Boomarter

De boommarter lijkt heel veel op de steenmarter maar heeft een gele vlek

De boommarter lijkt heel veel op de steenmarter maar heeft een gele vlek

Steen- en boommarter zijn ongeveer even groot. Ook de behendigheid, souplesse en klimvaardigheid hebben ze gemeen. De boommarter heeft een warmbruine vacht, een volle, pluimige staart die bijna een derde van de totale lengte in beslag neemt. Door de relatief lange achterpoten is de rug bij het lopen licht naar voren gebogen. De kop is spits met vrij grote oren. Poten en snuit zijn bijna altijd donkerder dan de kastanjebruine vacht. Wijfjes zijn over het algemeen kleiner dan mannetjes; ze hebben het formaat van een huiskat, maar zijn echter veel soepeler. De keelvlek is geler dan die van de steenmarter. In het veld is een correctie determinatie zelden eenvoudig. Door de variatie in de vachtkleur bij beide martersoorten wordt alles er niet makkelijker op.

Data:

  • Lengte: 40 – 58 cm
  • Staartlengte: 20 – 28 cm
  • Gewicht: 0,9 – 1,8 kg
  • Leeftijd: kan meer dan 10 jaar oud worden

Biotoop

De schuwe boommarter komt hoofdzakelijk in afgelegen bossen voor, waar de natuur zijn gang kan gaan en veel schuilplaatsen zijn. Hij komt echter ook voor in rotsige, bosloze streken. Ga dus bij de determinatie niet te gauw af op het biotoop waarin de waarneming werd gedaan: een marter in een boom is niet per definitie een boommarter. Boommarters kiezen hun rustplaatsen vaak in boomholten, konijnenholen, tussen boomwortels of onder takkenbossen. Om boommarters te vinden is het van belang om te letten op krabsporen, keutels en in het voorjaar op mogelijke nestbomen. Ook wijzen verkeersslachtoffers – hoe treurig ook – op de aanwezigheid van boommarter. In sommige gebieden ligt de dreiging van verwisseling met de steenmarter op de loer.

Voedsel

De boommarter vangt zijn prooi meestal op de grond. Hij is een voor-de-voet-jager en eet wat hij tegenkomt. Zijn eten bestaat uit insecten, slapende en jonge vogels, eieren, kleine zoogdieren (van muis tot halfwas konijn) en aas. In de nazomer en herfst eet de boommarter ook vaak bessen en vruchten. Als behendige klimmer en springer kan hij zijn leefgebied vanaf de grond tot in de boomtoppen benutten. De boommarter is het enige zoogdier dat in staat is een eekhoorn door de boomkruinen te achtervolgen en te vangen, al doet hij dit zelden.

Voortplanting

Boommarters paren in de zomer, maar de bevruchte eicel nestelt zich pas rond januari in de baarmoeder. De draagtijd duurt 8 à 9 weken. De 2 à 7 jongen worden in maart of april geboren. Het nest zit bij voorkeur in een holle beuk of eik, tussen boomwortels, en vaak in oude spechtenholen. Het duurt zeker zes weken voordat de jongen hun ogen openen en groot genoeg zijn om de buitenwereld te verkennen. Ze groeien snel en zijn aan het eind van de zomer net zo groot als de moeder, maar tot aan de eerste winterrui is hun vacht lichter en wolliger dan die van de volwassen dieren. Op een leeftijd van een maand of zes worden ze zelfstandig.

Gedrag

De Boommarter is hoofdzakelijk een nachtdier en overdag is hij zelden te zien. Hij klimt met gemak in bomen, waarbij hij zijn nagels in de schors slaat en zich met de achterpoten met schokkende bewegingen omhoog werkt. Bij een val komt hij altijd op zijn poten terecht. Marters kunnen zwemmen, maar vermijden deze natte situaties liever.

Aantallen

Behalve de mens kent de boommarter geen vijanden. Toch is het dier in het overal een zeldzaam dier geworden. Oorzaken hiervan zijn vooral de verdwijning van zijn geschikte biotoop – afgelegen bossen.

Zie ook voor verdere informatie www.werkgroepboommarter.nl

 

Print Friendly, PDF & Email