Benelux dossier beheer en schadebestrijding aangepast

Onderwerp: RE: Benelux-dossier; beheer en schadebestrijding

Aan wie dit betreft: bijgaand afschrift van de getekende versie van de beschikking.

Gisteren heeft Minister Timmermans in zijn hoedanigheid van voorzitter van het Comité van Ministers van de Benelux Unie, Beschikking M (2014) 3 vastgesteld.

Dit is de door Nederland gevraagde schriftelijk toestemming conform artikel 13, eerste lid, van de Benelux-overeenkomst Jacht en Vogelbescherming om de huidige praktijk van beheer en schadebestrijding te mogen voortzetten conform de Flora- en faunawet en, waar nodig, in afwijking van de bepalingen van de Benelux-overeenkomst.

In bijgaande link naar de website van de Benelux Unie (http://www.benelux.int/nl/publicaties/publicaties-overzicht/wildhygieneregels-de-benelux) is de bevestiging van de ondertekening te vinden.

Op deze plek zal uiteindelijk ook een afschrift van de beschikking komen te staan, maar dat gebeurt, denk ik, pas na publicatie van de beschikking in het publicatieblad van de Benelux.

Ik ben nog in afwachting van een afschrift van de getekende versie, maar bijgaand voeg ik alvast een ongetekende versie.

In de beschikking staat dat het Comité de regeringen van de Benelux-landen toestemming verleent om afwijkingen toe te staan met het oog op natuurbeheer, wetenschap en het voorkomen van schade.

Voorwaarde is dat lidstaten aan de Benelux kennisgeving doet van die afwijkingen.

Met de juristen van het secretariaat is afgesproken dat het oorspronkelijke verzoek van de Staatssecretaris voor de schriftelijke toestemming kan worden beschouwd als de kennisgeving door Nederland.

De formulering van het oorspronkelijke verzoek was toestemming om de huidige praktijk van populatiebeheer en bestrijding van schadeveroorzakende dieren voort te zetten en dit te doen in afwijking van het gestelde bij of krachtens artikel 2 3 en 4 van de Benelux-overeenkomst Jacht en Vogelbescherming, voor zover dit nodig is in het belang van de wetenschap, van het natuurbeheer of tot voorkoming van schade.

Ik zal de Staatssecretaris volgende week een advies voorleggen om een afschrift van de beschikking toe te zenden aan de verantwoordelijke gedeputeerden en de Tweede Kamer.

Met vriendelijke groet,

mr. R.J.A. Donner

Programmadirectie Juridisch instrumentarium Natuur en Gebiedsinrichting

Ministerie van Economische Zaken

Print Friendly, PDF & Email

Kamerbrief Staatssecretaris Dijksma over afschieten katten

wilde-katTijdens het ordedebat van 12 november 2013 heeft het lid Thieme (PvdD) mij gevraagd per brief aan te geven hoe ik de motie van 7 november 2013 over het niet afschieten van katten zal gaan uitvoeren.

De besluitvorming over het al dan niet beperken van een populatie zwerfkatten is neergelegd op provinciaal en gemeentelijk niveau. Het afschieten van verwilderde huiskatten is mogelijk in het kader van de bestrijding van overlast en schade. De faunabeheereenheden kunnen in het buitengebied de populatie verwilderde katten beperken om de overige fauna in een gebied te beschermen, of op verzoek van gemeenten vanwege de overlast. De Flora- en faunawet beschermt de verwilderde huiskat niet, maar er is wel een ontheffing nodig om het jachtgeweer te mogen”gebruiken.

Lees verder: kamerbrief-over-afschieten-van-katten.pdf

Print Friendly, PDF & Email

Nieuwsbrief Faunafonds – Ganzenschade in de winterperiode

ganzenschade

Hoewel het ganzenakkoord van tafel is geven provincies aan dat zij het beleid voorlopig op basis van de uitgangspunten van het akkoord invullen. Als gevolg hiervan is bestrijding van ganzen in deze winterperiode, tot 1 april 2014, geen voorwaarde om voor een tegemoetkoming van het Faunafonds in aanmerking te komen.

Begin december 2013 hebben de G7 partners (De12Landschappen, de Federatie Particulier Grondbezit (FPG), de Landbouw- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO), Natuurmonumenten, Stichting Agrarisch en Particulier Natuur- en Landschapsbeheer Nederland, Staatsbosbeheer en Vogelbescherming Nederland) en het IPO geconstateerd dat er geen verder draagvlak is voor de invoering van het G7 Ganzenakkoord. Als gevolg hiervan is het nu aan de individuele provincies om het beleid ten aanzien van de overwinterende ganzen uit te stippelen. Provincies hebben hierover aangegeven daar waar mogelijk te willen aansluiten bij de uitgangspunten van het akkoord. De exacte invulling per provincie zal de komende zomerperiode duidelijk moeten worden.

Eén van de uitgangspunten uit het akkoord was dat bestrijding van overwinterende ganzen geen voorwaarde (meer) is om voor een tegemoetkoming in de ganzenschade in aanmerking te komen. Vooruitlopend op de provinciale beleidsinvulling hebben de provincies het Faunafonds gevraagd om bij verzoekschriften die deze winter zijn ingediend geen controle op ver- en bejagingsinspanning ter voorkoming en beperking van schade uit te voeren. Hierom is het deze winterperiode (tot 1 april) niet nodig ganzen te bestrijden om een vergoeding van het Faunafonds te kunnen krijgen. Dit geldt zowel bij schade op kwetsbare als op niet kwetsbare gewassen.

Dat het treffen van maatregelen (verjaging en ondersteunend afschot) geen voorwaarde is om voor een tegemoetkoming in de schade in aanmerking te komen, wil overigens niet zeggen dat de ganzen niet bestreden mogen worden. Buiten de begrensde foerageergebieden en Natura 2000 gebieden worden deze winterperiode nog gewoon ontheffingen verleend ter bestrijding van de ganzenschade. Mocht u de schade willen bestrijden neem dan contact op met faunabeheereenheid of provincie om de mogelijkheden na te gaan.

Bij schade die ontstaat door overzomerende ganzen na 1 april geldt dat bestrijding wel weer een voorwaarde is om voor een tegemoetkoming van het Faunafonds in aanmerking te kunnen komen. Bij verzoekschriften die daarop betrekking hebben worden de ver- en bejaaginspanningen wel weer getoetst.

Print Friendly, PDF & Email

Verdenking Afrikaanse varkenspest waarop letten en hoe te handelen

grote bagge Echt

In Polen, Oekraïne en Litouwen is de Afrikaanse varkenspest geconstateerd, dit kan ernstige gevolgen hebben voor ook de wilde zwijnen in deze gebieden.

Het snel opsporen van een besmetting met Afrikaanse varkenspest is cruciaal om de schade voor de Nederlandse varkenshouderij en de hier levende wilde zwijnen beperkt te houden.

Wat is varkenspest?

Varkenspest is een virusziekte die voorkomt bij varkens. Er zijn 2 soorten: de klassieke varkenspest en de Afrikaanse varkenspest. De 2 ziektes lijken erg op elkaar, maar worden veroorzaakt door verschillende virussen. Beide soorten zijn erg besmettelijk en vaak dodelijk voor de varkens. Het virus is ongevaarlijk voor mensen.

Besmetting varkenspest

Varkens kunnen op verschillende manieren geïnfecteerd raken met het virus. Dit gebeurt bijvoorbeeld door het opeten of inademen van besmet materiaal (stof, vloeistof, mest of voedsel). Of via inseminatie met besmet sperma.

Of een varken besmet raakt, hangt onder meer af van de hoeveelheid opgenomen virus en de weerstand van het dier.

Eenmaal besmette dieren kunnen elkaar besmetten. Biggen kunnen besmet raken in de baarmoeder van de zeug en na de geboorte het virus verspreiden.

Varkenspest ongevaarlijk voor mensen

Het virus is ongevaarlijk voor mensen. Mensen kunnen het virus wel verspreiden, onder meer via kleding, schoenen en handen. Ook besmette materialen (bijvoorbeeld voertuigen, instrumenten en injectienaalden) en etensresten die als diervoeding worden gebruikt, kunnen voor verspreiding van het virus zorgen.

Symptomen varkenspest

Bij een acuut geval van varkenspest zijn de verschijnselen onder andere:

  • koorts;
  • Bloederige diaree;
  • gebrekkige eetlust;
  • blauwe verkleuring van oren, poten, staart en snuit en afsterven van een gedeelte van de huid;
  • huidbloedingen;
  • trillingen op de huid.
  • Bij een langdurig (chronisch) verloop van varkenspest zijn de verschijnselen minder duidelijk. De varkens zijn sloom, hebben een wisselende eetlust, hebben last van diarree en vermageren. Bij deze vorm is de huid van de dieren bleek en staan de haren overeind.

Melden symptomen varkenspest verplicht

Vermoedt u dat 1 van uw varkens varkenspest heeft? Dan moet u dit melden aan de meldkamer van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Ook moet u een dierenarts inschakelen.

Voorkomen van varkenspest

De volgende maatregelen kunnen ervoor zorgen dat het virus zich niet verspreidt:

verbod op import en export;verbod op voeren van etensresten;reiniging en ontsmetting van transportwagens;transportbeperkingen;Inentingen.

Het is de varkenshouder die zijn varkens dagelijks ziet en als eerste kan opmerken dat er iets aan de hand is. De varkenshouder kan dan, meestal in overleg met zijn dierenarts, kiezen uit een aantal mogelijke vervolgstappen:

1) Verrichten van sectie op gestorven varkens

Als er sprake is van sterfte, en Afrikaanse varkenspest is nog niet een serieuze mogelijkheid, kan er besloten worden om sectie te laten verrichten door de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD), of een daarvoor erkende en aangewezen dierenartspraktijk. Op basis van het beeld op de sectietafel kan er eventueel toch een verdenking op Afrikaans varkenspest ontstaan. Op dat moment zal de uitvoerende patholoog dat bij de NVWA melden als een officiële verdenking.

2) Melden van een AVP-verdenking bij de NVWA

Als de klinische verschijnselen van dusdanige aard zijn dat Afrikaanse varkenspest een reële mogelijkheid is, dient dit gemeld te worden bij de NVWA. In de praktijk lijken Klassieke en Afrikaanse varkenspest zoveel op elkaar dat in zo’n geval een varkenshouder of dierenarts wel aan Klassieke varkenspest zal denken, maar niet of zelden aan Afrikaanse varkenspest. Bij de volgende verschijnselen zou men echter eerder aan Afrikaanse varkenspest dan aan Klassieke Varkenspest kunnen denken:

Bloederige diarree

Snel en veel sterfte bij zieke dieren (of sterfte voordat ziekteverschijnselen gezien worden).

Bij twijfel kunnen de klinische verschijnselen worden aangevinkt op de website Snelle signalering varkensziekten om een waarschijnlijkheidsdiagnose en eventuele aanbevolen vervolgstappen in beeld te krijgen.

In de praktijk is het overigens niet heel relevant of er nu aan Klassieke of Afrikaanse varkenspest gedacht wordt. In geval van een verdenking van één van beide worden de ingezonden monsters bij het CVI op beide ziekten onderzocht.

Klinische verschijnselen

De incubatietijd van Afrikaanse varkenspest varieert van 2-10 dagen, afhankelijk van de virulentie van het virus. Veel virussen die rechtstreeks vanuit de wildcyclus worden verspreid naar gedomesticeerde varkens geven heel snel ernstige ziekteverschijnselen bij gedomesticeerde varkens, met een hoog percentage sterfte, tot wel 100%. Er zijn echter ook virusstammen die minder sterfte geven, maar dan nog altijd aan 30-70%.

Klinische verschijnselen kunnen veel lijken op die van klassieke varkenspest:

Zie voor meer informatie: http://www.nvwa.nl/onderwerpen/regels-voor-ondernemers-dier/dossier/voorkomen-en-bestrijden-van-dierziekten/melden-dierziekten

Print Friendly, PDF & Email

Roofvogels verdwijnen uit Nederland door aminozuur tekort

slechtvalk  in actie

In 20 jaar tijd is het aantal sperwers op de hogere zandgronden van Nederland met tweederde verminderd en het aantal haviken is gehalveerd. Dat komt door een tekort aan aminozuren die de vogels uit hun voedsel halen, zo blijkt uit onderzoek van bioloog Arnold van den Burg van de Radboud Universiteit.

Sperwers zijn roofvogels die zich voornamelijk ophielden in bossen, maar inmiddels leven ze ook meer op het platteland, in parken, tuinen en stedelijk gebied. Vooral op de grote voormalige heide- en stuifzandontginningen van de Veluwe zijn de roofvogels bijna verdwenen. En datzelfde geldt ook voor bosrijke zandgronden in Brabant, Overijssel en Drenthe. Inmiddels zijn er in Nederland nog maar 2.000 sperwers over en daarmee is de roofvogel op de oranje lijst van bedreigde vogelsoorten beland.

De sterke teruggang in de roofvogelpopulatie in deze gebieden heeft volgens Van den Burg te maken met een opnametekort van bepaalde aminozuren in het voedsel: “Er is wel voedsel te vinden in de bossen, maar dat is niet van voldoende kwaliteit, waardoor de vogels niet tot broeden komen. Ze krijgen onvoldoende voedingsstoffen binnen om eieren te produceren. Ze kunnen zich dus niet voortplanten en achterblijvers verplaatsen zich naar voedselrijkere gebieden.”

De aminozuren die de roofvogels nodig hebben, worden geproduceerd onderin de voedselketen, bijvoorbeeld door eikenbomen. Eiken hebben moeite aminozuren te maken door vervuiling in de lucht en tekort aan mineralen in de bodem. De lucht bevat tegenwoordig te veel stikstof en de grond te weinig mineralen, waardoor de bomen niet de juiste voedingsstoffen in hun blad krijgen om aminozuren aan te maken. De stikstof uit de lucht wordt omgezet in andere stikstofhoudende verbindingen dan aminozuren, die mogelijk giftig zijn voor rupsen en via zangvogels ook effecten hebben op sperwers. Ook in andere onderzoeken vond Van den Burg aanwijzingen dat aminozuurtekort een veroorzaker is van de teruglopende vogelstand. Zo blijken zangvogels in bossen op mineraalarme bodems op de Zuid-West Veluwe moeite te hebben met het doorgeven van vitamine B2 in hun eieren, wat een aminozuurafhankelijk proces is.

Van den Burg: “Door milieu-invloeden is het bosecosysteem aangetast, wat je terugziet in de vitaliteit van de eikenboom, de overleving van vlinderrupsen, de vitamine B huishouding van zangvogels en de stand van de roofvogels. Herstel is wenselijk, maar moeilijk. Je zou kunnen denken aan het bemesten van de verarmde bodems met mineralen, zodat het evenwicht met de aanwezige stikstof wordt teruggebracht. Maar we willen het voedselarme karakter van de gronden ook niet te zeer aantasten, omdat dat ook een cultuurhistorisch gegeven is. Het gaat om de juiste balans voor het juiste stuk grond. We moeten ook oppassen dat we met bodemverrijking niet een ander landschap creëren dat niet meer lijkt op het oorspronkelijke.”

bron: Radboud Universiteit Nijmegen, 20/02/14

 

Print Friendly, PDF & Email

Schade dassen blijft achter bij groeipopulatie

Dassenschade mais en weiland

Met het oog op de toename van de dassenpopulatie in Nederland en de mogelijk daaruit volgende toename in gewasschade heeft de Zoogdiervereniging in opdracht van het Faunafonds onderzoek uitgevoerd naar de verwachte ontwikkeling van de dassenpopulatie, de schadeontwikkeling en mogelijke preventieve maatregelen. De onderzoeksresultaten laten zien dat de dassenschade minder stijgt dan op basis van de populatiegroei werd verwacht.

De dassenpopulatie in Nederland bereikte in 1980 haar dieptepunt. Daarna is er in grote delen van het land de populatie hersteld. Momenteel vertoont de dassenpopulatie een sterke groei met globaal elke 5 jaar een toename qua verspreiding van 25%. De toename in verspreiding houdt gelijke tred met de dichtheid.

Dassenschade treedt vooral op in maïs en grasland, daarnaast komt er schade voor in zomer- en wintergranen en andere akkerbouwgewassen. Incidenteel is sprake van graafschade aan onroerend goed en infrastructuur. Op basis van de dichtheid en het voorkomen van de dassen in Nederland in relatie tot het aantal schademeldingen is geconstateerd dat het aantal meldingen wel toeneemt, maar dat deze toename minder is dan op grond van de toename van de dassenpopulatie werd verwacht.

Door de toename van de populatie dassen in Nederland, zowel wat betreft verspreiding als in dichtheid, zal de door dassen veroorzaakte schade in de toekomst vermoedelijk blijven toenemen. Uitgaande van het gemiddeld aantal schademeldingen kan het aantal meldingen tot 2,5 maal zo hoog zijn in 2030 ten opzichte van het aantal meldingen in 2010. In dat jaar werden 763 meldingen van schade gedaan. Of de gewasschade door dassen ook daadwerkelijk 2,5 keer zo groot wordt is mede afhankelijk van gewasprijsontwikkeling, teelttechnieken en tolerantie van grondgebruikers.

De uitdaging voor de toekomst is enerzijds te zorgen dat de das zijn oorspronkelijke leefgebied in Nederland weer kan innemen, anderzijds om het draagvlak onder de bevolking vast te houden door eventuele problemen beheersbaar te maken. Om de balans tussen das en mens te handhaven is uitgebreide communicatie en professioneel advies bij conflicten van belang. Voorlichting over de toepassing van preventieve maatregelen en een fonds voor tegemoetkoming bij optredende schade zijn essentieel. In het geval van onacceptabele schade of gevaar voor de veiligheid dient lokaal ingegrepen te kunnen worden.

Zie voor meer informatie het rapport Dassenschade en -preventie op de website van het Faunafonds.

bron: Faunafonds, 21/02/14

Print Friendly, PDF & Email

Provincies willen bestrijden overlast ganzen vereenvoudigen

grauwe-ganzen-op-het-landDe provincies willen het landelijke schadefonds voor ganzen maximaliseren op twee miljoen euro. Op die pot kunnen agrariërs een beroep doen wanneer hun gewassen in de zomer door foeragerende ganzen worden vernield. Dat is volgens gedeputeerde Carla Schönknecht één van de maatregelen die in het gezamenlijk overleg (IPO) van de provincies is besproken als vangnet voor het mislukte ganzenakkoord.

Die overeenkomst tussen provincies, landbouw- en natuurorganisaties spatte eind vorig jaar uit elkaar na een meningverschil over de winterrust voor ganzen.

De provincies zijn het er volgens Schönknecht ook over eens dat het makkelijk moet worden om overlast van ganzen te bestrijden. In dat verband wordt ook nog eens nadrukkelijk naar het gebruik van koolstofdioxide (CO2) gekeken.

De vergoeding voor nevenschade wordt afgeschaft, zei de gedeputeerde vrijdag in de Statencommissie Ruimte, Ecologie en Water.

Print Friendly, PDF & Email

Jachtrecht verhuurd-verdeeld aan meerdere personen

Art. 34.1 Ffwet

Degene die ingevolge het bepaald in art. 33, onderdeel  a.b. of c

gerechtigd is tot het genot van de jacht, kan dat genot geheel of gedeeltelijk aan één ander verhuren, mits bij een schriftelijke en gedagtekende huurovereenkomst

  1. de eigenaar
  2. de erfpachter, vruchtgebruiker of beklemde meier (indien niet voorbehouden)
  3. de pachter (indien niet voorbehouden door de verpachter)

Is het genot van de jacht niet voorbehouden dan is hij grondgebruiker in de zin van dit artikel

Interpretatie

In dit art. is bepaald in hoeverre het genot van de jacht aan anderen kan worden overgedragen.

Het is degene die gerechtigd is tot het genot van de jacht (de jachthouder)toegestaan het genot van de jacht door middel van een jachthuurovereenkomst over te dragen.

Het recht kan ook gedeeltelijk worden overgedragen. Bijvoorbeeld uitsluitend het jagen op hazen.

Het zou daarom in theorie mogelijk zijn dat in een bepaald jachtveld voor elke wildsoort een aparte jachthouder rechten kan doen gelden. De wetgever heeft dat willen voorkomen. De mogelijkheid tot gesplitste verhuur van het genot van de jacht is daarom beperkt dat in het hetzelfde veld maximaal twee jachthouders kunnen bestaan.

De toestemming om het recht van het genot van de jacht gedeeltelijk d.w.z. gesplitst in wildsoorten, te verhuren, is beperkt tot de jachthouders die tevens eigenaar of grondgebruiker zijn.

De jachthuurder komt dat recht dus niet toe

Dit in tegenstelling zoals dat geregeld was in de Jachtwet –art. 4 en 6- waarin was geregeld dat voor elke wildsoort een aparte jachthouder toegestaan kon worden de aangehaalde wildsoort te bejagen mits daarvoor een jachthuurovereenkomst was afgegeven.

Print Friendly, PDF & Email