Tips voor de Houtduivenjacht


kopje-houtduif1

Dit is voor veel jagers de mooiste belevenis van het jachtseizoen, zij zijn veelal moeilijk te schieten, zij kunnen verschrikkelijk goed zien en hard vliegen, zeker bij wat harde wind en maken bij onraad de onverwachtste zwenkingen en bewegingen in de lucht. De houtduiven bieden dan ook vaak de mooiste en moeilijkste schoten.

Om op houtduiven te kunnen jagen, in het jachtseizoen op de percelen gedorste korrelmaïs en vooral als er schade wordt toegebracht aan erwtenvelden en gelegerd graan en koolplanten is het vooral van belang dat je goed gecamoufleerd, de juiste lokkers op een goede wijze gebruikt. De houtduiven op vandaag, zijn altijd zeer alert en het lijkt er vaak op of ze overal ogen hebben, want bij de minste te geringste beweging of verkeerde kleur zwaaien ze al af en komen dan niet onder schot. Ze kunnen heel goed onthouden, hoe de omgeving is verandert, daarom is goede camouflage heel belangrijk. Nu is gebleken dat dat door de reparatie van de wetgeving ook elektronische en mechanische middelen zijn toegestaan voor de schadebestrijding of het voorkomen ervan , wil ik bij deze enkele tips geven over het gebruik van deze middelen, zoals de duivenmolen en de flapper


Duivenmol

Turboflapper

Beweging in de stal is zo belangrijk.

De duiven worden over een afstand van vele honderden meters worden vaak als door een magneet naar de stal getrokken. (vandaar de Engelse naam). Goed gebruikt is de aantrekkingskracht ongelooflijk!

De driepoot standaard (in hoogte verstelbaar) wordt in de grond gestoken en zorgt voor een stevige basis voor de twee telescopische armen (126cm). Op de uiteinden van het caroussel worden twee geschoten, dan wel twee lokkers (bv. Proflappers ) geplaatst die dan ronddraaien. Groene poedercoating.

De hoek die de armen maken ten opzichte van de grond is ook verstelbaar zodat de duiven altijd goed zichtbaar boven het gewas draaien.

De Flapper bootst natuurgetrouw het geflapper met de vleugels na van een invallende duif tussen de andere lokduiven of van een duif die zich een paar meter verplaatst op bijvoorbeeld een graanstoppel. Wordt geleverd met een staartveren spreider voor nog realistischer nabootsing.

De Praktijk:

Ik wil beginnen met de navolgende woorden over het bejagen van houtduiven.

Het belangrijkste woord is “Een succesvolle dag begint niet met de laatste nieuwe duivenlokkers of een of andere high tech ontwerp, maar het begint met het kennen van je jachtveld en alles wat er gebeurd”.

Vluchtlijnen herkennen

Wanneer je in je jachtveld komt, parkeer je de auto en ga je observeren wat er gebeurd. houtduiventrekHet is natuurlijk prachtig om een paar honderd houtduiven te zien die hun krop aan het vol eten zijn, maar dat is nog geen garantie voor een mega dag. Dus niet direct naar het dichtstbijzijnde punt lopen met de lokkers en de jachthut gelijk beginnen met je te installeren.

Een ervaren houtduivenjager blijft in de auto en bekijkt alle bewegingen in de lucht in- en buiten het jachtveld, hierbij is een goede verrekijker van belang. Hier wordt dan niet alleen bepaald, waar de beste positie in het veld is, maar waar de meeste vluchten ( vluchtlijn) van en naar het betrokken stuk jachtveld zijn. Hierdoor is kans op succes een stuk groter. Met een vluchtlijn wordt bedoeld een zgn. route in de lucht, waar langs de houtduiven zich als het ware langs verplaatsen van en naar het betrokken stuk jachtveld. Dus vanaf de plaats waar de houtduiven hun roestplaats hebben en de plaats in het jachtveld waar hun voedsel is, dus daar waar ze eten.

Alleen door het zeer nauw gezet observeren van deze zgn. vluchtlijnen wordt de kans op succes groter. Vaak zijn dat als je jachtveld goed kent altijd vaak de zelfde langs hoge bomen of naar individuele bomen. Meestal ben ik de dag van te voren al wezen kijken. duiventrek op gelegerd graanAls er al veel houtduiven op het betrokken perceel aanwezig zijn en er vliegen bijna geen duiven van en naar het jachtveld, loop dan naar het betrokken stuk veld en zorg dat de houtduiven opvliegen, ga dan terug naar de auto en wacht de reactie van de houtduiven af. Als niets binnen laten we zeggen 20 minuten terug komt, wil het zeggen dat de houtduiven naar een ander perceel zijn gegaan en zullen ze nadat hun krop hebben volgegeten naar hun roestplaatsen gaan (winter, herfst en voorjaar en in de zomer naar hun jongen om deze te voeden).

Beste tijdstippen duivenjacht:

Houtduiven worden het beste bejaagd in de vroege ochtend +/- een half uur  na het licht worden tot ± 09.00 uur (in de zomer) en vanaf 10.00 uur tot ± 12.30 uur en dan vanaf ± 15.00 tot 18.00 uur, dit  zijn  de beste tijden van een goede duiven trek in de zomer.

In de herfst, winter en vroege voorjaar zullen de houtduiven door de korte dag, direct bij het eerste daglicht gaan foerageren en gaan dan rusten en komen pas in rond 14.30 uur en later terug voor nog eens te foerageren voordat ze naar hun roestplaats gaan. Dus vooral in de herfst, winter en het vroege voorjaar moet je op foerageerplaats zijn voor het eerste daglicht en wacht je de houtduiven op, als ze de eerste keer die dag komen foerageren.

Bij onze ervaring heeft dit redelijk wat succes opgeleverd. Je moet namelijk zoals hiervoor is aangegeven, de dag van te voren goed verkennen, hoe de vluchtlijnen zijn, hierna kies je voor de beste opstelling, goed rekening houdend met de windrichting en hoe hard het waait, en waar zoveel mogelijk gebruik kan worden gemaakt van natuurlijke dekking. Zoals een greppel, struiken.

Tip, nooit te dicht bij hoge bomen gaan zitten want dan vliegen de duiven, die het niet vertrouwen eerst naar die bomen en blijven buiten schot. Houtduiven landen bijna altijd tegen de wind in, dus ook daar moet je bij het opzetten van uw lokstal en de plaats van uw hut altijd rekening mee houden. Vooral is het zaak wanneer de houtduiven invallen dat ze niet in je hut kijken, dus de lokkers als zodanig neerzetten, dat de hut altijd het laatste staat tegen de windrichting. De lokkers mogen geen glinsterende buitenkant hebben, want de overtrekkende houtduiven zullen gewoon doorvliegen Maar wat ook belangrijk is als er ander percelen in de buurt zijn waarop ze ook foerageren, probeer deze percelen, door evt. jachtvrienden uit te nodigen, te bezetten, zodat de houtduiven gedwongen worden zich te verplaatsen en zich niet op een plek kunnen verzamelen. Of plaats er kort van te voren wat stokken met vlaggen dat schrikt voor die dag ook wel af, dit kun je ook doen als het perceel waar je gaat aanzitten veel te groot is.

Bij een harde wind zullen de houtduiven veel lager vliegen, dan bij geen of weinig wind. Ik persoonlijk, ga het liefst op de houtduivenjacht, als het hard waait, dan blijven de houtduiven het meeste vliegen en horen ze de schoten niet, daar zij meestal tegen de wind in vliegen. Bij bijna geen wind horen zij die wel en vliegen de houtduiven een stuk hoger. Dus altijd een goede verrekijker meenemen om te zien hoe de duiven zich achter de horizon of langs de boomtoppen verplaatsen, anders denk je dat er helemaal geen houtduiven vliegen. Derhalve is goed verkennen, het halve werk en hierdoor neemt de kans op een mooie houtduivenjacht toe.

Opstelling van de lokkers en hut:

Om de duiven in het bereik van je hut te lokken, kunnen verschillende lokpatronen worden gebruikt,. Het basisconcept is om de lokduiven te spreiden terwijl je een corridor en een overzichtelijke ‘landingszone’ maakt waar inkomende houtduiven zich veilig voelen om te kunnen landen, dit is vaak wordt de ‘moordzone’ genoemd en mag niet meer dan 30 meter van je huid verwijderd zijn om schoon en nauwkeurig te kunnen schieten. De meest populaire opstelling is het U-patroon, waarbij de lokvogels in een half ronde U in de wind worden opgesteld, in de vorm van een U wordt gebruikt is afhankelijk van de windrichting, de dekking en de gewassen.

7 tips voor een succesvolle lokpatroon indeling bij het opzetten van een lokstal voor de houtduiven

1) Pas het lokpatroon aan, afhankelijk van de windrichting, dekking en gewassen.

2) De landings-zone moet zich op ongeveer 25 meter van uw hut bevinden.

3) Nooit de zijden van de U- opstelling te dichtbij hebben of de duiven zullen niet landen. Laat een goede 30 meter open ruimte zodat de duiven daar de kans hebben waar ze zich veilig voelen om te landen.

Wanneer de wind schuin van achteren komt probeer dan de L opstelling hiermee kun je voorkomen dat de duiven naar de zijkanten gaan invallen

4) Als je het kunt (niet altijd mogelijk vanwege de locatie), pak dan de wind achter je, zodat de duiven in de wind landen voor je landen.

5) Zorg er altijd voor dat de meerderheid van je lokvogels met de kop in de wind staan, maar niet allemaal precies op de zelfde wijze, en stel een paar onder verschillende hoeken op ook koppeltjes kan zet alle lokduiven zo’n 1,5 a 2 meter uit elkaar. De lokkers dienen voor zo’n 60% met het hoofd in de wind en neerwaarts gericht te zijn. Je moet er vooral voor zorgen dat ze genoeg opvallen,(onderhoud witte halsvlekken met matte witte verf is jaarlijks van belang) dus op gelegerd graan op de open stukken of 
bij een hoog gemaaide stoppel zo hoog mogelijk zetten.

6) Voeg geschoten duiven toe aan het patroon, maar overdrijf het niet – als een duif geen duidelijk plaats in het lokpatroon heeft, zullen de duiven zich niet veilig voelen.

7) Een duivenmolen, turboflapper of bouncer met lokduif vliegend kan voor beweging in de lokstal zorgen, maar als je merkt dat de duivenmolen of flapper of bouncers de duiven afschrikt moet je niet aarzelen om deze weer weg te halen.

Houtduiven die geschoten zijn kunnen als aanvulling tussen de plastic lokkers geplaatst worden, U plaatst ze op het veld met een ijzeren staafje zoals (oude fietsspijk) of (vorkje) onder de kop of snavel. Aldus in het veld neergezette duiven hebben een sterke aantrekkingskracht op de overvliegende soortgenoten.

img43

Indien al een paar duiven heb geschoten kun je ook een of twee duiven met gespreide vleugels en staartveren op de grond leggen alsof het lijkt of deze net zijn ingevallen.

Zie hiervoor de verschillende opstellingen van de lokkers in bepaalde vormen die duiven herkennen. De duiven dienen minimaal 1 tot 2 meter uit elkaar te staan, ze vallen niet graag in waar de lokker te dicht op elkaar staan. Ook vliegen ze niet graag over de lokkers naar je toe, dan vallen ze aan de buitenkanten in, houd daar dus rekening mee, waar je de hut opzet of gaat zitten in de Mais of andere dekking.

Mijn voorkeur gaat uit van echte houtduiven als lokker te gebruiken vooral op de duivenmolen. Het is daarom handig om in de vriezer hiervoor een aantal geschoten houtduiven te bewaren als lokkers voor de jacht. Indien je de geschoten houtduiven als lokker gebruikt, wat mijn grootste voorkeur heeft en deze goed opvallend wat hoger van de grond wil plaatsen, zodat deze duidelijk zichtbaar worden, dit is vooral belangrijk op gedorste maïsvelden waar de stoppels hoog zijn afgesneden of op legerend graan. Dan doe je dit  met behulp van glasfiberstokken (die kun je in ieder tuincentrum krijgen) van +/- 70 tot 80cm. Je spiets de houtduiven erop door het stokje van achteren door de duif en de hals heen in de kop, dan hangt de duif in de wind en ze bewegen zelfs met de wind, wat dus heel aantrekkelijker is voor andere houtduiven.

Duivenlokkers:

Schiet alleen maar op de houtduiven, indien ze boven de lokkers zijn, dan kun je ook opstaan en vooral goed kijken en rustig schieten daar je op deze afstand met bismut, zink of staalhagel, vaak ook direct dodelijk is.

Nieuw zijn de zelf ontworpen steunen voor lokduiven die je in de bomen kunt hangen op de draden van een weiland en die hun contragewicht in balans blijven ondanks sterke wind. De eerste resultaten zijn zeer goed te noemen.

Boomhaaksteunen houtduiven.

RIMG0090_small
RIMG0095_small RIMG0097_small

 Aanbevolen wapens en munitie:

Jachtgeweren: Kaliber 12, 16 of 20, mijn voorkeur gaat uit van een kaliber 12 met verwisselbare chokes, hiermee kun je altijd aanpassen aan het wild, het terrein en de afstand waarop geschoten wordt. Afhankelijk van de schietafstand zijn voor zachte hagelsoorten (zink, bismut) kwart, half of driekwart chokes te verkiezen. Voor staalpatronen voldoet een verbeterd cilindrisch op de onderste loop en fullshoke op de bovenste loop geweer beter. Als hagelgrootte kiest men bij staal 4 en bismut of zink 5

Klein kaliberbuks:

De houtduif mag je ook bejagen met een klein kaliberbuks (kaliber .22). Echter dit is naar mijn mening een stuk gevaarlijker als met het gewone jachtgeweer, je moet het gevaar vooral niet onderschatten hoever die kogeltje kan gaan (+/- 2km), nadat je op een zittende duif in een boom schiet, als je op een op de grond zittende duif schiet is het gevaar een stuk minder om dat deze zich dan in de grond boort. Er is namelijk voldoende restenergie over als de kogel het duivenlichaam heeft doorboort om nog bijzonder gevaarlijk te zijn. Schiet dus alleen op duiven met de kk.buks als er een zgn natuurlijke kogelvanger aanwezig is ( grond, glooiing). Het schieten van hoog naar laag verdient de voorkeur. Het projectiel zal dan altijd binnen redelijke afstand in de grond verdwijnen. Indien er trek is in een bepaalde boom of bomenrij dan kan men indien goed gecamoufleerd, ook met een flobert heel wat duiven schieten, met de zgn. “eikeltjes” daar deze zeker tot 30 tot 50 meter dodelijk kan zijn, het bijna geen knal veroorzaakt, zullen de duiven weer sneller terugkeren.

Jo-en-Piet

Camouflage:

De perfecte camouflage is nog belangrijker in de vergelijking met de zomer, zijn er nu weinig goede schuilmogelijkheden voor een goede opstelling. Het Nylon camouflagenet dat licht van gewicht is en goede dekking geeft is helemaal ingeburgerd bij de duivenjacht. Het gemakkelijkste is natuurlijk een mais of een goede rietkraag of natuurlijke dekking van struiken of bomen.

Tip:

Voor het bevestigen van het camouflagenet aan de netsteunen worden kleine plastic lijmklemmen gebruikt, hierdoor wordt het net niet beschadigd en kan strak gespannen worden. Kosten per 12 stuks bij de Gamma zo’n €4,–

Camouflagepak

Camouflagepak

Camouflage handschoenen

Camouflage handschoenen

basispagina-website_clip_image007

Camouflagesok geweer

basispagina-website_clip_image008

Gezichtsmasker

basispagina-website_clip_image013

camouflagenet met klem

basispagina-website_clip_image014

Lijmklem vastzetten camouflagenet

basispagina-website_clip_image010

Camouflage scherm zomer

basispagina-website_clip_image012

Camouflagenet woodland

Verzorging geschoten wild: 

Vooral bij warm weer, zorg dat er geen vliegen bij kunnen komen, afdekken met bijvoorbeeld een jutezak of netje dat wel de lucht doorlaat, maar niet de vliegen, is dan van belang.

Honden bij de duivenjacht:

Kelly was een jack russel die niet onderdeed voor een retriever of staande jachthond apporteerde alles wat hij zag ook al was dat groter als haar zelf.

Bij de duivenjacht op gelegerd graan en daar waar veel dekking is bijvoorbeeld maïs heb je vooral een goede apporteur nodig. Omdat een houtduif los in de veren zit, zal de hond “zacht” moeten apporteren, anders blijven er te veel losse veren in het veld achter. Deze schrikken overvliegende duiven af. Om dat risico te beperken is het dan ook beter om dichtbij gevallen duiven met de hand te rapen. De hond komt alleen in actie bij duiven die in de dekking vallen of te ver uitzeilen. De hond moet leren om plastic lokkers en geschoten duiven, die reeds als lokker gebruikt worden te negeren en niet meer te apporteren ( dit is vaak moeilijk). Om deze problemen te voorkomen is het aan te raden om alle dode duiven in de buurt van de lokkers zelf op te rapen en de losse veren te verwijderen.

 

Print Friendly, PDF & Email

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.