1

Standaard beperking jacht bij vogelgriep opgeheven

De minister van LNV heeft 27 januari besloten dat jacht en faunabeheer niet langer standaard beperkt of verboden worden in regio’s waar een geval van vogelgriep is vastgesteld. Afgelopen maanden heeft de Jagersvereniging richting de politiek aangekaart dat deze maatregel niet bewezen effectief is, maar juist buitenproportionele belemmeringen opwerpt.

Let op! Dit geldt voor nieuw vastgestelde uitbraken van vogelgriep. Bij de nog bestaande uitbraken in Loo, Nijkerk en Abbega gelden nog de oude maatregelen.

Caroline van der Plas (BBB) bracht het punt in tijdens het laatste Kamerdebat over vogelgriep. Afgelopen vrijdag besloot de minister het standaard verbod op faunabeheer in de beperkingszone op te heffen. In zijn brief aan de Tweede Kamer over de stand van zaken rond vogelgriep stelde hij:

“In het commissie debat zoönosen en dierziekten van 13 oktober 2022 heb ik toegezegd de Kamer voor het einde van het jaar te informeren over de belangenafwegingen inzake sector, jacht, recreatie en militair gebruik van en in natuurgebieden. Onderdeel van de in te stellen maatregelen in de beperkingszones, die ingesteld worden wanneer een bedrijf besmet is met vogelgriep, is een verbod op het vangen en doden van wilde watervogels en andere dieren in het kader van populatiebeheer en de uitoefening van de jacht, wanneer dat wilde watervogels kan verstoren. Ik heb besloten voortaan niet meer standaard een verbod op faunabeheer in te stellen in de beperkingszone.”

In de beslisnota staat hierover aangegeven;

Jagen en beheer van wild
• U informeert de Kamer over uw besluit om niet meer standaard een verbod op faunabeheer in te stellen in een beperkingszone. Enkele provincies hebben meermaals laten weten problemen te ervaren door deze maatregel. Dit was aanleiding om deze maatregelen te heroverwegen.
• De Deskundigengroep Dierziekten is daarom om advies gevraagd, ze hebben in aangegeven dat het mogelijk is dat in gebieden rondom de uitbraak de prevalentie (het percentage) zieke wilde vogels hoger is, en het daarom zinvol is om vogels niet te verstoren. Er zijn echter geen gegevens die aangeven wat de bijdrage is van faunabeheer met betrekking tot het verstoren van wilde vogels.
• Er zijn naast faunabeheer nog tal van andere activiteiten die wilde watervogels kunnen verstoren, waarvoor niet is voorzien in een verbod in de beperkingszone. Voorbeelden zijn watersporten en vliegen met drones en harde geluiden. Het is niet mogelijk en niet proportioneel om in beperkingszones al deze activiteiten te verbieden en zo te sturen op het voorkomen van verplaatsingen van wilde vogels. Daarnaast verplaatsen wilde vogels zich voornamelijk vanwege veranderende weersomstandigheden en de aantrekkelijkheid van bepaalde foerageergebieden.
• Het verbod op bejagen heeft consequenties voor provincies; provincies moeten de schade die ganzen veroorzaken vergoeden wanneer zij niet in het kader van faunabeheer gedood mogen worden. En als er niet beheerd kan worden is de schade hoger.
• Daarom heeft u deze maatregel voor dit moment opnieuw tegen het licht gehouden en de nut en noodzaak afgewogen tegen de impact.
• Daaruit volgt dat u heeft besloten voortaan niet meer standaard een verbod op bejagen in te stellen in de beperkingszone

De volledige Kamerbrief is hier te downloaden:

https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=2023D03089




Fruitteler het haasje

Vorig jaar heeft de minister Van der Wal voor drie provincies, Groningen, Utrecht en Limburg, een afschotverbod afgekondigd voor hazen.

Volgens telling van Sovon, de vereniging van vogeltellers, zou het slecht gaan met de stand van de hazen. Maar dat is in Noord Limburg zeker niet het geval. Voor Huub Cremers in Blitterswijck (L) zijn de gevolgen enorm, zoals te zien is in dit filmpje. Veel appelbomen hebben, binnen één week tijd, vraatschade opgelopen. Vooralsnog is dat aan een zijde van de stam, maar Cremers vreest het ergste. “Als dat doorgaat, rondom de stam, zijn al die bomen ten dode opgeschreven.”

Graven van hoogwatergeul

Ook twee jaar geleden had Cremers veel schade door hazen. “In dat jaar is de situatie volledig veranderd. Daarvoor had ik geen noemenswaardige schade. Maar dat jaar zijn ze hier gaan graven en hebben een hoogwatergeul aangelegd, grenzend aan mijn boomgaard. Er is toen ongeveer honderd ha afgegraven. Dat heeft veel hazen mijn boomgaard ingejaagd. Met een warmtecamera spotten we toen dertig of veertig hazen op een perceel van 3 ha. Die hebben veel bomen rondom kaal geschild. Ondanks dat we er toen wel een aantal hebben afgeschoten, had ik toch een schadepost van twintigduizend euro.”

200 hazen!

Cremers is ten einde raad. Hij vreest dat de schade dit jaar nog hoger zal worden. “Vorig jaar hadden we nauwelijks schade. Door de overstromingen zijn veel hazen verdronken. Het mooie, droge weer van 2022 was echter perfect voor ze. Ze hebben flink gefokt. Met de warmtecamera legden we meer dan 200 hazen in ons jachtgebied van 400 ha vast!
Normaal gesproken zouden dat 100 hazen moeten zijn. Dan hebben ze allemaal voldoende te eten en veroorzaken ze bijna geen schade.”
De boomgaard van Cremers bleek een waar feestterrein voor de hazen. “Volgens de jagers zijn er ‘s nachts in mijn boomgaard van 2,7 ha wel 47 hazen gespot! Dat is toch niet normaal?”

Afrastering

Zijn grote ergernis is dat de instanties hun handen er vanaf lijken te trekken. “Ik heb al bij de Provincie en het ministerie aan de bel getrokken. Dan krijg je als antwoord dat je maar een afrastering moet neerzetten. Maar dat kan helemaal niet! Dan kan ik er ook niet meer met mijn machines in! Bovendien kunnen dan ook de dassen en vossen er niet meer in, die de woelmuizen bestrijden.”
Vergoeding vanuit het faunaschadefonds lijkt nihil. Cremers: “Dat heb ik twee jaar geleden ook geprobeerd. Ik heb toen de schade officieel laten taxeren en die stelde die twintigduizend euro vast. Maar uitbetalen, ho maar. Je kunt er niets mee. Hopelijk gaat de provincie er nu anders naar kijken, en komt er alsnog een oplossing.”

bron: Fruitteler online




Waarom jagers wél genoeg tellen

Regelmatig wordt er geroepen dat de WBE tellingen niet deugen en dat het CBS onze gegevens daarom niet kan valideren. Het CBS stelt enkel: de WBE tellingen zijn het  grootste meetnet van Nederland. Evelien Jongepier, teamleider ecologie van de Jagersvereniging legt uit.

Vrijwel alle ecologische monitoringsprogramma’s in de Wereld zijn gebaseerd op steekproeven. Alle dieren tellen is praktisch onhaalbaar, en ook niet nodig, zolang de steekproef een goede afspiegeling is van de werkelijke populatie. Belangrijk is dat de steekproef voldoende omvang heeft. Bij een te kleine steekproef is de onzekerheid te groot om betrouwbare inschatting te maken van hoe in het wild levende populaties zich ontwikkelen.

Méér tellen of vaker tellen?

Hoe groter het deel van de populatie is dat je telt, hoe groter de betrouwbaarheid van de gegevens. Dit kan door vaker te tellen, bijvoorbeeld herhaaldelijke tellingen van hetzelfde gebied binnen een seizoen. Zo kan voor dat specifieke gebied met steeds grotere zekerheid vastgesteld worden hoe de populatiestand zich verhoudt tot eerdere tellingen. Ook kan ervoor gekozen worden om méér gebieden of jachtvelden te tellen. Hoe meer gebieden je telt, des te nauwkeuriger de schatting van de totale populatiestand. Samengevat, door vaker een bepaald gebied te tellen kan beter ingeschat worden hoeveel dieren er in dat specifieke gebied aanwezig zijn, hoewel dat geen informatie geeft over de stand in andere gebieden. Door meer gebieden te tellen is de onzekerheid per gebied groter, maar kan wel goed bepaald worden wat de stand is op het niveau van bijvoorbeeld een gehele WBE, provincie of land.

Verschillen tussen meetnetten

Verschillende meetnetten maken verschillende afwegingen, tellen we vaker of tellen we méér? Het NEM meetnet dagactieve zoogdieren bijvoorbeeld kiest voor het eerste, waardoor ze goed in kaart kunnen brengen hoe de wildstand zich ontwikkeld binnen de getelde gebieden. De WBE’s tellen juist méér, tot wel 100% van het totale WBE oppervlak. In het ene telgebied tel je soms door toeval wat meer dan in het andere, maar door juist heel veel gebieden te tellen middelen die verschillen uit. Hierdoor geven de WBE tellingen een betrouwbaar beeld van hoe populaties zich op WBE niveau ontwikkelen. De reden voor dit verschil in benadering zit hem in het verschil in grondslag van de meetnetten. Voor het doel van de WBE tellingen is het niet nodig om op telgebied of jachtveld-niveau informatie te verzamelen. Inzicht in de populatieontwikkeling op WBE, provincie of landelijk niveau is wel belangrijk. Zo weten we hoe het werkelijk gesteld is met de wildsoorten, en zorgen we voor een goede onderbouwing van faunabeheerplannen en landelijk beleid. Elk meetnet heeft dus zijn eigen karakter, de ene benadering is niet beter of slechter dan de andere, en elk moet op eigen merites beoordeeld worden.

Een steekproef moet een goede afspiegeling zijn

Naast de omvang van de steekproef is ook de samenstelling van essentieel belang. Een steekproef moet immers een goede afspiegeling zijn van het gehele gebied waarover je conclusies wilt trekken. Telt u de gehele WBE, dan is de steekproef per definitie representatief. Telt u een deel, dan moeten dat deel representatief zijn voor de WBE. Dit betekent dat de verschillende biotopen in dezelfde verhoudingen geteld worden als dat ze voorkomen in de WBE. Door dit te borgen kan met een steekproef van ca. 10% uitstekend de populatieontwikkeling binnen de WBE gevolgd worden, zeker voor algemene soorten zoals haas, konijn, fazant, wilde eend en houtduif.

Waarom zijn de WBE tellingen essentieel?

Een goed meetnet is dus voldoende groot en voldoende representatief. Daarin zit hem nu juist de kern van de discussie rond de recente inperking van de jacht. De minister heeft zich bij dit besluit gebaseerd op de tellingen van het NEM meetnet dagactieve zoogdieren. Binnen dit meetnet van Sovon en de Zoogdiervereniging wordt ongeveer 1% van het oppervlak van Nederland geteld. Deze 1% wordt meerdere malen per seizoen geteld, maar buiten deze gebieden worden geen gegevens verzameld. Bovendien blijft het agrarisch gebied waaraan veel wildsoorten zijn gebonden behoorlijk achter. Vogelaars tellen nu eenmaal liever daar waar veel zeldzame vogels te zien zijn. Een kleine steekproef die geen goede afspiegeling vormt van een provincie leidt al snel tot de verkeerde conclusies. Dat hebben we recent gezien in Utrecht, waar de jacht op haas gesloten werd door een vermeende afname van de populatie tot 2020. De meest recente gegevens van de Zoogdiervereniging suggereren juist een stabiele populatie tussen 1997 en 2021. Zulke plotselinge veranderingen geven aan dat er een grote behoefte is aan meer telgegevens. De WBE tellingen zijn dus keihard nodig, en de Tweede Kamer is het hier in ruime meerderheid mee eens.

Wat betekent dit voor de voorjaarstellingen?

De Jagersvereniging legt momenteel de laatste hand aan haar voorjaarstelprotocollen. Deze zijn tot stand gekomen in samenwerking met het CBS en vertegenwoordigers van alle afdelingen. Dankzij deze kennis en expertise kunnen we in aanloop naar de voorjaarstellingen, breed-gedragen, uniforme telprotocollen met u delen, die volop ruimte bieden voor maatwerk en innovatie. In de doorontwikkeling van onze protocollen staat voorop dat de telgegevens van komend jaar goed vergeleken kunnen worden met die uit voorgaande jaren. Bij trendtellingen is juist het behoud van de gegevensreeks essentieel. Telt u altijd de hele WBE? Dan is het belangrijk om dat ook komend jaar opnieuw te doen. Telt u een deel? Tel dan ook dit jaar weer datzelfde deel. En wat betreft het karakter en de kracht van het WBE meetnet? Dat legt de Jagersvereniging natuurlijk ook goed uit aan alle andere betrokken partijen.




Broedkorven plaatsen eenden

Zeven nationale jachtorganisaties uit Noord- en West-Europa zijn aangesloten bij het Europese waterfowlers network. Ook de Nederlandse Jagersvereniging participeert daarin. De organisaties onderzoeken onder andere het nestsucces van de wilde eend in broedkorven en hooirollen met het oog op het behoud en beheer van diverse ganzen- en eendensoorten.

Het nestsucces wordt afgemeten aan het percentage nesten, waarvan tenminste één jong in het water landt. Het onderzoek loopt in de periode 2020 tot en met 2026. Naast het monitoren van het nestsucces, kijken de organisaties ook naar de factoren die het nestsucces beïnvloeden zoals:

  • Het plaatsingssucces voor broedkorven in opeenvolgende jaren
  • De landschapssoorten waarin de korven zijn geplaatst
  • Het type beheer in het omliggende gebied

Sinds 2020 plaatsen leden van de Jagersvereniging broedkorven en hooirollen. Gedurende het seizoen worden deze in de gaten gehouden, en het gebruik en het succes van de nesten wordt genoteerd. Aan het eind van het broedseizoen kunnen deze gegevens doorgegeven worden via een Nederlands online formulier op www.waterfowlersnetwork.com.

In 2022 plaatsten en monitorden de jagers in Nederland in totaal 1260 kunstnesten. Meer dan de helft van deze kunstnesten werd daadwerkelijk in gebruik genomen door een watervogel. Van de aangenomen kunstnesten lag het succes op 88,25%.

Op het moment gaat minstens 60% van de natuurlijke nesten verloren. Door hierop in te spelen met kunstnesten is dit percentage mogelijk drastisch te verlagen. Het blijkt dat de wilde eend graag de kunstnesten opzoekt, omdat de boven het water gelegen kunstnesten een goede bescherming bieden tegen predatoren en slechte weersomstandigheden.

bron: Jagersvereniging, 20/01/2023




Uniforme tellingen met ruimte voor maatwerk en innovatie

De maatschappelijke en politieke waardering voor de tellingen van de wildbeheereenheden liet in de loop van 2022 een kentering zien. Vlak voor de jaarwisseling drong ook de Tweede Kamer aan op het (alsnog) betrekken van onze cijfers. De minister wil nu in samenwerking met de Jagersvereniging komen tot breed gedragen uniforme telprotocollen. Het behoud van de juiste balans staat centraal in de huidige doorontwikkeling van onze telprotocollen.

In deze nieuwsbrief lichten we graag toe hoe onze uniforme telprotocollen ruimte bieden voor maatwerk en de toepassing van technologische innovaties, zoals het gebruik van warmtebeeldkijkers.

Een goed meetnet voor faunamonitoring staat garant voor de juiste balans tussen uniformiteit en maatwerk. Enerzijds waarborgt het dat gegevens uit verschillende regio’s en jaren met elkaar vergeleken kunnen worden, anderzijds biedt het ruimte aan regionale verschillen en technologische ontwikkelingen. De voorjaarstellingen van de Jagersvereniging zijn het grootste landsdekkende meetnet van Nederland. Juist dankzij de enorme inzet van alle vrijwillige tellers, kan er een statistische correctie plaatsvinden voor regionale verschillen, wat een betrouwbaar landelijk beeld van een populatie oplevert.

Variatie = verrijking

Iedere jager hecht waarde aan een gevarieerde biotoop. Verrijking komt de wildstand ten goede. Niet voor niks zetten veel biotoop verbeterende projecten in op het creëren van variatie in het landschap. Een verscheidenheid aan roest- en foerageerplaatsen biedt ruimte voor biodiversiteit. Dat maakt tegelijkertijd het ene telgebied makkelijker toegankelijk dan het andere. Sommige gebieden kunnen eenvoudig benaderd worden vanuit een langzaam rijdende auto, terwijl andere alleen bereikbaar zijn met een boot. Ook deze variatie is een verrijking. Zo worden immers alle biotopen meegenomen in de tellingen, niet alleen de biotopen die makkelijk toegankelijk zijn.

Ruimte voor maatwerk

Hetzelfde geldt voor regionale verschillen in de uitvoering van de tellingen. Elke regio kent haar eigen uitdagingen en oplossingen. Juist door ruimte te bieden aan maatwerk, kunnen we de kwaliteit van de voorjaarstellingen blijven waarborgen. Voorwaarde is wel dat verschillen in methodes goed worden geregistreerd. Wildtellingen zijn trendtellingen. Dus zolang ieder jaar op dezelfde wijze wordt geteld, kunnen we nauwlettend regionale en landelijke veranderingen in wildpopulaties in kaart brengen. Met de steun van regionale experts binnen de Jagersvereniging, en de samenwerking met de FBE’s en het CBS, zet de Jagersvereniging zich in voor uniforme, gevalideerde telprotocollen met ruimte voor maatwerk voor de aankomende voorjaarstellingen.

Technologische innovatie

Net als in voorgaande jaren blijft het devies aan al onze leden om op dezelfde manier, in dezelfde gebieden te tellen. Daarnaast omarmen we de intrede van technologische innovatie. Wetenschappelijk onderzoek en projecten van de Jagersvereniging stellen vast dat het gebruik van warmtebeeldkijkers een veel completer beeld geven van populatiestanden dan gewone verrekijkers. Bovendien beschikken steeds meer tellers en WBE’s over een goede kwaliteit warmtebeeldkijker, die zij graag inzetten voor het verbeteren van de telgegevens.

Tellen met warmtebeeld

De Jagersvereniging wil tellers die gebruik willen en kunnen maken van warmtebeeldkijkers van harte ondersteunen. Tegelijkertijd moeten we ervoor zorgen dat de telgegevens die komend seizoen worden verzameld wel vergeleken kunnen worden met die uit voorgaande jaren. U kunt hierbij helpen: door goed te registreren of er met warmtebeeldkijkers of normale verrekijkers is geteld. Dit kan eenvoudig door de gebruikte hulpmiddelen aan te vinken op de vernieuwde telformulieren die u ontvangt. Op basis hiervan kan statistisch gecorrigeerd worden voor het gebruik van warmtebeeld- of normale verrekijkers, waardoor nieuwe en traditionele technieken naadloos in elkaar overgaan.




Dagvaardiging Staat in bodemprocedure tegen het sluiten van de jacht op de haas en konijn

Bijgaand de definitieve en reeds aan de Staat betekende dagvaarding voor de bodemprocedure.

Door het overhandigen van een omvangrijke dagvaarding aan de Staat is de NOJG, samen met de Jagersvereniging en de FPG vandaag begonnen met de bodemprocedure tegen het sluiten van de jacht op haas en konijn. De besluiten van de minister, de beoordelingsmethode en de argumenten van de minister om tot die besluiten te komen zullen door de rechtbank in Den Haag  worden getoetst.

Er wordt naar gestreefd om vóór het volgende jachtseizoen een uitspraak te krijgen, een garantie is echter niet te geven.

De volgende stap is dat de minister een schriftelijk antwoord moet gaan geven op onze argumenten. Uiteraard houden wij u hiervan op de hoogte.

Met vriendelijke groet,

 

 

 

 

Lader Bezig met laden...
EAD logo Duurt het te lang?

Opnieuw laden Laad het document opnieuw
| Open Openen in nieuwe tab

Download [4.44 MB]




Onderzoek naar zware stroperij in West-Brabant gaat door: twee verdachten in beeld

MADE – In Made is dinsdagochtend op een woonwagenkamp een man aangehouden vanwege een zware vorm van stroperij in diverse gebieden in West-Brabant. Een tweede verdachte is in beeld, maar het is niet bekend of die zich al heeft gemeld of is opgepakt. Het onderzoek wordt gedaan door de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN). Een woordvoerder kon dinsdag aan het eind van de middag alleen melden dat de zaak verder wordt onderzocht. Of de aangehouden Madenaar langer vast blijft zitten en of de tweede verdachte inmiddels is aangehouden, kon ze niet zeggen: ,,Daarover doen we geen mededelingen om het onderzoek niet in gevaar te brengen”.

Samen Sterk in Brabant (natuurhandhavers) en de politie hebben dinsdagochtend vroeg de eerste verdachte aangehouden op het woonwagenkamp aan de Tuinbouwweg in Made. De aanhouding is op last van de officier van justitie uitgevoerd. Ook werd de woning van de verdachte onderzocht. Daarbij werden een jachthond, PCP-luchtdrukwapens en een voertuig met lichtbakken aangetroffen en in beslag genomen.

Lange honden

Volgens de ODBN gaat het om ‘een grove vorm van stroperij waarmee hazen, konijnen en reeën op brute wijze worden bemachtigd en gedood door zogenoemde lange honden’. Lange honden (over het algemeen zijn dat windhonden) kunnen vanwege hun snelheid een haas, konijn of ree achtervolgen, inhalen en vangen of doden. Het inzetten van deze honden is verboden. De verdachte die in Made werd aangehouden voor stroperij jaagde op het wild met een hond.

,,We hebben via ons netwerk diverse meldingen binnengekregen over de stroperij”, aldus de woordvoerder van de ODBN dinsdagochtend. ,,De stroperij gebeurde in een heel groot gebied in West-Brabant en we hebben het idee dat het over de Brabantse grenzen heen ging, richting Zeeland.”

Samen Sterk in Brabant, de organisatie achter de groene boa’s in de provincie, noemt stroperij ‘een ernstig milieudelict, waarbij niet-toegestane middelen worden gebruikt om dieren op gruwelijke wijze te bemachtigen of te doden’. Het stropen van wild met jachthonden kan leiden tot enkele jaren gevangenisstraf.

Zie voor meer informatie: De Gelderlander




Ruime Kamermeederheid voor gedragen telcijfers en beoordelingssytematiek wildsoorten

Tweede kamer logoDe Tweede Kamer heeft met grote meerderheid een motie aangenomen om te komen tot een wetenschappelijk gedragen telprotocol en analyse- en beoordelingssystematiek wildsoorten dit samen met onder meer de Jagersverenigingen, SOVON en andere betrokken organisaties. CDA Kamerlid Derk Boswijk diende hiervoor een motie in mede namens VVD, D66 en ChristenUnie tijdens het debat over de begrotingsstaten Ministerie van LNV voor het volgend jaar (2023) en kreeg hiervoor ook steun vanuit diverse oppositiefracties.

Ook steun voor motie BBB om reeds verzamelde WBE-data alsnog te betrekken

Tijdens het debat stond Caroline van der Plas (Boer Burger Beweging) al uitgebreid stil bij de maatschappelijke en economische waarde van jacht. Jagers zijn op jaarbasis goed voor 13.000 FTE vrijwillige tijdsinzet voor fauna- en natuurbeheer, omgerekend meer dan 600 miljoen euro per jaar aan inzet. Daarnaast benoemde zij de onvolkomenheden die ecologen en (internationale) wetenschappers hebben geconstateerd in de cijfers en rapporten waarop besluitvorming over het nu lopende jachtseizoen is gebaseerd. Een motie van haar hand die de minister verzoekt om de al jarenlang door wildbeheereenheden verzamelde cijfers alsnog te betrekken werd eveneens met brede steun van de Kamer aangenomen.

De minister had reeds in augustus aangekondigd, dat zij voor de nabije toekomst streefde naar een gebiedsgerichte aanpak, waarbij de jacht op een bepaalde soort alleen wordt geopend in gebieden waar het goed gaat met deze soort. Ik onderzoek de mogelijkheid om op provinciaal niveau de populatiestatus van de soorten van de wildlijst te bepalen. Mijn streven is daarnaast om samen met belanghebbenden te komen tot een gevalideerd en gedragen telprotocol. Dit heeft als voornaamste doel om in de toekomst ook de tellingen van de wildsoorten door wildbeheereenheden mee te kunnen nemen in de populatieberekeningen. Tenslotte laat ik aanvullend onderzoek doen naar de hoofdoorzaken van de achteruitgang van alle wildlijstsoorten, waarbij ook onderzocht wordt welke maatregelen genomen kunnen worden om deze achteruitgang blijvend om te keren.

Uiteraard worden de provincies en belanghebbenden betrokken bij het komen tot een gebiedsgerichte aanpak en de genoemde vervolgstappen. Op basis van de dan beschikbare informatie zal ik voorafgaand aan het jachtseizoen 2023/2024 een nieuwe afweging maken over het openen van de jacht op alle wildlijstsoorten.




Invoering Omgevingswet opnieuw uitgesteld, tot 1 juli 2023

Minister Hugo de Jonge (Ruimtelijke Ordening) stelt de invoering van de Omgevingswet toch uit, tot juli volgend jaar. Hij heeft lang vastgehouden aan invoering van de wet per 1 januari 2023, maar vindt het toch onverantwoord om aan die datum vast te houden, heeft hij aan de Eerste en Tweede Kamer laten weten.

ICT-problemen

De wet werd in 2015 al aangenomen door de Tweede Kamer en in 2016 door de Eerste Kamer, maar de inwerkingtreding is al diverse keren uitgesteld, vooral vanwege uitvoeringsproblemen op het gebied van ICT. Deze week noemde het Adviescollege ICT-toetsing het een dilemma of de wet op 1 januari moet worden ingevoerd. Volgens het college zijn er nog forse beperkingen die risico’s met zich meebrengen. Daarnaast dreigde in de Eerste Kamer dreigde de steun voor inwerkingtreding op 1 januari weg te vallen.

In een brief aan de senaat schrijft De Jonge nu dat er veel vorderingen gemaakt, maar dat hij toch een half jaar extra de tijd neemt. “Die kan worden gebruikt om verder te testen en te oefenen.” Hij wil die periode ook gebruiken om te voorzien in meer ondersteuning van provincies en gemeenten. De nu beoogde invoeringsdatum is dus 1 juli 2023.

Wet natuurbescherming ⇒ Omgevingswet

De huidige Wet Natuurbescherming – waar jacht, beheer en schadebestrijding nu onder vallen – gaat straks over in de Omgevingswet. Deze verandering heeft vooral te maken met juridische details. Zo zal de huidige jachtakte met de invoering van de Omgevingswet een ‘Omgevingsvergunning inzake jachtgeweeractiviteiten’ heten. In de praktijk zal er op dat vlak weinig veranderen voor jagers. De regionale en lokale doorvertaling van de Omgevingswet zal wel de nodige aandacht vergen van met name de WBE’s en vooral daar waar het gaat om de gemeenten die in hun omgevingsplan een bebouwingscontour jacht moeten aanwijzen aansluitend aan stedelijk gebied en aansluitende lintbebouwing langs wegen, waterwegen of waterkeringen. (Artikel 5.165a (bebouwingscontour jacht) Besluit activiteiten leefomgeving).




Hazenjacht blijft gesloten in Utrecht, Limburg en Groningen


Bodemprocedure nodig voor definitief oordeel

De ministeriele regeling om de jacht op haas in Utrecht, Limburg en Groningen dit seizoen te sluiten wordt doorgezet. Dat is het oordeel van de voorzieningenrechter van het kort geding dat 10 oktober jl. plaatsvond. De Jagersvereniging constateert dat het nodig is om dit onderwerp voor te leggen aan de bodemrechter die een meer kritische toets hanteert dan de voorzieningenrechter.

Het tegenvallende resultaat werkt niet door in de positie van de Jagersvereniging, NOJG, FPG en andere betrokken partijen in de bodemprocedure tegen de Staat. De bodemprocedure wordt op korte termijn opgestart. Hierin wordt de beslissing om de jacht op het haas en konijn te sluiten en de gronden waarop dit is gebeurd aangevochten. In deze procedure wordt de rechter verzocht om een definitief oordeel te geven over de beoordelingsmethode, die moet worden gehanteerd bij het bepalen van de staat van instandhouding van haas en konijn. Deze uitspraak is van groot belang voor de volgende jachtseizoenen en voor alle andere bejaagbare wildsoorten.

Complex
De door de jagersverenigingen aangestelde advocaten hielden al rekening met een teleurstellende uitspraak in het kort geding. Dit omdat de gehanteerde methodiek en beoordeling van de staat van instandhouding complexe zaken zijn voor een voorzieningenrechter om op een korte termijn uitspraak over te doen. Advocaten Tom Barkhuysen en Ali al Khatib: “Deze uitspraak is een opstap naar de bodemprocedure waar drie rechters de besluitvorming van de overheid indringender zullen toetsen. De Jagersvereniging ziet deze procedure met vertrouwen tegemoet”.

Willem Schimmelpenninck, directeur Jagersvereniging: ‘Kort geding opstapje naar bodemprocedure’
‘Teleurstellend’, zo noemt ook directeur Willem Schimmelpenninck de uitspraak. ‘Maar we laten de moed niet zakken. We hebben veel vertrouwen in onze positie in de bodemprocedure. Hierin wordt de zaak letterlijk tot op de bodem uitgezocht. Daarin staan we heel sterk. Het kan niet zo zijn dat besluit vanuit de overheid worden gebaseerd op onjuiste gegevens. Het is goed om dit grondig aan de kaak te stellen.’




Minister heroverweegt jachtbeperkingen vogelgriep

Donderdag 13 oktober debatteerde de Tweede Kamer met de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het dierziektebeleid. De aandacht ging vooral uit naar vogelgriep, welke al langere tijd telkens her en der in het land opduikt. Meerdere fracties, met name BBB (bij monde van Caroline van der Plas) en SGP (Roelof Bisschop), stelden kritische vragen over de nu standaard toegepaste jachtbeperking in getroffen gebieden, terwijl daarentegen niet-noodzakelijke activiteiten onbelemmerd door kunnen gaan. De minister heeft daarop toegezegd deze maatregel nog dit jaar te zullen heroverwegen. Hij voegde daaraan toe dat ook de Deskundigengroep Dierziekten vraagtekens plaatst bij de effectiviteit van de maatregel.

Vraagtekens bij effectiviteit
In getroffen gebieden worden telkens in een straal van (3 resp.) 10 kilometer maatregelen getroffen. Onderdeel daarvan is een verbod op jacht, voor zover dat watervogels verstoort. Dit is inmiddels al jaren punt van discussie, omdat deze maatregel hooguit is gebaseerd op veronderstellingen, niet op aangetoonde effectiviteit en feiten. Met het oog op bijvoorbeeld luchtverkeersveiligheid gelden er uitzonderingen op de jachtbeperking in een betreffende regio waar vogelgriep is aangetroffen. Zover bekend heeft deze uitoefening van jacht niet geleid tot extra uitbraken.

Ook de Deskundigengroep Dierziekten wijst erop dat er vooral veel onzekerheid bestaat over de vraag of het beperken van jacht wel bijdraagt aan minder verspreidingsrisico, zo liet de nieuwe bewindspersoon Piet Adema weten tijdens het debat. Tegelijk worden de tegenstrijdigheden en nadelen rond de maatregel steeds duidelijker.

Tegenstrijdigheden
Daar waar faunabeheer, uitgevoerd door professioneel opgeleide jagers die het gebied door en door kennen, de facto wordt verboden in (waterrijke) gebieden waar een geval van vogelgriep is vastgesteld, worden allerlei vormen van (water- en oever)recreatie in het geheel niet beperkt. Dit is tegenstrijdig, temeer daar jacht – zeker in termen van schadebestrijding en populatiebeheer – maatschappelijke en economische (natuur)doelen dient. Dit in tegenstelling tot genoemde activiteiten van puur recreatieve aard.

Nadelen
Duidelijk is tegelijk dat er in ieder geval juist wel nadelen kleven aan de maatregel. Nu kan er weken (en soms maanden) achtereen geen uitvoering worden gegeven aan jacht, waaronder de maatschappelijk gewenste en politiek vastgestelde beheerdoelen van bijvoorbeeld de alsmaar toenemende ganzenpopulaties. Afgezien van daardoor verder oplopende schade aan natuur, landbouw en biodiversiteit, leidt dit wellicht ook tot juist extra risico’s rond verspreiding van vogelgriep. Er lijkt immers een grotere kans dat in populaties wilde vogels met hoge dichtheden ook meer besmette dieren aanwezig zijn.

De huidige standaard maatregel leidt ook tot minder aanwezigheid van faunabeheerders, die de gebieden goed kennen en juist een belangrijke functie hebben in het signaleren van onder andere uitgerekend dierziekten (dit is nota bene onderdeel van de jachtopleiding en -examinering). Dit kan er onder meer toe leiden dat besmette kadavers langer of zelfs helemaal onopgemerkt blijven. Risico’s op verspreiding nemen daardoor toe, bijvoorbeeld als vossen, kraaien, kauwen, wolven of loslopende katten en honden de kadavers aanvreten en verslepen.

Heroverweging minister goede stap
De Jagersvereniging noemt de door de minister aan de Kamer toegezegde heroverweging een goede stap en gaat hierover graag in gesprek. Dit vanuit de overtuiging dat jagers juist een belangrijke bijdrage kunnen leveren in het signaleren en tegengaan van vogelgriep.

 




Uiterlijk 20 oktober uitspraak voorzieningsrechter jacht, haas in de provincies Limburg, Utrecht en Groningen

Het kort geding dat de NOJG en de Jagersvereniging met onder meer de FPG tegen de Staat hebben aangespannen om een ontheffing te vragen op het ministeriële besluit om het jachtseizoen op de haas in drie provincies dit jachtseizoen (2022/2023) te sluiten, diende vandaag in de rechtbank van Den Haag.

‘Dit kort geding is echter een opstap, naar de hierop volgende bodemprocedure waar zij ook de beslissing aan om de jacht op het konijn te sluiten en de gronden waarop dit is heeft plaats gevonden. Zij zien de uitspraak van de voorzieningenrechter met vertrouwen tegemoet.’

Advocaten Tom Barkhuysen en Ali al Khatib van de Jagersverenigingen waren helder in hun pleitnota. De hazenstand is sinds de jaren ’60 alleen teruggelopen door de intensivering van de landbouw en toegenomen bebouwing en infrastructuur. Maar juist niet op de velden waarop wordt gejaagd. Bovendien is de afgelopen twintig jaar de trend van de hazenstand stabiel. Welk nut dient het dan de jacht op het haas in de provincies Utrecht, Groningen en Limburg te sluiten?

Internationaal erkende wetenschappers
Bij de voorbereiding van het kort geding hadden de Jagersvereniging, Federatie Particulier Grondbezit (FPG), de Nederlandse Organisatie voor Jacht en Grondbeheer (NOJG) en de Wildbeheereenheid Roerstreek en hun respectievelijke leden, niets aan het toeval overgelaten. Zij zijn bij internationaal erkende wetenschappers gespecialiseerd in hazenpopulaties te rade gegaan om de onderzoeken van Wageningen Environmental Research (WEnR) naar de staat van instandhouding van de haas en het konijn tegen het licht te houden.

Deze wetenschappers kwamen onafhankelijk van elkaar tot de conclusie dat bij de bewerking van de aangeleverde cijfers discutabele keuzes gemaakt zijn rond gebruikte data en referentiejaren. Bovendien ligt er aan dit onderzoek een onjuiste beoordelingsmethode ten grondslag. De conclusie is dat de staat van instandhouding van zowel de haas als het konijn in het geheel niet in het geding is.

Ali al Khatib: ‘We hebben te maken met een politieke wens om niet op hazen te jagen, die in een motie is opgenomen. Om deze motie ten uitvoer te brengen moet de minister de Wet natuurbeheer wijzigen. Dit is niet gebeurd. De minister heeft deze ingrijpende beslissing willen omzeilen door een aparte regeling te treffen. De voorgestelde regeling doet echter geen recht aan de situatie van de haas in Nederland, waarvan de staat van instandhouding in het geheel niet in het geding is. Er is dan ook geen enkele reden voor deze ongegronde beperking van de jacht.’

Bodemprocedure
In de bodemprocedure zal een rechter ten gronde toetsen of de ministeriële regeling onrechtmatig is, ook voor wat betreft het konijn. De rechter wordt aan het einde van dit proces verzocht om een definitief oordeel te geven over de beoordelingsmethode die moet worden gehanteerd bij het bepalen van de staat van instandhouding van de haas en het konijn. Dit oordeel is ook van groot belang voor de volgende jachtseizoenen en voor alle andere bejaagbare wildsoorten.

De voorzieningenrechter doet uiterlijk 20 oktober uitspraak in dit kort geding.




Update’s ontwikkelingen jacht

 

Op 28 september was het een ronde tafel overleg over de jacht gepland met de Commissie: Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit , helaas is dit uitgesteld naar 24 november.

Op 10 oktober aanstaande om 09;00 uur zal er een kort geding gevoerd worden bij de Rechtbank in Den Haag tegen de sluiting van de hazenjacht in de provincies Groningen, Utrecht en Limburg. De procedure is opgestart door de NOJG, Jagersvereniging en de FPG. De rechtbank heeft aangegeven nog vóór 15 oktober uitspraak te zullen doen. We houden u op de hoogte!




De Jagersvereniging, NOJG, FPG en Wbe de Roerstreek sommeren de Minister haar wijziging van de Regeling natuurbescherming in te trekken.

 

logo NOJG  Logo FPG

Namens de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging (Jagersvereniging), de Federatie Particulier Grondbezit (FPG), de Nederlandse Organisatie voor Jacht en Grondbeheer (NOJG) en de Wildbeheereenheid Roerstreek (WBE Roerstreek) heeft Stibbe Advocaten een brief gestuurd aan de Minister voor Natuur en Stikstof.

Hierin sommeren genoemde partijen de minister dringend, om de vorige week door haar bekendgemaakte wijziging van de Regeling natuurbescherming (“Rnb”) in te trekken dan wel niet toe te passen, zodat de jacht op het konijn en de haas op normale wijze geopend kan worden op 15 augustus respectievelijk 15 oktober.

De wijziging van de Rnb stuit in meerdere opzichten op zwaarwegende bezwaren. Zo is dit besluit gebaseerd op een onderzoek waaraan serieuze gebreken kleven, waaronder het gebruik van een duidelijk onjuiste en ongeschikte beoordelingswijze van de staat van instandhouding van hazen en konijnen. Daarmee ontbreekt een feitelijke en juridische grondslag om de jacht op deze wildsoorten te beperken.

Hier komt bij dat de regeling een inbreuk is op het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Bezwaarlijk is ook dat de minister pas zeer kort dag (twee weken voor de start van het jachtseizoen) met het besluit is gekomen, terwijl richting de Tweede Kamer en betrokkenen telkens de verwachting is gewekt en uitgesproken, dat ruim voor het jachtseizoen duidelijkheid zou worden geboden.

Door middel van de gestuurde sommatiebrief wordt de minister in de gelegenheid gesteld om haar besluit in te trekken. Blijft de komende twee weken een positieve reactie uit dan zijn de organisaties genoodzaakt om juridische procedures te starten.




Besluit Minister: geen jacht op konijn, beperkte jacht op haas

Jagersverenigingen starten bodemprocedure en kort geding

De minister voor Natuur & Stikstof heeft een definitief besluit genomen over het jachtseizoen 2022/2023. Aankomend jachtseizoen zal de jacht op konijn niet geopend worden. In de provincies Groningen, Limburg en Utrecht geldt dat hetzelfde voor het haas. De Jagersverenigingen zijn zeer ontstemd over dit besluit en gaat een bodemprocedure voeren tegen de Nederlandse Staat. Daarnaast zal er ook een kort geding worden aangespannen waarin wordt gevorderd dat het besluit van de minister wordt opgeschort.

Het besluit van de minister is mede tot stand gekomen op basis van een onderzoek van Wageningen University & Research (WUR) naar de staat van instandhouding van haas en konijn. Anders dan de Universiteit Wageningen heeft gerapporteerd, is de staat van instandhouding van deze twee diersoorten in het geheel niet in het geding. De Jagersverenigingen hebben al eerder zeer duidelijk aangegeven dat er aan dit onderzoek een onjuiste beoordelingsmethode ten grondslag ligt. Ook zijn discutabele keuzes gemaakt rond gebruikte data en referentiejaren. De Jagersverenigingen zijn erg teleurgesteld dat ondanks de internetconsultatie en de gesprekken met ambtenaren en beleidsmedewerkers, de minister toch het besluit heeft genomen om de jachtseizoenen voor haas en konijn te beperken. De internetconsultatie heeft ruim 3. 800 reacties opgeleverd. De Jagersverenigingen ervaren dit als een enorme steun in de rug. Al deze reacties op de internetconsultatie bevatten inhoudelijke bezwaarpunten vanuit verschillende hoeken. De Jagersverenigingen achten het dan ook onbestaanbaar dat de minister stelt dat dit geen nieuwe inzichten heeft opgeleverd.

Naast de inhoudelijke kritiek is de minister haar belofte om het besluit ruim voor jachtseizoen bekend te maken aan de Tweede Kamer niet nagekomen. Evenals de juridische stappen zal de Jagersverenigingen richting de Tweede Kamer het onzorgvuldige proces verder aan de kaak stellen.

Bodemprocedure
Het besluit van de minister berust op onjuiste aannames over de staat van de instandhouding van de haas en het konijn en het hanteren van een onjuiste beoordelingsmethode. Daarom heeft de Jagersvereniging besloten om een bodemprocedure tegen de Nederlandse Staat te voeren. Er wordt met FPG, LTO en NOJG overleg gevoerd om de procedure samen met deze organisaties te voeren. In de bodemprocedure zal een rechter toetsen of de ministeriële regeling onrechtmatig is. De rechter worden verzocht om een definitief oordeel te geven over de beoordelingsmethode die moet worden gehanteerd bij het bepalen van de staat van instandhouding van haas en konijn. Dit oordeel is ook van groot belang voor de volgende jachtseizoenen en voor alle andere bejaagbare wildsoorten.

Kort geding
De jachtseizoenen van haas en konijn breken al spoedig aan. Daarom heeft de Jagersvereniging ook besloten om via een kort geding om een voorlopige voorziening te vragen. Dit zou er voor moeten zorgen dat de jacht op haas en konijn in ieder geval toegestaan blijft totdat er een oordeel is in de bodemprocedure.

‘Besluit minister onrechtmatig en onnodig’
De Jagersvereniging is van mening dat het besluit van de minister onrechtmatig en onnodig is. Willem Schimmelpenninck van der Oije: ‘Het besluit van de minister is gebaseerd op zeer beperkte en onjuiste gegevens. Deze gegevens geven een vertekend beeld en stroken niet met de werkelijkheid. Daarnaast stelt de minister zelf dat de jacht geen drukfactor van belang is. Dit maakt dat het besluit van de minister niet alleen onrechtmatig is, maar ook zeer onnodig’.

Schadebestrijding blijft mogelijk
Het besluit van de minister om de jacht op het konijn niet te openen per 15 augustus heeft vooralsnog geen gevolgen voor de schadebestrijding. Op grond van de landelijke vrijstellingslijst blijft het mogelijk om schadebestrijding op konijnen uit te voeren. Datzelfde geldt voor het haas daar waar er sprake is van een provinciale ontheffing.


Lader Bezig met laden...
EAD logo Duurt het te lang?

Opnieuw laden Laad het document opnieuw
| Open Openen in nieuwe tab

Download [221.74 KB]




Gevolgen opschorten Escreener voor 1e aanvraag jachtakte/verlof

Afgelopen vrijdag, 15 juli 2022, kregen wij  de brief onder ogen waarin onze Minister van Justitie & Veiligheid de Tweede Kamer mededeelt dat zij per direct het gebruik van de Escreener opschort. Een daadkrachtig besluit dat recht doet aan de uitkomst van het deskundigenrapport maar wat ook loon naar werken is voor degenen die zich de afgelopen jaren onverminderd zijn blijven inzetten voor úw rechten. De Escreener voor nieuwkomers wordt nu terug vervangen door het WM32 formulier zoals ook bestaande aktehouders dat altijd zijn blijven gebruiken.

Deze vervanging van instrumenten vraagt echter om een aanpassing van de Regeling Wapens en Munitie (RWM). De timing en uitwerking van dit besluit is wat ongelukkig waardoor en nu een “KORTE” vertraging ontstaat. Mede namens de NOJG ben ik direct aan de slag gegaan, ditmaal in goede samenwerking met politie, om te bezien of we een werkwijze mochten hanteren die deze onbedoelde vertraging zou wegnemen. Momenteel wordt daarover nog overleg gevoerd.

Mocht men niet tot een praktische oplossing kunnen komen dan wordt verwacht dat de genoemde reparatie uiterlijk half september is gerealiseerd.

Escreener afgerond

Wel ik wil u meegeven dat nieuwe aanvragers die de Escreener reeds met een ‘groen vlaggetje’ hebben afgerond hun aanvraag gewoon afgehandeld krijgen. Mensen die rood hebben gescoord zullen mee moeten in het nieuwe regime.

Er bestaat een kans dat niet elke afdeling korpscheftaken al op de hoogte is van wat de gevolgen zijn deze recente ontwikkelingen. Mocht u tegen problemen aanlopen dan kunt u zich melden bij de NOJG  of de Jagersvereniging dan zullen zij uw vraag beantwoorden.

Het bovenstaande is gebaseerd op de informatie zoals deze in dit nog prille stadium nu bij ons bekend is. Mochten er veranderingen optreden dan zal wij u hiervan op de hoogte brengen.