Tips drijf- en drukjacht Duitsland

Veel Nederlandse jagers gaan als geweer mee op drukjacht in Duitsland.

Maar wat komt daar nu eigenlijk allemaal bij kijken?

Een bewegingsjacht is toch wel even andere koek dan aanzitten op de hoogzit.

Mike Heutink, de man achter jachtpraktijkopleidingen.nl geeft tips.

 In 1994 haalde Heutinkzijn jachtdiploma en in 1995 vroeg hij zijn eerste akte aan. Nog geen twee jaar later nam hij andere jagers mee op jacht in Duitsland. ‘Ik merkte dat er veel behoefte was aan informatie, dus begon ik al snel met mensen tips te geven. Op een gegeven moment heb ik zelfs dia’s gemaakt, die al snel gevolgd werden door een informatiemapje.’ Inmiddels geeft Heutink een grofwild cursus, waarin onder andere ontwelden, sporen lezen en een vierdaagse reis naar Duitsland zit. ‘En natuurlijk van tevoren oefenen!’

Rechthouden

Voordat je op jacht gaat, is er al het nodige dat je moet en kunt doen. Zoals oefenen in een schietbioscoop. Een Schiessnachweis is verplicht als je je bij een Duitse Staatsforst inschrijft voor een drijfjacht. Hiervoor dien je een programma te doorlopen bijeen schietbioscoop. In Nederland hebben we twee schietbioscopen waar je terecht kunt, Duitsland heeft er verscheidene.

“Veel oefenen in de schiet-bioscoop: een must voor wie aan een drukjacht wilt deelnemen”

‘Maar thuis kun je ook al oefenen met het op hoogte houden van je loop’, licht Heutink toe. ‘Veel mensen hebben moeite om in een rechte horizontale lijn te bewegen met het geweer en beschrijven met de loop een soort boog. Dit “rechthouden” kun je prima thuis oefenen. Uiteraard zonder magazijn, kogel in de kamer en grendel. Neem bijvoorbeeld de bovenkant van een kast, de rand van een tafelblad of de boekenplankaan de muur en oefen met het bewegen langs deze lijn.

“Ook het voorhouden vraagt oefening en ervaring”.

Met een drijfjacht schiet je niet op het wild, maar ervoor. Het wild is immers in beweging en de kogel heeft tijd nodig om bij het bewegende wild te komen. In wezen is het vergelijkbaar met het hagelschot, ook dan moet je voorgeven om het wild te raken. Heutink: ’Hoe ver je moet voorhouden, hangt af van de afstand waarop en de snelheid waarmee het wild passeert. En dat is een kwestie van gevoel krijgen door veel te oefenen in de schietbioscoop.’

“Test op de schietbaan welke munitie het beste bij jouw buks past”

 Aanspreken

Het aller moeilijkste van grofwildjacht is het aanspreken van het wild.

Heutink: ‘je moet je van tevoren hierin verdiepen. Dat kan door je op te geven voor aanspreekwilddagen of door samen met iemand, die er verstand van heeft, naar een wildpark te gaan.

Maar hoe je het ook doet, het is een kwestie van kijken, observeren, leren. En ga niet alleen een keertje of twee in de zomer, maar ga ook in de winter. En ga regelmatig. Zo leer je het gedrag van de verschillende dieren en hun omgangsvormen herkennen en weet je het verschil tussen de seizoenen in bijvoorbeeld de vacht.’ Weet je in wat voor groepssamenstelling de dieren meestal optrekken, dan kun je tijdens de jacht daaruit afleiden wat je naar alle waarschijnlijkheid voor je loop hebt. Heutink: ‘En dan weet je ook dat je uit een hoog vluchtige groep nooit het eerste stuk schiet omdat dat doorgaans de leidende zeug of-hinde is.’

Loodvrij

Ook de juiste uitrusting is iets wat je van tevoren al op orde moet hebben. Qua wapens en munitie geldt voor grofwild dat de overgedragen energie op 100 meter minimaal 2.200 Joule dient te bedragen. Daarbij dient het kaliber minimaal 6,5 mm te zijn. ‘Maar 6,5 mm voor een druk- ofdrijfjacht is wel weinig ’, benadrukt Heutink. In Duitsland is al op veel plaatsen loodvrije munitie verplicht. Echt fan hiervan is Heutink niet. ‘De ontwikkeling van dit soort munitie staat nog in de kinderschoenen en dat merk je.

Uit het verleden is gebleken dat loodvrije munitie zorgt voor een grote toename van het aantal nazoeken.’ Maar hoe kom je er nu achter welke (loodvrije) munitie het beste bij jouw buks past? ‘Door op de schietbaan een aantal soorten munitie uitte proberen en te kijken welke patronen het beste groeperen. Zorg wel dat je je wapen goed koelt tussen de schoten. Een warme loop zorgt voor een ander schotbeeld.’

“Op een bewegingsjacht wil je een zo breed mogelijk gezichtsveld hebben”

Breed kijken

Op een bewegingsjacht wil je een zo breed mogelijk gezichtsveld hebben. De richtkijker die je gebruikt bij de aanzitjacht is vaak niet geschikt voor bewegingsjacht. Door de vergroting heb je maar een klein gezichtsveld. Heb je een variabele en vergroting op je richtkijker dan is dat eventueel een optie. Heutink; ‘Er zijn richtkijkers op de markt die beginnen bij een vergroting van 1,5 of 1,8. Maar beter is het om een speciale druk- of drijfjachtkijker met breed gezichtsveld of een vluchtvizier aan te schaffen.’ Deze laatste zijn gebaseerd op de zogenaamde red dot technologie, ontwikkeld door Aimpoint in de jaren zeventig, Kijkje door het vizier dan verschijnt er een rode punt, deze is alleen zichtbaar in het vizier en is dus geen laserstraal die op het wild geprojecteerd wordt. Daarnaast vergroten deze kijkers niet of nauwelijks waardoor je gezichtsveld maximaal is.

“Probeer dan ook zoveel mogelijk de afstanden te schatten in het veld

Latex handschoenen

Heb je geweer, optiek en munitie op orde? Ook je kleding is van belang. Zorg dat je tijdens een druk- of drijfjacht goed zichtbaar bent voor medejagers.

Bij veel bewegingsjachten is signaalkleding verplicht. Dus zorg dat je een oranje pet hebt of hoed meteen oranje band, En een oranje jasvestje dat je over je jas aan kunt doen. ‘Stem je kleding af op de weersomstandigheden en trek deze kleding ook aan als je op de baan gaat oefenen. Zo kom je in het veld niet voor verrassingen te staan, Winterkleding is niet alleen dikker, maar zit vaak ook losser’, weet Heutink. bij het schouderen worden jagers verrast doordat de kolf blijft haken. Ben je daar in het veld niet op bedacht dan is het wild al voorbij voor je dat gecorrigeerd hebt’ En wat gaat er mee in de rugzak? ‘Uiteraard een zitkussentje of aanzitkruk en meer munitie dan je mee de hoogzit op zou nemen. Bij met name roodwild kan een gezichtsmasker en handschoenen handig zijn. Verder natuurlijk gehoorbescherming, mes, verrekijker, markeerlinten niet te vergeten latex handschoenen voor het ontweiden. En iets te drinken en te eten, zeker als er op de uitnodiging staat: verzorging vanuit de rugzak.’

Uitnodiging

Word je schriftelijk uitgenodigd, dan staat er al veel informatie in de uitnodiging. Sowieso wordt ervoor aanvang van de jacht door de jager­meester een toelichting gegeven, Daarin worden de veiligheidsregels uitgelegd, wat er wettelijk bejaagbaar is en wat er wordt vrijgegeven, in welke groep je zit en wie je wegbrengt, Bij veiligheid gaat het om zaken als schietsector (welke kant mag je op schieten), tijdstippen begin en einde jacht en de te dragen signaalkleding. ‘Let goed op en wordt iets niet uitgelegd of is iets niet duidelijk, vraag het. Zorg dat je weet wat is vrijgegeven voor afschot en wat de kosten zijn.’

Op post

Kijk op weg naar je post waar wissels lopen. En probeer alvast gevoel te krijgen voor de afstanden in het veld, ‘Wil je het zeker weten dan

“Bij twijfel houd je gewoon altijd je vinger recht”

is een afstandsmeter de beste optie, maar staan er op regelmatige afstand palen in het veld, dan kun je ook aan de hand van de afstand tussen twee palen afstanden inschatten. En ben je op post aangekomen en zitten je buurjagers op zichtbare afstand, zwaai even, maak even contact. Zodat zij ook weten waar je zit.’ Eenmaal op post, verwittig jezelf ervan wat de veilige schietrichting is. Vaak is de schietrichting aangegeven via markeringen op bomen. Het spreekt voor zich dat je op posten op weg naar je post stil bent en je rustig beweegt. ‘Gedraag je zo onopvallend mogelijk en probeer stil te zitten. En blijf waakzaam op doorwisselend wild. Met name oudere stukken zijn onvoorspelbaar.

Nog twee vuistregels:

  • SCHIETEN IN DE RICHTING VAN DE DRIFT IS ONDER ALLE OMSTANDIGHEDEN TABOE
  • NOOIT JE POST TUSSENTIJDS VERLATEN.

Heutink: ‘De enige uitzondering om je post te verlaten is als je op korte afstand een vangschot moet plaatsen.’ Zit je op post en komt er wild maar twijfel je wat je voor je loop hebt, dan is het heel simpel, zo stelt Heutink: ‘Bij twijfel is er geen twijfel. Dan houd je gewoon je vinger recht!

“Meld elk schot zodat een zweethondenteam een controle-nazoek kan doen”

 Druk- of drijfjacht?

Wat is eigenlijk het verschil tussen een drukjacht en een drijfjacht?’ De termen worden vaak door elkaar gebruikt, maar er is wel degelijk een wezenlijk verschil’, legt Heutink uit. ‘De inzet van de drijvers en de honden verschilt. Bij drukjachten blijven de honden meestal aan de lijn en wordt er rustig gelopen. Het wild loopt hierdoor ook langzamer weg en het kan maar zo zijn dat een bagge de biggen in de ketel laat liggen, Bij drijfjachten zijn de honden los en lopen de drijvers met veel bombarie door het bos om het wild uit het bos te drijven. Bij een drijfjacht heeft het vluchtende wild daardoor doorgaans een veel hogere snelheid dan bij een drukjacht.’

Na afloop

Aan het einde van de jacht verzamelen alle jagers, drijvers en honden zich bij de plaats waar tableau wordt gelegd en wordt het wild verzorgd. ‘Zorg dat je weet hoe je moet ontwelden of vraag hulp bij het ontweiden’, benadrukt Heutink. ‘Steek in ieder geval je handen uit de mouwen.’ Het wild wordt vaak opgehangen ontweid en naast een goed mes zijn latex handschoenen een must. ‘Het beste

is datje al vaker aangezeten en ontweid hebt, voordat je mee gaat op een bewegingsjacht zodat je het ontweiden beheerst,’ Het kan voorkomen dat je op een jacht mee bent waar het wild al verkocht is. In zo’n geval wordt het wild schoon­gemaakt door professionals en is het niet de bedoeling dat je dit zelf doet. Vaak Is ringen in zo’n geval verplicht en dat moet je wel kunnen.

Tableau

Een belangrijkritueel is het tableau leggen en het uitreiken van de breuken. Deze tradities zijn aan regels gebonden. Zo ligt het wild altijd op de rechterzijde en is er een vaste volgorde voor de diersoorten op het tableau. Ook het doodblazen door de jachthoornblazers is onderdeel van deze traditie. ’Het doodblazen vind ik een van de mooiste momenten van de drijfjacht. Je staat stil bij wat er die dag gepasseerd is en bewijst de dieren de laatste eer.’ Breuken werden vroeger ook als communicatiemiddel gebruikt, maar zijn tegenwoordig alleen ceremonieel. De bekendste breuken zijn de schutters breuk, laatste beet, en nazoekbreuk. De schuttersbreuk wordt aangeboden op een blank wapen of hoed aan de jager die het dier geschoten heeft. De jager draagt de breuk aan de rechterkant van zijn hoed of pet. De laatste beet is de breuk die het geschoten dier in de vang krijgt. De nazoekbreuk is voor de hond die het stuk bij de nazoek vindt.

Respect

‘Net als bij iedere jacht draait het ook tijdens bewegingsjacht om respect’, benadrukt Heutink. ‘Dat betekent dat je een goed schot plaatst, juist ontweidt , het geschoten wild op de juiste zijde legt en de breuk op gepaste manier in ontvangst neemt. Iedereen mist helaas wel eens; meld elk schot zodat een nazoekteam kan controleren of je daadwerkelijk getroffen of gemist hebt.’ Prent de aanschotplaats zo goed mogelijk in. Heb je in een drift twee dieren beschoten die niet binnen zicbtbereik zijn gevallen, beschouw de jacht voor die drift dan als ten einde. Heeft Heutink nog tips voor jagers die willen beginnen met bewegingsjacht?

“Bereid je terdege voor en jaag met respect, ik weet zeker dat je dan verkocht bent.”

 

Print Friendly, PDF & Email

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.