Grote Canadese gans

Canadese gans vliegend

Branta (Zwarte ganzen)

De grote Canadese gans (Branta canadensis canadensis) of kortweg Canadese gans behoort tot het genus Branta.

De Canadese gans is een vreemde eend in de bijt. Deze forse ganzensoort komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika: Alaska, Canada en de noordelijke overige staten van de VS.

Echte wilde Canadese ganzen zijn zeer zeldzaam, maar daar staat tegenover dat deze gemakkelijk herkenbare soort veelvuldig in Nederland voorkomt: het zijn allen afstammelingen van vogels die voor de jacht zijn uitgezet, aangevuld met siervogels uit parken. Vooral in de natte delen van Nederland weet de Canadese gans zich uitstekend te handhaven. Er gaan stemmen op dat deze uitheemse ganzensoorten de inheemse soorten direct beconcurreren, maar in de praktijk valt dat erg mee. Wel is het zo dat Canadese ganzen in Nederland regelmatig kruisen met andere ganzensoorten, terwijl dit in het oorspronkelijke leefgebied niet of nauwelijks aan de orde is. In Noord-Amerika leeft bovendien nog een andere soort, de Hutchins’ Canadese gans, ook wel kleine canadese gans genoemd. In Nederland is deze zéér zeldzaam. De grote Canadese gans is een soort die zijn verspreidingsgebied bijzonder snel weet uit te breiden. Jonge vogels zijn pas na twee jaar geslachtsrijp. Naast de broedende vogels is er nog een aanzienlijke groep jonge vogels aanwezig, die nog niet aan de voortplanting meedoen.

Herkenning

Canadese gans staandGroot met lange, zwarte hals en kop met een opvallende witte kinband en zonder wit voorhoofd zoals bij Brandganzen, de zwarte hals gaat over in een witachtige borst. Rest van lichaam is bruinachtig.

Poten en snavel donkergrijs. Dit in tegenstelling tot de soorten van het genus Anser. Het verenkleed is bij beide geslachten gelijk.

De lichaamslengte bedraagt 55 tot 100 cm en het gewicht 3 tot 6 kg.

Leefwijze:

Deze herbivore vogels overnachten op het water en eten overdag, zowel op het water als op het land. Hun voedsel bestaat voornamelijk uit grassen, zaden en graan. Ook dierlijk voedsel staat op hun menu.

Voortplanting:

Het vrouwtje legt 4 tot 8 witte eieren, die ongeveer 30 dagen worden bebroed.

Verspreiding en leefgebied:

Deze soort komt voor op meren, weilanden en moerassen. Zijn broedgebied omvat Canada, Alaska, Zweden en Engeland.

Voorkomen als exoot:

De grote Canadese gans is een exoot in Europa. In Nederland waren er al in 1951 broedgevallen in het wild van Canadese ganzen. De broedpopulatie bestaat uit nazaten van losgelaten of ontsnapte vogels. De eerste broedgevallen, vanaf 1974, mislukten veelal door afschot en verstoring. Dit hield de stormachtige kolonisatie van Nederland echter niet tegen. Deze vond in eerste instantie plaats vanuit verspreidingskernen zoals in Noord- en Zuid-Holland en het westen en midden van Noord-Brabant. Nog steeds zijn deze provincies goed voor minstens de helft van de broedpopulatie. Tot in de jaren 1980 werden deze verwilderde dieren afgeschoten. Na 1987 werd dit niet meer gedaan. Tussen 1987 en 1997 steeg het aantal broedparen van 100 naar 225. Deze omvatte rond 2000 al 1200 paren en groeide daarna sterk door. Door het optreden van ondersoorten, hybriden en nakomelingen van mengparen (bijvoorbeeld met Brandgans of Grauwe Gans) vertoont een deel van de Grote Canadese Ganzen ‘onzuivere’ kenmerken.

Buiten broedtijd

Vóór het ontstaan van een eigen broedpopulatie waren Grote Canadese Ganzen alleen in strenge winters, zoals 1978/79, in noemenswaardige aantallen aanwezig. Het ging dan om Zweedse vogels. Zulke invasies worden niet meer vastgesteld of verdrinken in de snel gegroeide eigen populatie. Deze betreft grotendeels standvogels, ‘s winters aangevuld met vogels uit aangrenzende landen. Recent in Nederland geringde vogels zijn overigens wel teruggevonden tot in Zuid-Zweden. De belangrijkste verplaatsingen vinden plaats in de ruiperiode in juni, als vogels uit omringende landen in Nederland komen ruien, maar tegelijk vanuit Nederland ook ruitrek naar elders optreedt. De landelijke aantallen zijn vooral vanaf 1995 sterk toegenomen. De groepen zijn het grootst in nazomer en herfst, wanneer de ganzen veelal oogstresten op akkers bezoeken. In de loop van de winter vallen de meeste groepen uiteen. Tussen juni en augustus ontstaan rui-concentraties tot enkele duizenden vogels op grote open wateren. Geschatte broedpopulatie in Nederland: 9000-12.000 (2013-2015) en geschatte maximum winterstand in Nederland: 43.000-54.000 (2013-2015)

Voorkomen in Limburg

De Canadese Gans wordt ook meegeteld in de jaarlijkse tellingen, in geheel Limburg 2009 t/m 2014

Midden-Limburg 2009 2010 2011 2012 2013 VJT 2013 ZTL 2014 VJT 2014 ZTL
Totaal geteld 789 848 1067 1149 1232 1863 997 1305
VJT= voorjaarstelling en ZTL= Zomertelling
Print Friendly, PDF & Email

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.