Tips effectieve bejaging wilde zwijnen tijdens de oogstjacht maïs

Effectieve bejaging wilde zwijnen tijdens maisoogst, maar veiligheid staat altijd voorop!

Wanneer boeren de gewassen op het land oppikken, hebben jagers de kans om op wilde zwijnen te jagen. De jacht op de oogst is een effectieve methode in het anders dichtbegroeide veld. 

Veiligheid staat altijd voorop! 

Signaalkleuren zijn een must bij de oogstjacht.

De oogst van graan en koolzaad biedt jagers de mogelijkheid om de oogst te oogsten. Nadat de dicht begroeide velden tot nu toe weinig kans op succes hebben geboden, is er vanaf juli tot oktober gelegenheid om wilde zwijnen te jagen. Dit is belangrijk omdat de populatie wilde zwijnen sterk groeit dankzij de ideale levensomstandigheden in het veld. De interventie in de stand is ook noodzakelijk vanwege het risico van Afrikaanse varkenspest, een ziekte die zich verspreidt van Oost naar Centraal-Europa en bedreigt als huisdier gehouden varkens. 

Veiligheid gaat echter voor het jachtsucces: jagers en boeren moeten de oogstjachten nauw coördineren en zorgvuldig voorbereiden. 

Om veiligheidsredenen moeten alle betrokken personen van ver af goed zichtbaar zijn – idealiter door het dragen van oranje of gele veiligheidsvesten. Een deel van de planning is om evt. waarschuwingsborden op wegen op te zetten en paardeneigenaren of vee-eigenaren die grenzen aan het jachtgebied te informeren. Bij voorkeur wordt er geschoten van verhoogde jachtfaciliteiten, zoals mobile hoogzitten op voertuigen of aanhangwagens, zodat het schot altijd naar de grond is gericht, die dan als natuurlijke kogelvanger werkt. Bijzonder geschikt zijn de zgn drijfjachthoogzitjes die eenvoudig kunnen worden geplaatst. Er dient voldoende afstand tot  de oogstvoertuigen te worden gehandhaafd, de hoek van schot naar de buurjagers dient altijd groter te zijn dan 45 graden. 
Voor deze vorm van jacht geldt de regel “jong voor oud en zwak voor sterk”, omdat vooral jonge dieren bij de reproductie betrokken zijn. Bovendien geldt als weidelijkheidsregel “de moederbescherming”: Zeugen met kleine frishlingen worden dan in principe niet geschoten.

Zie hieronder een videofilmpjes hierover van de Duitse Jagdverband

Maisoogst

Tegen het einde van oktober, wanneer de laatste maïs van de velden wordt gehaald, is er de kans om herhaaldelijk op wilde zwijnen te kunnen jagen. De maisoogst is in volle gang. Het oogsten van maïspercelen kan gelegenheid bieden voor de bejaging van vossen en wilde zwijnen.

Deze vorm van bejaging is in Nederland op basis van de landelijke wetgeving toegestaan.

Omdat vooral de maïsvelden een land van overvloed zijn voor wild zwijn vooral in de zomermaanden leven ze heel verscholen in de maïsvelden, waar ze voldoende bescherming en voedsel vinden. Voor boeren betekenen de ongenode gasten meestal hoge financiële verliezen, omdat de wilde zwijnen de maïs eet en veel planten vernietigt. 

Wilde zwijnen profiteren van het feit dat maïs en nu ook koolzaad tegenwoordig worden geteeld op ongeveer tien procent van het landbouwgebied – bijna 20 keer groter dan 50 jaar geleden. Des te belangrijker is de oogstjacht als een bijzonder effectieve en noodzakelijke vorm van de jacht, om op regulerende wijze te interveniëren in de populatie van wilde zwijnen.

Om de veiligheid en effectiviteit tijdens deze vorm van jagen te waarborgen heeft de Jagersvereniging in overleg met de FBE Gelderland een 7-tal aandachtspunten opgesteld.

Deze aandachtspunten zijn specifiek voor het bejagen van wilde zwijnen.

Wildbeheereenheden en jachthouders wordt verzocht hier rekening mee te houden.

Om een veilige uitvoering te waarborgen adviseren wij het volgende;

  1. De grondgebruiker informeert de jachthouder tenminste 48 uren vóór het moment van oogsten.
  2. De jachthouder is verantwoordelijk voor een veilige organisatie. Iedere schutter is zelf persoonlijk verantwoordelijk voor de veiligheid van zijn schot. Wanneer er niet veilig geschoten kan worden meldt de jachthouder dat tijdig aan de grondgebruiker.
  3. De jachthouder selecteert uitsluitend “ervaren” kogelschutters om te assisteren. In WBE verband kunnen regels worden gesteld waaraan “ervaren schutters” moeten voldoen.
  4. Bij aanzit op een vlak terrein mag alleen vanaf een bok of hoogzit worden geschoten. In het kader van veiligheid wordt nooit in het gewas geschoten maar alleen op dieren die uittreden en dwars of afgaand beschoten kunnen worden. Bij een schot wordt een hoek van tenminste 45 graden ten opzichte het buurgeweer en/of de rand van de mais als veiligheidsmarge in acht genomen.
  5. Jachthouder en loonwerker stemmen goed met elkaar af hoe het perceel het beste kan worden geoogst.
  6. De jachthouder regelt dat zowel de machinist van de hakselaar als alle betrokken jagers met hem in verbinding staan, opdat deze aan hem kunnen melden of en waar wilde zwijnen uittreden.
  7. Verder blijven alle overige voorwaarden van de geldende ontheffing onverkort van kracht. Hieronder vallen toegestane kalibers, het afmelden binnen 24 uur en het nemen van bloedmonsters.
Print Friendly, PDF & Email

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.