CDA stelt Kamervragen over de Rode Lijst zoogdieren

CDA Tweede Kamerlid Maurits von Martels heeft op 9 november Kamervragen gesteld over de recent gepubliceerde Rode Lijst zoogdieren. De Jagersvereniging is kritisch over het rapport wat hieraan ten grondslag ligt en de criteria van de Rode Lijst. Von Martels deelt die kritiek en stelde de onderstaande vragen aan minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid.

Om de Rode Lijst zoogdieren vast te stellen heeft de Zoogdiervereniging het ‘Basisrapport Rode Lijst Zoogdieren 2020’ opgesteld. Von Martels vraagt zich af of bij de aanbesteding er andere geïnteresseerde partijen waren en hoe de minister tot haar keuze kwam voor de Zoogdiervereniging. Ook vraagt hij de minister hoe de objectiviteit en onafhankelijkheid van de opstellers geborgd wordt.

Gegevens verzamelen: toeval of gericht monitoren?
Voor het vaststellen van de aantallen haas en konijn is er sinds de jaren ’90 het monitoringsprogramma dagactieve zoogdieren, uitgevoerd door vrijwilligers (vogelaars) van SOVON. Daarin wordt aan vogelaars gevraagd om naast het monitoren van vogels ook de zoogdieren die zij tegenkomen te noteren. Dit is geen gerichte telling voor zoogdieren en wordt ook niet landsdekkend uitgevoerd. Dit in tegenstelling tot de tellingen van de Wildbeheereenheden (WBE) in Nederland. Jagers kunnen daarbij ook gebruik maken van nacht- en warmtebeeldkijkers, waardoor men een veel beter beeld krijgt van de aantallen zoogdieren in het veld.

Von Martels vraagt terecht waarom er voor het vaststellen van de Rode Lijst zoogdieren gebruik wordt gemaakt van een telmethode waarin zoogdieren ‘bijvangst’ zijn. Ook vraagt hij de minister waarom de cijfers van de WBE’s niet worden meegenomen. Als De Jagersvereniging door het ministerie van LNV en de Zoogdiervereniging betrokken was geweest bij dit project, had men dit verder uit kunnen zoeken. Helaas is dit niet gebeurd.

Criteria
Voor de Rode Lijst hanteert het ministerie van LNV een aantal vaste criteria. Zo wordt de populatietrend van de soort berekend van 1950 tot nu. Von Martels is hier verbaasd over en vraagt zich of hoe relevant deze trend is als er niet wordt gecorrigeerd voor veranderingen in het landschap.

Ter vergelijking: de Europese Rode Lijst voor zoogdieren kijkt veel minder ver terug. Die hanteert een periode van 10 jaar om te kijken of de stand van hazen en konijnen toe- of afneemt. Als we die regel toepassen op de Nederlandse situatie, dan zouden beide soorten niet voor de rode lijst kwalificeren. Von Martels vraagt aan de minister waarom hier niet voor gekozen en of het klopt dat, bij gebruik van een kortere periode, het haas en konijn niet op de Rode Lijst zouden zijn gekomen?

Onafhankelijke autoriteit faunagegevens
De Jagersvereniging pleit voor een onafhankelijke Autoriteit Faunagegevens. Dat pleidooi neemt Von Martels over en hij vraagt de minister of zij dit kan meenemen in haar plannen voor de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De NDFF moet in de toekomst openbaar toegankelijk zijn; De Jagersvereniging ziet graag dat daarbij ook een Autoriteit Faunagegevens wordt aangewezen die staat voor objectiviteit en onafhankelijke validatie.

Kamervragen

Vraag 1

Is er bij de aanbesteding van de opdracht ‘Basisrapport Rode Lijst Zoogdieren 2020’ naast de Zoogdiervereniging interesse geweest van andere partijen, zoals de Wageningen University & Research (WUR)? 1)

Vraag 2

Denkt u dat het beter zou zijn om voor onafhankelijke partijen te kiezen?

Vraag 3

Hoe waarborgt u de objectiviteit van de samenstellers, zeker als het private partijen zijn?

Vraag 4

Welke criteria zijn er gebruikt bij het samenstellen van de begeleidingscommissie van het basisrapport en was het de bedoeling dat daar ook belanghebbenden in plaatsnamen?

Vraag 5

Is er bij het externe commentaar op pagina 11 van het basisrapport ook terugkoppeling gevraagd van belanghebbenden? Zo nee, waarom niet?

Vraag 6

Was het voor belanghebbenden mogelijk om te reageren op het basisrapport? Zo ja, hoe heeft u dit georganiseerd? Zo nee, waarom niet?

Vraag 7

Kunt u verantwoorden waarom het rapport 1950 als basisjaar hanteert voor het vaststellen van de trend?

Vraag 8

Waarom wijkt de Nederlandse Rode Lijst voor wat betreft het vaststellen van de trend af van de criteria van de ‘International Union for Conservation of Nature and Natural Resources’ (IUCN) die kijken naar een trend op basis van de afgelopen tien jaar of drie generaties?

Vraag 9

Zou er, als er gekeken wordt naar een trend op basis van de afgelopen tien jaar of drie generaties om ook de populatietrend op langere termijn te kunnen beoordelen, dan niet gecorrigeerd moeten worden voor permanente veranderingen in het landschap?

Vraag 10

Is er voor permanente ruimtelijke veranderingen gecorrigeerd in de trendberekeningen? Zo nee, in hoeverre geeft die trend dan een reëel beeld van de populaties in dit rapport?

Vraag 11

Welke gevolgen heeft het voor het vaststellen van de Rode Lijst dat er gebruik wordt gemaakt van gegevens uit het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) waarvan bekend is dat dit geen landelijk dekkend netwerk heeft?

Vraag 12

In hoeverre denkt u dat ‘dag-actieve zoogdieren’-monitoring de meest ideale vorm van monitoren is?

Vraag 13

Is het in het geval van zoogdieren als de haas en het konijn mogelijk om een monitoringsprogramma te gebruiken dat specifiek gericht is op het monitoren van deze soorten? Zo nee, waarom niet?

Vraag 14

Waarom is in het basisrapport in 2020 geen gebruik gemaakt van de informatie en tellingen van en door Wildbeheereenheden (WBE)?

Vraag 15

Denkt u niet dat het relevant is, gezien het gebruik van de WBE-data in de provincies, om deze data ook te gebruiken bij het vaststellen van de nationale Rode Lijst? Zo ja, gaat u dit in de nabije toekomst aanpassen?

Vraag 16

Bent u op de hoogte van de reactie van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging waarin wordt aangegeven dat er vanuit de WBE-data een ander beeld ontstaat over de trend van de haas en wat is uw reactie hierop?

Vraag 17

Bent u ervan op de hoogte dat wanneer men rekent met de WBE-data en gebruik maakt van de trend op basis van de laatste tien jaar, de haas en het konijn niet geclassificeerd hoeven te worden als ‘gevoelig’ en wat is uw reactie hierop?

Vraag 18

Bent u het licht van het transitieplan van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) voornemens om een landelijke autoriteit aan te wijzen voor faunagegevens?

Vraag 19

Kunt u beloven dat er een transparant proces komt voor validatie van gegevens in de NDFF?

Vraag 20

Waarom blijven predatoren zoals vos, ooievaar, kraai, marters et cetera buiten beeld in het rapport voor wat betreft predatie die een negatieve invloed hebben op de populatie van hazen en konijnen, terwijl wel gesteld wordt dat predatie door gedomesticeerde katten een negatieve invloed heeft op de populatie van hazen en konijnen?

Vraag 21

Kan de bewering in het rapport dat konijnen te lijden hebben onder de hoge stikstofdispositie verder worden onderbouwd?

1) NOS, 3 november, ‘Konijn en haas op rode lijst met bedreigde zoogdieren, otter en zeehond eraf’ (https://nos.nl/l/2355054)

image_pdfimage_print
Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.