Physical Address
304 North Cardinal St.
Dorchester Center, MA 02124
Physical Address
304 North Cardinal St.
Dorchester Center, MA 02124
De faunabeheerder gemeente Echt-Susteren en Sittard-Geleen


Zoë Martens uit Venlo leverde de politie een methode om stropers efficiënter op te sporen. Haar tip: gebruik gips voor forensische afdrukken in natuurgebieden. “Een afdruk van bijvoorbeeld een bandenspoor kan nét het ontbrekende bewijs leveren.”
De activiteiten van stropers vormen een groeiend probleem voor de natuur. Vooral ’s nachts begeven ze zich naar gebieden zoals de Meinweg, het Heuvelland en de Peel in Limburg. Ze zijn uitgerust met terreinwagens, getrainde honden en nachtkijkers, en maken gebruik van wapens met geluidsdempers om wild te vangen voor hun eigen gebruik of de handel.
De impact van stroperij op de natuur is niet te onderschatten. Niet alleen worden beschermde diersoorten bedreigd, maar ook het evenwicht in ecosystemen raakt verstoord. Zo kan het
verdwijnen van bijvoorbeeld reeën of everzwijnen leiden tot overmatige begroeiing of juist het ontbreken van bepaalde planten, doordat deze dieren een belangrijke rol spelen in hun leefgebied. Daarnaast lopen boswachters en andere natuurbeheerders steeds vaker tegen vernielingen aan, zoals kapotgereden paden, illegale wildslachtingen en achtergelaten afval. “Het is soms echt dweilen met de kraan open,” aldus een lokale boswachter.
Het opsporen van deze criminelen is voor de politie lastig, zo bevestigt het Limburgse milieuteam. Volgens de politie is het bij stropers veel ingewikkelder om ze op heterdaad te betrappen dan bijvoorbeeld bij fietsendieven op het station.
Die complexiteit komt mede doordat stropers vaak goed voorbereid zijn en hun kennis van het terrein gebruiken. Ze werken met portofoons, zetten soms zelfs hinderlagen uit voor toezichthouders en vermijden bewust plekken waar toezichtcamera’s hangen. Bovendien is het voor agenten lastig de uitgestrekte natuurgebieden effectief te controleren. “We kunnen niet overal tegelijk zijn”. “Daarom zijn we afhankelijk van slimme technieken en de hulp van burgers.”

De politie wilde via een stageproject meer inzicht krijgen in effectieve bestrijdingsmethoden tegen stroperij. Zoë Martens, destijds student Forensisch Onderzoek aan de Hogeschool van Amsterdam, nam deze uitdaging aan en deed zes maanden onderzoek bij het milieuteam. Ze analyseerde de werkwijze van stropers en gaf advies over het inzetten van forensische technieken om bewijslast te verzamelen en de arrestatiekans te vergroten.
Tijdens haar onderzoek sprak Zoë niet alleen met politie en boswachters, maar ook met experts op het gebied van forensische wetenschap. Ze bezocht verschillende natuurgebieden en observeerde hoe sporen in het veld ontstaan en hoe snel deze vervagen door weersomstandigheden of menselijke activiteit.
Gips
Op een ochtend op het politiebureau in Roermond lagen drie afgietsels op tafel: de afdrukken van een rennende ree, een grazende ree en een hond. Gips wordt al langer gebruikt voor het veiligstellen van schoenafdrukken op plaats delict, maar Zoë keek met een forensische blik naar de mogelijkheden in de natuur.
Het maken van gipsafdrukken in het veld vraagt om een zorgvuldige werkwijze. Eerst moet het spoor nauwkeurig worden afgebakend en schoongemaakt, zodat geen details verloren gaan. Daarna wordt het gipsmengsel gegoten, waarbij de temperatuur en luchtvochtigheid bepalend zijn voor het uitharden. “Soms duurt het uitharden langer in nat gras of modder, maar het resultaat is vaak verbluffend: je ziet zelfs de kleinste groeven en details terug,” aldus Zoë.
Het maken van gipsafdrukken is bekend van onderzoeken naar inbraak en moord, maar in Limburg werd deze methode nog niet ingezet bij milieudelicten zoals stroperij. Sinds Zoë’s onderzoek is de techniek nu opgenomen in het werkproces van het milieuteam.
Het resultaat is dat rechercheurs nu met meer vertrouwen het veld in gaan. “We kunnen nu echt bewijzen dat een bepaalde auto of hond op een specifieke plek is geweest,” aldus de woordvoerder van het milieuteam. Die tastbare bewijzen maken het verschil in de rechtszaal, waar foto’s soms te vaag of niet overtuigend genoeg zijn.
Zoë vertelt dat bij meldingen van stroperij vaak alleen foto’s van sporen werden gemaakt. Door gipsafdrukken te nemen, ontstaat controleerbare informatie zoals afmetingen, wat de bewijskracht vergroot.
DNA-sporen
Inmiddels afgestudeerd, ziet Zoë ook kansen in DNA-onderzoek. Een beet van een hond kan bijvoorbeeld via DNA leiden naar de eigenaar, terwijl bij een dode ree onderzocht kan worden of het dier door mensen is aangeraakt.
Naast dierlijk DNA wordt er ook gekeken naar menselijke sporen. Als een stroper bijvoorbeeld een dier draagt of een vangst in een voertuig laadt, kunnen er haren of huidcellen achterblijven. Door deze sporen veilig te stellen en te analyseren in het laboratorium, kan de politie verdachten direct koppelen aan het misdrijf. “Het is soms net CSI in het bos,” lacht Zoë. Toch benadrukt ze dat forensisch onderzoek in de natuur zijn eigen uitdagingen kent, zoals vervuiling van het spoor door regen of andere dieren.
Het milieuteam geeft aan dat dergelijke sporen waardevol zijn, maar altijd onderdeel van een breder onderzoek. Een bandenspoor kan het ontbrekende puzzelstukje kan zijn.
Camerabeelden
Naast forensisch bewijs zijn ook andere opsporingsmiddelen nodig, zoals camerabeelden en meldingen van getuigen. De politie benadrukt dat het publiek, boswachters en boeren nodig zijn om verdachte situaties te melden.
Steeds vaker worden in natuurgebieden zogenoemde wildcamera’s geplaatst. Deze automatische camera’s worden strategisch langs wildwissels en paden gehangen en maken foto’s zodra er beweging is. “Het is een handige manier om bewijs te verzamelen zonder dat je er zelf bij hoeft te zijn,” legt een lokale boswachter uit. “Maar ook hier geldt: privacy en zorgvuldigheid zijn belangrijk, want je wilt geen onschuldige wandelaars onnodig filmen.”
Zoë hoopt dat haar onderzoek zal bijdragen aan het terugdringen van stroperij en een gezondere natuur, omdat ze een groot hart voor dieren heeft.
Volgens haar zijn bewustwording en samenwerking van groot belang. “Alleen als we samen alert blijven en nieuwe technieken toepassen, kunnen we de natuur beschermen voor toekomstige generaties.” Inmiddels geeft Zoë gastlessen op scholen en werkt ze samen met natuurorganisaties om kennis te delen. “Het zou fantastisch zijn als mijn Zoë (22) ontdekte hoe sporen en DNA de kans op arrestatie vergroten.