Maatschappelijke Adviesraad Faunaschade (MARF) aan de slag met 3 thema’s

De Maatschappelijke Adviesraad Faunaschade heeft in haar adviesprogramma bepaald over welke thema’s zij advies wil uitbrengen aan de 12 provincies. De raad heeft 3 thema’s benoemd: gebiedsgericht faunaschadebeleid, maatschappelijke optimalisatie systematiek tegemoetkoming faunaschade en robuuste ganzenaanpak.

De Maatschappelijke Adviesraad Faunaschade is begin 2017 ingesteld door de 12 provinciebesturen. De raad kan gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de provincies over het provinciale faunaschadebeleid. Het rapport met adviesprogramma is eind 2017 aangeboden aan de bestuurlijke adviescommissie Vitaal Platteland van het Interprovinciaal Overleg.

Balans bescherming en faunaschadebestrijding
Het eerste thema betreft een door de provincies aangekondigd adviesverzoek. De andere twee thema’s betreffen voorstellen voor ongevraagde adviezen naar aanleiding van suggesties van de provincies, de commissie Onderzoek BIJ12-Faunafonds en de organisatie BIJ12-Faunafonds. De adviesraad wil haar adviezen richten op de balans tussen de bescherming van natuurlijk in het wild levende dieren en de faunaschadebestrijding. De raad pleit voor het maatschappelijk rendement als te hanteren leidend beginsel voor een effectieve uitvoering. Tevens wil de raad haar adviezen onderscheidend positioneren in de uitvoeringsstrategie ‘voorkomen-bestrijden-betalen’ die voor de schadeaanpak in het faunabeheer geldt.

Maatschappelijk effecten
Bij de advisering wil de adviesraad aangrijpingspunten benoemen voor de onderlinge samenwerking tussen de provincies. Voorts streeft de raad naar adviezen van beschouwende aard, op hoofdlijnen, niet te gedetailleerd of te instrumenteel. De raad heeft gekozen voor onderwerpen die in meerdere provincies spelen en waarbij sprake is van maatschappelijke effecten. Het adviesorgaan wil de uit te brengen adviezen baseren op zo wetenschappelijk mogelijk onderbouwde feiten.

Adviezen in resterende bestuursperiode
De raad heeft haar adviesprogramma opgesteld voor het nog resterende deel van deze provinciale bestuursperiode tot aan het voorjaar 2019. De adviesraad streeft er naar de adviezen over het gebiedsgericht faunaschadebeleid en de schadesystematiek omstreeks medio dit jaar gecombineerd uit te brengen. Het advies over de robuuste ganzenaanpak volgt daarna.

Zie voor meer informatie hieronder


 Adviesprogramma Maatschappelijke Adviesraad Faunaschade 2017-2019 

Vooraf 

De Maatschappelijke Adviesraad Faunaschade (MARF) kan gevraagd en ongevraagd ad-vies uitbrengen. De Raad heeft in dit Adviesprogramma de thema’s benoemd waarover zij advies wil uitbrengen. De Raad heeft het programma opgesteld voor het nog reste-rende deel van deze provinciale bestuursperiode (tot voorjaar 2019). Daarbij is uitgegaan van één adviesvraag van IPO / provincies (thema gebiedsgericht beleid). De overige, hierna vermelde thema’s betreffen voorstellen voor ongevraagde adviezen, gehoord de suggesties van de Bestuurlijke adviescommissie Vitaal Platteland van het IPO, de Com-missie Onderzoek BIJ12-Faunafonds en BIJ12-Faunafonds.

Algemeen beeld van de advisering 

De Raad wil haar adviezen richten op de gezamenlijkheid van provincies en aangrijpings-punten benoemen voor de onderlinge samenwerking. Voorts streeft de Raad naar advie-zen van beschouwende aard, op hoofdlijnen, niet te gedetailleerd of te instrumenteel. De Raad wil uitgaan van onderwerpen die in meerdere provincies spelen en waarbij sprake is van maatschappelijke effecten. De Raad wil de uit te brengen adviezen baseren op zo wetenschappelijk mogelijk onderbouwde feiten.

De provincies hebben ten aanzien van de advisering de navolgende suggesties en wens-beelden naar voren gebracht:

 Helder beeld van rollen, taken en verantwoordelijkheden;

 Aandacht voor preventie en sterkere betrokkenheid van maatschappelijke groeperingen en een diervriendelijke aanpak;

 Naast de landbouw ook oog voor schade aan andere belangen en binnen de bebouwde kom / bij particulieren;

 Aandacht voor belemmeringen in de regelgeving voor – en neveneffecten van – de faunaschadebestrijding;

 Naast een regionale aanpak aandacht voor de aanpak op internationale schaal.

De Raad heeft deze beelden betrokken in de keuze en formulering van de adviesthema’s.

Programmalijn 

De Maatschappelijke Adviesraad wil haar adviezen richten op de balans tussen de be-scherming van natuurlijk in het wild levende dieren en de faunaschadebestrijding. De Raad pleit voor het maatschappelijk rendement als te hanteren leidend beginsel voor een effectieve uitvoering. Tevens wil de Raad haar adviezen onderscheidend positioneren in de uitvoeringsstrategie “voorkomen-bestrijden-betalen” die voor de schadeaanpak in het faunabeheer geldt.

Vanuit dit perspectief heeft de Maatschappelijke Adviesraad het voornemen om over de volgende adviesthema’s te adviseren:

• Gebiedsgericht faunaschadebeleid

• Maatschappelijke optimalisatie systematiek tegemoetkoming faunaschade

• Robuuste ganzenaanpak

Het eerste thema betreft een strategisch beleidsthema over het faunabeleid waarvoor in IPO-verband een adviesaanvraag voor de MARF wordt voorbereid. De aanvraag vindt plaats in het kader van de gezamenlijke oriëntatie van provincies op mogelijkheden voor een meer gebiedsgericht beleid gericht op het voorkomen en bestrijden van faunaschade. Vooruitlopend op de aanbieding van de adviesaanvraag oriënteert de MARF zich reeds op dit thema.

De eerste twee thema’s vullen elkaar in de uitvoering aan en bestrijken de hele trits van “voorkomen-bestrijden-betalen”. De keuze voor het derde thema is uit oogpunt van de omvangrijke, toenemende ganzenschade evident. In de tijd gezien streeft de Raad er naar om de eerste twee adviezen parallel voor te bereiden en gekoppeld uit te brengen. Het derde advies, over de robuuste ganzenaanpak, vergt meer voorbereiding en wordt meer naar het einde van de looptijd van het programma verwacht.

Daarnaast heeft de Raad nog een vierde thema in beraad, i.c. handelingsperspectieven voor het weidevogelbeheer. De Raad heeft besloten in afwachting van de ontwikkelingen in de aanpak en het onderzoek rond het weide- en akkervogelbeheer aan dit thema vooralsnog een lagere prioriteit toe te kennen.

Werkwijze 

Voor alle drie de thema’s stelt de Raad voor eigen gebruik werkdocumenten vast die de basis vormen voor de voorbereiding en formulering van het advies. Per adviestraject wordt bezien in hoeverre de bestaande kennis toereikend is dan wel nog korte voorberei-dende studies moeten worden uitgevoerd. De Raad wil bij elk adviesthema putten uit geslaagde en minder succesvolle praktijkvoorbeelden. Ook zal ten behoeve van de aan-scherping van de adviesvraag worden bezien welke partijen bij de start moeten worden geconsulteerd of worden uitgenodigd voor expertmeetings. Voor de adviezen ‘gebiedsge-richt faunaschadebeleid’ en ‘robuuste ganzenaanpak’ is vooroverleg met IPO / provincies noodzakelijk.

Voorts kan de Raad overwegen om de aanbevelingen van de concept adviezen te toetsen in een kring van deskundigen en betrokken organisaties.

Adviesvragen 

Per adviesthema volgt een beknopte formulering van de centrale adviesvraag met een toelichting op de aanleiding en afbakening.

GEBIEDSGERICHT FAUNASCHADEBELEID 

Aanleiding

De schade en ervaren overlast door inheemse beschermde diersoorten neemt toe. Voor het merendeel betreft het schade door ganzen. Deze is de afgelopen tien jaar verdubbeld van ongeveer 10 miljoen in 2007 naar ongeveer 20 miljoen in 2016.

De kosten voor grondeigenaren en de uitgaven aan tegemoetkomingen in de faunaschade stijgen. Als gevolg daarvan staan zowel het draagvlak in de samenleving voor de schadeaanpak alsook de tolerantie jegens de beschermde diersoorten onder druk. Het gevoel bestaat, wellicht mede daar-door, dat de huidige instrumenten en huidige werkwijze deels aan hun effectiviteit hebben verloren/aan het eind van hun cyclus zitten. Belangrijkste oorzaak lijkt een onvoldoend samenhangende aanpak (in relatie tot het totale natuurbeheer) en onvoldoende gebiedsgerichte benadering. Tevens spelen sterke culturele opvattingen over de fase van de aanpak een rol: zowel in de beleidsvorming als de uitvoering is het proces veelal curatief / reactief ingestoken en niet op de voorkant van het beheer (proactief / preventief).

1 Landelijk faunaschade rapport. Inzichten over faunaschade cijfers van 2016 & meerjarige trends, BIJ12-Faunafonds, Utrecht, 2017

Adviesvraag

Onder voorbehoud van definitieve formulering van het IPO-adviesverzoek en overleg daarover tussen de Raad en IPO / provincies luidt de adviesvraag vooralsnog:

Welke kansen en mogelijkheden biedt de gebiedsgerichte benadering voor het bereiken van de brede doelstellingen van het provinciale faunabeheer? Afbakening

Het advies zal vooral in moeten gaan op de argumentatie voor de gebiedsgerichte bena-dering als oplossingsrichting, de kansen en mogelijkheden die provincies (en hun part-ners / betrokken belangen) ten dienste staan om die benadering te versterken / te laten slagen en de daarvoor noodzakelijk te formuleren randvoorwaarden.

Belangrijke bouwstenen die de Raad in de beantwoording van deze adviesvraag wil be-trekken zijn de integrale aanpak, mede-eigenaarschap en samenhangende inzet instru-mentarium.

MAATSCHAPPELIJKE OPTIMALISATIE SYSTEMATIEK TEGEMOETKOMING FAUNA-SCHADE 

Aanleiding

De aanpak van de (vooral door ganzen) toenemende schades aan landbouwgewassen en pogingen van provincies de druk op de uitgaven te beheersen roepen steeds meer vragen op over de uitvoerbaarheid en maatschappelijke acceptatie en daarmee de houdbaarheid van het instrument van de tegemoetkoming. Inconsistentie en complexiteit raken als de belangrijkste, ervaren problemen zowel het ontwerp van de regeling (het systeem) als de toepassing. Te samen met de emotie bij grondgebruikers dat de faunaschade iets is wat hen vanuit het natuurbeheer “overkomt” en het gegeven dat alleen in de directe faunaschade wordt tegemoet gekomen, voeden de voornoemde praktijkervaringen het gevoel dat de toepassing van de regeling vaak als onrechtvaardig wordt ervaren.

Tevens wordt het instrument steeds meer gezien als een doel op zich en steeds minder als het (oorspronkelijk bedoelde) sluitstuk van de geldende trits voor de aanpak van de faunaschadebestrijding: voorkomen-bestrijden-betalen.

Adviesvraag

Vooralsnog luidt de adviesvraag als volgt:

In hoeverre kan het instrument van de schadetegemoetkoming worden geoptimaliseerd ten behoeve van een betere maatschappelijke acceptatie en kosteneffectievere toepas-sing? 

Afbakening

Voor advisering over het instrument van de tegemoetkoming acht de Raad een koppeling met de uitvoering van de eerste twee stappen in de strategietrits van de faunaschade-aanpak – voorkomen en bestrijden – noodzakelijk, zowel op perceels- als op gebiedsniveau. De Raad wil dan ook dit advies nauw afstemmen op advies over het gebiedsge-richt faunaschadebeleid. Uitgaande van afstemming kan het advies over de schadesys-tematiek volledig worden gericht op het systeem als zodanig.

Nadrukkelijk zal de Raad in het advies geen uitspraken te doen over omvang van te han-teren bedragen voor behandeling of eigen risico.

ROBUUSTE GANZENAANPAK 

Aanleiding

De ganzenschade is de afgelopen tien jaar sterk toegenomen. Belangrijkste oorzaken zijn de als geheel sterk toegenomen populaties en verschuivingen in het populatiegedrag (trekgans versus jaarrond verblijvende gans) , niet alleen in Nederland maar ook in an-dere landen en landsdelen langs de flyways. Per deel van Nederland zijn er wel verschil-len naar belangrijkste schadeveroorzakende soort, zomer of winterschade en dus ook in de omvang van de kosten voor de tegemoetkoming van de gewasschade. Daarnaast zijn medebepalende oorzaken de geringere effectiviteit van het foerageer- of rustgebiedenbeleid, de regionaal uiteenlopende mate van effectiviteit van de bejaging en de product-kwaliteitsverbetering van grasland in Nederland (en andere landen op de ganzenflyways). 

Adviesvraag

De Raad acht het voor een goede vraagformulering van belang om eerst met provincies en meest betrokken maatschappelijke organisaties en belangen te overleggen. Daarnaast wil de Raad de beleidseffecten en prestaties van het door provincies gevoerd beleid en de aanpak in naburige, buitenlandse landsdelen in beeld brengen.

Afbakening

Het advies voor de ganzenaanpak kan worden gezien als uitwerking van het advies over het thema gebiedsgericht beleid, maar moet daarnaast – gezien de nog niet operationele internationale flyway-aanpak – ook duidelijk onderscheiden worden in een advies voor een kortere (overgangs-)termijn en een voor de langere termijn. Voor het eerste zou kunnen worden uitgegaan van leerervaringen uit de provinciale praktijk tot nog toe die in ieder geval sneller en breder geïmplementeerd zouden kunnen worden. Voor het tweede is eerst meer inzicht nodig in de effecten van het provinciale beleid vanaf 2012 en de schadebeelden en wat werkt / heeft gewerkt in de aanpak in andere, met Nederlandse regio’s vergelijkbare, landsdelen in het buitenland.

Voorts kan het advies ook specifiek worden gericht op aanbevelingen voor andere beste-dingen met mogelijk hoger preventief maatschappelijk rendement van de middelen die nu zijn gemoeid met de schadetegemoetkoming. Wat zouden we met andere arrangementen met andere koppeling van kosten en baten kunnen bereiken?

Planning 

In de tijd gezien streeft de Raad er naar om de eerste twee adviezen parallel voor te be-reiden en gekoppeld uit te brengen. Het derde advies, over de robuuste ganzenaanpak, vergt meer voorbereiding en wordt meer naar het einde van de looptijd van het pro-gramma verwacht.

Utrecht, 21 november 2017

MARF Adviesprogramma 2017-2019 op de site van Bij12.

bron: Bij12, 18/01/18

 

Print Friendly, PDF & Email

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.