtaktehouder(art65 lid 6) en deze is gerechtigd, behalve de middelen, bedoeld in artikel 72, eerste lid, tevens de middelen te gebruiken waarvan hem het gebruik is toegestaan.

De grondgebruiker heeft voor zover er geen sprake is van een aanwijzing (bijvoorbeeld bestrijding muskusrat) het recht om geen gebruik te maken van een vrijstelling of ontheffing.

Jacht, beheer en schadebestrijding;

is dus in de wettelijke lijn, Rijk en Provincie eenduidig bepaald en georganiseerd.

Feitelijk zijn de minister en GS van de provincies in de eerste lijn verantwoordelijk. De minister en GS van de provincies worden primair ondersteund door ambtenaren van het ministerie en de provincie en geadviseerd door het Faunafonds.

Voor wat betreft jachthouders (en grondgebruikers) is jacht, beheer en schadebestrijding zoals hierboven beschreven niet eenduidig bepaald en georganiseerd.

Verantwoordelijkheden, bevoegdheden en taken zijn centraal en decentraal en in diverse partijen op diverse organisatieniveaus bepaald. Hierdoor ontstaan in dit segment leemten bij duurzame jacht op wildsoorten, het planmatig duurzaam beheer van diersoorten en effectieve schadebestrijding aangericht door dieren en de coördinatie, bevordering en uitvoering daarvan.

Het Faunabeheer v.w.b. jacht, beheer en schadebestrijding in Nederland heeft daarom behoefte aan;

  • Gegevens (inventariseren en monitoren van diersoorten en handelingen) ;
  • Standaardisering (eenduidigheid in aanpak, coördinatie en uitvoering);
  • Afspraken (tussen Ministerie, Provincie, Jachthouders, Grondgebruikers, Faunafonds).
Print Friendly, PDF & Email