1

Plan voor nieuwe natuur ten zuiden van Susteren

Ten zuiden van het Limburgse Susteren worden de natuurgebieden ’t Hout en het IJzerenbos met elkaar verbonden. Natuurmonumenten, Watermaatschappij Limburg en de gemeente Echt-Susteren gaan daar samen aan werken. Voor Natuurmonumenten ontstaat er een aaneengesloten natuurgebied en de Watermaatschappij Limburg krijgt door de nieuwe percelen meer ruimte voor waterwinning. De gemeente Echt-Susteren ziet kansen voor toerisme en recreatie. De komende maanden wordt een totaalplan ontwikkeld, waarmee ook meer duidelijkheid komt over de kosten.

bron: De Limburger, 09/07/19




Nederland heeft slecht zicht op omvang van stroperij

In de Nederlandse natuurgebieden worden nog altijd netten gespannen, vallen gezet, zangvogels gevangen en dieren illegaal afgeschoten. “Het evenwicht in de natuur raakt erdoor zoek”, zegt Rolf Overdiep, voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Natuurtoezicht KNVvN. “In Nederlandse natuurterreinen wordt behoorlijk gestroopt.” Maar hoe groot het stroopprobleem in Nederland is, weet niemand.

Samen met de KNVvN heeft de NOS een enquête uitgezet onder die groene boa’s. Bijna 100 boa’s vulden die in. Niet representatief, maar het geeft een indicatie. Meer dan de helft van de boa’s die de enquête invulden, hebben de indruk dat het aantal stroopincidenten in hun gebied toeneemt. Daarnaast maken sommigen zich zorgen over hun veiligheid in de gebieden. Meer dan 70% geeft aan niet voldoende middelen te hebben om stroperij tegen te gaan. Ze willen bijvoorbeeld graag een wapen of portofoon, of nachtcamera’s als ze er ’s nachts op uit moeten. Onder meer omdat de stroperij is veranderd. “Stropers gaan nu op pad met geluidsdempers, infrarood- en warmtecamera’s”, zegt Overdiep.

bron: NOS, 03/07/19




Stichting Het Nationale Park De Hoge Veluwe sluit ecoducten af

Stichting Het Nationale Park De Hoge Veluwe heeft besloten tot het dichtzetten van de ecoducten met hekken. Het is een tijdelijke maatregel in afwachting van solide afspraken met de provincie Gelderland over de grote instroom van herten vanuit het Deelerwoud, een natuurgebied dat door Natuurmonumenten wordt beheerd, en over gecontroleerd beheer van wolven.

Directeur Van Voorst tot Voorst van het Nationaal Park stelt dat al voor het derde jaar er meer dan 50% meer herten zijn binnen gestroomd dan in de jaren ervoor. Dat zorgt voor stagnatie bij de natuurlijke verjonging van de bossen stagneert en het verdwijnen van de moeflons . Ook wil hij met de provincie afspraken maken over de wolf, want de stichting wil geen wolven in het Nationaal Park De Hoge Veluwe. De directeur wijst op de instandhoudingsverplichting van diverse beschermde diersoorten die er in het kader van Natura 2000 voor de Hoge Veluwe geldt.

Op de Hoge Veluwe is gekozen voor moeflons om de heide open te houden omdat de moeflon de enige soort is die ook grove den eet. Door de open gebieden te laten begrazen hoeven er daar geen machines te worden ingezet. Daar past de wolf niet bij, aldus Van Voorst tot Voorst. Doordat er meer herten binnenkomen, moet er extra worden gejaagd. Op de Hoge Veluwe wordt gestreefd naar een voorjaarsstand van circa 220 moeflons, 50 wilde zwijnen en 180 edelherten. Voor damherten geldt een nulstand.

bron: Stichting Het Nationale Park De Hoge Veluwe, 03/07/19




Drones gaan wildschade in kaart brengen – 1 Limburg

Lees het hele bericht op de website van 1 Limburg

1Limburg.nl




Weer uitbreiding Belgisch AVP toezichtsgebied in de Belgische provincie Luxemburg

Met ingang van vandaag, 1 juli 2019, is het toezichtgebied van de Afrikaanse Varkenspest (AVP) in de Belgische provincie Luxemburg met 7.000 hectare uitgebreid. Dit heeft de Waalse minister van Landbouw René Collin bepaald nadat er twee nieuwe gevallen van met AVP besmette wilde zwijnen werden aangetroffen in de regio Aubange.

De Waalse minister van Landbouw René Collin heeft met ingang van 1 juli 2019 nieuwe maatregelen afgekondigd ter bestrijding van de AVP in de provincie Luxemburg. Aanleiding is de vondst van twee met het AVP besmette wilde zwijnen in Rachecourt (Aubange). Dit gebied was eerder weer vrijgegeven.

Afsluiting

Deze recente vondst is voor minster Collin aanleiding om circa 7.000 hectare bos in het zuiden van de provincie Luxemburg (wederom) voor eenieder en elke activiteit af te sluiten. Dat stelt persbureau Belga. Tijdens een persconferentie in Libramont onderstreepte minister Collin dat de Afrikaanse varkenspest nog zeker geen afgesloten verhaal is. Zijn streven blijft om voor 31 december 2019 het gehele gebied in de provincie Luxemburg vrij te hebben van wilde zwijnen.

‘Slechts’ 2 nieuwe gevallen

Het aantal vondsten van met AVP besmette wilde zwijnen in de Waalse provincie Luxemburg vertoont een zeer duidelijke dalende tendens. Eind mei was sprake van in totaal 814 AVP-besmette wilde zwijnen. Twee weken later, op 11 juni, waren dit er 821 bij 3.029 onderzochte kadavers. Weer twee weken later, op 24 juni, waren ‘slechts’ twee nieuwe AVP gevallen geregistreerd, en staat de tellers sindsdien op 823 van de in totaal 3.166 onderzochte kadavers.




Uitgekeerde Faunaschade in 2018 met € 5 miljoen gedaald

24 juni 2019




Position Paper LTO, FPG, Jagersvereniging: Naar een duurzaam wildbeheer in Nederland en het commentaar van de Wbe Susteren/Graetheide en NOJG

Position Paper LTO, FPG, Jagersvereniging: Naar een duurzaam wildbeheer in Nederland en commentaar NOJG

Het huidige systeem van het voorkomen en vergoeden van faunaschade behoeft dringend verbetering, want schadebedragen nemen jaarlijks toe, de bereidheid van de overheid om tegemoetkomingen te blijven betalen neemt af en de juridische procedures stapelen zich op. In samenwerking met LTO Nederland en Federatie Particulier Grondbezit (FPG) heeft de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging een Position Paper naar een duurzaam wildbeheer in Nederland opgesteld waarbij ze de politiek en de Nederlandse overheid oproepen om een duurzaam faunabeheer, schadepreventie en schadevergoeding mogelijk te maken.

Het niet in voldoende mate afwikkelen van faunaschade; Komt voort uit bezuiniging en afschuiven van verantwoordelijkheid. Beleid van de overheid en heeft niets met de wildsoorten te maken.

Overmatige aantallen in het wild levende dieren veroorzaken natuurschade, bedreigen het weg- en vliegverkeer en brengen schade toe aan landbouwgewassen. De aan boeren uitbetaalde schadevergoedingen zijn sinds de inwerkingtreding van de Flora- en faunawet in 2002 toegenomen van 6 miljoen euro in 2006 naar ruim 21 miljoen euro in 2016. In onderzoek van CLM uit 2013 bleek dat de daadwerkelijke schade op het boerenland een factor vijf hoger is en voor 90% door ganzen wordt veroorzaakt. De overheid veel inspanningen op het gebied van schadepreventie en maakt tegelijkertijd de regels voor het beheer van schadeveroorzakende diersoorten complex en moeilijk uitvoerbaar. Boeren, grondbezitters en jagers vinden verandering nodig. Het faunabeheer in Nederland kan eenvoudiger en efficiënter.

Beheer per provincie verschillend en complex

Veel schadeveroorzakende diersoorten worden op dit moment beheerd op basis van provinciale vergunningen. Deze wet- en regelgeving voor populatiebeheer en schadebestrijding van in het wild levende diersoorten is op dit moment per provincie verschillend. De verantwoordelijkheden voor landbouw, natuurbeheer, schadepreventie en schadevergoeding zijn nu uit elkaar getrokken, hetgeen een gebalanceerde, integrale benadering bemoeilijkt.

Het is juist de wetgever geweest die dit heeft besloten, namelijk verantwoordelijkheid bij de provincies te leggen voor al het natuurbeheer, de Faunabeheereenheden zoveel mogelijk op provinciaal niveau en de door hen opgemaakte faunabeheerplannen afgestemd op de lokale provinciale situatie, dus ook de daarop verleende ontheffingen, vrijstellingen en bijzondere opdrachten en het uitkeren van de Faunaschadevergoedingen. Dat hierdoor uiteraard verschil bestaat per provincie, is natuurlijk vanzelfsprekend daar niet iedere provincie de zelfde biotoop en faunasoorten heeft en wat daardoor volgens ons ook de bedoeling van de wetgever geweest. De Nederlandse wet is op dit punt anders dan de Duitse. Volgens de KNJV heeft de jachthouder een inspanningsverplichting, en bijvoorbeeld in Duitsland een resultaatsverplichting. Dat is inderdaad zo, als wij het hebben over niet wildsoorten, waarvoor een ontheffing geldt, maar niet voor de vrijgestelde diersoorten en wildsoorten conform de huidige Wet natuurbescherming.

Verantwoordelijkheden dichter bij elkaar

Wanneer de verantwoordelijkheden voor landbouw, natuurbeheer, schadepreventie en schadevergoeding dichter bij elkaar gebracht worden onder een eenvoudiger regime in een stelsel van heldere afspraken, zal de integratie van landbouw- en natuurbelangen beter en de schadepreventie diervriendelijker en efficiënter kunnen plaatsvinden, stellen de 3 organisaties.

(Ook hier is de vraag waarop is dit gebaseerd?)

I.p.v. te pleiten voor beleidsaanpassingen wordt hier een pleidooi gehouden om de gevolgen van een (verkeerd) rijksbeleid over te hevelen naar de uitvoerders van het faunabeheerplan. Schadeleiders en schadebestrijders komen recht tegenover elkaar te staan. Wat wordt eigenlijk bedoeld met een diervriendelijker schadebestrijding?

De vraag is over welke verantwoordelijkheden wij het hier hebben, bij het voorkomen en bestrijden van schade of is dit alleen maar voor één doel wat de KNJV heeft namelijk uitbreiding van de wildlijst en wat is dan het verschil met het huidige systeem van jacht, beheer en schadebestrijding?

Boeren, jagers en terreinbeheerders kunnen op basis van een wildbeheerplan onder het jachtregime samen werken aan een voor alle partijen redelijke wildstand, waardoor de landbouwschade afneemt, de soortenrijkdom toeneemt en de administratieve lasten lager zijn.

De vraag in deze is of de terreinbeheerder een onderschrijver of mede-penvoerder van dit document wordt? Wij kunnen ons dit niet voorstellen. Na 25 jaar komt plotseling het wildbeheerplan (300 exemplaren) weer uit de kast. Een mislukt vehikel van vroeger en tegenstrijdig met het succesvolle amendement waarmee een planmatige jacht uit het faunabeheerplan is gehouden tijdens de Wet natuurbescherming. De redelijke wildstand wordt onvoldoende belicht zoals in de Wnb staat geformuleerd.

Art.3.14 lid 2 van de Wnb. Hiermee geeft men dan de provincie feitelijk “cart blance” om de WBE aan te sturen. In de WBE verordening (verordening Faunabeheer) kan de provincie allerlei criteria aan het wildbeheerplan stellen.(zoals bij de FBE ook gebeurd).

Je zult je af moeten vragen of een WBE nog wel een WBE is als deze niet aan gestelde criteria voldoet. Mogelijk wel, maar dan volledig aangestuurd door provincies.

Wat is de meerwaarde van het “extra ”voorgestelde Wildbeheerplan” ten opzichte van het huidige Faunabeheerplan van de Faunabeheereenheid, dat nu juist door alle organisaties waaronder de maatschappelijke organisaties en door BIJ12 geadviseerd en uiteindelijk door de provincie wordt goedgekeurd en waarin iedereen inspraak heeft gehad. 

Wat is dan het verschil en wat draagt dit nu bij aan een redelijke “wildstand” ( KNJV wildlijst) en welke administratieve lasten gaan hierdoor dan  omlaag als er een geopend jachtseizoen is en daarbuiten toch alleen maar opgetreden kan worden met ontheffingen of bijzondere opdrachten zoals dit ook bij de huidige wetgeving is geregeld? 

Wij kunnen alleen maar constateren, dat deze administratieve last dan bij de Wildbeheereenheden en de Faunabeheereenheden, hierdoor alleen maar fors omhoog gaat , want de Wbe’s moeten dan de wildbeheerplannen opstellen, bijhouden en verantwoorden aan de Fbe en deze moet die dan toetsen aan het Faunabeheerplan? En dan is de vraag wat als de Fbe dit afkeurt, mag er dan niets meer gebeuren v.w.b jacht, beheer en schadebestrijding, binnen die Wbe? Waar is dan het voordeel voor wie te behalen (wildlijst-KNJV)?

Het wildbeheerplan moet dus door de wildbeheereenheden en de terreinbeheerders van de TBO’s worden opgesteld en wat als deze geen jacht toestaan, zoals nu al op veel terreinen van de TBO’s gebeurd ,wat is dan de waarde van het wildbeheerplan en wat kunnen de Wbe’s dan doen?

Daar waar onverwachte schade dreigt kan aanvullend beheer onder vrijstellings- en ontheffingenregime plaatsvinden is voor boeren een vangnet in de vorm van een schadefonds nodig. De overheid moet medeverantwoordelijk zijn voor dit fonds.

Dit betekent gewoon dat er door het oprichten van een schadefonds nog meer kosten komen voor alle jachtaktehouders en ook extra administratieve lasten. 

Extra werkzaamheden Wbe’s bij het opstellen van de wildbeheerplannen. Immers nu kennen wij de algemene landelijk vrijstellingen en de provinciale vrijstellingen en de verleende provinciale ontheffingen of bijzondere opdrachten, die de jachthouders de vrijheid geeft om direct op te kunnen treden, indien dit nodig is, verantwoording vindt in het FRS plaats, de Fbe is dan ook geïnformeerd. 

Indien er dan weer sprake is van een jachtseizoen voor de “wildsoorten” dan dient erbuiten de ontheffingen en evt. vrijstellingen te gelden, wat is daar dan de meerwaarde van alle kosten en extra werk t.o.v. van de huidige regelingen?

NOJG heeft als standpunt
“Eerst als de populatieomvang van de  beschermde, schadeveroorzakende soorten (ganzen ) op orde is en er alleen beheersmatig verjaagd c.q. geschoten moet worden kan er dan pas aan de wildlijst gedacht worden”.

Gewenste beleidswijzigingen

Jagers, boeren en grondbezitters pleiten voor de volgende beleidswijzigingen:

Alle vormen van jacht vinden plaats op basis van wildbeheerplannen en behoeve van de maatschappelijke inbedding en regionale coördinatie worden deze plannen ter goedkeuring voorgelegd aan de maatschappelijk breed samengestelde faunabeheereenheden.

Dit is een extra en volgens onnodige belasting voor de wildbeheereenheden en de betrokken faunabeheereenheden, die immers al regionaal/provinciaal door de faunabeheereenheden in hun Faunabeheerplannen zijn afgestemd en waarmee de meeste Wbe’s al van 2003 werken.

Wanneer ondanks de gezamenlijke inspanningen van jager en grondgebruiker nog faunaschade ontstaat, moet een consulent Faunaschade een bemiddelende rol tussen grondgebruiker, jager, terreinbeheerder en overheid spelen.

(weer een extra belasting en kosten)

Betekent dit dat deze consulent voor “koning Salomon” moet gaat spelen? Allemaal meebetalen? De huidige inspanningen en kosten van de jager bagatelliseren? Wij lezen hier echt een herhaling van zetten, vechten om de centen. Nu niet alleen gaat het meer om geld van de overheid, maar dan ook om de huishoudknip van boer en jager.

Deze partijen zijn tevens gezamenlijk verantwoordelijk voor het instellen en onderhouden van een faunaschadefonds.

(Waarom al deze extra kosten voor alle jachtaktehouders en weer extra meerwerk voor de Wbe’s, is de huidige regeling dan niet goed, waar alle schade vergoed wordt door de provincies )

Voor het beheer van de “wildsoorten”(welke soorten zijn dit) die nu in groten getale voorkomen waardoor ze aanzienlijke maatschappelijke, economische en natuurschade veroorzaken zou het eenvoudiger en integrale landelijke jachtregime de basis moeten vormen, waar en wanneer nodig aangevuld met het provinciale ontheffingenregime en provinciale opdrachten.

LTO, FPG en de Jagersvereniging vragen de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Tweede en Eerste Kamer om deze overweging mee te nemen in de behandeling van het voorstel voor de Aanvullingswet Natuur bij de Omgevingswet.

Zie voor meer informatie het Position Paper van LTO, FPG en de Jagersvereniging Naar een duurzaam wildbeheer in Nederland op de site van de Jagersvereniging.

bron: Jagersvereniging, 17/05/19


Naar een duurzaam wildbeheer in Nederland

Het huidige systeem van het voorkomen en vergoeden van faunaschade behoeft dringend verbetering, want schadebedragen nemen jaarlijks toe, de bereidheid van de overheid om tegemoetkomingen te blijven betalen neemt af en de juridische procedures stapelen zich op. LTO Nederland, De Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging en de Federatie Particulier Grondbezit roepen de politiek en de Nederlandse overheid op om een duurzaam faunabeheer, schadepreventie en schadevergoeding mogelijk te maken. Diersoorten die in dusdanig groten getale voorkomen dat deze maatschappelijke, ecologische en economische schade veroorzaken zouden in de basis onder het jachtregime onder goedgekeurde wildbeheerplannen moeten worden beheerd. Deze diersoorten, met name ganzen, reeën, wilde zwijnen, edelherten, damherten en smienten, waren in 2016 samen goed voor ruim 19 miljoen van de 21 miljoen euro uitbetaalde schadevergoeding.

Maar wat is nu de verbetering? Als zij pretenderen dat te weten waarom kunnen zij dat niet gewoon uitleggen? Is het een verbetering om te moeten participeren in de gevolgen van het verkeerde beleid, want dat wordt immers gesuggereerd, dan is het geheel onverstandig om daar mede verantwoordelijkheid voor te dragen.

(Wat is dit duurzaam beheer dan beter als het huidige beheer via de opgestelde Faunabeheerplannen van de FBE’s die ook nog eens door alle betrokken partijen goedgekeurd is?) (Waar zit dat verschil dan, vragen wij ons dat af?)

Faunaschade

Overmatige aantallen in het wild levende dieren veroorzaken natuurschade, bedreigen het weg- en vliegverkeer en brengen schade toe aan landbouwgewassen. De aan boeren uitbetaalde schadevergoedingen zijn sinds de inwerkingtreding van de Flora- en faunawet (2002) enorm toegenomen: van 6 miljoen euro in 2006 naar ruim 21 miljoen euro in 2016. CLM-onderzoek uit 2013 toont bovendien aan dat de daadwerkelijke schade op het boerenland een factor vijf hoger is en voor 90% door ganzen wordt veroorzaakt. De overheid vraagt steeds meer inspanningen op het gebied van schadepreventie en maakt tegelijkertijd de regels voor het beheer van schadeveroorzakende diersoorten steeds complexer en moeilijker uitvoerbaar. Boeren, grondbezitters en jagers vinden het de hoogste tijd voor verandering. Het faunabeheer in Nederland kan eenvoudiger, efficiënt en beter in lijn Europa.

(Dus moeten alle jachtaktehouders en boeren maar bijdragen hoeveel en waarom deze onnodige extra kosten, waar ben je dan mee bezig als je op deze wijze je leden gaat belasten en vooral de Wbe’s met veel extra onnodig werk wilt opzadelen)

De uitdaging

Jacht is integraal onderdeel van faunabeheer, met het oogmerk de soortenrijkdom te bevorderen en schade door in het wild levende dieren te beperken. Veel schadeveroorzakende diersoorten worden op dit moment beheerd op basis van provinciale vergunningen. Deze wet- en regelgeving voor populatiebeheer en schadebestrijding van in het wild levende diersoorten is op dit moment per provincie verschillend en complex. De huidige wetgeving is vooral gebaseerd op specifieke Europese derogaties1, waarbij deze bepalingen nu generiek worden ingezet op veelvoorkomende diersoorten waarvan de populatie zich over meerdere provincies of zelfs landen verspreid bevindt. Deze provinciaal versnipperde aanpak van landbouwschadepreventie en wildbeheer is kostbaar, bureaucratisch en in toenemende mate gejuridiseerd. De verantwoordelijkheden voor landbouw, natuurbeheer, schadepreventie en schadevergoeding zijn nu uit elkaar getrokken, hetgeen een gebalanceerde, integrale benadering bemoeilijkt. Dientengevolge lopen de schadecijfers op, neemt de soortenrijkdom af en moeten in toenemende mate drastische preventie- en bestrijdingsmaatregelen genomen worden. Evenwichtig populatiebeheer staat dus onder druk.

De vraag is komt dit door de huidige wijze van Faunabeheer of komt dit door veel meer andere factoren van invloed zoals de schaalvergroting van de moderne landbouw etc en gaan wij dan niet nog meer versnipperen om het per wildbeheerplan per Wbe te doen ( Bijvoorbeeld in Limburg 32 wildbeheerplannen)?

De oplossing

Wanneer de verantwoordelijkheden voor landbouw, natuurbeheer, schadepreventie en schadevergoeding dichter bij elkaar gebracht worden onder een eenvoudiger regime in een stelsel van heldere afspraken, zal de integratie van landbouw- en natuurbelangen beter en de schadepreventie diervriendelijker en kostenefficiënter kunnen plaatsvinden. Boeren, jagers en terreinbeheerders kunnen op basis van een wildbeheerplan onder het jachtregime samen werken aan een voor alle partijen redelijke wildstand, waardoor de landbouwschade afneemt, de soortenrijkdom toeneemt en de administratieve lasten aanzienlijk lager zijn.

Daar waar onverwachte schade dreigt kan aanvullend beheer onder vrijstellings- en ontheffingenregime plaatsvinden en zal voor boeren een vangnet in de vorm van een schadefonds gecreëerd moeten worden.

Gezien de huidige omvang van populaties schadeveroorzakende soorten, en belemmeringen in nationale en internationale wet- en regelgeving moet de overheid medeverantwoordelijk zijn voor dit fonds.

De opsomming in de “Oplossing” zijn wel erg globaal en abstract

Jagers, boeren en grondbezitters zouden daarom de volgende beleidswijzigingen doorgevoerd willen zien:

Alle vormen van jacht (inclusief beheer en schadebestrijding) vinden plaats op basis van wildbeheerplannen op WBE-niveau. Ten behoeve van de maatschappelijke inbedding en regionale coördinatie worden deze plannen ter goedkeuring voorgelegd aan de maatschappelijk breed samengestelde faunabeheereenheden.

Waarom is dit nu ineens nodig er zijn immers al faunabeheerplannen, die geheel voldoen, dus onnodig extra werk voor de Wildbeheereenheden, die zich nu immers als jachthouders aan de faunabeheerplannen dienen te houden, wij vinden dat zij (KNJV) ervan uit gaat dat alle jagers zo denken

Er is hierover totaal geen enkel contact geweest met de NOJG, die toch al 25% van alle jagers vertegenwoordigd in Nederland.

Verder vragen wij ons af of dit ook met de Faunabeheer-eenheden is overlegt en of zij het hiermee eens zijn, als belangrijke speler in deze voorgestelde voorstellen?

Wanneer ondanks de gezamenlijke inspanningen van jager en grondgebruiker nog faunaschade ontstaat, moet een consulent Faunaschade een bemiddelende rol tussen grondgebruiker, jager, terreinbeheerder en overheid spelen. Deze partijen zijn tevens gezamenlijk verantwoordelijk voor het instellen en onderhouden van een faunaschadefonds.

Heeft de KNJV zich wel gerealiseerd wat deze extra kosten voor haar leden gaat betekenen en wat voor hen de gevolgen hiervan zullen zijn?

(Ook hier weer de vraag waarom deze extra belasting en moet er een consulent faunaschade komen wat weer extra kosten meebrengt en de bijdrage aan het faunaschadefonds, wat nu ten laste van de provincie komt, dit is toch gewoon onzin)

Voor het beheer van de wildsoorten die nu in groten getale voorkomen waardoor ze aanzienlijke maatschappelijke, economische en natuurschade veroorzaken zou het eenvoudiger en integrale landelijke jachtregime de basis moeten vormen, waar en wanneer nodig aangevuld met het provinciale ontheffingenregime en provinciale opdrachten.

(Ook hier geldt het zelfde als erboven staat vermeld , de huidige regeling is voor een ieder duidelijk en wat als het jachtseizoen gesloten is dan dien je toch weer gebruik te maken van ontheffingen en provinciale opdrachten, die zijn er al en dus waar ligt hier dan de vereenvoudiging, dus geen alweer extra regels)

Wij vragen de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Tweede en Eerste Kamer der Staten Generaal om deze overweging mee te nemen in de behandeling van het voorstel voor de Aanvullingswet Natuur bij de Omgevingswet.

–(1 Artikel 9 Vogelrichtlijn)

Commentaar Wbe Susteren/Graetheide en NOJG




België: 32 nieuwe AVP gevallen; Duitsland: België verhoogd risico

Sinds de uitbraak in september 2018 zijn tot 10 mei 2019 in totaal 2602 wilde zwijnen gecontroleerd op het AVP virus. Hiervan waren 797 karkassen besmet met het AVP virus. Eind april stond de teller op 765 besmette dieren. In de eerste tien dagen van mei werden 32 nieuwe AVP besmette dieren aangetroffen.

Duitsland

Met het oog op de actuele ontwikkelingen in België heeft Duitsland het AVP-insleeprisico verhoogd. Duitsland wijst vooral op een groter risico van insleping via wilde zwijnen. Aanleiding is enerzijds dat het virus sprongen maakt over grote afstanden en anderzijds is een risico de korte afstand tussen het besmette gebied in de Belgische provincie Luxemburg en Duitsland. Dit zorgt ervoor dat een besmet wild zwijn zelf makkelijk het Duitse grondgebied kan bereiken of dat via overdracht het AVP virus vanuit België in Duitsland kan infiltreren.

Bronnen: Wallonie.be, 3drei3, FAVV




Spanjaarden ontwikkelen effectief varkenspestvaccin voor wilde zwijnen

Orale vaccinatie van wilde zwijnen kan wel eens een waardevol strategie worden om de Afrikaanse varkenspest in Europa te bestrijden. Uit een Spaans onderzoek blijkt namelijk dat wilde zwijnen immuun worden tegen de Afrikaanse varkenspest (AVP) door een nieuw vaccin dat in hun voedsel aan de dieren wordt geleverd. Het onderzoek is inmiddels gepubliceerd in Frontiers in Veterinary Science en de resultaten lijken veelbelovend.

Het onderzoek toont volgens de Spaanse onderzoeker Jose Angel Barasona ook aan dat de immuniteit via contact met geïmmuniseerde wilde zwijnen kan worden doorgegeven aan nog niet geïmmuniseerde dieren, maar hij benadrukt dat er meer onderzoek nodig is om alle effecten van het nieuwe orale vaccinatie te analyseren.

Barasona is een onderzoeker van het Spaanse Visavet Health Surveillance Centre, onderdeel van de Universiteit van Madrid: „Onze studie toont de doeltreffendheid aan van het eerste orale vaccin tegen deze ziekte bij Euro-Aziatische wilde zwijnen. Het biedt 92 procent bescherming voor wilde zwijnen tegen de Afrikaanse varkenspest die in Azië en Europa circuleert.”

Een bewijs dat een goed werkend vaccin effectief kan zijn om de verspreiding van varkenspest door wilde zwijnenpopulatie te voorkomen, blijkt uit het orale vaccin dat in 2000 werd ingezet in Duitsland tegen de klassieke varkenspest. Het ontwikkelen van een vaccin tegen de Afrikaanse varkenspest bleek echter lastiger door de complexe aard van dit virus.

Maar in 2017 betekende een wild zwijn in Letland een doorbraak. Het wilde zwijn had een zwak virulente stam van de ziekte. Dat stelde onderzoekers in staat om een levend vaccin te produceren. Barsona: „Toen we in onze laboratoria wilde zwijnen met deze levende stam hebben geïnoculeerd, vertoonden ze geen symptomen van deze ziekte. Ze produceerden echter antilichamen tegen het virus, waardoor ze uiteindelijk beschermd waren.” Bij de test bleek niet alleen dat het middel doeltreffend is tegen Afrikaanse varkenspest,  maar het kan ook andere wilde zwijnen immuniseren door contact met oraal gevaccineerde dieren.

Lees hier het volledige onderzoek (Engelstalig)




Wildreddende functie van de SAVIHORN tijdens het maaien.

Frijters Rijsbergen BV

Smokstraat 2
4891ZK Rijsbergen
Nederland

Tel.: +31 (0) 6-51 35 34 47
Fax: +31 (0) 76-5 96 48 68
E-mail: info@vogelverschrikker.nl

WWW.VOGELVERSCHRIKKER.NL




Slim maaibeheer reduceert negatieve effecten van maaien op aantallen insecten

Op grote schaal grasland maaien is voor veel insecten negatief. Dat stelt het Louis Bolk Instituut.De organisatie pleit in dat kader voor mozaiekbeheer. Kort gras biedt weinig voedsel en weinig broed- en schuilmogelijkheden voor weidevogels. In het voorjaar van 2018 is er bij ruim 20 boeren in Zuid-Holland onderzoek gedaan naar het effect van graslandmanagement op het aantal insecten in de wei. In mei zijn er gele plakvallen geplaatst. Naast het effect van beheer kwam er een duidelijke trend uit dat in hoger gras meer insecten op de plakvallen aanwezig waren.

Het aantal insecten in een pas gemaaid perceel was gemiddeld bijna drie keer zo laag als in een ongemaaid perceel. Ook in andere onderzoeken wordt een sterk negatief effect van maaien op de aantallen insecten in de wei gevonden. In beweide percelen waren ook minder insecten aanwezig, maar wel meer dan in gemaaide percelen. En de beweide percelen worden waarschijnlijk nog onderschat omdat de gele plakvallen geen insecten aantrekken die op weidemest afkomen.

Meer informatie over maatregelen voor meer biodiversiteit en weidevogels op melkveebedrijven is te vinden op de website www.weidewinst.nl. Dat is een gezamenlijk initiatief van Louis Bolk Instituut, PPP-Agro Advies, Veenweiden Innovatiecentrum en Van Hall Larenstein. Deze website is een van de activiteiten van ‘Winst en Weidevogels’, een project gefinancierd door de provincie Zuid-Holland.

bron: Louis Bolk Instituut, 02/05/19




Reactie Belgische Boerenbond op nieuws terugkeer wolf en uitbreiding roedel in Limburg.

Reactie Boerenbond op nieuws terugkeer wolf en uitbreiding roedel

De terugkeer van de wolf wordt bij landbouwers en in Limburg niet op gejuich onthaald.

De terugkeer van de wolf wordt bij landbouwers en in Limburg niet op gejuich onthaald. Niet alleen de wolf, maar ook de professionele land- en tuinbouw moeten kunnen blijven bestaan, dat zegt Boerenbond in een reactie vandaag.

Men verwacht nu van veehouders (zowel particulieren en professionelen) dat ze zich aanpassen aan deze nieuwe realiteit. Dit is echter niet vanzelfsprekend, want hun ondernemerschap of hun hobby wordt mogelijk bedreigd.

Een omheining die geplaatst werd om dieren binnen te houden krijgt nu de bijkomende functie om dieren zoals de wolf buiten te houden. Daardoor moeten ze aan volledig andere eisen voldoen die aanzienlijke investeringen vergen, zowel in middelen als in tijd.

Voor Boerenbond moet de overheid tegemoetkomen in de volledige – niet enkel een gedeeltelijke (80%) – investering én onderhoudskosten. Eens zo’n omheining geplaatst is vergt ze immers heel wat onderhoud. Tot slot mogen de middelen voor professionelen niet uit het landbouwbudget komen zoals nu het geval is, maar moeten ze voor Boerenbond geput worden uit natuurmiddelen.

Terug naar Persberichten




POV bereikt akkoord met LNV over reductie van wilde zwijnenstand

De wilde zwijnenpopulatie in Nederland zal fors kleiner worden, om zo de risico’s van insleep van Afrikaanse varkenspest te minimaliseren. Dit is het resultaat van onderhandelingen die de Producentenorganisatie Varkenshouderij (POV) de afgelopen weken voerde met het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Voor de POV is daarmee aan een belangrijke voorwaarde voldaan om tot een akkoord te komen over het Diergezondheidsfonds.

Het ministerie van LNV, de provincies en de POV hebben afgesproken een gezamenlijke roadmap op stellen met acties voor het verkleinen van de risico’s van insleep van Afrikaanse varkenspest. Hier zullen ook de natuurorganisaties bij worden betrokken. Het substantieel terugdringen van de omvang van de wilde zwijnenstapel in Nederland zal een van de acties zijn. Deze roadmap zal naar verwachting in oktober klaar zijn. Er zal een taskforce worden ingesteld waarin ook de POV zitting heeft om de roadmap te realiseren. Het landelijk bestuur van de POV is donderdag 25 april akkoord gegaan met dit resultaat.

De POV wilde 2 weken geleden geen handtekening zetten onder het nieuwe Convenant Diergezondheidsfonds zo lang er niets aan de insleeprisico’s door wilde zwijnen zou worden gedaan. Het akkoord dat deze week werd gesloten gaat verder dan de algemene intenties omtrent de wilde zwijnen die de afgelopen 10 jaar in het convenant zijn neergelegd, en die niet tot krimp maar juist tot een toename van de aantallen hebben geleid. De POV heeft er vertrouwen in dat er met de taskforce en het nieuwe akkoord voor het opstellen van een actiegerichte roadmap, wel resultaat wordt geboekt. De POV zal inzetten op doelgerichte en afrekenbare afspraken met provincies en natuurorganisaties.

De minister van LNV heeft bestuurlijke afspraken gemaakt met de betrokken provincies. Zij zijn verantwoordelijk voor het faunabeheer en het reduceren van de wilde zwijnenstapel. Het landelijk bestuur van de POV heeft vertrouwen in het ministerie van LNV. De afspraak voor het opstellen van de roadmap wordt opgenomen in het nieuwe convenant Diergezondheidsfonds.

bron: Producentenorganisatie Varkenshouderij, 29/04/19




Minister geeft groen licht voor het afschieten van wasberen in Limburg

De provincie Limburg krijgt bijval uit Den Haag over de aanpak van de wasbeer. Dat blijkt uit de antwoorden van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Carola Schouten (CU), op kamervragen van de Partij voor de Dieren (PvdD).

Eind maart besloot de Limburgse gedeputeerde Hubert Mackus (CDA) om de wasbeer – waarvan wordt geschat dat er tussen de vijftig en de honderd rondlopen in Limburg – op de lijst van dieren te zetten waarop geschoten mag worden door jagers. Hij verwees hierbij naar een EU-richtlijn over dieren die van oorsprong niet in Europa voorkomen. „In deze richtlijn staat dat zolang een inheemse diersoort nog niet is gevestigd in een EU-lidstaat, er alles aan moet worden gedaan om de populatie te verwijderen.”

Eekhoorns

Ondanks de kritiek van de PvdD, die vindt dat de provincie Limburg niet goed heeft onderzocht om hoeveel wasberen het precies gaat, is de minister van mening dat de wasbeersituatie ‘voldoende inzichtelijk is gemaakt’. Ook werpt zij de suggestie van de PvdD, dat ‘gerichte uitroeiingscampagnes niet werken’, van de hand. „Wanneer er vroegtijdig en gericht wordt ingegrepen is het verwijderen van een populatie zoogdieren wel mogelijk.” Als voorbeeld geeft zij de populatie Pallas’ eekhoorns die met succes uit Limburg is verwijderd.

‘Te duur’

Volgens minister Schouten wordt de wasbeer zowel afgeschoten als opgevangen, ‘waarbij de nadruk ligt op het vangen van wasberen’. De provincie gaf eind maart in eerste instantie aan dat opvangen van de wasbeer ‘te duur’ zou zijn, en afschot dus de voorkeur leek te krijgen. Door de maatschappelijke weerstand die hierop ontstond, meldden zich opvangcentra die volgens de provincie toch wel betaalbaar zijn. De stichting AAP had in een eerder stadium aangeboden te helpen bij de opvang van wasberen maar de provincie vond hun aanbod te prijzig.

Uitzondering

Desondanks zal de wasbeer in Limburg nog steeds op de ‘afschietlijst’ komen te staan. Maar volgens gedeputeerde Mackus zal afschieten alleen ‘bij hoge uitzondering’ gebeuren. „Als ze niet te vangen zijn, dan zullen we ingrijpen,” aldus Mackus. Uitheemse diersoorten als de wasbeer zijn volgens minister Schouten ‘een van de voornaamste bedreigingen voor de biodiversiteit’

Commentaar Wbe Susteren/Graetheide

Eindelijk wordt er ingegrepen, nu het nog enigszins te doen is in Limburg, alleen al in onze Wbe zijn zeker 5 – 10 wasberen gezien op de wildcamera’s, dit kunnen dus dit jaar indien ze jongen krijgen gemakkelijk 20 stuks zijn na de zomer alleen al in ons werkgebied. Het verbaasd ons dat vangen en  opvangen wel resultaat zou hebben en afschieten niet volgens de schijnbaar “deskundigen”?

Uit gegevens van de Deutsche Jagd Verein (DJV) blijkt dat van de totaal gedode wasberen er maar ongeveer 38% gevangen kon worden.

De vraag is wie de kosten van het vangen zal betalen en wie dat gaat doen, nu afschieten alleen in uitzonderlijke gevallen mag en wat zijn die uitzonderingen dan?

De Wbe Susteren/Graetheide vindt dat indien de jachthouder hiervoor gevraagd gaan worden, zij ook een redelijke vergoeding en de juiste vangmiddelen dienen te krijgen van de provincie, als opdrachtgever. De wasbeer is een nachtdier dat pas actief wordt in de schemering en is heel lastig te vangen, je moet ook de juiste lokatie kennen en de juiste vangmiddelen hebben.


Zie hieronder het schriftelijk antwoord Minister van Landbouw

 

De Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Binnenhof 4

2513 AA DEN HAAG

atum 30 april 2019

Betreft Beantwoording schriftelijke vragen over de aanpak van wasberen door de provincie Limburg

Ons kenmerk: DGNVLG-S / 19096198

Uw kenmerk; 2019Z06601

Geachte Voorzitter,

Hieronder treft u mijn antwoord op vragen van het lid Van Kooten-Arissen (PvdD) over het bericht dat Limburg heeft besloten wasberen te gaan schieten

(ingezonden 3 april 2019, kenmerk 2019Z06601).

Carola Schouten

Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Ons kenmerk:DGNVLG-S / 19096198 / 2019Z06601

1

Kent u het bericht ‘Provincie Limburg gaat wasberen afschieten’ en het opiniestuk ‘Wasbeer vogelvrij in Limburg’?

Antwoord

Ja.

2

Wist u dat inmiddels ongeveer 16.000 mensen in een petitie hun zorgen hebben geuit over het afschot van wasberen in Limburg en de teller nog loopt?

Herinnert u zich uw antwoorden op eerdere Kamervragen over de plannen om wasberen te gaan schieten in Limburg?

Antwoord

Ja, beide zaken zijn mij bekend.

3

Wist u dat in Duitsland, waar miljoenen wasberen in het wild voorkomen, jarenlang geprobeerd is de wasbeer uit te roeien zonder succes, en dat wasberen daar momenteel een geaccepteerde inheemse soort zijn?

Antwoord

U verwijst in uw vraag naar een rapport van Alterra1. In Duitsland worden nog steeds wasberen geschoten. De wasbeer wordt in Duitsland – net als in Nederland – op grond van de EU-Verordening voor invasieve uitheemse soorten behandeld als een invasieve uitheemse soort, waarvan de wilde populatie zoveel mogelijk wordt ingedamd. Duitsland is ook verplicht om op grond van artikel 19 van de Verordening Invasieve Uitheemse Soorten verspreiding van de wasbeer naar andere Europese landen tegen te gaan.

4

Erkent u dat de provincie Limburg slechts een ‘inventarisatieonderzoek’ heeft laten doen en dat op basis daarvan alleen een inschatting kon worden gemaakt van het aantal dieren?

Antwoord

Nadat duidelijk werd dat er sprake was van voortplanting van wasberen heeft de provincie Limburg het initiatief genomen om de populatie in kaart te brengen en een schatting van de populatieomvang te maken. Hiervoor is gebruik gemaakt van publieksmeldingen en er is een veldstudie uitgevoerd met cameravallen. Hiermee is de situatie voldoende inzichtelijk.

5

Erkent u dat die inschatting varieert van slechts ‘eenlingen’ tot 50 of 100 dieren?

1 Alterra, Wasberen in Nederland, 2008, zie: https://www.wur.nl/nl/Publicatie-details.htm?publicationId=publication-way-333638323633

Antwoord

De inschatting van de provincie Limburg is dat er sprake is van een populatie van 50 tot 100 dieren in twee kerngebieden en dat er daarnaast nog sprake is van eenlingen op andere locaties in de provincie.

6

Klopt het dat de provincie Limburg niet weet of het gaat om enkele wasberen afkomstig uit de huiselijke sfeer of dat het gaat om migrerende dieren vanuit Duitsland?

Antwoord

De herkomst van de dieren in Limburg is onduidelijk. De Limburgse populatie staat op dit moment op zichzelf. Mogelijk is deze ontstaan door lokale ontsnappingen. De populatie in Duitsland en Wallonië heeft de Nederlandse grens nog niet bereikt. Wel kunnen zwervende dieren uit deze populaties in Nederland terecht zijn gekomen.

7

Wist u dat wetenschappers tot de conclusie komen dat gerichte uitroeiingscampagnes niet werken?

Antwoord

Het rapport van Alterra, waar naar u verwijst, geeft aan dat in het algemeen het lokaal uitsterven van diersoorten zelden het resultaat van een gerichte uitroeiingcampagne is. Wanneer er vroegtijdig en gericht wordt ingegrepen is het verwijderen van een populatie van zoogdieren wel mogelijk. Een voorbeeld hiervan is het verwijderen van de populatie Pallas’ eekhoorns, ook in de provincie Limburg.

8

Wist u bovendien dat dezelfde wetenschappers hun zorgen uiten over het feit dat lokale bestrijding ervoor zorgt dat “de voortplanting minder door dichtheidsafhankelijke factoren geremd wordt” en “er altijd sprake zal blijven van instroom uit Duitsland”?

Antwoord

Wasberen kunnen zeer hoge dichtheden bereiken. Het punt van hoge dichtheid als remmende voortplantingsfactor wordt daarom niet snel bereikt.

9

Wist u dat wetenschappers daarom waarschuwen voor jaarlijks terugkerende kosten wanneer ingezet wordt op gerichte uitroeiing?

Antwoord

Wanneer niet vroegtijdig wordt ingegrepen in de populatie, dan is te verwachten dat de kosten van maatregelen in de toekomst sterk zullen toenemen.

10

Erkent u dat de provincie belastinggeld gaat verspillen aan een volgens wetenschappers ineffectieve methode? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 9. Vroegtijdig ingrijpen kan juist hogere kosten (en dierenleed) in de toekomst voorkomen.

11

Deelt u de mening dat het niet te rechtvaardigen is dat de provincie Limburg jaarlijks tonnen spendeert aan de jacht, maar diervriendelijke oplossingen voor de wasbeer te duur vindt, terwijl al opvangcapaciteit aangeboden was? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

De provincie Limburg geeft aan dat is gekozen voor een tweesporenbeleid, waarbij gericht kastvallen worden ingezet om dieren levend te vangen en daarnaast wordt jachtaktehouders toegestaan dieren te doden met het geweer waar vangen redelijkerwijs niet mogelijk is. Voor de levend gevangen dieren bekijkt de provincie de mogelijkheden om deze op te vangen tegen acceptabele kosten.

12

Deelt u de mening dat het niet te rechtvaardigen is dat er wordt overgegaan op afschot zonder goed overleg met experts over diervriendelijke methoden, gezien de gerede twijfels over de effectiviteit van de maatregel en zonder dat bekend is om hoeveel wasberen het eigenlijk gaat? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

De provincie heeft op advies van de Faunabeheereenheid Limburg gekozen voor het tweesporenbeleid, zoals genoemd in het antwoord op vraag 11, omdat de verwachting is dat dit noodzakelijk is om de populatie volledig uit het gebied weg te kunnen halen. Daarbij ligt de nadruk op het vangen van de wasberen.

13

Erkent u dat u verantwoordelijk bent voor het beleid om de internationale en Europese biodiversiteitsdoelen te halen?

Antwoord

Dit erken ik en daarom onderschrijf ik ook deze inzet van provincie Limburg om deze soort, waarvan op Europees niveau is vastgesteld dat deze een bedreiging vormt voor de biodiversiteit, uit de Limburgse natuur weg te halen.

14

Erkent u dat de afname van de biodiversiteit bij de bron aangepakt moet worden, zoals de extreem vervuilende landbouw en de versnippering van het natuuroppervlak?

Antwoord

In de overwegingen bij de Europese Verordening worden invasieve uitheemse soorten genoemd als een van de voornaamste bedreigingen voor de biodiversiteit en aanverwante ecosysteemdiensten. Door de wasbeer uit Limburg weg te halen wordt voorkomen dat deze soort de biodiversiteit aantast. Andere maatregelen die afname van de biodiversiteit tegengaan zullen ook nodig blijven.

15

Erkent u dat het uitroeien van weerloze dieren onder het mom van de biodiversiteitsdoelen een schijnoplossing is?

Antwoord

Nee.

16

Erkent u dat het uw verantwoordelijkheid is om zicht te houden op en richting te geven aan de invulling van de EU-verordening aangaande invasieve exoten?

Antwoord

Dit is een gezamenlijke opgave van Rijk en provincies. Meerdere partijen zijn aan zet. Met de decentralisatie van het natuurbeleid, waaronder het soortenbeleid, zijn de beheers- en uitroeiingsmaatregelen van een groot aantal invasieve uitheemse soorten aan de provincies overgedragen. Met wijziging van de regeling natuurbescherming van 22 februari 2018 (kenmerk WJZ/17141167) is de wasbeer aangewezen als door de provincies te bestrijden invasieve uitheemse soort.

17

Ziet u vanuit die verantwoordelijkheid aanleiding om de provincie Limburg aan te spreken op hun invulling ervan? Zo ja, kunt u dat toelichten? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

De provincie Limburg maakt eigen keuzes in de wijze waarop invasieve uitheemse soorten worden bestreden. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit staat hierover in contact met de provincie Limburg een sluit zich aan bij deze aanpak.




Waterschap Limburg heeft deze winter 17 bevers gedood


Waterschap Limburg heeft in de periode december 2018 tot en met april 2019 in totaal 17 bevers gedood. Dit was nodig omdat de dieren schade veroorzaakten binnen het watersysteem. De dammen die de bevers bouwen, zorgen voor een verhoogd waterpeil met natte landbouwgronden en soms ook natuurschade tot gevolg. Daarnaast leidt graverij tot onveilige situaties langs beken en in de dijken langs de Maas. Nu er jonge bevers geboren zijn, is het waterschap gestopt met het doden van bevers. De gedode bevers gaan naar het RIVM voor onderzoek. Schattingen duiden erop dat er circa 1.000 bevers in Limburg gevestigd zijn.

Het Faunabeheerplan Bever 2017-2020 biedt de mogelijkheid om bevers te doden die schade veroorzaken. Op 4 locaties is door het waterschap dit zwaarste instrument op het gebied van beverbeheer ingezet omdat er geen andere opties meer waren. Op alle overige locaties wordt schade door dammen en graverij door het waterschap beperkt door het inzetten van niet-dodelijke methoden, zoals het verlagen van dammen of het aanleggen van een buis door de dam. Het vangen van de dieren is niet mogelijk, omdat de dieren niet elders kunnen worden uitgezet.

Aanpakken wateroverlast en voorkomen veiligheidsrisico’s
In de Bosbeek en de Neerpeelbeek dreigde het verhoogde waterpeil door de beverdammen voor te natte agrarische percelen te zorgen. Het waterschap maakte hier hoge kosten om dit te voorkomen. Daarnaast bestond bij de Neerpeelbeek het risico van ingezakte taluds, onderhoudspaden en wegen door de aanwezigheid van oeverholen. Dit bracht onacceptabele veiligheidsrisico’s met zich mee voor wandelaars, automobilisten of onderhoudsmedewerkers. Bij de Neerpeelbeek zijn in totaal 12 bevers gedood. Ook zijn er bevers gedood die zich gevestigd hadden in de Everlose beek bij Maasbree. Deze dieren bouwden telkens een gemaal dicht, dat noodzakelijk is om een kassengebied van water te voorzien.

 

Beschermen natuur en zeldzame soorten
In het bronnengebied van de Kingbeek, ten zuiden van Obbicht in de gemeente Sittard-Geleen, was ook ingrijpen nodig. Er hadden zich ondanks preventieve maatregelen 2 bevers gevestigd op dezelfde locatie als vorig jaar. In de bronnen is sprake van een bijzonder ecosysteem dat binnen Nederland alleen in Limburg voorkomt. Door de bevers dreigde dit ecosysteem verloren te gaan. Ook dreigde schade aan de fundering van Kasteel Obbicht door een te laag waterpeil in de kasteelgracht. Om te voorkomen dat nieuwe bevers zich hier volgend jaar weer vestigen, is als extra maatregel een tweede barrière in het beekdal aangebracht om de komst van bevers vanuit de Maas te voorkomen. Er wordt hier ook nog nagedacht over een project met beverwachters.

bron: Waterschap Limburg, 25/04/19




Opnieuw hazenpest geconstateerd in Overijssel

In hetzelfde gebied waar in oktober 2018 bij twee van de vier onderzochte hazen hazenpest (tularemie) werd vastgesteld, is deze ziekte nu opnieuw aangetoond bij een haas.

De inzender van de betreffende haas had 6 dode hazen in zijn gebied gevonden. De hazen zagen er nog gaaf uit, er was niets aan te zien. Eén dier is ingestuurd voor onderzoek. De haas had een ernstige leverontsteking die werd veroorzaakt door de bacterie Francisella tularensis.

Overige hazenziekten 2019

In 2019 zijn tot half april bij het DWHC 23 hazen onderzocht. Er zijn diverse doodsoorzaken gevonden. Naast de haas met tularemie, zijn onder andere  7 hazen doodgegaan door besmetting met de bacterie Yersinia pseudotuberculose en 7 hazen door besmetting met een lagovirus (EBHS of RHDV-2).

Sterfte door yersiniose onder Europese hazen wordt het meest gezien in de koude en natte seizoenen. De Yersinia-bacterie komt wijdverbreid in de natuur voor, vooral onder woelmuizen. Vandaar dat de ziekte in het buitenland ook wel wordt aangeduid met knaagdierenziekte.

EBHS en RHDV-2 zijn verwante virussen. EBHS werd in de jaren ‘90 voor het eerst bij hazen in Nederland aangetoond. In 2015 is het RHDV-2 voor het eerst bij een haas in Nederland aangetoond.

 

Eerdere berichten naar aanleiding van de hazensterfte in Overijssel in 2018:

https://www.dwhc.nl/hazenpest-zenderen/

https://www.dwhc.nl/niet-alle-hazen-gaan-dood-door-hazenpest/

 

Meer informatie over hazenpest:

https://www.dwhc.nl/ziekten/tularemie

 

Meer informatie over Yersinia:

https://www.dwhc.nl/ziekten/yersinia-pseudotuberculosis/

https://www.dwhc.nl/yersinia-haas/

https://www.dwhc.nl/zoonosen-bij-hazen/

 

Meer informatie over EBHS en RHDV-2

https://www.dwhc.nl/hazen-rhdv-2-frankrijk/

https://www.dwhc.nl/haas-rhdv-2-nederland/