1

Grotere rol particulier bij natuurbeheer!

De Federatie Particulier Grondbezit (FPG) is verheugd dat naar de mening van Natuurmonumenten particulieren een grotere rol kunnen spelen bij beheer en eigendom van de natuur. Dat kwam onder meer naar voren tijdens de netwerkdag van Natuurmonumenten op 11 april.

De FPG staat sinds jaar en dag particulier initiatief en eigenaarschap in natuur en landschap voor. Vele particuliere grondeigenaren zijn – soms al eeuwenlang – actief in natuur en landschap en hebben veel kennis en ervaring opgebouwd.

De Federatie ziet reeds langer dat er mogelijkheden zijn om geld voor natuurbeheer uit de markt te halen omdat particulieren hun maatschappelijke verantwoordelijkheid willen nemen. Particulieren beleggen hun geld liever in natuur- en bosgronden en landgoederen in Nederland dan in het buitenland. “Particulieren, waaronder landgoedeigenaren, willen graag investeren in beheer, inrichting en grond”, zo stelt Ronnie van Woudenberg, directeur van de FPG dan ook. “Zij willen al langer gronden kopen, ruilen of in erfpacht krijgen om zo het beheer op hun eigen bezit ecologisch en financieel rendabeler te maken, maar krijgen tot op heden daartoe nauwelijks de mogelijkheid.”




Bejaging is funest voor herstel van de natuur

Damherten aan de bosrandWildbeheer.

Niet bijvoeren en ook niet afschieten, adviseert natuurfilosoof Keulartz. De deskundige sprak gisteren in de Tweede Kamer over wildbeheer in de Nederlandse natuur.

Wat roofdieren betekenen voor de `rewilding’ van de Amerikaanse natuur, zijn herten, paarden, runderen en andere grote planteneters voor de ontwikkeling van Nederlandse natuurgebieden. Deze dieren spelen een sleutelrol in het herstel van ecologische en evolutionaire processen. Maar door bejaging wordt dat proces nu volledig om zeep geholpen, zegt Jozef Keulartz, natuurfilosoof aan de Wageningen Universiteit.

Keulartz sprak gisteren tijdens een bijeenkomst in de Tweede Kamer georganiseerd door de Partij voor de Dieren ter voorbereiding op een debat over wildbeheer dat volgende week woensdag plaatsvindt. De aanleiding is een enquête van Natuurmonumenten onder haar leden, waaruit blijkt dat er een meerderheid voor natuurlijke populaties is in plaats van bejaging van dieren.

Om de grote planteneters, waaronder ook reeën, wilde zwijnen, elanden en wisenten, optimaal hun werk te laten doen, heb je grote gebieden nodig die goed met elkaar verbonden zijn. Want hoe kleiner de gebieden, hoe groter het gevaar van lokale uitsterving, aldus Keulartz. Het netwerk van verbindingen tussen de verschillende Nederlandse natuurgebieden is nu nog minimaal.

Bijvoeren vindt hij uit den boze omdat dat de natuurlijke mechanismen buiten spel zet. In het wild gaan dieren op een spaarstand in tijden van voedselschaarste. Herten bijvoorbeeld dalen bij lage temperaturen met hun energieverbuik naar 13 procent van hun jaarlijks gemiddelde. En hoe minder vet, hoe minder vruchtbaarheid. Vrouwtjes slaan dan soms één of twee jaar hun beurt over.

Afschieten zou hetzelfde effect hebben. Grootschalige sterfte is volgens Keulartz de gang van de natuur en niet per se het gevolg van de krappe Nederlandse natuurgebieden. In andere, veel grotere natuurgebieden in Amerika, Australië en Afrika gebeurt namelijk hetzelfde, betuigt hij. In de Afrikaanse Serengeti gaat de sterfte bij een migratie wel tot 30, 40 procent. Dat zijn soms wel 100.000 dieren. Die kun je niet even afknallen omdat ze een beetje honger hebben.

Sommige Nederlandse boeren willen die werkwijze wellicht graag toepassen, omdat het wild in hun omgeving hun landerijen kaal eet. Deze overlast kan volgens Keulartz gemakkelijk worden weggenomen. Daar hebben je allerlei oplossingen voor, zoals wallen, hekken en roosters om de akkers te beschermen.

Een edelhert op de Hoge Veluwe. Volgens natuurfilosoof Keulartz zijn deze en andere grote grazers van groot belang voor de ontwikkeling van Nederlandse natuurgebieden.

Bron: ANP

Zie ook het commentaar van de Stichting Wise Use over de gehouden Enquete van Natuurmonumenten




Beantwoording vragen over kraaiendag WBE Drachten

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Datum        3 april 2014

Betreft        Beantwoording vragen over wedstrijden dieren doodschieten

Geachte Voorzitter,

Hierbij bied ik u aan de antwoorden op  de vragen die gesteld zijn door het lid Thieme (PvdD) over wedstrijden dieren doodschieten (ingezonden 18 maart 2014).

1

Kent u de oproep “kraaiendag 2014 WBE Drachten e.o.” waarin jagers worden opgeroepen tot een wedstrijd om  zoveel mogelijk kraaien en kauwen dood te schieten?1

Antwoord

Ja. Ik vind het ongepast dat beheer en schadebestrijding als wedstrijd wordt  aangekondigd.

2

Is het waar dat er op  verschillende plaatsen in het land wedstrijden door jagers worden georganiseerd om  zoveel mogelijk kraaien en kauwen te doden?

6

Acht u het in overeenstemming met de bedoelingen van de wetgever om beschermde dieren massaal te laten afschieten tijdens door jagers georganiseerde wedstrijden? Zo  ja, waarom? Zo  nee, bent u bereid dergelijke vormen van dieronvriendelijk vermaak te verbieden?

7

Deelt u de mening dat het wedstrijdelement de selectiviteit van het afschot niet ten goede zal komen? Zo  ja, bent u bereid handhavend optreden te stimuleren tijdens dergelijke evenementen, wanneer blijkt dat dieren onnodig lijden of wanneer beschermde dieren slachtoffer worden? Zo  nee, waarom niet?

8

Bent u bereid de landelijke vrijstellingslijst in haar geheel te heroverwegen nu blijkt dat Wild  Beheer Eenheden die misbruiken om  letterlijk prijs te schieten? Zo  nee, waarom niet? Zo  ja, op  welke termijn en wijze?

Antwoord op  de vragen 2, 6, 7 en 8

Binnen Wild  Beheerseenheden (WBE’s) wordt steeds meer in georganiseerd verband opgetreden om  beheer en schadebestrijding uit te voeren. Men controleert elkaar onderling, men weet aan het einde van zo’n dag precies wie hoeveel en welke dieren geschoten heeft. Dat komt het beheer ten goede. Het is goed als jachthouders zich niet onttrekken aan samenwerkingsverbanden in de streek.

Jachthouders zijn verantwoordelijk voor de uitoefening van de jacht op  hun jachtveld binnen de kaders van de Flora- en faunawet en wat betamelijk is voor een goed jachthouderschap.

3

Is het waar dat tijdens dergelijke wedstrijden geen enkele selectie plaatsvindt anders dan dat de afgeschoten dieren kraaien of kauwen moeten zijn?

Antwoord

De jacht op  zwarte kraaien en kauwen in het kader van beheer en schadebestrijding is toegestaan; beide soorten staan op  de landelijke vrijstellingslijst.

4

Deelt u de mening dat het aselect afschieten van dieren in de broedtijd afkeurenswaardig is? Zo  nee, waarom niet? Zo  ja, bent u bereid een einde aan deze praktijken te maken?

5

Is het mogelijk dat dergelijke wedstrijden ook  worden georganiseerd als de vogels jongen verzorgen? Zo  ja, vindt u dat wenselijk? Zo  nee, wat houdt de jagers tegen?

Antwoord op  de vragen 4 en 5

De zwarte kraai en de kauw mogen het gehele jaar door bejaagd worden in het kader van beheer en schadebestrijding, dat kan dus ook  in de broedtijd gebeuren of als de vogels jongen verzorgen. Het is de verantwoordelijkheid van de jager om met respect voor de dieren, zelfbeheersing en weidelijkheid te jagen.  Zie verder ook  mijn antwoord op vraag 2.

(w.g.)                Sharon A.M. Dijksma

Staatssecretaris van Economische Zaken




Gewond ree zat meer dan 1 uur vast in vangrails A2 bij Holtum

Gewonde ree op A2 vlucht weiland in

Het gewonde ree dat maandagochtend in de middenberm van de A2 zat bij Holtum, is weggevlucht voor medewerkers van de dierenambulance die het dier wilden helpen.

Rijkswaterstaat sloot in beide richtingen een rijstrook af op de A2 in verband met het gewond geraakte dier dat in de middenberm zat. Het ree zat daar al zeker sinds 10 uur. Het dier was mogelijk aangereden op de snelweg.

Rond 11.30 uur is het verkeer op de A2 even stilgelegd toen medewerkers van dierenambulance het dier probeerden te vangen, om het uit zijn benarde positie te bevrijden.

Het angstige dier nam echter met grote snelheid de benen, sprong over de vangrails en verdween in een weiland, meldt Rijkswaterstaat. “Het was geen doen om achter het dier aan te gaan”, zegt een woordvoerster.

Hoe ernstig verwond de ree was, is onduidelijk gebleven.

De snelweg A2 is weer vrijgegeven.




Anticipatie op de komst van de wolf

Kamerbrief Staatsecretaris Dijksma: Anticipatie op de komst van de wolf

Geachte Voorzitter,

In september 2012 bent u per brief geïnformeerd over een aantal rapporten in relatie tot de verwachte komst van de wolf naar Nederland (Kamerstuk 26407, nr. 65). Daarin staat dat wolven steeds dichter in de buurt van de Nederlandse grens komen. Ook ik ben van mening dat het verstandig is ons voor te bereiden op een mogelijke terugkeer van deze soort in Nederland.

wolfAlterra heeft daartoe een omvangrijk en ambitieus advies opgeleverd dat anticipeert op de komst van wolven naar Nederland1. Ik vind dat het beleid zich voor nu moet richten op de situatie dat een zwervende, individuele wolf Nederland bereikt. Mijn inzet is beperkt tot de meest noodzakelijke acties. Deze inzet is voor dit moment voldoende.

Uitgangspunt is dat provincies in belangrijke mate verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het natuurbeleid, ook in relatie tot eventuele schade aan landbouwhuisdieren via het Faunafonds. De provincies hebben al laten weten zich in eerste instantie ook te willen richten op de mogelijke komst van een zwervende, individuele wolf.

De provincies en het Faunafonds waren bij de opdracht voor het genoemde advies medebetrokken. Verscheidene organisaties, onder andere op het gebied van landbouw, recreatie en natuur, hebben inbreng en commentaar geleverd op het advies. Het advies gaat onder meer in op wet- en regelgeving, informatie en communicatie, onderzoek, beheer en schadepreventie en -tegemoetkomingen in relatie tot wolven. Bij diverse aanbevolen acties ziet het advies een rol voor Rijk en/of provincies.

Ik ga hieronder in op een aantal aanbevelingen.

Wet- en regelgeving

Als reactie op het advies is vanuit de provincies aangegeven dat er nog onduidelijkheid kan zijn over of en wanneer de wolf in Nederland daadwerkelijk is beschermd en dat het wenselijk is de wettelijke bescherming expliciet te regelen.

Ik zal ervoor zorg dragen dat de wettelijke bescherming van de wolf wordt geregeld.

Het regelen van de wettelijke bescherming past ook binnen de invulling van de verplichtingen van de Habitatrichtlijn. Daarmee wordt het ook mogelijk voor het Faunafonds om tegemoetkomingen in schade door wolven te verlenen, indien dat zich zou voordoen. Het Faunafonds heeft mij namelijk aangegeven onder voorwaarden tegemoetkomingen te kunnen verlenen voor schade veroorzaakt door beschermde diersoorten aan bedrijfsmatig gehouden landbouwhuisdieren.

Provincies en Faunafonds geven daarbij aan dat in het geval van een zwervende, individuele wolf niet kan worden geëist dat agrariërs preventieve maatregelen nemen. Het regelen van wettelijke bescherming betekent nadrukkelijk niet dat ik daarmee actieve beschermingsmaatregelen voor wolven bevorder of opleg.

Onderzoek

Een aanzienlijk deel van het advies gaat over het doen van onderzoek, waarnemingen en het uitvoeren van monitoring. Het is aan de provincies om te bepalen welke onderzoeksaanbevelingen op korte termijn opportuun worden geacht. Ik kan die wensen zo nodig betrekken bij keuzen die ik maak bij de inzet van mijn onderzoeksinstrumentarium. Genetisch referentiemateriaal van wolven is nu versnipperd aanwezig is bij diverse Europese instituten en onderzoekers. Ik zal daarom stimuleren dat materiaal beter kan worden uitgewisseld, ook met Nederland. Daarmee kan dan zowel in ons eigen land als op Europese schaal het identificeren van wolven worden vereenvoudigd.

Wolvenbureau

In ongeveer een derde van de aanbevelingen in het advies komt een, op te richten “wolvenbureau”, voor waaraan een centrale rol in communicatie, onderzoek en advies wordt toegedacht. Dit zou naar Duits voorbeeld zijn.

Gebleken is echter dat slechts één van de zestien Duitse deelstaten een “wolvenbureau” kent. Als reactie op deze aanbeveling zullen de provincies bezien welke mogelijkheden er zijn om expertise over wolven te bundelen, aansluitend bij bestaande structuren. Ik zal om deze redenen deze aanbeveling niet overnemen. Daarnaast hebben de provincies aangegeven een communicatieplan over de wolf op te zullen stellen.

Voor het overige wacht ik nu het door de provincies voorgenomen initiatief af om te bezien welke overige aanbevelingen uit het advies mogelijk opgevolgd zouden moeten worden.

(w.g.) Sharon A.M. Dijksma

Staatssecretaris van Economische Zaken

1 Onder meer vindbaar op de volgende website van Alterra: http://applicaties.wageningenur.nl/wever.internet/applications/alterrarapporten/defaultnl.aspx 




Franse boeren willen jagen op wolven

Ondanks succesvolle wolfbeschermingsprogramma’s in de Verenigde Staten, Italië en Duitsland, blijft de aversie voor wolven onder veel mensen helaas bestaan en worden de dieren alsnog, legaal en illegaal, gedood. Afgelopen weekend blijkt Frankrijk nu ook met een ‘wolvenprobleem’ te kampen.

wolf

Op 31 januari werd een dode wolf, een mannetje, gevonden in het Franse plaatsje Coole, 160 kilometer oostelijk van Parijs. Het dier was waarschijnlijk doodgeschoten door jagers. Sinds mei 2013 hebben wolven 29 keer schaapskuddes aangevallen in deze regio. Wetenschappers houden er rekening mee dat het een kwestie van tijd is voor de wolf in de omgeving van Parijs wordt gesignaleerd. Vanwege de vele bossen met herten en zwijnen is dit een ideale omgeving voor wolven.

Dat is een wandeling van een paar dagen voor een wolf, aldus Maxime Zucca van Natureparif.

Sinds ze in 1992 vanuit Italië de grens zijn overgestoken duiken ze in het hele land op. Dit resulteert in confrontaties tussen boeren, die vrezen voor hun vee, en milieubeschermers die juist blij zijn met de terugkeer van de wolf.

Franse boeren willen dieren als wolven, lynxen en beren nu de beschermde status ontnemen, ze eisen het recht ‘zichzelf te beschermen’.

Wolven in de Alpen, in Siberië en in Yellowstone zijn prima, maar ze zijn niet verenigbaar met veeteelt, vindt Nicolas Dhuicq, een beleidsmaker die een wetsvoorstel heeft ingediend om jacht op wolven te legaliseren.

De Franse wolvenpopulatie bestaat uit 250 – 300 dieren en het aantal groeit, volgens het International Wolf Center in Minnesota, Verenigde Staten. Ter vergelijking: in Italië wordt het aantal wolven geschat op 1.000, in Spanje op 2.000 en 50 in Duitsland.

Hiermee stijgt het aantal aanvallen op boerderijdieren: wolven in Frankrijk doodden in 2012 6.666 dieren, voornamelijk schapen.

Aangezien de dieren geen direct gevaar voor de mens vormen, staat de meerderheid van de Franse bevolking nog achter de wolf. In oktober hield dierenrechtenorganisatie Ifop for OneVoice een enquête, waaruit bleek dat 76% van de ondervraagden vindt dat de wolf thuishoort in de Franse natuur. Volgens boeren hebben deze mensen een geromantiseerd beeld van de wolf.

De laatste wolven in Frankrijk werden gedood in het zuidwesten in de jaren 1920. In de Parijse regio waren ze zo’n 70 jaar eerder uitgestorven. Het roofdier dat al eeuwenlang wordt vervolgd blijkt helaas nog steeds voor velen onwelkom.

Bron ©PiepVandaag.nl Angelique Lagarde




Snorfietser dood door overstekende haas

BEMMEL – 

Een 17-jarige snorfietser uit het Gelderse Bemmel is maandagavond mogelijk om het leven gekomen door een overstekende haas. Dat denkt de politie, die dinsdag nader onderzoekt wat er precies is gebeurd.

scan Ed van Tellingen dode haasVoorbijgangers vonden de jongen, die met een ernstige hoofdwond naast zijn snorfiets lag. Hij overleed ter plaatse aan zijn verwondingen. Sporen toonden aan dat hij waarschijnlijk een aanrijding met een dier had gehad. In de buurt van de snorfietser lag ook een dode haas op straat.




Benelux dossier beheer en schadebestrijding aangepast

Onderwerp: RE: Benelux-dossier; beheer en schadebestrijding

Aan wie dit betreft: bijgaand afschrift van de getekende versie van de beschikking.

Gisteren heeft Minister Timmermans in zijn hoedanigheid van voorzitter van het Comité van Ministers van de Benelux Unie, Beschikking M (2014) 3 vastgesteld.

Dit is de door Nederland gevraagde schriftelijk toestemming conform artikel 13, eerste lid, van de Benelux-overeenkomst Jacht en Vogelbescherming om de huidige praktijk van beheer en schadebestrijding te mogen voortzetten conform de Flora- en faunawet en, waar nodig, in afwijking van de bepalingen van de Benelux-overeenkomst.

In bijgaande link naar de website van de Benelux Unie (http://www.benelux.int/nl/publicaties/publicaties-overzicht/wildhygieneregels-de-benelux) is de bevestiging van de ondertekening te vinden.

Op deze plek zal uiteindelijk ook een afschrift van de beschikking komen te staan, maar dat gebeurt, denk ik, pas na publicatie van de beschikking in het publicatieblad van de Benelux.

Ik ben nog in afwachting van een afschrift van de getekende versie, maar bijgaand voeg ik alvast een ongetekende versie.

In de beschikking staat dat het Comité de regeringen van de Benelux-landen toestemming verleent om afwijkingen toe te staan met het oog op natuurbeheer, wetenschap en het voorkomen van schade.

Voorwaarde is dat lidstaten aan de Benelux kennisgeving doet van die afwijkingen.

Met de juristen van het secretariaat is afgesproken dat het oorspronkelijke verzoek van de Staatssecretaris voor de schriftelijke toestemming kan worden beschouwd als de kennisgeving door Nederland.

De formulering van het oorspronkelijke verzoek was toestemming om de huidige praktijk van populatiebeheer en bestrijding van schadeveroorzakende dieren voort te zetten en dit te doen in afwijking van het gestelde bij of krachtens artikel 2 3 en 4 van de Benelux-overeenkomst Jacht en Vogelbescherming, voor zover dit nodig is in het belang van de wetenschap, van het natuurbeheer of tot voorkoming van schade.

Ik zal de Staatssecretaris volgende week een advies voorleggen om een afschrift van de beschikking toe te zenden aan de verantwoordelijke gedeputeerden en de Tweede Kamer.

Met vriendelijke groet,

mr. R.J.A. Donner

Programmadirectie Juridisch instrumentarium Natuur en Gebiedsinrichting

Ministerie van Economische Zaken




Kamerbrief Staatssecretaris Dijksma over afschieten katten

wilde-katTijdens het ordedebat van 12 november 2013 heeft het lid Thieme (PvdD) mij gevraagd per brief aan te geven hoe ik de motie van 7 november 2013 over het niet afschieten van katten zal gaan uitvoeren.

De besluitvorming over het al dan niet beperken van een populatie zwerfkatten is neergelegd op provinciaal en gemeentelijk niveau. Het afschieten van verwilderde huiskatten is mogelijk in het kader van de bestrijding van overlast en schade. De faunabeheereenheden kunnen in het buitengebied de populatie verwilderde katten beperken om de overige fauna in een gebied te beschermen, of op verzoek van gemeenten vanwege de overlast. De Flora- en faunawet beschermt de verwilderde huiskat niet, maar er is wel een ontheffing nodig om het jachtgeweer te mogen”gebruiken.

Lees verder: kamerbrief-over-afschieten-van-katten.pdf




Verdenking Afrikaanse varkenspest waarop letten en hoe te handelen

grote bagge Echt

In Polen, Oekraïne en Litouwen is de Afrikaanse varkenspest geconstateerd, dit kan ernstige gevolgen hebben voor ook de wilde zwijnen in deze gebieden.

Het snel opsporen van een besmetting met Afrikaanse varkenspest is cruciaal om de schade voor de Nederlandse varkenshouderij en de hier levende wilde zwijnen beperkt te houden.

Wat is varkenspest?

Varkenspest is een virusziekte die voorkomt bij varkens. Er zijn 2 soorten: de klassieke varkenspest en de Afrikaanse varkenspest. De 2 ziektes lijken erg op elkaar, maar worden veroorzaakt door verschillende virussen. Beide soorten zijn erg besmettelijk en vaak dodelijk voor de varkens. Het virus is ongevaarlijk voor mensen.

Besmetting varkenspest

Varkens kunnen op verschillende manieren geïnfecteerd raken met het virus. Dit gebeurt bijvoorbeeld door het opeten of inademen van besmet materiaal (stof, vloeistof, mest of voedsel). Of via inseminatie met besmet sperma.

Of een varken besmet raakt, hangt onder meer af van de hoeveelheid opgenomen virus en de weerstand van het dier.

Eenmaal besmette dieren kunnen elkaar besmetten. Biggen kunnen besmet raken in de baarmoeder van de zeug en na de geboorte het virus verspreiden.

Varkenspest ongevaarlijk voor mensen

Het virus is ongevaarlijk voor mensen. Mensen kunnen het virus wel verspreiden, onder meer via kleding, schoenen en handen. Ook besmette materialen (bijvoorbeeld voertuigen, instrumenten en injectienaalden) en etensresten die als diervoeding worden gebruikt, kunnen voor verspreiding van het virus zorgen.

Symptomen varkenspest

Bij een acuut geval van varkenspest zijn de verschijnselen onder andere:

  • koorts;
  • Bloederige diaree;
  • gebrekkige eetlust;
  • blauwe verkleuring van oren, poten, staart en snuit en afsterven van een gedeelte van de huid;
  • huidbloedingen;
  • trillingen op de huid.
  • Bij een langdurig (chronisch) verloop van varkenspest zijn de verschijnselen minder duidelijk. De varkens zijn sloom, hebben een wisselende eetlust, hebben last van diarree en vermageren. Bij deze vorm is de huid van de dieren bleek en staan de haren overeind.

Melden symptomen varkenspest verplicht

Vermoedt u dat 1 van uw varkens varkenspest heeft? Dan moet u dit melden aan de meldkamer van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Ook moet u een dierenarts inschakelen.

Voorkomen van varkenspest

De volgende maatregelen kunnen ervoor zorgen dat het virus zich niet verspreidt:

verbod op import en export;verbod op voeren van etensresten;reiniging en ontsmetting van transportwagens;transportbeperkingen;Inentingen.

Het is de varkenshouder die zijn varkens dagelijks ziet en als eerste kan opmerken dat er iets aan de hand is. De varkenshouder kan dan, meestal in overleg met zijn dierenarts, kiezen uit een aantal mogelijke vervolgstappen:

1) Verrichten van sectie op gestorven varkens

Als er sprake is van sterfte, en Afrikaanse varkenspest is nog niet een serieuze mogelijkheid, kan er besloten worden om sectie te laten verrichten door de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD), of een daarvoor erkende en aangewezen dierenartspraktijk. Op basis van het beeld op de sectietafel kan er eventueel toch een verdenking op Afrikaans varkenspest ontstaan. Op dat moment zal de uitvoerende patholoog dat bij de NVWA melden als een officiële verdenking.

2) Melden van een AVP-verdenking bij de NVWA

Als de klinische verschijnselen van dusdanige aard zijn dat Afrikaanse varkenspest een reële mogelijkheid is, dient dit gemeld te worden bij de NVWA. In de praktijk lijken Klassieke en Afrikaanse varkenspest zoveel op elkaar dat in zo’n geval een varkenshouder of dierenarts wel aan Klassieke varkenspest zal denken, maar niet of zelden aan Afrikaanse varkenspest. Bij de volgende verschijnselen zou men echter eerder aan Afrikaanse varkenspest dan aan Klassieke Varkenspest kunnen denken:

Bloederige diarree

Snel en veel sterfte bij zieke dieren (of sterfte voordat ziekteverschijnselen gezien worden).

Bij twijfel kunnen de klinische verschijnselen worden aangevinkt op de website Snelle signalering varkensziekten om een waarschijnlijkheidsdiagnose en eventuele aanbevolen vervolgstappen in beeld te krijgen.

In de praktijk is het overigens niet heel relevant of er nu aan Klassieke of Afrikaanse varkenspest gedacht wordt. In geval van een verdenking van één van beide worden de ingezonden monsters bij het CVI op beide ziekten onderzocht.

Klinische verschijnselen

De incubatietijd van Afrikaanse varkenspest varieert van 2-10 dagen, afhankelijk van de virulentie van het virus. Veel virussen die rechtstreeks vanuit de wildcyclus worden verspreid naar gedomesticeerde varkens geven heel snel ernstige ziekteverschijnselen bij gedomesticeerde varkens, met een hoog percentage sterfte, tot wel 100%. Er zijn echter ook virusstammen die minder sterfte geven, maar dan nog altijd aan 30-70%.

Klinische verschijnselen kunnen veel lijken op die van klassieke varkenspest:

Zie voor meer informatie: http://www.nvwa.nl/onderwerpen/regels-voor-ondernemers-dier/dossier/voorkomen-en-bestrijden-van-dierziekten/melden-dierziekten




Provincies willen bestrijden overlast ganzen vereenvoudigen

grauwe-ganzen-op-het-landDe provincies willen het landelijke schadefonds voor ganzen maximaliseren op twee miljoen euro. Op die pot kunnen agrariërs een beroep doen wanneer hun gewassen in de zomer door foeragerende ganzen worden vernield. Dat is volgens gedeputeerde Carla Schönknecht één van de maatregelen die in het gezamenlijk overleg (IPO) van de provincies is besproken als vangnet voor het mislukte ganzenakkoord.

Die overeenkomst tussen provincies, landbouw- en natuurorganisaties spatte eind vorig jaar uit elkaar na een meningverschil over de winterrust voor ganzen.

De provincies zijn het er volgens Schönknecht ook over eens dat het makkelijk moet worden om overlast van ganzen te bestrijden. In dat verband wordt ook nog eens nadrukkelijk naar het gebruik van koolstofdioxide (CO2) gekeken.

De vergoeding voor nevenschade wordt afgeschaft, zei de gedeputeerde vrijdag in de Statencommissie Ruimte, Ecologie en Water.