CDA stelt Kamervragen over de e-screener na rechterlijke uitspraak

bron: jagersvereniging

CDA Tweede Kamerlid Chris van Dam stelt naar aanleiding van de recentelijk rechterlijke uitspraak vragen aan de minister van Justitie over de e-screener. Die rechtszaak draaide om de beslissing van korpscheftaken om geen jachtakte te verlenen na een negatieve uitslag van de e-screener. Zelfs nadat de jager ‘contra-expertise’ kon indienen die de uitslag van de e-screener teniet deed werd er geen jachtakte verleend. De jager werd door de rechter in zijn gelijk gesteld. De Jagersvereniging is nog steeds van mening dat de e-screener definitief van tafel moet.

Kritiek op instrument
Kamerlid Van Dam is al sinds de invoering van de e-screener kritisch op het instrument en het gebruik ervan door de politie. Deze rechterlijke uitspraak ziet hij als verdere kritiek op de e-screener. Hij stelt dat met deze uitspraak ‘de volledige bodem onder de toepasbaarheid van de e-screener [is] weggevallen’. De Jagersvereniging is dit met hem eens. De e-screener komt neer op automatische besluitvorming en dit is verboden bij wet.

Extra drempel
Van Dam stelt ook vragen over de waarde van de contra-expertise, het advies van een expert die de jager kan inbrengen tegen een negatieve uitslag van de e-screener. In de door Van Dam aangehaalde rechtszaak was deze zonder argumentatie aan de kant geschoven door de politie. De hoge kosten (~€1500,-) kunnen een extra drempel zijn voor jagers die hun jachtakte willen aanvragen, net zoals de e-screener zelf. Ook wilt hij van de minister duidelijkheid hebben waar jagers deze contra-expertise kunnen opvragen. Van Dam vraagt ook aandacht voor groepen van mensen die moeite kunnen hebben met het afnemen van een computertest: ouderen, digibeten, laaggeletterden en dyslectici.

De vragen:

Vraag 1
Bent u bekend met de uitspraak van de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland d.d. 13 augustus 2020 inzake de toepassing van de e-screener? (1)

Vraag 2
Kunt u duiden wat het voorlopige oordeel van de Voorzieningenrechter – namelijk dat niet zonder meer vaststaat dat de e-screener een voldoende geschikt, objectief instrument is ter beoordeling van de psychische gesteldheid van een persoon – voor betekenis heeft voor het huidige, landelijke gebruik van de e-screener? Is daarmee niet de volledige bodem onder de toepasbaarheid van de e-screener weggevallen?

Vraag 3
Kunt u de Kamer informeren over de plaats en de betekenis van de contra-expertise in de meest recente procedure rond het aanvragen van een jachtakte of -verlof?

Vraag 4
Kunt u – zo nodig als bijlage – de geldende regeling op dit punt aan de Kamer bekend maken?

Vraag 5
Klopt het dat er maar één instituut in Nederland is dat deze contra-expertise kan verzorgen en bent u bereid een lijst te publiceren waarop meerdere instituten worden genoemd waar mensen een contra-expertise kunnen aanvragen?

Vraag 6
Kunt u bevestigen dat een contra-expertise ongeveer € 1.500 kost en bent u van mening dat dit bedrag in verhouding staat tot de draagkracht van aanvragers van een jachtakte of –verlof?

Vraag 7
Deelt u de mening dat de onvolkomenheid van het functioneren van de e-screener niet rechtvaardigt dat individuele burgers € 1.500 kosten moeten maken om zich tegen dit instrument te verweren?

Vraag 8
Wie draagt de kosten van de contra-expertise indien deze in het voordeel van de verzoeker/aanvrager uitvalt?

Vraag 9
In hoeverre is de e-screener geschikt voor mensen met dyslexie en is dit wetenschappelijk onderzocht? Kunt u bij de beantwoording van deze vraag onderscheid maken tussen aanvragen vóór en aanvragen na aanpassingen die verricht zijn naar aanleiding van implementatieproblemen rond de e-screener?

Vraag 10
Welke mogelijkheden zijn er voor mensen met dyslexie om een tweede kans te krijgen om de e-screener af te leggen en is het wettelijk verboden om de e-screener twee keer af te leggen?

Vraag 11
In welke mate is de e-screener geschikt voor met name bestaande aktehouders met een (relatief) hogere leeftijd die binnenkort aan de beurt komen om hun verlof te verlengen en in dat kader de e-screener moeten afleggen?

Vraag 12
Kunt u zich voorstellen dat een groot deel van deze groep met angst en beven deze test tegemoet ziet?

Vraag 13
Deelt u de mening dat ook voor mensen met een afstand tot digitale vaardigheden, maar ook laaggeletterden de e-screener een relatief zwaardere test is?

Vraag 14
Is het een doel van het beleid om door middel van de inzet van de e-screener het aantal verlofhouders in Nederland fors te decimeren?

Vraag 15
Bent u bekend met het informatieblad van het Ministerie van Justitie en Veiligheid en de Politie inzake de e-screener en met het tekstvak waarin te lezen staat:“Heeft u wel eens gelogen? Het lijkt dan niet handig om ja te antwoorden als u wilt overkomen als een betrouwbaar persoon. Algemeen bekend is dat iedereen wel eens een leugentje om bestwil vertelt of dit als kind wel een heeft gedaan. Dus op deze vraag is het verwachte antwoord ‘ja’?”

Vraag 16
Kunt u zich voorstellen dat er een grote groep Nederlanders is – zeker onder verlofhouders – die daadwerkelijk nooit liegt en zonder de geringste twijfel ‘nee’ antwoordt op bovenstaande vraag?

Vraag 17
Is het niet vreemd dat mensen bij het invullen van de e-screener tactisch in plaats van naar waarheid moeten gaan antwoorden?

Vraag 18
In welke mate zijn de door de Corona-maatregelen opgelopen achterstanden – bij het behandelen van aanvragen en verzoeken die door de bureau Korpschefstaken worden verricht in het kader van de Wet Wapens en Munitie – per 1 september 2020 ingelopen en is het mogelijk hier per politie-eenheid op de verschillende soorten aanvragen een overzicht van te verstrekken?

Vraag 19
Worden verlof-aanvragers al weer op het politiebureau ontvangen, of verlopen alle contacten nog op afstand?

Vraag 20
Wat is de voortgang van het onderzoek van de Inspectie Justitie en Veiligheid inzake het takenpakket van de bureaus Korpscheftaken en worden ook andere belanghebbenden dan de Politie betrokken bij dit onderzoek?

Vraag 21
Ziet u mogelijkheden om de verlening van vergunningen en verloven van de Politie over te dragen naar de dienst Justis en op welke termijn kunt u hier een beslissing over nemen?

Vraag 22
Wat is de voortgang van het deactiveren van vuurwapens?

Vraag 23
In hoeverre is er na mijn werkbezoek begin juli 2020 voortgang geboekt in het laten groeien van het innemen en het controleren van gedeactiveerde vuurwapens?

Vraag 24
Deelt u de mening dat de stand toen (106 aangeleverde gedeactiveerde vuurwapens, afkeuringspercentage 40%) niet zal leiden tot een jaarlijkse productie van minstens 2.500 wapens en op welke wijze bent u voornemens actief te zorgen voor het op gang krijgen van het deactiverings-proces in Nederland?

(1) ECLI:NL:RBNNE:2020:2792-Rechtbank Noord-Nederland, 13-08-2020 / LEE 20/2157

image_pdfimage_print
Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.