1

Vragen Tweede Kamer – goed predatiebeheer nodig voor overleving weidevogels.

Tweede kamer logoVragen gesteld door de leden der Kamer
2021Z08988

Vragen van het lid Eppink (JA21) aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de berichten «Weidevogels kunnen door roofdieren fluiten naar nakomelingen» en «Goed predatiebeheer behoudt grutto’s in Limburg» (ingezonden 26 mei 2021).

Vraag 1
Bent u bekend met de berichten dat broedvogels door toedoen van roofdieren te weinig nakomelingen krijgen?1

Vraag 2
Deelt u het inzicht dat er, als we in Nederland echt soorten als de grutto en andere weidevogels willen behouden, gerichte actie moet worden onderno-men tegen de extreme predatiedruk?2

Vraag 3
Onderkent u dat het tegengaan van extreme predatiedruk om weidevogels te beschermen mede berust op internationaalrechtelijke verplichtingen?

Vraag 4
Klopt het dat een vergunning vragen voor afschot dermate traag verloopt dat een ontheffing pas wordt verstrekt als het broedseizoen voorbij is?

Vraag 5
Welke stappen bent u bereid te nemen om op landelijk niveau knelpunten in het predatiebeheer weg te nemen, zodat weidevogels doeltreffender en doelmatiger kunnen worden beschermd tegen roofdieren als de bunzing, steenmarter of hermelijn?


  1. Telegraaf, 26 mei 2021, «Weidevogels kunnen door roofdieren fluiten naar nakomelingen» (https://www.telegraaf.nl/nieuws/1172062639/weidevogels-kunnen-door-roofdieren-fluiten-naar-nakomelingen)
  2. onze Weidevogels, 2021, «Goed predatiebeheer behoudt grutto’s in Limburg» (https://www.natuurrijklimburg.nl/wp-content/uploads/Onze-Weidevogels-2021-01.pdf)



CDA stelt Kamervragen over de e-screener na rechterlijke uitspraak

bron: jagersvereniging

CDA Tweede Kamerlid Chris van Dam stelt naar aanleiding van de recentelijk rechterlijke uitspraak vragen aan de minister van Justitie over de e-screener. Die rechtszaak draaide om de beslissing van korpscheftaken om geen jachtakte te verlenen na een negatieve uitslag van de e-screener. Zelfs nadat de jager ‘contra-expertise’ kon indienen die de uitslag van de e-screener teniet deed werd er geen jachtakte verleend. De jager werd door de rechter in zijn gelijk gesteld. De Jagersvereniging is nog steeds van mening dat de e-screener definitief van tafel moet.

Kritiek op instrument
Kamerlid Van Dam is al sinds de invoering van de e-screener kritisch op het instrument en het gebruik ervan door de politie. Deze rechterlijke uitspraak ziet hij als verdere kritiek op de e-screener. Hij stelt dat met deze uitspraak ‘de volledige bodem onder de toepasbaarheid van de e-screener [is] weggevallen’. De Jagersvereniging is dit met hem eens. De e-screener komt neer op automatische besluitvorming en dit is verboden bij wet.

Extra drempel
Van Dam stelt ook vragen over de waarde van de contra-expertise, het advies van een expert die de jager kan inbrengen tegen een negatieve uitslag van de e-screener. In de door Van Dam aangehaalde rechtszaak was deze zonder argumentatie aan de kant geschoven door de politie. De hoge kosten (~€1500,-) kunnen een extra drempel zijn voor jagers die hun jachtakte willen aanvragen, net zoals de e-screener zelf. Ook wilt hij van de minister duidelijkheid hebben waar jagers deze contra-expertise kunnen opvragen. Van Dam vraagt ook aandacht voor groepen van mensen die moeite kunnen hebben met het afnemen van een computertest: ouderen, digibeten, laaggeletterden en dyslectici.

De vragen:

Vraag 1
Bent u bekend met de uitspraak van de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland d.d. 13 augustus 2020 inzake de toepassing van de e-screener? (1)

Vraag 2
Kunt u duiden wat het voorlopige oordeel van de Voorzieningenrechter – namelijk dat niet zonder meer vaststaat dat de e-screener een voldoende geschikt, objectief instrument is ter beoordeling van de psychische gesteldheid van een persoon – voor betekenis heeft voor het huidige, landelijke gebruik van de e-screener? Is daarmee niet de volledige bodem onder de toepasbaarheid van de e-screener weggevallen?

Vraag 3
Kunt u de Kamer informeren over de plaats en de betekenis van de contra-expertise in de meest recente procedure rond het aanvragen van een jachtakte of -verlof?

Vraag 4
Kunt u – zo nodig als bijlage – de geldende regeling op dit punt aan de Kamer bekend maken?

Vraag 5
Klopt het dat er maar één instituut in Nederland is dat deze contra-expertise kan verzorgen en bent u bereid een lijst te publiceren waarop meerdere instituten worden genoemd waar mensen een contra-expertise kunnen aanvragen?

Vraag 6
Kunt u bevestigen dat een contra-expertise ongeveer € 1.500 kost en bent u van mening dat dit bedrag in verhouding staat tot de draagkracht van aanvragers van een jachtakte of –verlof?

Vraag 7
Deelt u de mening dat de onvolkomenheid van het functioneren van de e-screener niet rechtvaardigt dat individuele burgers € 1.500 kosten moeten maken om zich tegen dit instrument te verweren?

Vraag 8
Wie draagt de kosten van de contra-expertise indien deze in het voordeel van de verzoeker/aanvrager uitvalt?

Vraag 9
In hoeverre is de e-screener geschikt voor mensen met dyslexie en is dit wetenschappelijk onderzocht? Kunt u bij de beantwoording van deze vraag onderscheid maken tussen aanvragen vóór en aanvragen na aanpassingen die verricht zijn naar aanleiding van implementatieproblemen rond de e-screener?

Vraag 10
Welke mogelijkheden zijn er voor mensen met dyslexie om een tweede kans te krijgen om de e-screener af te leggen en is het wettelijk verboden om de e-screener twee keer af te leggen?

Vraag 11
In welke mate is de e-screener geschikt voor met name bestaande aktehouders met een (relatief) hogere leeftijd die binnenkort aan de beurt komen om hun verlof te verlengen en in dat kader de e-screener moeten afleggen?

Vraag 12
Kunt u zich voorstellen dat een groot deel van deze groep met angst en beven deze test tegemoet ziet?

Vraag 13
Deelt u de mening dat ook voor mensen met een afstand tot digitale vaardigheden, maar ook laaggeletterden de e-screener een relatief zwaardere test is?

Vraag 14
Is het een doel van het beleid om door middel van de inzet van de e-screener het aantal verlofhouders in Nederland fors te decimeren?

Vraag 15
Bent u bekend met het informatieblad van het Ministerie van Justitie en Veiligheid en de Politie inzake de e-screener en met het tekstvak waarin te lezen staat:“Heeft u wel eens gelogen? Het lijkt dan niet handig om ja te antwoorden als u wilt overkomen als een betrouwbaar persoon. Algemeen bekend is dat iedereen wel eens een leugentje om bestwil vertelt of dit als kind wel een heeft gedaan. Dus op deze vraag is het verwachte antwoord ‘ja’?”

Vraag 16
Kunt u zich voorstellen dat er een grote groep Nederlanders is – zeker onder verlofhouders – die daadwerkelijk nooit liegt en zonder de geringste twijfel ‘nee’ antwoordt op bovenstaande vraag?

Vraag 17
Is het niet vreemd dat mensen bij het invullen van de e-screener tactisch in plaats van naar waarheid moeten gaan antwoorden?

Vraag 18
In welke mate zijn de door de Corona-maatregelen opgelopen achterstanden – bij het behandelen van aanvragen en verzoeken die door de bureau Korpschefstaken worden verricht in het kader van de Wet Wapens en Munitie – per 1 september 2020 ingelopen en is het mogelijk hier per politie-eenheid op de verschillende soorten aanvragen een overzicht van te verstrekken?

Vraag 19
Worden verlof-aanvragers al weer op het politiebureau ontvangen, of verlopen alle contacten nog op afstand?

Vraag 20
Wat is de voortgang van het onderzoek van de Inspectie Justitie en Veiligheid inzake het takenpakket van de bureaus Korpscheftaken en worden ook andere belanghebbenden dan de Politie betrokken bij dit onderzoek?

Vraag 21
Ziet u mogelijkheden om de verlening van vergunningen en verloven van de Politie over te dragen naar de dienst Justis en op welke termijn kunt u hier een beslissing over nemen?

Vraag 22
Wat is de voortgang van het deactiveren van vuurwapens?

Vraag 23
In hoeverre is er na mijn werkbezoek begin juli 2020 voortgang geboekt in het laten groeien van het innemen en het controleren van gedeactiveerde vuurwapens?

Vraag 24
Deelt u de mening dat de stand toen (106 aangeleverde gedeactiveerde vuurwapens, afkeuringspercentage 40%) niet zal leiden tot een jaarlijkse productie van minstens 2.500 wapens en op welke wijze bent u voornemens actief te zorgen voor het op gang krijgen van het deactiverings-proces in Nederland?

(1) ECLI:NL:RBNNE:2020:2792-Rechtbank Noord-Nederland, 13-08-2020 / LEE 20/2157




Minister Schouten “wolf bepaalt zelf leefgebied” in antwoord op vragen Tweede Kamer.

De minister geeft aan dat het beleid uit gaat van natuurlijke vestiging van de wolf en dat de wolf en daarmee bepaalt deze dus wat het leefgebied is, zoals onlangs vastgesteld werd in een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Waar de vraag was, wat gezien moest worden als het ‘natuurlijk leefgebied van de wolf’. Het Europese hof gaf hierop aan dat dit het gebied is waar de wolf leeft en dus geldt de  bescherming van de wolf in al hun natuurlijk leefgebieden in de EU.

Zie de antwoorden op de Kamervragen:

1 Bent u bekend met de berichten ‘Tientallen schapen doodgebeten in Brabants dorpje: ‘Het is gigantisch’ en ‘Wolfwerende netten in bruikleen voor Brabantse boeren’? 

Antwoord

Ja, ik ben bekend met de berichten.

2 Wanneer moet, aangezien er nu verschillende incidenten met wolven hebben plaatsgevonden, echt worden ingegrepen om de wolvenpopulatie te beheren en landbouwhuisdieren beter te beschermen?

Antwoord

De provincies hebben gezamenlijk criteria bepaald voor het ingrijpen bij wolven in bepaalde ongewenste situaties, zoals in het geval van aanvallen van goed beschermd vee (faunaschade) en zodra de openbare veiligheid in het geding komt, bijvoorbeeld als een wolf gevaarlijk gedrag vertoont richting mensen. Het desbetreffende bevoegd gezag kan indien nodig optreden. Dit is uitgewerkt in het Interprovinciaal wolvenplan.[1]

3 Bent u bekend met de Duitse aanpak in Nedersaksen waarin delen van deze Duitse deelstaat effectief als wolfvrij worden verklaard en het verwijderen van wolven uit deze gebieden wordt vergemakkelijkt? Hoe staat u tegenover een dergelijke aanpak? Welke mogelijkheden ziet u om (elementen van) deze aanpak ook in Nederland te gebruiken? 

Antwoord

Ja, ik ben bekend met de aanpak in de Duitse deelstaat Nedersaksen. Anticiperend op de hervestiging van de wolf in Nederland heb ik de samenwerking met deze, en andere deelstaten opgezocht en gesprekken gevoerd. Dergelijke gesprekken zal ik blijven voeren om de samenwerking te versterken. Ook in de verdere ontwikkeling van het wolvenplan zullen de provincies en ik de ervaringen met de aanpak van Nedersaksen beoordelen en, waar aan de orde, verder benutten. Zoals aangegeven in mijn antwoord op vraag 2, hebben de provincies gezamenlijke criteria bepaald voor het ingrijpen in bepaalde ongewenste situaties. Of dit instrumentarium toereikend is, vergt nadere oordeelsvorming en overleg tussen Rijk en provincies.

4 Hoe kijkt u aan tegen het gecontroleerd beheer van de wolf in Nederland door middel van bijvoorbeeld preventief afschot en/of afrasteren, ter bescherming van eigendommen, kwetsbare soorten, natuurlijke habitattypen, prioritaire habitattypen en andere natuurwaarden van een aangewezen Natura 2000-gebied?

Antwoord

Als het gaat om het ogenschijnlijk willekeurig doden en verwonden van grote aantallen landbouwhuisdieren door een zwervende wolf dan is het begrijpelijk dat de vraag wordt gesteld om in te grijpen. Het gaat dan immers over meer dan alleen het eigendom zelf en het is vaak onvoorspelbaar waar en wanneer het volgende geval zich voordoet.

Provincies stimuleren dat dierhouders de eigen verantwoordelijkheid nemen om hun dieren te beschermen, maar willen ook duidelijkheid geven wanneer escalatie aan de orde is. De gebiedscommissie preventie wolvenschade Gelderland heeft daartoe een aantal handreikingen gedaan. Voor beheer vanuit het oogpunt van de andere genoemde argumenten is nu geen aanleiding.

5 Hoe ziet u de ongestoorde aanwezigheid van de wolf, waarbij preventief, actief en gecontroleerd beheer van de wolvenpopulatie niet mogelijk is in relatie tot de instandhouding en/of noodzakelijke uitbreiding van beschermde habitattypen en andere natuurwaarden, zoals binnen de Natura 2000-gebieden? Welke knelpunten zijn er in dit kader volgens u?

6 Wat zijn volgens u ‘passende maatregelen’ in de zin van artikel 2.2 lid 2 van de Wet natuurbescherming en artikel 6 lid 1 en 2 van de Habitatrichtlijn, die getroffen zouden moeten worden voor Natura 2000-gebieden, gezien het feit dat de aanwezigheid van de wolf het behalen en behouden van de instandhoudingsdoelstellingen en de natuurlijke habitats bedreigt?

Antwoord 5 en 6

De wolf maakt deel uit van een natuurlijk systeem, waarin grote predatoren bijdragen aan de diversiteit van het ecosysteem. Er zijn geen aanwijzingen dat de aanwezigheid van de wolf het behalen en behouden van instandhoudingsdoelen en de natuurlijke habitats bedreigt. Wel kan er op lokaal niveau door een toppredator misschien een tijdelijke disbalans ontstaan in een ecosysteem, maar die dynamiek is de natuur eigen. Gezien de tijdelijke aard daarvan is het treffen van passende maatregelen in dat kader nu niet aan de orde.

Antwoord

De wolf is een wild dier en is van niemand, dat betekent ook dat een eventuele gedupeerde daarvoor de aansprakelijkheid niet bij een ander kan leggen. Ik heb geen aanwijzingen dat wolven schade veroorzaken aan andere zaken dan gehouden (landbouwhuis)dieren. Ik vind het daarom lastig om een antwoord te geven op deze hypothetische vraag.

8 Hoe kijkt u aan tegen Nederland als geschikt leefgebied voor wolven, gelet op het feit dat Nederland een van de dichtstbevolkte delta’s ter wereld is en wolven zich niet laten leiden door (bestuurlijke) grenzen?

Antwoord

De beleidslijn die steeds is gehanteerd is dat de wolf, als hij op eigen kracht Nederland bereikt, zich hier moet kunnen vestigen. Dat is ook een Europese verplichting en recent weer bevestigd door het Europese Hof. Het draagvlakonderzoek heeft bevestigd dat een meerderheid van de Nederlanders het hier mee eens is. Wel zet ik, in samenwerking met de provincies, in op communicatie om in de behoefte te voorzien om opnieuw te leren samenleven met de wolf.

9 Welke mogelijkheden ziet u gezien het voorgaande om de Nederlandse wolvenaanpak te verbeteren en daarmee betere bescherming te bieden voor onder andere landbouwhuisdieren?

Antwoord

Tot nu toe hebben de provincies met het wolvenplan een goede invulling gegeven aan hun verantwoordelijkheid om deze soort te beschermen en tegelijkertijd de faunaschade zo veel mogelijk te beperken door o.a. het inzetten op preventieve maatregelen. In de verdere ontwikkeling van het wolvenplan en zal ik nauw samenwerken met de provincies.

10 Bent u bekend met de gebiedscommissie preventie wolvenschade Gelderland, die in landelijk verband adviseert om in overleg tussen de provincies en de rijksoverheid tot een beleid te komen dat gericht is op de beheersbaarheid van de populatieontwikkeling van wolven in Nederland en de effecten hiervan, waarbij de ecologische draagkracht en het maatschappelijk draagvlak van de ontwikkeling van de wolvenpopulatie worden betrokken? Bent u bereid om op korte termijn invulling te geven aan dit advies? 

Antwoord

Ja ik ben bekend met dit advies. De provincies beraden zich momenteel over het betreffende advies en bevestigen het belang van overleg met het Rijk, waarbij ieder vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid opereert.

[1] zie ook de weblink: https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2019/01/Interprovinciaal-wolvenplan.pdf