Rattengif komt onbedoeld nog voor in veel wilde vogels en zoogdieren

Rattengif komt onbedoeld ook voor in veel wilde vogels en zoogdieren. Dat geldt vooral voor knaagdiereters zoals steenmarters, steenuilen, vossen, bunzings, kerkuilen en buizerds. Ook de vogeljagende havik en sperwer scoren hoog. Dat is de conclusie van het onderzoek, uitgevoerd door CLM Onderzoek en Advies, het Dutch Wildlife Health Centre, Bureau Waardenburg en Stichting Kennis- en Advies-centrum Dierplagen in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De onderzoekers bevelen aan om de toepassing van ratten- en muizengif verder te beperken.

Om ratten en muizen te bestrijden plaatsen plaagdierbeheersers lokdozen met giftig lokaas. Cameravallen lieten zien dat ook andere dieren bij – of zelfs in – de lokdozen komen, met name andere muizensoorten zoals spitsmuizen en verschillende zangvogels. Muizen slepen zelfs lokaas uit de lokdozen naar buiten, waardoor andere soorten, ook vogels, rodenticiden kunnen opnemen. Deze route is nog niet eerder in beeld gebracht en kan ongewenste blootstelling veroorzaken.

160 monsters onderzocht op 10 stoffen
In totaal zijn in 160 onderzochte levermonsters 10 verschillende stoffen gevonden. De meest frequent gevonden stoffen zijn bromadiolone, brodifacoum, difethialon en difenacoum. De hoogste concentraties zijn aangetroffen in knaagdiereters, zoals vossen, steenmarters, bunzings en wezels. Ook in kerkuilen, steenuilen en torenvalken zijn relatief hoge concentraties gemeten. In 8 monsters was de gevonden concentratie zelfs even hoog als die van volgens de literatuur aan rodenticiden gestorven dieren. De contaminatie kan plaatsvinden via het direct eten van lokaas door niet-doelsoorten, via het eten van doelsoorten die rodenticiden bevatten en via vergiftiging door het eten van niet-doelsoorten.

Integraal Plaagdier Management
Bruine en zwarte rat en huismuis mogen in Nederland onder strikte voorwaarden worden bestreden met rodenticiden. Buiten gebouwen is bestrijding alleen toegestaan door gecertificeerde plaagdierbeheersers; pas nadat zij eerst hebben geprobeerd de plaag zonder gif en met preventieve maatregelen of klemmen onder controle te krijgen, sinds 2017 volgens het Integraal Plaagdier Management. Toch is de vergiftiging van andere soorten sinds de toepassing van deze methode nog niet aantoonbaar afgenomen. Onderzoek naar de toepassingspraktijk biedt mogelijk meer duidelijkheid hierover. Daarnaast is monitoring nodig van de effectiviteit van het beleid, aan de hand van metingen aan rodenticiden bij indicatorsoorten, zoals de vos.

Zie voor meer informatie het rapport Kans op vergiftiging met rodenticiden van niet-doelsoorten in Nederland op de website van CLM Onderzoek en Advies.

bron: CLM Onderzoek en Advies, 25/02/20

Print Friendly, PDF & Email
Boekenlegger op de permalink.

Reacties gesloten.