Jachtrecht verhuurd-verdeeld aan meerdere personen

image_pdfimage_print

Art. 34.1 Ffwet

Degene die ingevolge het bepaald in art. 33, onderdeel  a.b. of c

gerechtigd is tot het genot van de jacht, kan dat genot geheel of gedeeltelijk aan één ander verhuren, mits bij een schriftelijke en gedagtekende huurovereenkomst

  1. de eigenaar
  2. de erfpachter, vruchtgebruiker of beklemde meier (indien niet voorbehouden)
  3. de pachter (indien niet voorbehouden door de verpachter)

Is het genot van de jacht niet voorbehouden dan is hij grondgebruiker in de zin van dit artikel

Interpretatie

In dit art. is bepaald in hoeverre het genot van de jacht aan anderen kan worden overgedragen.

Het is degene die gerechtigd is tot het genot van de jacht (de jachthouder)toegestaan het genot van de jacht door middel van een jachthuurovereenkomst over te dragen.

Het recht kan ook gedeeltelijk worden overgedragen. Bijvoorbeeld uitsluitend het jagen op hazen.

Het zou daarom in theorie mogelijk zijn dat in een bepaald jachtveld voor elke wildsoort een aparte jachthouder rechten kan doen gelden. De wetgever heeft dat willen voorkomen. De mogelijkheid tot gesplitste verhuur van het genot van de jacht is daarom beperkt dat in het hetzelfde veld maximaal twee jachthouders kunnen bestaan.

De toestemming om het recht van het genot van de jacht gedeeltelijk d.w.z. gesplitst in wildsoorten, te verhuren, is beperkt tot de jachthouders die tevens eigenaar of grondgebruiker zijn.

De jachthuurder komt dat recht dus niet toe

Dit in tegenstelling zoals dat geregeld was in de Jachtwet –art. 4 en 6- waarin was geregeld dat voor elke wildsoort een aparte jachthouder toegestaan kon worden de aangehaalde wildsoort te bejagen mits daarvoor een jachthuurovereenkomst was afgegeven.

Reageren is niet mogelijk